Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Uit de oude doos: Grote sprong voorwaarts van Jan Marijnissen

    0

    Dit artikel stond in het Nederland Dagblad van 18 juli 2006

     

     

    Jan Marijnissen zou wel willen regeren met PvdA en CDA. Maar dan moet hijzelf geen minister worden, meent historicus Ewout Klei.

    Jan Marijnissen, roerganger van de Socialistische Partij, heeft voor menig partijlid een te grote sprong voorwaarts gemaakt. Maandagnacht 10 juli 2006 zei hij in het radioprogramma BRN Laat dat zijns inziens een kabinet van CDA, PvdA en SP tot de mogelijkheden behoort. Bovendien wilde hij in dit kabinet misschien minister van Justitie of Sociale Zaken worden. Eerder dit jaar had de SP zich altijd ondubbelzinnig uitgesproken voor een coalitie met GroenLinks en PvdA.

    Dit volksfront – de nachtmerrie voor de lezers van het blad Elsevier dat hier in maart 2006 een special aan wijdde – is volgens de laatste opiniepeilingen echter goed voor slechts 67 zetels. Maurice de Hond voorspelt voor komende herfst geen linkse lente (maar met de grote schommelingen in de opiniepeilingen weet je het maar nooit) en Marijnissen acht een coalitie van de SP met CDA en PvdA waarschijnlijker dan het linke luchtkasteel van Femke Halsema. Zijn afkomst is hier wellicht debat aan: de Tovenaar van Oss begon zijn carrière namelijk als worstenmaker. Maar in hoeverre is zijn vierjarenplan realistisch? Is de SP wel in staat om het land te dirigeren? Is Marijnissen wel geschikt als minister? En wat voor partij is de SP? Ik wil met het laatste beginnen.

    Actiepartij
    De in 1972 opgerichte SP is begonnen als een maoïstische afsplitsing van de Communistische Partij Nederland. Mao Zedong werd echter snel afgezworen en de partij ging zich op Nederland richten. De SP was lange tijd louter een lokale actiepartij die nauw verbonden was met allerlei buitenparlementaire groeperingen, zoals ‘de Bond van Huurders en Woningzoekenden’, ‘het Milieu Aktie Centrum’ en ‘Arbeidersmacht’. De machtsbasis van de partij lag in Oss en Nijmegen.

    In 1977 had de partij zonder succes meegedaan aan de Tweede Kamerverkiezingen. Pas in 1994 werd een tweede poging ondernomen. Ditmaal met succes want er werden twee zetels behaald. De SP had een populistische campagne gevoerd. De leus van de partij was: Stem tegen, stem SP. Symbool werd de tomaat. Volgens de SP-site is de tomaat namelijk ‘Boordevol gezonde vitaminen maar ook een geducht protestwapen tegen slecht politiek toneel’. De SP zou je daarom met enige creativiteit de rode tegenhanger van De Tegenpartij van F. Jacobse en Tedje van Es (Van Kooten en De Bie) kunnen noemen.

    Omdat de SP het goed doet in de Kamer (heldere taal, duidelijke oppositie tegen Paars) wist de partij bij de verkiezingen van 1998 vijf zetels te halen. In 2002 werden dit er negen. De nieuwe verkiezingsleus werd ‘Stem voor’ (een ander kabinetsbeleid). Begin 2004 verloor de SP een zetel toen Ali Lazrak uit de fractie werd gezet maar niet wilde vertrekken uit de Kamer. Er zijn acht kamerleden overgebleven. Behalve Marijnissen genieten Agnes Kant en Harry van Bomnmel ook enige landelijke bekendheid, de laatste wegens zijn actie tegen de Europese grondwet.

    De SP is tegenwoordig met 45715 leden de derde partij van het land, en laat hiermee ook de VVD achter zich. De partij heeft een sterk wij-gevoel en koestert een negentiende-eeuws vijandbeeld. De SP is namelijk de enige partij in Nederland die zich nog strijdbaar durft op te stellen tegen het kapitalisme (tegenwoordig het neoliberalisme geheten), terwijl PvdA en GroenLinks het enorm laten afweten.

    De SP heeft in dit opzicht wel wat van de kleine christelijke partijen die ook negentiende-eeuwse tegenstellingen vooropstellen (namelijk de antithese tussen christelijke en niet-christelijke partijen) en het CDA verwijten niet principieel genoeg te zijn, vooral wat ethische kwesties betreft. De SP is net als de kleine christelijke partijen erg nationaal-denkend: Nederland moet uit de NAVO, de Europese Unie is een gevaarlijk kapitalistisch en bureaucratisch machtscentrum en de gulden moet worden heringevoerd. Dit zijn niet echt politieke punten waarmee een partij zich Regierungfähig maakt.

    Oude eik
    Terug naar Marijnissen. Eerder genoemde Lazrak heeft twee zonden begaan die hem tot een verstotene maakten: hij had kritiek op de financiële afdrachtregeling (kamerleden moet een deel van hun inkomen afstaan aan de partijkas) en op het leiderschap binnen de partij. Marijnissen is de onomstreden leider van partij en wil dat blijven. Samen met Bas van der Vlies is hij de enige politieke leider die is blijven zitten na de Fortuyn-revolte. Verder is Marijnissen niet alleen fractievoorzitter maar ook partijvoorzitter. Andere partijen kennen een machtenscheiding (de ARP voerde dit bijvoorbeeld vijftig jaar geleden in na het vertrek van Schouten in 1956), maar Marijnissen wil hier niets van weten. In een reportage van Netwerk op 30 juni 2006 zegt hij: ,,Als je fractievoorzitter en voorzitter van de partij gaat scheiden, krijg je verdeeldheid binnen een partij en ga je elkaar het leven zuur maken. Wij gaan geen verdeeldheid bij onszelf organiseren. Wij zijn geen masochisten, wij willen gewoon gezamenlijk vooruit.”

    Marijnissen wil daarom niets weten van lijsttrekkerverkiezingen. Bij VVD en D66, die deze verkiezingen wel hebben gehouden, zou het alleen gaan om de poppetjes. Bij de SP om de inhoud. Dat ook de SP niet vies is van populisme vertelde Marijnissen niet. Volgens de SP-leider zijn andere SP-kamerleden blij dat ‘Jan’ het nog een keer weer doet. Hoewel de andere kamerleden in zijn schaduw staan, is Marijnissen niet bang dat er geen mensen gevonden worden die hem ooit eens kunnen opvolgen. In een aardige quasi-bijbelse metafoor vergelijkt hij zichzelf met oude eik die moet worden omgehakt. ,,Dan komt er onbelemmerd zonlicht op de aarde en dan moet je eens zien wat er opeens allemaal gaat groeien.” Maar vooralsnog wordt de oude eik niet omgekapt. ,,Eiken kunnen heel oud worden en het hout wordt alleen maar beter naarmate de leeftijd vordert.”

    Ministerabel
    Is de oude eik geschikt als minister? En is de SP geschikt om te regeren? Marijnissen lijkt mij een zeer sympathieke man en hij is een bekwaam parlementariër, maar ik denk dat hij maar beter geen minister kan worden. Zijn politieke stijl verschilt te zeer met die van Jan Peter Balkenende en Wouter Bos. Als hét gezicht van de SP staat hij voor vriend en vijand als te geprofileerd bekend. Als minister kan hij eventuele pijnlijke beslissingen niet uitleggen aan de achterban. Of hij wil ze niet nemen zodat het een vechtkabinet wordt, en de SP dezelfde rol gaat vervullen als LPF in Balkenende I en D66 in Balkenende II. Ten slotte is de kans groot dat PvdA en CDA samen 76 zetels halen, en dan is de SP helemaal niet nodig.

    Marijnissen heeft niettemin een belangrijke wissel omgetrokken toen hij zei dat de SP kan regeren met het CDA. Regeringsdeelname van de SP in de toekomst (over acht jaar misschien) is niet bij voorbaat onmogelijk. Als typische partij van de oppositie kan de SP veel van haar radicale politieke ideeën natuurlijk niet verwezenlijken. Maar er is wel een bepaalde ontwikkeling aan de gang. De partij is begonnen als een maoïstische splinter en werd al gauw een lokale actiepartij. De partij heeft sinds 1994 indruk gemaakt in het parlement en blijft gestaag doorgroeien. Kant en Van Bommel zijn bekwame parlementariërs (en wat minder geprofileerd dan Marijnissen) en zouden heel goed wel eens minister kunnen worden.

    Wanneer de SP een regeringspartij wordt, zal de partij wel ingrijpend van karakter veranderen. Bij een partij met regeringsverantwoordelijkheid passen buitenparlementaire acties en populistische leuzen niet. Ook zal een radicaler deel zich wellicht niet meer in de partij herkennen en op een andere tegenpartij stemmen. De SP heeft echter het vermogen zich aan te passen aan de veranderende tijdsomstandigheden. Haar successtory heeft de partij hier vooral aan te danken.

    Tags: Jan Marijnissen, SP
    Read More
  • Les miserables

    1

     

    Door: Ewout Klei

    Het denkend deel der natie kijkt met enig dedain naar de Socialistische Partij. SP’ers, dat zijn toch laagopgeleide Brabanders die eigenlijk halve PVV’ers zijn? Ook de SP was immers kritisch over de multiculturele samenleving (de omstreden brochure Gastarbeid en kapitaal uit 1983) en de partij verzet zich tevergeefs tegen de onvermijdelijke Europese eenwording. Elsbeth Etty, de eminence rouge van de Amsterdamse grachtengordel, noemde in één van haar columns in het NRC Handelsblad de SP niet voor niets een nationaal socialistische partij. Als je er echt  ‘bij wil horen’ als intellectueel, dan hoort daar het afkraken van de SP bij. Deze partij is net als de worstenfabriek van Oss een beetje vies, het is geen club van alleen maar nette mensen.

    Als echte D66’er keek ik altijd een beetje meewarig naar de SP. Toegegeven, vrouwelijke SP-Kamerleden in rode jurkjes zagen er appetijtelijker uit dan de dames van D66  en ze konden ook zo mooi boos zijn, maar door haar radicale opstelling zou de partij nooit deelnemen aan de macht. De SP was een kansloze partij. Misschien goed dat deze partij er was en natuurlijk veel liever de SP dan de PVV, maar verder waren het losers waar je een beetje bij uit de buurt moest blijven. Ze waren de evangelicals onder de heidenen. Bloedmooie vrouwen en passie, maar het verstand op nul. Liep de SP in het verleden niet weg met Mao en is die verplichte afdrachtregeling niet achterlijk?

    U begrijpt het, ik ben een beetje op mijn schreden teruggekeerd. Ook de SP heeft af en toe iets zinnigs te melden. SP’ers kunnen ook best wel open staan voor de meningen van anderen. Ze zijn geen Henk en Ingrid.

    Kijk op deze tijd van Jan Marijnissen, de grote roerganger van de SP, heeft mij enorm geholpen. Dit rode boekje bestaat uit een aantal interviews met bekende Nederlandse denkers, die Marijnissen tussen november 2009 en november 2012 hield in het SP-blad De Tribune. De interviews gaan over de evolutietheorie en de big bang theory (niet de serie), opvoeding en onderwijs, de verbouwing van het Rijksmuseum, de effectiviteit (eigenlijk het gebrek daaraan) van hoge straffen en last but not least de economische crisis en het neoliberalisme.  Wat al deze interviews kenmerkt is de open houding waarmee Jan Marijnissen zijn gesprekspartners benadert. Natuurlijk, Marijnissen is er heilig van overtuigd dat het neoliberalisme verkeerd is en komt hier regelmatig op terug, maar de SP-voorzitter is in de eerste plaats zeer nieuwsgierig naar wat zijn gesprekspartner allemaal te vertellen heeft.

    De grote les van dit boek is dat burgers die niet goed mee kunnen komen in deze vereconomiseerde maatschappij niet aan hun lot overgelaten mogen worden. De verliezers van deze tijd hebben ook recht op een gelukkig leven. Eén van de beste interviews is met Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie. Zij hekelt – terecht – de roep in Nederland om strengere straffen en de eenzijdige focus op slachtoffers. Het is tegenwoordig bon ton om voor law-and-order te zijn, maar de meeste mensen die in de gevangenis zitten lijden aan een psychische aandoening. Strenger straffen helpt niet, is ook wetenschappelijk aangetoond. Ook VARA-coryfee Marcel van Dam zet zich voor  les misérables in. In 2009 maakte hij de documentaire De Onrendabelen, waarin hij laat zien dat de mensen met de laagste inkomens er de laatste dertig jaar hard op zijn achteruitgegaan in Nederland. Ten slotte worden de onrendabelen in de Derde Wereld niet vergeten. De SP is gelukkig minder nationaal socialistisch dan Etty denkt. Ontwikkelingshulp, dat dankzij het populisme van de PVV en VVD in het verdomhoekje zit, kan volgens hoogleraar Rurale Sociologie Jan Douwe van der Ploeg nog steeds zinvol zijn, mits het op een goede manier georganiseerd wordt. Als hulp praktisch is en zichtbaar ergens toe leidt, zijn veel mensen volgens hem bereid om te helpen. Ontwikkelingshulp ging helaas te vaak gepaard met eigenbelang, het Westen wilde er ook aan verdienen, en was te lang een zaak van doctorandussen en zogenaamde ontwikkelingsdeskundigen. Door overprofessionalisering raakte het elan te veel op de achtergrond.

    Kijk op deze tijd is een boeiend boek, waarin op een verfrissende manier belangrijke actuele maatschappelijke onderwerpen onder de aandacht worden gebracht. Vanwege zijn open houding en betrokkenheid bij de onrendabelen weet Marijnissen een gevoelige snaar te raken en legt hij de vinger op de zere plek. Het boekje is een must read voor iedereen die zich betrokken voelt bij de Nederlandse samenleving, voor SP’ers natuurlijk, maar vooral ook voor die mensen die hun maatschappelijk minder geslaagde medemens niet echt zien staan.

    N.a.v.: Jan Marijnissen, Kijk op deze tijd. Jan Marijnissen ontmoet Maarten van Rossem, Hans Achterhuis, Henk van Os, Corine de Ruiter, Robbert Dijkgraaf e.a. (Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2013). ISBN 9789046814482

    Tags: Corine de Ruiter, Elsbeth Etty, Jan Douwe van der Ploeg, Jan Marijnissen, Les misérables
    Read More
  • Meer democratie in Europa? Geen referendum maar een versterking van het Europees Parlement

    0

    weet-waar-je-ja-tegen-zegt

     

    Vandaag kom ik uit de kast als een tegenstander van het referendum. Het is een grote stap, wellicht niet voor de mensheid maar wel voor een D66-lid als ik.

    Eigenlijk wist ik in 2005 al dat ik tegen het referendum was, toen de Nederlandse bevolking in meerderheid tegen de Europese Grondwet stemde. Tijdens het Nederlands referendum over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa kon je alleen kiezen tussen ‘ja’ of ‘nee’.  Voor nuance was geen plaats. Tegenstanders van de Europese Grondwet – Geert Wilders, de SP en de ChristenUnie – voerden een populistische campagne die een beroep deed op angstgevoelens. De angst dat Nederland in het grote Europese verband verdwijnen en dat nationale verworvenheden op de toch zouden komen te staan. Op de SP-poster ‘Weet waar je ja tegen zegt’ stond heel Europa afgebeeld, behalve Nederland dat door de zee was verzwolgen. Om Nederland te beschermen tegen de tsunami van Europese eenwording moesten de dijken worden verhoogd. Alleen dan zou worden voorkomen dat er meer marktwerking zou komen in zorg en onderwijs, dat er te veel Brusselse zeggenschap kwam over ons sociaal beleid, dat ons leefmilieu werd verwaarloosd, dat dieren nog meer werden mishandeld (!), dat de Nederlandse grondwet werd gedegradeerd, dat er een peperduur Europees leger kwam, dat we nog meer Brusselse bureaucratie kregen en een ondemocratisch en ondoorzichtig Europa.

    De Nederlandse regering zag de anticampagne met lede ogen aan en besloot daarom, op kosten van belastingbetaler, een informatieve folder te verspreiden die de burger zou moeten overtuigen dat je vooral voor moest stemmen. Deze paternalistische actie versterkte het wantrouwen bij veel burgers alleen maar. Ze kregen het gevoel dat Europa hen werd opgedrongen, dat er sprake was van een snood complot om Nederlanders hun vrijheid af te pakken. Ook regeringspartij VVD blunderde, door een reclamespotje te maken met beelden over de Holocaust en val van Srebrenica, met als impliciete boodschap dat deze rampen alleen kunnen worden voorkomen door de Europese eenwording. Het filmpje was zo controversieel, dat de partij het nooit heeft uitgezonden.  Aan een ‘ja’-stem droeg het in ieder geval niet bij.

    Nederland stemde massaal nee. Dat de nieuwe Europese Grondwet Europa democratischer had kunnen maken, dat wilden veel burgers niet begrijpen. Uit een onderzoek van opiniepeiler Maurice de Hond bleek bovendien, dat mensen ook tegen hadden gestemd omdat ze tegen het kabinet-Balkenende II  waren, of tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, twee onderwerpen die helemaal niets met de Grondwet te maken hadden. De onderbuik had gewonnen van de ratio.

    Het recente voorstel van David Cameron, in Groot-Brittannië een referendum te organiseren over de vraag of de Britten nog in  de Unie willen blijven, lijdt aan hetzelfde euvel. Het is weer een keuze tussen ‘ja’ of ‘nee’. Toch zitten er meer haken en ogen aan zijn voorstel.

    De zaken worden allereerst gecompliceerd vanwege het feit dat het de bedoeling is dat het referendum er pas in 2017 komt en misschien afgeblazen wordt, als Labour in 2015 de verkiezingen zou winnen. Voordeel is dat de Britten nog vier jaar de tijd hebben om een genuanceerde mening te vormen en het populisme zo misschien minder kans krijgt. Maar er zit een addertje onder het gras:  het referendumvoorstel van Cameron is indirect natuurlijk ook bedoeld om de parlementsverkiezingen van 2015 te winnen. Cameron houdt de Britse kiezers een wortel voor: stemmen jullie in 2015 op mij, dan geef ik jullie de mogelijkheid om in 2017 over jullie lot in Europa te beslissen.

    Van belang is voorts dat Cameron het door hem aangekondigde referendum binnen de Europese verhoudingen gebruikt als pressiemiddel bij de onderhandelingen. Hij wil dat Groot-Brittannië meer bevoegdheden terugkrijgt. Als er een akkoord komt waarin dat gebeurt, dan zal Cameron van harte voor de Europese Unie stemmen. Zo niet, dan dreigt Cameron dus met het uittreden van Groot-Brittannië uit de Unie, iets wat veel Europese landen liever niet willen. Het gaat Cameron in de eerste plaats dus niet om het versterken van de stem van het Britse volk, maar om het verstevigen van zijn eigen machtspositie, in Groot-Brittannië en in Europa.

    Het voorstel van Thierry Baudet cum suis in het NRC Handelsblad om ook in Nederland een referendum te houden heeft met meer democratie ook weinig te maken. Het is een aanval op de Europese eenwording. De bedoeling is dat we gaan stemmen over de vraag, of we het eens zijn met het pad van ‘federalisering’ dat Barroso en Van Rompuy. Vervolgens stellen ze een serie misleidende vragen:

    Willen zij geleidelijk hun democratische zeggenschap verliezen en opgaan in een federale Europese staat – die ons de mogelijkheid ontneemt de fundamentele beslissingen over onze toekomst zelf te nemen? Willen zij dat het parlement in Den Haag een soort Provinciale Staten wordt – een orgaan dat over de uitvoering of de details van beleid gaat, maar niet over de grote politieke vragen? Of willen zij dat de EU hervormd wordt tot een bescheiden organisatie die ruimte laat voor de diversiteit van de lidstaten en slechts hun onderlinge handelsbetrekkingen faciliteert, zonder politieke ambities?

    Op al die vragen antwoorden we allemaal nee, zelfs (in bepaalde kringen notoire) Eurofielen als Sophie in ’t Veld en Guy Verhofstadt. Dat meer Europese eenwording ook gepaard kan gaan met een Europees Parlement dat meer bevoegdheden heeft, en dat gewoon door ons gekozen is en dus democratisch is, dat wil de Bende van Baudet niet begrijpen. De economische crisis en de problemen met de Euro, waarover we absoluut niet lichtzinnig moeten doen, wordt met beide handen aangegrepen voor een neo-nationalistisch project, waardoor we nog veel verder verdwalen. Waar het referendum bij Cameron wordt misbruikt om zijn machtspositie te verstevigen, daar wordt het referendum door Baudet cum suis misbruikt voor ideologie.

    Geen referendum dus. Wat dan wel? Om de democratie in Europa te versterken moeten de bevoegdheden van het Europees Parlement worden vergroot, zodat wij Europese burgers tijdens de Europese Verkiezingen echt wat hebben te kiezen. Daarnaast moeten er niet alleen goede afspraken komen, maar moeten de lidstaten ook gedwongen kunnen worden zich hieraan te houden. De les van Griekenland is: dit is eens en nooit weer.  Uit de geschiedenis van het Nederlands referendum over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa valt dezelfde les te leren.

     

    Ewout Klei is politiek historicus

    Tags: David Cameron, Europese Unie, Geert Wilders, Griekenland, Guy Verhofstadt
    Read More