Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Meindert Leerling: KANTTEKENINGEN BIJ BOEK VAN GOD LOS

    0

    KANTTEKENINGEN BIJ BOEK ‘VAN GOD LOS’

    http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/9/9e/Fractievoorzitter_Leerling_%28RPF%29_-_NL-HaNA_Anefo_932-3201_WM465.jpg/640px-Fractievoorzitter_Leerling_%28RPF%29_-_NL-HaNA_Anefo_932-3201_WM465.jpg

    Beste Ewout en Remco,

     

    Met veel belangstelling, genoegen en vaak ook instemming heb ik jullie boek ‘Van God Los’ gelezen. Met name de weergave van historische feiten zijn voor zover ik daar een oordeel over mag hebben over het algemeen correct. Mijn complimenten. Het boek leest ook vlot en is een goede weergave van ontwikkelingen in de laatste 50 jaar. Nuttig dat dit op schrift staat. Belangrijk vind ik ook dat jullie de genoemde personen en hun organisatie in hun waarde laten. Dat laat onverlet dat ik hier en daar wat opmerkingen heb en wil jullie die vanuit ‘een positieve grondhouding’  toesturen.

     

    Hopelijk stellen jullie een en ander op prijs.

    Hartelijke groet

    Meindert

     

     

    Pag. 32:

    –          Het is onjuist te stellen dat de radicale afwijzing van homoseksualiteit in de ChristenUnie tot het verleden behoort. Die afwijzing heeft namelijk nooit bestaan. Zij die zich als LID hebben aangemeld worden nimmer bevraagd over kerkelijke herkomst of seksuele voorkeuren. Arie Slob was overigens met zijn antwoorden op het randje of er net over heen. De partij heeft in 2008 besloten en dat besluit is nooit herroepen, dat zij die de partij in besturen of politiek gremia VERTEGENWOORDIGEN zich wat de relatievorm betreft moeten houden aan wat in het verkiezingsprogramma staat. Daarin is bepaald dat alleen een wettig huwelijk tussen een man en een vrouw als enige legitieme relatievorm wordt erkend. Met andere woorden: zij die er een andere relatie op nahouden (bij voorbeeld ongehuwd samenwonen) kunnen de partij niet vertegenwoordigen. De partij heeft geen moreel oordeel uitgesproken over het praktiseren van een homoseksuele relatie, maar de bepaling uit 2008 is helder.

    –          Ook voorgangers van Van der Staaij zoals Van der Vlies en Van Rossum heb ik nooit op ‘preken’ kunnen betrappen.

    Pag. 34:

    –          Het is wel erg sterk uitgedrukt dat de ChristenUnie ‘steeds meer verscheurd wordt door de tegenstelling orthodox-christelijke identiteit en behoefte in de hedendaagse politiek een inbreng te hebben’. Ik geef toe dat er een spanningsveld kan zijn, maar de ChristenUnie en de voorgangers GPV en RPF zijn al sinds jaar en dag actief in het besturen van gemeenteraden, dan wel provinciale staten.

    Pag. 35:

    –          Onderaan de pagina wordt gesproken over drie christelijke partijen. Dat is onjuist. Het CDA is geen christelijke partij in de klassieke zin van het woord en menigeen erkent dat al sinds de oprichting van de partij. Het CDA houdt echter de schijn op om zodoende orthodoxe christenen die niet verder kijken dan hun politieke neus lang is aan zich te blijven binden.

    –          Terecht wordt vastgesteld dat christenen in seculiere partijen ‘geen poot aan de grond krijgen’. Zelfs in het CDA krijgen ze geen kans om bv in de Tweede Kamer Bijbelse principes als norm uit te dragen.

    Pag. 41:

    –          Den Uyl had destijds een punt. Voor de kleine christelijke partijen is de helft plus 1 niet de absolute norm om te beoordelen  of iets goed of fout is. Zijn verwijt dat SGP, GPV en RPF daarmee ondemocratisch waren was echter  volstrekt onjuist. Dat hebben we hem proberen duidelijk te maken en ook in zijn eigen partij schaamden diverse Kamerleden zich voor zijn uitlatingen.

    Pag.45:

    –          Als ik alleen voor de RPF mag spreken: ons streven was een Nieuw Nederland naar Bijbelse normen. Te bereiken via democratische weg. Wie de meerderheid heeft, kan ook beleid bepalen. Dan doen socialisten en liberalen ook. Dat behoeft beslist niet te betekenen dat andersdenkenden in hun rechten worden beperkt. Het is maar wat je onder rechten verstaat. Ieder mens heeft zich te houden aan de wet. Ook de wet die jou in principe niet zint. Dat is overigens heel wat anders dan gewetensdwang. Dat is beslist not done.

    Pag. 46:

    –          Het staat nog maar te bezien dat de ChristenUnie na 2000 (na de fusie?) van het ideaal van Nederland als protestantse natie is afgestapt. Het GPV had zo’n ideaal. De RPF was ruimer door te stellen een Nieuw Nederland naar Bijbels normen. Volgens de Bijbel is elk mens geroepen die normen na te leven (Prediker 12:13). De ChristenUnie belijdt nog altijd dat de overheid dienares van God is en daarmee wordt de God van de Bijbel bedoeld. Overheid en samenleving moeten derhalve doen wat die God van elk mens vraagt.

    Pag. 56:

    –          De passage over mijn TV-optreden vind ik een dissonant. Kritiek mag natuurlijk, maar het moet terecht zijn. Ik kan me in wat is geschreven beslist niet herkennen en weet niet of de schrijver op grond van eigen waarneming een en ander heeft opgetekend of dat hij dit van derden heeft. Nooit heeft mij van welke kant dan ook het verwijt bereikt dat ik als een ‘drammerige preker overkwam’.  Ik zou daar graag een voorbeeld van hebben. Wel is het goed te beseffen dat zowel in de begintijd van de EO en later ook van de RPF de TV werd gebruikt om de eigen achterban te bereiken en duidelijk te maken waarvoor je stond en wat je aan opvattingen had. Dat ik ‘geen harten wist te veroveren’ staat maar zeer te bezien. De RPF bleef ondanks interne problemen toch in de Kamer en zowel het ledental als het stemmental namen na de in 1985 afgesloten crisis weer toe. In 1989 scheelde het maar een haar of we hadden weer op twee zetels gestaan.

    Pag. 96:

    –          Het is opvallend dat de naam van Henk van Rossum in het hoofdstuk over de emancipatie bij de SGP niet wordt genoemd. Hij was de eerste niet-predikant die fractievoorzitter werd van de SGP en hij doorbrak in 1982 het TV-taboe enigszins. Hij kwam niet voor de camera, maar gaf wel een commentaar op de Troonrede en liet daar een foto van hem bij plaatsen.

    –          Het citaat over ‘het schatje met een hoog knuffelgehalte’ is ten onrechte aan Ria Beckers-de Bruijn toegeschreven. Het was staatssecretaris Elske ter Veld die deze woorden in de mond nam.

    Pag. 99:

    –          De uitspraken van de SGP over de verhouding tot Israël zijn mede ingegeven door wat de RPF van stonde aan in het Verkiezingsprogramma had staan. Ik denk met name aan de positie van Jeruzalem. De RPF betitelde de stad vanaf het eerste begin als ‘de ondeelbare hoofdstad van de staat Israël’. De SGP volgde daarin later. Het GPV liet zich in deze niet uit.

    –          Een klein jaar geleden heb ik in het RD meer samenwerking tussen ChristenUnie en SGP bepleit. Waarom wel samen in Europa en in diverse raden en staten en niet in Den Haag?

    Pag. 106:

    –          De waarneming van het verschil in stijl tussen Schutte en Leerling is juist. Ik ben blij dat ook de schrijvers, zoals ik ook al vaker hoorde van collega-Kamerleden, hebben vastgesteld dat ik overheid en volk opriep terug te keren naar de christelijke moraal. De RPF had immers als leuze: een Nieuw Nederland naar Bijbelse normen. Er zal hier en daar wel hoon hebben opgeklonken, maar daar heb ik zelf weinig van bespeurd. Sterker, ik zou namen kunnen noemen van collega’s uit de fractie van bij voorbeeld VVD en D66 die mij aanspoorden daarmee door te gaan. Ze lieten weten blij te zijn dat het geluid van de RPF in de Tweede Kamer klonk, omdat ze er in principieel opzicht geheel mee eens waren, maar dit in hun eigen fracties niet meer konden zeggen…..

    Pag. 107:

    –          De naam ChristenUnie zaaide inderdaad verwarring. Was en ben er niet gelukkig mee. Het verwees niet naar een ideologie, maar naar een bepaalde groep mensen. Dat gevaar dreigt nu ook in de discussie over de grondslagformule.

    Pag. 108:

    –          Gang van zaken rond Unieverklaring en Uniefundering zijn correct weergegeven en gelukkig heeft men in 2000 gekozen voor de huidige aanpak al staat die in onze dagen weer ter discussie. Denk aan rede Veling die naar mijn mening overigens weinig weerklank vindt in de ChristenUnie.

    Pag. 109:

    –          Of het juist is te stellen dat de fusie bedoeld was om meer macht te krijgen, betwijfel ik zeer. Daarnaast was Eimert van Middelkoop zeker niet de enige die in deze bedenkingen had. Christenen moeten niet streven naar macht, maar moeten Bijbels genormeerde politiek  bedrijven. Als men wordt gevraagd mee te doen in colleges of regering kan men onder duidelijk te stellen voorwaarden aanschuiven.

    –          De constatering dat Veling niet geschikt was voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer was inderdaad van tevoren bekend en het is dramatisch voor hem dat het op een mislukking is uitgelopen. Dat lag niet in de eerste plaats aan hem, maar aan de partij die alles deed (met name van GPV-zijde) om het lijsttrekkerschap van Leen van Dijke te voorkomen.

    Pag. 112:

    –          Om Eimert van Middelkoop te betitelen als een slechte minister gaat me beslist te ver. Heb heel andere geluiden gehoord. Dat hij fouten heeft gemaakt mag waar zijn, maar tegen de brute krachten van Verhagen zijn maar weinigen opgewassen. Niettemin had met name Rouvoet in die tijd wel wat feller van zich mogen afbijten om zijn minister in bescherming te nemen.

    Pag. 113:

    –          De kritiek op Tineke Huizinga is ook ongenuanceerd. Ze werd inderdaad op een ongelukkige post neergezet. Maar om haar kwalijk te nemen, dat ze in De Wereld Draait Door  niet meteen kon zeggen welke affiniteit ze met V&W had, vind ik wat onheus. Helaas wordt in deze regels niet vermeld dat ze als minister van Milieu juist heel goed heeft gefunctioneerd.

    –          Onderaan deze pagina wordt mijn naam nog een keer opgevoerd. Het gaat om de periode dat de zogeheten Staphorster Variant in zwang was. De RPF heeft toen nooit gehengeld naar regeringsdeelname, maar meerdere malen werd mij gevraagd of we als RPF daartoe bereid waren. Daar heb ik bevestigend op geantwoord, maar zoals ik hierboven al stelde moesten daar wel voorwaarden aan worden gesteld. En dat heeft Rouvoet bij de regeringsdeelname van de ChristenUnie eveneens gedaan. Ook op het punt van de ethische kwesties.

     

    Pag. 114:

    –          De conclusie onderaan deze pagina over de regeringsdeelname van de ChristenUnie is juist. Ik had aanvankelijk grote reserves. Een kleine fractie die tussen de grootheden CDA en PvdA zou worden vermalen en alleen wat zeteltal  in de Kamer interessant was. Rouvoet heeft me persoonlijk in kennis gesteld van de inhoud van het regeerakkoord en dat klonk beslist slecht. Ik heb toen laten weten niet verder op de rem te gaan staan, maar wel gezegd dat papier geduldig is. Met name wat de regeling rond de wachtdagen bij abortus en het vermelden van alternatieve mogelijkheden had er veel kordater moeten worden opgetreden. Men had in 3 maanden een rapport moeten eisen, wetend dat de regeerperiode soms korter is dan je denkt en hoopt. De Gezinsnota van Rouvoet heb ik als een grote teleurstelling ervaren. Dit was geen RPF-stuk. Ook de Emancipatienota van Plasterk was beneden de RPF-maat. De twee ChristenUnie-bewindslieden hadden in het kabinet meer op hun strepen moeten staan. Ze waren inderdaad nodig om het kabinet in stand te houden. Dat is een prijs waard.

    Pag. 116:

    –          Dat de jongere orthodoxe protestanten meer in de lijn van Veling (geen grondslag meer) denken kwam zaterdag 22 november tijdens de discussie over het hertalen van de grondslag beslist niet tot uitdrukking. In tegendeel.

    –          De term ‘steeds meer katholieken’ moet echt met een korreltje zout worden genomen. Zelf ben en blijf ik tegenstander van het in de ChristenUnie toelaten van katholieke christenen omdat zij een andere mens- en maatschappij hebben en zich ook willen laten leiden door Pauselijke uitspraken.

    Pag. 117:

    –          Bij de vergaderingen  van de RPF Federatieraad werden zeker niet allen psalmen gezongen. Ook Gezangen. Opwekkingsliederen waren in die periode minder bekend, c.q. in zwang.

    Pag. 118:

    –          Dat behoudende leden van de ChristenUnie zich langzamerhand meer en meer aangetrokken voelen tot de SGP is een feit. Bestuur en politieke leiders lijken dat nog onvoldoende te onderkennen.

    –          De term ‘getuigenispolitiek’ vind ik erg ongelukkig. Wekt altijd  een verkeerde indruk. De RPF wilde getuigende politiek bedrijven en dat is ook de roeping van de ChristenUnie in deze tijd. Niet in de eerste plaats streven naar de macht, maar getuige van Christus zijn die Koning der koningen is en dus ook in de publieke samenleving moet worden gediend. Getuigende politiek is politiek die vanuit de Bijbelse normen en w aarden op alle politieke terreinen de stem laat horen. Dat heb ik in mij RPF-tijd proberen te doen en dat dienen de vertegenwoordigers van de ChristenUnie blijvend te doen.

    –          Wie de nieuwe ‘ideologische zwaargewichten’ – let vooral op dat laatste woord – is me niet duidelijk. Ik ken ze niet.

    Pag. 119:

    –          De ChristenUnie moet niet ongelijke willen, maar getrouw zijn aan haar opdracht. Zie boven.

    Pag. 134:

    –          Dat katholieken overwegend pro-Europees denken heeft mede te maken met het stille verlangen van herstel van het Romeinse rijk met Rome als hoofdstad. Berlesconi heeft dat een aantal jaren geleden nog eens ruiterlijk toegegeven.

    Pag. 127:

    –          Ben blij dat onderaan deze pagina nu eens zwart-op-wet staat dat de Bijbel in het CDA geen absoluut gezag heeft, maar ‘slechts één van de inspiratiebronnen’.  Dat zouden veel orthodoxe christenen nu eens ingepeperd moeten krijgen. Het CDA is geen christelijke partij. Wordt ook op pag. 128 vastgesteld.

    Pag. 129:

    –          Succes CDA heeft voor een overgroot deel alles te maken met de lijsttrekker, c.q. politieke leider. Lubbers was erg populair. Zijn opvolgers beslist veel minder.

    Pag. 140:

    –          Niet alle Geref. Vrijgemaakten stemden vroeger  ‘vanzelfsprekend’ GPV. Heel wat Vrijgemaakten bleven de ARP en later het CDA trouw. Anderen sloten zich in de jaren 70 aan bij de RPF.

    Pag. 150:

    –          De houding van christenen tegenover homo’s  heeft in het verleden zeker te wensen overgelaten. Ik heb  dat  bij de behandeling van de Algemene Wet Gelijke Behandeling ook ruiterlijk toegegeven. Kreeg er zelfs een compliment voor van het COC bij monde van Henk Krol. Het wordt terecht onderaan pag. 153 geconstateerd.  In 1973 was ik Eindredacteur Informatieve Programma’s TV bij de EO en ik heb toen felle kritiek laten horen op de toen buiten mijn verantwoordelijkheid om uitgezonden programma’s over de problematiek van de homofilie. De homofiele geaardheid. Met name bij de omroep (NOS) heb ik met diverse homo’s prima samengewerkt. Punt is alleen dat christenen op grond van de Bijbel de vrijheid moeten hebben en ook mogen en moeten zeggen dat een homoseksuele relatie met iemand  van hetzelfde geslacht in strijd is met de Bijbel. Dat heeft de ChristenUnie zoals al eerder opgemerkt  in 2008 ook vastgelegd. Helaas hebben Rouvoet (pag. 156) en later Slob (pag. 159) dat in TV-uitzendingen niet helder gecommuniceerd. We leven echter in de tijd die vergelijkbaar is met bijna 2 eeuwen geleden toen Groen van Prinsterer verzuchtte: “Vrij zijt ge, maar wee u wanneer ge uw vrijheid niet gebruikt naar mijn wenken en voorschriften.” Het ging na de revolutionaire jaren om de liberale geest die toen woei.

    Pag. 173:

    –          Over het fenomeen ‘Mensenrechten’ zou ik nog wel eens een fundamentele discussie in de ChristenUnie willen voeren. Wat mij betreft dienen die Mensenrechten de Bijbelse toets van de kritiek doorstaan. Niet de mensrechten, maar de Bijbelse normen zijn voor christenen alles bepalend.  De vrijheid is dus niet absoluut (pag. 186) zoals tegenwoordig vaak wordt beweerd. De mensenrechten krijgen dan de allure van een religie.

    Pag. 180:

    –          De suggestie die onderaan pagina 180 wordt gewekt alsof o.a. de RPF in het verleden voorstander was van discriminatie werp ik verre van me. De fractie van de RPF heeft bij de behandeling van de Grondwetswijziging van 1983 in tweede lezing (de eerste lezing werd gehouden voordat de RPF in de Kamer vertegenwoordigd was) wel de nodige kanttekeningen gemaakt bij artikel 1, maar dat ging over de in eerste termijn aangenomen wijziging “op welke grond dan ook”.  Dat vonden wij veel te vrijblijvend en hebben toen o.a. op de positie van de homoseksuele leraren in het christelijk onderwijs gewezen. Uitsluiten op grond van principes is geen discriminatie, want zij die een homoseksuele relatie hebben kunnen op tal van scholen wel terecht. Zie nogmaals uitspraak Groen.

    Pag. 184:

    –          Op pagina 184 en ook 185 worden terecht goede woorden gesproken over Europarlementariër Peter van Dalen.

    Pag. 187:

    –          Ik was het destijds volledig eens met Kees van der Staaij. In beginjaren 70 maakte ik voor de EO enkele documentaire over de problematiek van de abortus-provocatus. Toen konden wetenschappers al aantonen dat verkrachtingen niet altijd tot een zwangerschap leidden. Sterker: het gebeurde doorgaans niet. En dat blijkt ook uit de cijfers van het ministerie van Volksgezondheid. Slechts 7% leidt tot zwangerschap. Dat is toch percentagegewijs gerekend bijna verwaarloosbaar. Zaak waar het om ging is, dat vrouwen die riepen verkracht te zijn bijna automatisch recht hadden op abortus. Of dat een smoes was, werd (en wordt naar ik vrees) niet onderzocht. Daar moet terecht wat aan worden gedaan en het is onbegrijpelijk dat er zo fel op deze zaak is gereageerd. Goed dat in deze de cijfers nog eens op tafel kwamen.

    Pag. 190:

    –          Het was destijds de VVD-voorzitter Haya van Someren-Downer die tegenstemde en dat niet om partijpolitieke motieven deed, maar  omdat ze persoonlijk legalisering van abortus-provocatus afwees.

    Pag. 191:

    –          De RPF wordt genoemd bij partijen die bezwaar maakten tegen het abortus-voorstel van CDA en VVD. Op zich juist, maar de RPF was toen nog niet in de Kamer vertegenwoordigd en past dus niet in het genoemde rijtje.

    Pag. 192:

    –          De uitspraak van Ineke Haas-Berg was natuurlijk wel erg opmerkelijk. GPV en SGP hebben in dat abortusdebat gewoon hun visie gegeven, maar dat was al tegen het zere been. Over democratie en tolerantie gesproken! (Zie nogmaals uitspraak van Groen).

    –          De uitspraak van Deetman was kenmerkend voor het CDA. De helft plus 1 beslist. Geen hogere normen waaraan je je opvatting moet toetsen.

    Pag. 193:

    –          In die periode kende de vaste Kamercommissie Volksgezondheid een jaarlijkse toetsing van de Wet afbreking zwangerschap. Die kans grepen de kleine christelijke partijen aan om nogmaals hun standpunt weer te geven en ook voorbeelden van ontsporingen te geven. Mede op dringend verzoek van het CDA is die periodieke toetsing afgeschaft. Men wilde niet steeds met het verleden worden geconfronteerd.

    Pag. 194:

    –          De opmerking van Kohnstamm sloeg nergens op. Je mocht over deze kwestie gewoon niet meer discussiëren. Gepasseerd station. Zie nogmaals de opmerking van Groen.

     

    Pag. 196:

    –          De laatste alinea vind ik neerbuigend richting o.a. Van der Staaij en toont hoe weinig begrip er bestaat voor het wezen van Bijbelgetrouwe politiek. Het gaat daarbij namelijk in de eerste plaats om te getuigen van de waarheid en van de Bijbels normen die voor alle mensen gelden. Of men het gelooft of niet. Of men luistert of niet. Seculiere meerderheid is niet bepalend voor de boodschap van de Bijbelgetrouwe partijen.

    Pag. 205:

    –          Het was uiterst teleurstellend dat koningin Beatrix de Wet Afbreking Zwangerschap ‘bij de gratie Gods’ heeft ondertekend. Ze had het voorbeeld van koning Boudewijn in België moeten volgen als een helder getuigenis.

    Pag. 206:

    –          Erkennen dat Nederland een seculier land is, behoeft niet te betekenen dat je je als christen in de politiek daarbij neerlegt. Het blijft een kwestie van getuigen omdat we mogen weten dat de Bijbelse normen voor mens en samenleving veruit het beste zijn voor iedereen.

    Pag. 208:

    –          Slotalinea spreekt mij in het geheel niet aan.

     

     

    Hartelijke groet

    Meindert Leerling

    December 2014

    Tags: CDA, ChristenUnie, Meindert Leerling, Remco van Mulligen, RPF
    Read More
  • Fusie SGP en ChristenUnie een kwestie van tijd

    0

    http://4.bp.blogspot.com/_2-xp8Clluac/S-pkCczWn-I/AAAAAAAAALA/6PaC34ymPsA/s1600/SGP+Poster.png

     

    Onderstaande artikel stond in het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 7 september 2013.

     

    Eén conservatief-christelijke fractie waarin de SGP en de ChristenUnie opgaan, is een kwestie van tijd, betogen Simon Otjes en Ewout Klei.

    De laatste barrière die de SGP en de ChristenUnie weerhield om met elkaar te fuseren, is geslecht. De SGP laat niet alleen formeel vrouwen toe op haar lijst. In Vlissingen voert Lilian Janse daadwerkelijk de lijst aan. Een reden om te kijken naar het verleden en de toekomst van de samenwerking tussen de SGP, de ChristenUnie en haar voorgangers RPF en GPV.

    De belangrijkste thema’s die SGP, RPF en GPV onderscheidden waren de positie van vrouwen en de relatie tussen kerk en politiek.

    In 1975 werd de RPF opgericht. De oprichters van de RPF voelden zich aangetrokken tot GPV en SGP, maar vonden het toch noodzakelijk een eigen partij te beginnen. Tot het GPV konden ze niet toetreden: die partij liet alleen maar mensen toe die lid waren van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

    Bij de SGP voelden RPF’ers zich niet thuis omdat die partij vrouwen niet accepteerde als lid en bovendien vond dat de overheid de taak had om „valse godsdiensten” te weren.

    Mijlpaal

    In de jaren tachtig en negentig groeiden de partijen naar elkaar toe. Een mijlpaal was de gezamenlijke SGP/RPF/GPV-lijst tijdens de Europese verkiezingen van 1984. Zo kon het geluid van de Reformatie gehoord worden in Brussel.

    Het GPV kreeg in de jaren tachtig een centrumlinks profiel en streed tegen werkloosheid en voor het milieu. De SGP en de RPF bleven in rechts vaarwater. In de tijd van paars zette de RPF echter ook een christelijk-sociale koers in.

    De SGP veranderde ook. In 1984 legde de partij formeel vast dat vrouwen geen lid mochten worden. Daarvoor was de heldere formulering over de rol van de vrouw in het beginselprogramma voldoende geweest. Meerdere malen drijft een vrouwelijke kandidaat een wig tussen RPF en GPV enerzijds en SGP anderzijds. In 1994 was de mogelijke kandidatuur van een vrouw reden voor de SGP om de samenwerking in Europa op het spel te zetten. De vrouw trad terug.

    Binnen het GPV werd er gaandeweg meer ontspannen gedacht over niet-vrijgemaakten. In 1993 werd de partij opengesteld. In 2000 vormden het GPV en de RPF de ChristenUnie. De SGP bleef echter vasthouden aan haar onafhankelijkheid.

    Ontspannen

    Vanwege haar christelijk-sociale profiel sloot de ChristenUnie zich in 2007 gemakkelijk aan bij het centrumlinkse kabinet-Balkenende IV. Later voerde de partij oppositie tegen het rechtse kabinet-Rutte I. De ChristenUnie was een partij geworden die stond voor een duurzame economie, een sociale overheid en een ontspannen samenleving.

    Lokaal werkte ze gemakkelijk samen met partijen als GroenLinks: in Haren leverden ze bijvoorbeeld samen één wethouder. Dat er fundamentele verschillen met partijen als GroenLinks bleven bestaan, blijkt wel uit de moeizame discussie over het passief kiesrecht van homo’s binnen de ChristenUnie.

    Gedoogpartner

    In tegenstelling tot de ChristenUnie zag de SGP Rutte I wel zitten. De partij kon zich goed vinden in het rechtse economische beleid van dit kabinet en in de kritiek van gedoogpartner PVV op de islam en op Europa.

    Het vrouwenstandpunt bleef ChristenUnie en SGP verdelen. In 2009 kwam het tot een breuk in het Europees Parlement. De Britse Conservatieve Partij vormde een fractie om zich heen van niet-extremistische eurosceptici. De ChristenUnie mocht meedoen van de Tories, de SGP werd vanwege haar vrouwenstandpunt buitengesloten.

    Anno 2013 is de kloof tussen SGP en ChristenUnie een stuk kleiner. Dat SGP niet langer vrouwen weert is een belangrijke stap. In 2006 had de SGP onder druk van de rechter vrouwen al het recht gegeven om lid te worden van de vereniging. In 2013 dwong het gerechtshof de SGP om vrouwen ook het passief kiesrecht te geven: Janse is de eerste die daarvan gebruikmaakt.

    Daar komt bij dat de ChristenUnie is verrechtst. Het verlies bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 werd –onterecht– verklaard door de linkse koers van de partij. De ChristenUnie besloot vervolgens een rechtsere sociaaleconomische koers te varen. Daarnaast liet de partij zich ook kritischer uit over de islam. Hiermee zijn de barrières tussen ChristenUnie en SGP geslecht.

    CPN

    Nu de SGP vrouwen toelaat zijn, ze welkom in de Conservatieve Europese fractie. Een conservatief-christelijke fractie in de Tweede Kamer, een Christelijke Partij Nederland (CPN), is een kwestie van tijd.

     

    De auteurs zijn respectievelijk politicoloog en historicus. Otjes is werkzaam bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen en het landelijk bureau van GroenLinks. Klei promoveerde in 2011 op het GPV. In november verschijnt zijn boek ”Van God los. Het einde van de christelijke politiek?” dat hij schrijft met Remco van Mulligen.

    Tags: ChristenUnie, CPN, GPV, RPF, SGP
    Read More
  • Dutch orthodox-protestant parties and the ghost of the French Revolution

    0

    Dutch Orthodox Protestant Parties and the Ghost of the French Revolution

    Ewout Klei

     

    Some events have had a great impact on history, creating a collective memory like the Second World War, or more recently 9/11. The impact of these events not only serves to inspire many writers.  It also plays an important role in the political debate even in the present day. The memory of the Second World War separates good from evil in the Western world. Democracy, freedom of expression and toleration of ethnic minorities are right, while dictatorship, censorship and discrimination are wrong. The memory of 9/11 has a similar moral function. In the Western view democracy, patriotism and women’s rights are good, while terrorism, religious fundamentalism and a traditional patriarchal society are evil.

    The aftermath of the French Revolution of 1789 created a collective memory in the nineteenth century heavily impacting the political debate. On the one hand, the ideals of the French Revolution – liberty, equality and fraternity – contributed greatly to the development of three political ideologies: liberalism (freedom), socialism (equality) and nationalism (fraternity).  On the other hand, there were also political ideologies which opposed the French Revolution and its ideals. Conservatism, developed by political philosophers such as the Anglo-Irish politician Edmund Burke, the francophone writer Joseph de Maistre and the German ecclesiastical lawyer Friedrich Julius Stahl, promoted traditional and Christian values and institutions and defended the privileges of both the nobility and the State Church.

    In the Netherlands the French Revolution was heavily criticized by Guillaume Groen van Prinsterer, a devout Christian historian and politician. Groen was influenced by Burke and Stahl and promoted his own orthodox-protestant version of conservatism. But Groen did not call himself a conservative, a counter-revolutionary or a reactionary. He rejected the entire available spectrum of political positions, promoting a “radical alternative in politics, along anti-revolutionary, Christian-historical lines”.[1] The real political antithesis was not the antithesis between conservatism and progressivism, but the antithesis between belief and unbelief.

    According to French revolutionaries sovereignty resides in the people and not in God. For this reason Groen condemned the French Revolution as unbelief, as a rebellion against the authority of God. Other revolutions, for example the Belgian Revolution of 1830 and the Spring of Nations of 1848, were also condemned by Groen. In fact, all revolutions and all non-Christian ideologies were considered unbelief, and therefore should be condemned. To the contrary, however, the Dutch Revolt in the sixteenth century against Spain was approved by Groen, because this was a Calvinist rebellion against Catholic Spain and the Dutch rebels acknowledged God’s sovereignty.  Their rebellion was not motivated by revolutionary ideas but by Christian principles.

    Groen is the godfather of the anti-revolutionary movement in the Netherlands. Not only the Anti-Revolutionary Party (1879-1980) of Abraham Kuyper (1837-1920) was part of this movement,  but also the Christian-Historical Union (1908-1980) of A.F. de Savornin Loman (1837-1924), and small orthodox protestant parties like the SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij,  Political Reformed Party) (1918-), the GPV (Gereformeerd Politiek Verbond, Reformed Political Alliance) (1948-2000) and the RPF (Reformatorische Politieke Federatie, Reformed Political Federation) (1975-2000).

    The ARP and CHU often participated in the Dutch government. The ARP represented approximately 10% of the Dutch votes, and the CHU 8%. Before World War II, they had a dominant role in Dutch politics because the largest political party, the KVP (Katholieke Volks Partij, Catholic People’s Party) preferred coalitions with these Protestant parties. Many Dutch people still considered the Netherlands to be a Protestant nation. After the war, however, the KVP for some time preferred coalitions with the PvdA (Partij van de Arbeid, Labour). In response to secularization and the loss of votes, the ARP, CHU and KVP decided to merge. In 1980 the Christian Democratic Appeal was founded, a Christian democratic party for Protestants and Catholics, but also for Muslims and other non-Christians. In its heyday the CDA represented 35% of the votes.

    The SGP, GPV and RPF together represented 5% of the Dutch votes. These small Christian parties were testimonial parties and focused on their principles, instead of adapting them to local or temporal issues in the pursuit of coalition government participation. Theirs was a marginal role in Dutch politics. The SGP, GPV and RPF each believed itself to be the true heir of Groen’s legacy.

    In 2000, the GPV and RPF merged into the ChristenUnie (ChristianUnion), representing 3% of the Dutch votes. The ChristenUnie did not want to stay a testimonial party. From 2007 to 2010, it participated in a centre-left government coalition. The SGP too aspired to more influence on the government. From 2010 to 2012, the SGP gave passive support to the centre-right minority coalition.

    Figure 1: Protestant Parties in the Netherlands

    This paper will research the function of the ghost of the French Revolution and the legacy of Groen van Prinsterer in the political ideology of the orthodox protestant parties SGP, GPV, RPF and ChristenUnie from 1945 to the present. Why was the French Revolution so important for the collective memory and identity for these parties, even after other big historical events, such as World War II and the September 11 attacks?

     

    Fighting the ghost: Verbrugh’s vision

     

    One of neo-Calvinism’s most peculiar political philosophers is A.J. Verbrugh. He was the ideologue of the GPV and represented the party from 1971 to 1981 in Dutch Parliament.[2] Verbrugh was steeped in the ideas of Groen, especially those concerning the ideal of the Christian State. Groen criticized the Dutch liberal constitution of 1848 because of its ungodly and revolutionary principles, but his criticism was theoretical and he did not develop a real alternative. Verbrugh did. In response to the secular constitutions of the Netherlands and of France, he advocated a Christian constitution based on God’s Law.

    The French constitution of 1791 originally stemmed from the Declaration of the Rights of Man and the Citizen of 1789. This Declaration had a humanist spirit and advocated the political principles of the Enlightenment: authority is not God-given but comes from the people, humans have inalienable human rights, and society is made up of individuals with equal rights, instead of different groups with different privileges.

    The French Declaration had a strong influence on the Dutch civil rights. In 1796, one year after the French armies invaded the Netherlands and the Batavian Republic was established, church and state were separated. Before 1796, only members of the Dutch Reformed Church were allowed to occupy public positions. The Batavian Republic’s first National Assembly, however had Catholic, Jewish and Protestant dissenter representatives. However, when Emperor Napoleon met his Waterloo at Waterloo and the House of Orange regained its power, the separation of church and state was made undone. After 1848 Catholics, Jews, Protestant dissenters and new groups like atheists were fully emancipated , thanks to the new liberal constitution of Johan Rudolf Thorbecke.

    Because of its influence on the Dutch constitution, Verbrugh pays much attention to the French Declaration in his magnum opus Universeel en antirevolutionair (Universal and Antirevolutionary). The French revolutionaries borrowed the familiar iconography of the Ten Commandments and wrote their Declaration on two tables of stone (see figure 2). This could be considered as a rebellion against God. For Christians the Ten Commandments are the Law of God, written by God himself. The Declaration on the other hand is the Law of Man, written by the representatives of the People.[3]

     

    Figure 2: The Declaration of the Rights of Man and the Citizen (1789)

     

    According to Verbrugh, a good constitution is based on the Law of God. Verbrugh therefore advocates a Christian constitution with an explicit reference to God. A Christian constitution protects the Christian State against the (possibly unchristian) will of the majority, in order to preserve the Christian identity of the nation.

    For extra protection, Verbrugh promotes the establishment of a Supreme Court with authority to overrule democratic lawmaking by Parliament. The Supreme Court will be presided by the king, thereby increasing royal political powers.[4] The vision of Verbrugh is a departure from the separation of powers, defended by the French philosopher Montesquieu. The power of the legislature is thus strongly limited.

    It is possible that Verbrugh’s ideas for constitutional reforms were inspired by F.C. Gerretson, an ultra-rightwing member of the CHU who flirted with fascism in the Interwar Period. In the year 1934 Gerretson wrote a controversial booklet called Koninklijk kabinet of dictatuur? (Royal Cabinet or Dictatorship?)  In this pamphlet Gerretson advocated an authoritarian government, headed by the Dutch monarch, and wanted to limit the power of parliament.[5] After the war Verbrugh advocated the same ideas and he called Gerretson a ‘great Dutchman’, because of his staunch opposition to the decolonization of the Dutch East Indies and to European integration.[6]

    In Universeel en antirevolutionair, Verbrugh makes perfectly clear that he is not in favor of a democratic government. He links democracy with popular sovereignty, which was fiercely condemned by Groen van Prinsterer. Verbrugh cites approvingly a statement by Groen (who, in turn, cited the Swiss Protestant Alexandre Vinet) concerning the impossibility of a Christian democracy, because “in such a combination of words the noun devours the adjective.”[7] According to Verbrugh, the Dutch political system is not a democracy but a constitutional monarchy with a parliament, universal suffrage, and important fundamental rights such as the freedom of religion. Despite the fact that Verbrugh opposes democracy, he does not advocate the idea of theocracy. Verbrugh advocates freedom of religion and opposes discrimination and persecution of religious minorities and does not want to revoke the civil rights of Catholics, Jews or even atheists. Furthermore, he rejects the idea of a state church. The fact that the state should be a Christian state, does not mean that the state has to recognize one church as the true church.[8]

    For the GPV the ghost of the French Revolution was an important identity marker. In 1976 the party commemorated Groen van Prinsterer, who had died a century before. The GPV invited only the SGP for this celebration, not the ARP or CHU. According to Verbrugh, these two moderate Protestant parties had betrayed the anti-Revolutionary legacy of Groen. “The Christian democratic parties have lost their chance to be strong in the fundamental debate, because they have surrendered to the ideology of neutrality.”[9]

    A year later, during the general elections campaign, the GPV attacked the CDA. In 1977 the ARP, CHU and KVP still existed as separate political parties, but for the first time they joined forces in the elections and presented a common CDA list. Party leader Dries van Agt (a Roman Catholic) said at the CDA congress  that there were three ideological movements in the Netherlands: the liberals who were the party of freedom, the socialists who were the party of equality and the Christian democrats who were the party of brotherhood. The GPV fiercely condemned van Agt’s statement. The Christian democrats now exposed themselves as a Revolutionary party. The GPV of Verbrugh on the other hand was, of course, loyal to the anti-Revolutionary principles of Groen. In fact, the GPV was one of the few political parties to still resist the dangerous ideas of the French Revolution and uphold the belief that all authority was God-given.[10]

    Verbrugh left Parliament in 1981. Verbrugh’s successor Gert Schutte was not an intellectual but his colleague Eimert van Middelkoop, Member of Parliament from 1989 to 2002, was. Van Middelkoop considered himself as Verbrugh’s political pupil and defended his master’s voice both in Parliament as well in the Groen van Prinsterer Stichting, the political think tank of the GPV. According to Van Middelkoop the Netherlands were ruled by a democratic consensus. Of course, the liberals of the VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, People’s Party for Freedom and Democracy), the social-democrats of the PvdA, the social-liberals of D66 (Democraten 66, Democrats 66) and the Christian democrats of the CDA had different opinions about some political issues, for example the economy and the welfare state. In principle, however, they shared the same democratic ideology. They were all heirs of the French Revolution. These democratic parties all supported the ideas of equality, the right of self-determination and popular sovereignty. Only the GPV, SGP en RPF, the heirs of Groen van Prinsterer, resisted the democratic doctrine and remained loyal to their own beliefs. For this reason the small Christian parties were alienated by a democratic and secular majority who did not reckon with their conscientious contributions to the political debate.[11]

    It is worth mentioning that Van Middelkoop was more cautious than his mentor. He did not attack democracy as such, only the democratic consensus. Where Verbrugh uses Groen’s anti-democratic analysis to formulate an alternative political system, Van Middelkoop uses the analysis of both Groen and Verbrugh to portray the small Christian parties as endangered parties, marginalized by the majority. He hereby contributed strongly to the orthodox Protestant self-image as a tiny group of faithful Christians in a secular society, threatened by a hostile majority whose secret goal is to expel them, an image the GPV shared with the SGP and RPF. Verbrugh himself did not use this image because he was an optimist who thought that his ideal of a Christian state was within reach. In response to the secularization of Dutch society the GPV became more pessimistic. Especially during the two Purple Coalitions (1994-2002), when Christian parties for the first time since 1918 were excluded from government and euthanasia and same-sex marriages were legalized, the GPV feared that the ghost of the French Revolution had definitely won.

    The anti-democratic and anti-theocratic vision of Verbrugh makes his political philosophy quite unique. His political pupil van Middelkoop used his political philosophy in a different context and portrayed the small Christian parties as marginal parties, endangered by a democratic and secular majority. The SGP and RPF also considered themselves as heirs of Groen. The way they approach the French Revolution is quite similar, though not identical.

     

    Fighting the ghost: Spiritual warfare

     

    Verbrugh approached the French Revolution in a very elementary way: its constitutional legacy must be stopped, and therefore the state must introduce a Christian constitution. This approach can perhaps be explained by the rational Calvinist culture of the Reformed Churches (Liberated) in the Netherlands. All members of the GPV were members of this church. The theology of this church is strictly orthodox as well as rational. Liberal theology of course is fiercely condemned by Liberated Reformed theologians, but humans are rational beings and are able to understand the Word of God.

    In contrast to the culture of the GPV and the Liberated Reformed pillar, the political cultures of the SGP and the RPF were less political, less rational and more spiritual.  Nevertheless they shared with the GPV a similar self-image, that of a group of true Christians who were marginalized or even persecuted by a hostile secular majority.

    The SGP, established in 1918, was first led by strongly Calvinist theologians. In its early years the ultra-orthodox party warned against modernity, rejected the authority of both parliament and democracy and in its opinion, the Roman Catholic Church was the Antichrist. The party was in fact far more radical than the godfather of the anti-Revolutionary movement Groen van Prinsterer himself, who accepted parliament and tolerated (to a certain degree) the Roman Catholics. Reverend G.H. Kersten, the first party leader of the SGP, however often cites anti-Catholic phrases from the works of Groen. His main purpose was to show the ARP and the CHU that they have betrayed Groen’s legacy because they formed a government coalition with the Catholics. Under the leadership of Kersten the SGP was a true testimonial party. Kersten was a dishonored prophet. In parliament nobody really listened to his warnings or took him seriously.[12]

    After World War II the SGP became less counter-revolutionary and more anti-revolutionary. The party resisted the consequences of the cultural revolution of the sixties, especially feminism and gay rights. In their opinion, the cultural revolution of the sixties was a fruit of the French Revolution of 1789, driven by the same unbelief.[13]

    In 1989, remembering the 200th anniversary of the French Revolution, party leader Bas van der Vlies criticized the legacy of the French Revolution and condemned it in abstract, spiritual language. The French Revolution was the antipode of the Reformation of the sixteenth century. The Revolution was rebellion against God, the Reformation was submission to God. The French Revolution was human pride, “a new Tower of Babel”. According to Van der Vlies, “1789 was the year when the political emancipation of unbelief started.”[14] In addition to this, Van der Vlies criticized the Christian democratic party CDA, because this moderate Christian party was reconciliating with the revolution and did not resist revolutionary tendencies. The noun democracy indeed ‘devours’ the adjective Christian.

    The SGP was in favor of Calvinist theocracy. However the party realized that its political ideal was very difficult to achieve. Therefore, the party adopted a defensive strategy.[15] The main purpose of the SGP was to uphold the rights and privileges of ultra-orthodox Protestant Christians as a separate group, the ultra-orthodox Reformed pillar. Ultra-orthodox Protestant parents must have the right not to vaccinate their children and have also the right to send their children to ultra-orthodox Protestant elementary and secondary schools. Furthermore, in municipalities where the SGP does have a majority swimming pools and shops must be closed on Sundays. Finally, the SGP wants to have the right to exclude the election of women in parliament.

    The SGP is threatened by progressive political parties such as the PvdA, D66 and GroenLinks (GreenLeft) and the feminist Clara Wichmann Fonds. They want to force the SGP to treat women and men equally, after all.  The will of the secular majority in the Netherlands, which is quite intolerant towards the convictions and especially the practices of the SGP and the ultra-orthodox pillar it represents, is interpreted in an anti-revolutionary way. During the French Revolution the secular majority brought terror and persecuted Christians who upheld their convictions, the secular majority in the Netherlands is marginalizing these true Christians now and will, so the SGP foresees,  expel them in the future.[16]

    The RPF was even more spiritual in its criticism of the legacy of the French Revolution. The party called itself theocratic in spirit, but considered itself democratic in practice. In 1992 André Rouvoet of the Marnix van Sint Aldegonde Stichting, the party’s think tank, formulated his vision in a quite different way than Verbrugh. Nevertheless his actual political vision was substantially the same. He also advocated a Christian state with freedom of religion for minorities.[17]

    Members of the RPF were Reformed Protestants and evangelicals. The RPF had strong ties with evangelical organizations, like the EO (Evangelische Omroep, Evangelical Broadcasting Company), the EA (Evangelische Alliantie, Evangelical Alliance) and the EH (Evangelische Hogeschool, Evangelical College) in Amersfoort. Together with these organizations, the RPF formed its own pillar, the evangelical pillar.

    The RPF and the evangelical pillar can both be compared with the Christian Right movement in the United States, where evangelical Christians fight a culture war against progressive values. The RPF saw itself not only as a political party in the strict sense, but as a broad social movement. Instead of a defensive strategy the party adopted an offensive, sometimes militant strategy. The struggle against the legacy of the French Revolution was a culture war, a war against feminism, gay rights and ‘ungodly’ science (especially the theory of evolution). Groen van Prinsterer’s critique of the French Revolution was interpreted in an evangelical way.[18] The GPV and SGP were only fundamentalist in theology, the RPF was also fundamentalist in attitude.

    Furthermore, like the other small orthodox Protestant parties the RPF was very fearful of the majority rule. The RPF feared that secular democracy would end in tyranny, like happened during the French Revolution. The democratic majority not only legislated laws, that were considered to be unchristian (the Equal Treatment Act and the laws enabling abortion and euthanasia under certain conditions), but in the view of the RPF also threatened the rights of minorities (especially the rights of orthodox Protestant Christians). According to R.H. Matzken, a philosophy teacher at the Evangelische Hogeschool, Christians are discriminated against by the secular society when they do not submit themselves to the humanist discourse.[19]

    During the Purple Cabinets many supporters of the RPF felt that Christians were being discriminated against, when party leader Leen van Dijke was given a fine of 300 guilders because of the offending nature of remarks he made about homosexuals. In an interview in 1996, Van Dijke said that he considered homosexual people who practice their orientation in the same category as swindlers. Van Dijke himself considered his case as a test case for the freedom of religion in the Netherland. “Are Christians still allowed to repeat what the Bible has to say about this?”[20] In the year 2001 however, he was cleared by High Court. Because Van Dijke’s remarks were based on his religious conviction, he was allowed to make them.[21] The Netherlands were not a secular tyranny yet.

     

    The ghost after 9/11 and the Arab Spring

     

    The Second World War had relatively little impact on the political ideology of orthodox Protestant Christians. Political groups that identified themselves as anti-fascist were (radical) leftwing. Political values which became very important after this war, democracy and non-discrimination, were contested as revolutionary values by the orthodox Protestant parties.

    The political-theological impact of 9/11, however, was greater. The SGP became more and more critical about Islam and developed a hostile attitude towards it. On the other hand, the Roman Catholic Church was no longer seen as a threat. On the contrary, conservative Catholics like Mariska de Haas-Orbàn of the Katholiek Nieuwsblad (Catholic Newspaper) were welcomed as allies. The old Calvinist slogan ‘Rather Turkish than Papist’ was inverted and replaced with the slogan ‘Rather Papist than Turkish’.[22]

    The SGP proposed a ban on minarets, because these were symbols of Islamic imperialism and a threat to Dutch (Judeo-Christian) culture. As such, the Islamic minority of 800,000 people in the Netherlands would be allowed freedom of conscience, but denied freedom of religion. Because theocracy is nowadays associated with (fundamentalist) Islam, the SGP, for opportunistic and strategic reasons, does not use the word theocracy anymore. Party leader Kees van der Staaij has, from time to time, called the SGP democratic, because his party has accepted democracy in practice (though not in principle).

    The vision of the ChristenUnie is more moderate. The party nowadays officially defends democracy, but interprets democracy in an orthodox Protestant way and is still hostile towards the democratic principle of majority rule. According to the ideologues and representatives of the ChristenUnie, Muslim citizens in the Netherlands deserve the same civil and political rights as Christians. Nevertheless they considered (political) Islam as a dangerous threat to (their own limited interpretation of) democracy, but especially to Christians.

    Former party ideologue senator Roel Kuiper, a political pupil of Verbrugh, in 2011 wanted an absolute ban on Sharia legislation in the Dutch constitution, a proposal which was hailed by the populist politician Geert Wilders of the far right PVV (Partij van de Vrijheid, Freedom Party). For Kuiper, the democratic rule of the constitutional state (which he implicitly defined as Christian) was more important than the democratic principle of majority rule. Like Verbrugh he wanted to protect the Christian heritage of the Netherlands by constitutional reforms. Kuiper was afraid for the (theoretical) possibility that if Muslims got a majority in the Netherlands they might pass legislation that threatens the Christian minority.[23]

    Interestingly, party ideologue and current member of parliament Gert Jan Segers, the former director of the Groen van Prinsterer Stichting, the political think tank of the Christian Union, had compared Islam as a political ideology with secularism. In Islamic countries, the rise of Islamic fundamentalism after 9/11 and the Arab Spring threatened the civil rights of religious minorities, especially Christians, who are persecuted. In the Netherlands the rise of secularism threatened the freedom of religion. According to Segers, despite the fact that Christian are (not yet) persecuted, the Dutch situation may develop in the same direction.[24]

    Kees van der Staaij, leader of the SGP, subscribed to Segers’ critical analysis of the situation of Christians in the Middle East during the Arab Spring. He invoked the ghost of the French Revolution explicitly when he wrote about the situation in Egypt after the fall of Mubarak:  “In Egypt it is a time of transformation, a time of hope and fear. In such a time it is very important to draw clear lines, because it may all develop in the wrong way. After the French Revolution at the end of the eighteenth century the guillotine came. After the Iranian Revolution of the twentieth century there came a dreadful dictatorship.”[25]

     

    Conclusion

    It is very interesting to see that despite the fact that history moves on, the historical analysis of the political situation stays the same.  On the one hand, Dutch orthodox Protestant parties were conservative anti-revolutionary in their appreciation and condemnation of the French Revolution. The GPV, SGP, RPF and ChristenUnie have never criticized Groen’s analysis and as such have maintained their vision.

    On the other hand, the actualization of the French Revolution by the orthodox Protestant parties was flexible.  They adapted their vision constantly. The French Revolution was relevant for Verbrugh’s analysis of the Dutch constitution, but it was relevant too for distinguishing themselves from the moderate Christian democratic parties and for their negative reaction to the cultural revolution of the Sixties. Not only liberalism and socialism, but also feminism, the theory of evolution and gay rights were revolutionary. Furthermore, even the Arab Spring of 2011 was interpreted by the small orthodox Protestant parties in an anti-revolutionary, Groenian way.

    Two aspects of the French Revolution in particular were important for the Dutch orthodox Protestant parties:  First, the fact that the French Revolution had a secular foundation, that is, it was rooted in unbelief. Secondly, the fact that the French Revolution resulted in tyranny, and that majority rule is a dangerous threat for Christians. The first aspect has everything to do with the striving of Dutch orthodox Protestant parties to establish a Christian state, the dream of these parties to dominate the political theatre, despite the fact that this was, of course, impossible. The second aspect, however, has everything to do with the greatest fear of these parties, to be subjected to marginalization and repudiation by a hostile society, and perhaps a hostile government.

    Senator Gerrit Holdijk of the SGP once approvingly cited a statement by the theologian A.A. van Ruler, who said that for Christians there were two political realities: theocracy or persecution of Christians.[26] Van Ruler denied the possibility that a Christian minority could participate in a secular society and a secular political system. Both the ChristenUnie and the SGP call themselves democratic nowadays. It is, however, still difficult for them to accept democracy, because their minority opinions often conflict with mainstream opinions in the Netherlands, which are liberal and secular.[27]

    Finally, despite the fact that orthodox Protestant parties say they want to protect the rights of (Christian) minorities, they are often intolerant towards the so called double minorities, people who happen to be a minority of a minority. Within the SGP women do not fit the mold. And for the ChristenUnie the admission of homosexuals is a highly controversial issue. The SGP denies women the freedom to be elected in parliament and therefore equal rights, the ChristenUnie denies freedom and equal rights to homosexuals. The inner-party politics of both parties are therefore very anti-revolutionary because there too orthodox Protestants fight the ghosts of French Revolution.

     

    About Ewout Klei

    Ewout Klei (1981) is specialized in political and religious history. He wrote his master thesis about the Dutch politician Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784). This advocate of the American struggle for Independence and leader of the Dutch patriot movement deeply inspired the populist politician Pim Fortuyn (1948-2002). In 2011 Klei finished his Ph.D.-thesis about the Reformed Political Alliance, a small conservative Christian party in the Netherlands, with little power but from time to time some influence.

    Klei is no writing a book about the end of Christian politics in the Netherlands, and a book about the history of the Dutch Pacifist Socialist Party, a small leftwing party and a predecessor of the GreenLeft.

     

     



    [1] H. Van Dyke (ed. and trans.), Groen van Prinsterer: Lectures on Unbelief and Revolution (Jordan Station: Wedge Publishing Foundation, 1989) 3-4.

    [2] A.J. Verbrugh, Jong zijn en oud worden: (scheppende leiding in een periode vanaf ca. 1920) (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2002).

    [3] A.J. Verbrugh, Universeel en antirevolutionair. Toelichting bij de richtlijnen voor de nationaal-gereformeerde, dat is universeel-christelijke en antirevolutionaire politiek I (Groningen: Vuurbaak, 1980) 36-40.

    [4] Verbrugh, Universeel en antirevolutionair , 67-82.

    [5] F.C. Gerretson, Koninklijk kabinet of dictatuur? Open schrijven aan dr. H. Colijn nopens een actueel vraagstuk van staatkunde en staatsrecht (’s-Gravenhage, 1934).

    [6] A.J. Verbrugh, ‘Prof. dr. F.C. Gerretson (1884-1958)’, Ons Politeuma, December 1958.

    [7] Verbrugh, Universeel en antirevolutionair , 74. See also, G. Groen van Prinsterer, Ongeloof en revolutie, 2nd edition (1868), H. Smitskamp, ed., (Franeker: Wever, 1952), 150.

    [8] Verbrugh, Universeel en antirevolutionair 47, 117-134.

    [9] Verbrugh, ‘Niet kleingelovig zijn’, Ons Burgerschap, June 5, 1976.

    [10] ‘Tweestromenland’, advertentie GPV voor Statenverkiezingen, Trouw, March 22, 1978.

    [11] E. van Middelkoop, ‘Secularisatie, staat en politiek’ in: E.M.H. Hirsch Ballin, C.J. Klop and E. van Middelkoop, Christelijke politiek in een geseculariseerd Nederland (Barneveld: De Vuurbak, 1991), 28-43.

    [12] E.H. Klei, ‘Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek’. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond, 1948-2003 (Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2011), 24-25; P. Bootsma and C. Hoeting, Over lijken. Ontoelaatbaar taalgebruik in de Tweede Kamer (Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2006), 66-70.

    [13] A.A. van der Schans, De Franse revolutie. Uitgave van het Landelijk Verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen. SGP-jongeren (The Hague 1989), 50-54.

    [14] B.J. van der Vlies, ‘Kort en bondig’, De Banier, 68, June 16, 1989. Italics added.

    [15] J. Zwemer, In conflict met de moderne cultuur. De bevindelijk gereformeerden en de Nederlandse samenleving in het midden van de twintigste eeuw (Kampen: De Groot Goudriaan, 1992).

    [16] J.T. van den Berg, ‘Kwestie SGP heeft diepere ideologie dimensie’, Reformatorisch Dagblad, August 10, 2012.

    [17] A. Rouvoet, Reformatorische staatsvisie. De RPF en het ambt van de overheid (Nunspeet: Marnix van St. Aldegonde Stichting, 1992).

    [18] N.C. van Velzen ed., Reformatie & revolutie: 200 jaar Franse revolutie (Nunspeet: Marnix van St. Aldegonde Stichting, Wetenschappelijk Studiecentrum van de RPF, 1989).

    [19] R.H. Matzken, ‘Wel Groen, maar dan van Prinsterer!’, Nieuw Nederland. Officieel orgaan van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF)  15 (August 1989), 3.

    [20] “Vorm centraal in affaire-Van Dijke”, Reformatorisch Dagblad, March 26, 1998.

    [21] R. van Mulligen, ‘Tussen evangelisch en reformatorisch. Het politiek getuigenis van de RPF (1975-2003)’ in J. Hippe and G. Voerman, Van de marge naar de macht. De ChristenUnie 2000-2010 (Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2010) 31-50.

    [22] D.J.H. van Dijk, ‘Laat SGP samenwerken met rooms-katholieken’, Reformatorisch Dagblad, October 10, 2012.

    [23] See: J. Langelaar, ‘ChristenUnie-senator wil verbod op sharia in grondwet’, Elsevier, February 19, 2011; A. Rouvoet and R. Kuiper, ‘Anti-sharia-bepaling geeft duidelijkheid’, Trouw, February 26, 2011; G. Wilders and M. de Graaf, ‘Sharia verbieden is heel goed plan’, Trouw,  February 26, 2011.

    [24] A. Slob and G.J. Segers, ‘Liberalen, verdedig vrijheid van godsdienst ook hier’, de Volkskrant, June 10, 2011.

    [25] K. van der Staaij, ‘Versterk de rechtstaat in Egypte’, Novini, March 1, 2012. See http://www.novini.nl/versterk-de-rechtstaat-in-egypte/

    [26] B. de Rooy en W. Dekker, ‘Interview met senator Holdijk’, Wapenveld 51, no. 5 (october 2001), 37-40.

    [27] Cf. George Harinck and Hugo Scherff, ‘Oude wijn in nieuwe zakken. Over de continuïteit in politieke visie en standpunten tussen GPV en RPF en ChristenUnie’, in: Joop Hippe & Gerrit Voerman (red.), Van de marge naar de macht. De ChristenUnie 2000-2010 (Amsterdam 2010) 133-156.

    Tags: ChristianUnion, French Revolution, GPV, Groen van Prinsterer, RPF
    Read More
  • Liever dood dan rood: het Centrum voor Lektuur, Informatie en Communicatie (CLIC) te Groningen in de jaren zeventig en tachtig

    0

    Ewout Klei


    In 2008 is er een begin gemaakt met de historische verwerking van de jaren zeventig en tachtig. Niet alleen verschenen dat jaar de biografieën over de minister-presidenten Joop den Uyl en Dries van Agt[1] maar er kwam ook een heftige discussie op gang over het linkse actiewezen in die periode. Aanleiding van deze discussie was de autobiografie van Wijnand Duyvendak waarin de GroenLinks-parlementariër bekende in 1985 betrokken te zijn geweest bij een inbraak in het Ministerie van Economische Zaken.[2]  Toen vlak daarna bekend werd dat hij in de jaren tachtig als redacteur van Bluf! mede verantwoordelijk was voor het terroriseren van enkele ambtenaren, was zijn positie onhoudbaar geworden en stapte hij op als Kamerlid. Na Duyvendaks gedwongen vertrek interviewde parlementair journalist Piet de Jong van het Nederlands Dagblad enkele mensen die zich toentertijd fel tegen de linkse activisten hadden verzet.[3] Eén van de geïnterviewden was Henk van der Velde van het Gereformeerd Politiek Verbond. Hij was in 1977 één van de oprichters van het Centrum voor Lektuur, Informatie en Communicatie (CLIC) te Groningen. De vrijgemaakt-gereformeerde CLIC-winkel ontpopte zich in de loop van de jaren zeventig en tachtig als rechts en christelijk actiecentrum tegen alles wat links en progressief was.

    Het CLIC-archief, dat in 2007 na de opheffing van de Vereniging CLIC naar het Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen is overgebracht, bevat prachtige documenten die treffend illustreren hoe orthodox-protestants en rechts Nederland in de jaren zeventig en tachtig op het links-progressieve offensief reageerden. In welke omgeving ontstond en opereerde CLIC? Hoe ging het CLIC te werk en met welke organisaties werkte men samen? Wat was de reactie van vriend en vijand op deze rechts-christelijke wereldwinkel? Waarom stopte CLIC er uiteindelijk mee? En wat zegt CLIC uiteindelijk over de jaren zeventig en tachtig?

     

    Polarisatie van rechts

    Het ontstaan van CLIC kan niet los worden gezien van het gepolariseerde politiek-maatschappelijke klimaat in de jaren zeventig. De progressieve partijen wilden de culturele revolutie van de jaren zestig politiek kanaliseren en hoopten dat het in 1973 aangetreden kabinet-Den Uyl dit zou doen. In het kabinet en in de Kamer kwam het regelmatig tot botsingen tussen progressieve en andere politici. Rechtse politici vonden de idealistische plannen van het kabinet maar naïef, hadden kritiek op het hoge uitgavenpatroon en het subsidiebeleid en ergerden zich aan de huns inziens selectieve verontwaardiging van links, waar men wel demonstreerde tegen de rechtse dictatuur van Augusto Pinochet in Chili en de Apartheid in Zuid-Afrika maar zweeg over de misdaden van het communisme in de Sovjetunie en China. De polarisatie werd echter niet alleen in Den Haag gevoerd maar ook daarbuiten. Het was de tijd van actiecomités en solidariteitscomités die zich inzetten voor ‘maatschappelijke bewustwording’, mensenrechten en de Derde Wereld. Deze comités werden veelal gesubsidieerd door het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), die op deze manier de verlinksing van de samenleving bevorderde.[4] Een bijzondere rol speelden de wereldwinkels die eerlijkere handelsverhoudingen met de Derde Wereld voorstonden en dikwijls plaatselijk en landelijk actie voerden met kerkelijke, politieke en maatschappijkritische groepen. Landelijke voorbeelden waren de acties rondom de Angola-koffie, Vietnam (steunactie voor het Medisch Comité Noord-Vietnam), rietsuiker, Chili en Suriname. Plaatselijke voorbeelden waren acties rond Tanzania, Brazilië, milieuacties, acties voor bevrijdingsbewegingen, acties tegen afbraak van woningen, tegen de vestiging van wapenindustrie etc.

    Orthodoxe christenen zagen deze verlinksing met lede ogen aan. In de jaren zeventig waren orthodoxe christenen politiek gezien meestal rechts. Dat was mede te danken aan de polarisatie. Premier Joop den Uyl was een ex-gereformeerde en gaf leiding aan het meest linkse kabinet uit de geschiedenis ooit. Ook verlinksten en/of verwaterden de grote christelijke partijen in deze jaren. De verlinksing stond niet los van de secularisatie. In reactie hierop gingen orthodoxe christenen zich niet alleen nadrukkelijker als orthodox manifesteren, maar  ook nadrukkelijker als rechts. In 1975 werd de Reformatorische Politieke Federatie opgericht, een rechtse afsplitsing van de Antirevolutionaire Partij. RPF-voorzitter P. Langeler zei in een interview het woord ‘reactionair’ te beschouwen als een geuzenaam.[5] Op hun beurt beschouwde links actievoerend Nederland orthodoxe christenen als extreem-rechts.[6]

    Het Gereformeerd Politiek Verbond, in 1948 afgescheiden van de Anti-Revolutionaire Partij en zeer nauw verbonden met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), reageerde aanvankelijk minder politiek op de verlinksing. Het GPV had in tegenstelling tot de RPF weliswaar zitting in de Tweede Kamer (van 1971 tot 1977 het duo Pieter Jongeling en Bart Verbrugh en van 1977 tot 1981 Verbrugh als eenling) maar de partij kende een sterke kerkelijke stroming, die nogal apolitiek van karakter was en het vooral belangrijk vond dat alles zuiver vrijgemaakt bleef. De hele wereldgeschiedenis draaide om de ware kerk. Wat er buiten de eigen kleine kerkelijke kring gebeurde was eigenlijk onbelangrijk. Een nieuwe generatie vrijgemaakten was het hier niet mee eens. Zij maakte zich grote zorgen over de snelle secularisatie van Nederland, ook al ging deze aan de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) grotendeels voorbij. Als gevolg van de polarisatie raakte een groep GPV-jongeren ook meer bij de politiek betrokken. Ze wilden echt wat voor de maatschappij en de wereld betekenen en konden daarom slecht uit de voeten met het isolement waarin hun partij en jongerenorganisatie zich bevonden. Sommige Gereformeerde Politieke Jeugd Studieclubs (GPJC’s) veranderden van studieclubs die zich bezighielden met beginselstudie in politieke jongerenafdelingen waar actie werd gevoerd. Uit de GPJC’s ontstonden in de jaren zeventig bovendien enkele andere maatschappelijke organisaties: GPJC steunt Broederschap (hulp aan gereformeerden achter het IJzeren Gordijn), het comité Zuid-Oost-Azië (hulp aan de Indochinese vluchtelingen) en het Centrum voor Lectuur, Informatie en Communicatie (CLIC), dat op 30 april 1977 in Groningen werd geopend.[7]

    CLIC was een initiatief van enkele GPJC’ers uit het vrijgemaakte studentenbolwerk Groningen die zich grote zorgen maakten over de verlinksing van hun stad, waar onder leiding van de PvdA’ers Max van den Berg en Jacques Wallage een links meerderheidscollege was ontstaan.[8] De CLIC-winkel moest een “rechts alternatief” worden voor de linkse wereldwinkels, solidariteitscomités en actiegroepen die door CRM werden gesubsidieerd en eenzijdige voorlichting over de Derde Wereldproblematiek zouden geven. CLIC gaf tegenvoorlichting. Door zich nadrukkelijk rechts op te stellen provoceerde CLIC links actievoerend Groningen. Een reactie van deze kant bleef dan ook niet uit. Alvorens de reacties van linkse en vrijgemaakte zijde op CLIC te bespreken zullen we eerst op de Vereniging CLIC en de daarbij horende informatiewinkel inzoomen.

     

    ‘Reactionair broeinest’

    In de Statuten van de Vereniging CLIC stond dat de vereniging als grondslag had “de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord, zoals beleden in de Drie Formulieren van Enigheid die gehandhaafd worden in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)”. Leden van het CLIC moesten lid zijn van een vrijgemaakt-gereformeerde kerk en waren verplicht mee te werken aan het bemensen van de informatiewinkel.[9] Het CLIC had geen officiële band met het Gereformeerd Politiek Verbond. Informeel was die band er natuurlijk wel. Naast het CLIC-pand was het pand van de Stichting Gereformeerd Politiek Jongerenwerk, waar GPJC’er en CLIC-medeoprichter Klaas Nanninga een kamertje had, de CLIC-winkel werd geopend door GPV-raadslid S. de Vries en tijdens de GPV-verkiezingscampagne van 1977 was de informatiewinkel een belangrijk actiecentrum. De twee Groninger GPV-raadsleden hielden in de CLIC-winkel, temidden van honderden folders, raambiljetten en stickers, wekelijks een spreekuur voor de Groninger bevolking. Hoewel hier weinig gebruik van werd gemaakt bleek uit deze actie dat GPV en CLIC wat de vorm betreft eigenlijk wel democratisch en bij de tijd konden zijn.[10]

    Het CLIC stelde zich volgens de statuten ten doel om “informatie en voorlichting te geven over onderwerpen op kerkelijk, politiek en maatschappelijk terrein”. Hoewel politiek en maatschappij verreweg de meeste aandacht kregen, was de tweede actie van het CLIC gericht op de kerk, dat wil zeggen de vrijgemaakte kerk, en gaf de winkel informatie over vrijgemaakte kerkdiensten in het buitenland, zodat vrijgemaakten op vakantie op zondag ook op het ware adres zouden zijn. De derde actie van het CLIC, na de actie voor het GPV en voor buitenlandse kerkdiensten, was de actie tegen de Boycot Outspan Aktie (BOA). Onder druk van links had de Groninger middenstand besloten om de Zuid-Afrikaanse Outspansinaasappelen te boycotten. In Zuid-Afrika heerste immers de Apartheid en door Zuid-Afrikaanse producten te kopen zou je dit racistische systeem steunen. CLIC vond deze actie echter eenzijdig. Van een boycot zouden namelijk ook de zwarten, die volgens links door het blanke Apartheidsbewind werden onderdrukt, de dupe worden. CLIC wilde naar eigen zeggen de dialoog met Zuid-Afrika over Apartheid aangaan. Dwangmaatregelen als boycots en steun aan zwarte revolutionaire bewegingen als ANC en SWAPO waren niet gepast. Om deze ‘genuanceerde’ mening over Apartheid kracht bij te zetten, lagen er in de informatiewinkel Outspansinaasappelen in de etalage en verspreidde CLIC in samenwerking met de Nederlands Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap (NZAW) de folder Boycot Outspan a-sociaal.[11]

    De CLIC-winkel lag vol met informatiemateriaal. Vanaf de eerste dag werd het Nederlands Dagblad in de winkel verkocht. CLIC was het eerste losse verkooppunt van deze vrijgemaakte krant.[12] Ook verkocht CLIC bladen en brochures over landen en volken waar orthodoxe protestanten in Nederland een bijzondere band mee voelden, zoals Zuid-Afrika, Israël, de Zuid-Molukkers en de Papoea’s. Verder was het onderwerp abortus provocatus populair, omdat dit dreigde te worden gelegaliseerd. In 1978 kwam de eerste CLIC-uitgave uit, getiteld Clemens Kapuoo vermoord. Kapuoo, een politicus uit Windhoek (het huidige Namibië), was vermoord door de bevrijdingsbeweging SWAPO, in de ogen van CLIC een terroristische organisatie.[13] Het tweede nummer ging over de grote vijand van CLIC, het links-extremisme.[14] CLIC verkocht echter ook niet-politiek informatiemateriaal. Belangrijk waren de brochures van de evangelische uitgeverij Moria over onderwerpen als yoga, New Age, boeddhisme, astrologie en homeopathie en over profetieën uit het Bijbelboek Openbaring zoals het merkteken van het beest.[15] Bekend/berucht was vooral het boekje Verborgen gevaren in de popmuziek. In veel muziek zou een duivelse omkeertechniek zijn verwerkt, een boodschap die te horen zou zijn bij het terugdraaien van de muziek. De brochure-met-cassette, die bij de seculiere pers veel hilariteit veroorzaakte, ging als zoete broodjes over de toonbank bij CLIC.[16] De CLIC-winkel hoefde als non-profitorganisatie geen winst te maken maar wilde in tegenstelling tot de linkse wereldwinkels geen overheidssubsidie. Men hield de winkel draaiende dankzij de inzet van vrijwilligers (de leden dus), giften van de achterban en de verkoop van Zuid-Afrikaanse en Israëlitische wijnen, producten uit de Derde Wereld en platen met militaire marsmuziek.[17]

    CLIC werkte met een aantal rechtse en/of christelijke organisaties en personen samen. Ten eerste was er het Oud-Strijders Legioen, een ultrarechtse anticommunistische organisatie die in 1958 was opgericht door oud-strijders en het blad Stavast uitgaf. Het OSL werd groot in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog begin jaren tachtig. Toen de vredesbeweging demonstreerde tegen het plaatsen van Amerikaanse kruisraketten op Nederlandse bodem verspreidde het OSL de sticker “Liever een RAKET in de tuin dan een RUS in de keuken!!!” en de poster “‘Liever rood dan dood’, zei de kreeft, voordat hij werd gekookt”. OSL-voorzitter Prosper Ego was zo blij met de rechtse voorlichting van CLIC dat hij toen hij in Groningen was de winkel met een bezoekje wilde vereren. Helaas was er toen niemand die op de winkel paste, zodat hij voor een dichte deur stond. In een briefje complimenteerde Ego daarom CLIC voor het feit dat er in Groningen een rechts alternatief voor de wereldwinkel bestond en hij zei te hopen dat de informatiewinkel de vriendschapsdassen Nederland-Zuid-Afrika en Nederland-Israël van de OSL zou bestellen. CLIC-voorzitter Henk Dijk schreef terug dat hij deze stropdassen graag bestelde en eindigde zijn antwoord met de woorden: “Mocht u nog eens in de buurt komen, u bent altijd welkom in het “reactionaire broeinest” dat achter de CLIC schuilgaat.”[18]

    Het OSL had banden met het Interkerkelijk Comité voor Tweezijdige Ontwapening (ICTO), dat in 1980 was opgericht in reactie op de pacifistische koers van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV). J.G. van der Land, ICTO-vertegenwoordiger van Groningen, had grootste plannen, waar hij ook graag CLIC in wilde betrekken. Hij wilde dat de informatiewinkel het ICTO-depot voor de noordelijke regio’s zou worden en een CLIC-ICTO-combinatie vormen tegenover de IKV-vredeswinkel in het oude politiebureau. Op een CLIC-ledenvergadering zei een lid dat men wel moest uitkijken voor Van der Land.[19] Deze waarschuwing kwam niet uit de lucht vallen. Van der Land was betrokken bij de oprichting van veel christelijke organisaties – naast ICTO ook de RPF, de Vereniging van bij het Onderwijs betrokken Christen-Ouders (VOCO) en de Christelijke Stichting voor Hulp aan Gewetensvervolgden (CSHG) – maar werd na verloop van tijd door deze organisaties geroyeerd vanwege zijn eigenzinnige optreden.[20] Querulant Van der Land stond garant voor trammelant. Omdat hij lid was de Nederlands Gereformeerde Kerken kon hij geen lid worden van de Vereniging CLIC. Wel trad hij een tijdlang op als adviseur van de werkgroep Christelijke Alternatieven Voor Amnesty International (CAVAI), waaruit in 1980 de zojuist genoemde CSHG zou voortkomen.[21] Volgens Van der Land was de wereldwijde mensenrechtenorganisatie Amnesty International geen neutrale organisatie. Amnesty zou onvoldoende onderscheid maken tussen martelen en rechtmatige straffen, wel politieke oordelen vellen over rechtse regimes zoals die van Chili en Zuid-Afrika, maar niet over linkse regimes. Ook zou de organisatie met extreem-linkse groepen samenwerken. Van der Land concludeerde hieruit dat een “bijbelgetrouw christen” geen lid van Amnesty kon worden.[22]

    De in januari 1980 opgerichte CSHG zette zich in voornamelijk in voor vervolgde christenen achter het IJzeren Gordijn. In de CLIC-winkel kon men handtekeningen zetten voor christenen die gevangen zaten, zoals ‘de zeven van Moskou’ die sinds 1978 in de Amerikaanse ambassade van Moskou verbleven en wachtten op een uitreisvisum.[23] In 1986 bracht de CSHG samen met de organisaties Schreeuw om Leven (een radicale prolife organisatie van EO-directeur L.P. Dorenbos) en Christenen voor Israël de krant Anno domini 1986 uit, in het kader van een studie- en bezinningsdag van de Evangelische Omroep getiteld ‘Leven in profetisch perspectief’. De legalisering van abortus provocatus in 1981, de dreigende legalisering van euthanasie, het Voorontwerp van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (waardoor christelijke scholen zouden worden verplicht om homoseksuelen niet langer te weigeren) en de veroordeling van het echtpaar Lucas en Jenny Goeree (die in een evangelisatiefolder schreven dat de joden de Holocaust over zichzelf hadden afgeroepen) waren in de ogen van de EO tekenen des tijds die er op wezen dat orthodoxe christenen in Nederland straks misschien ook zouden worden vervolgd.[24] De CSHG had zich al eerder met deze zaken beziggehouden. In 1981 stuurde de organisatie een brief aan de minister van Justitie waarin de vrees werd uitgesproken dat christelijke verpleegkundigen en artsen zouden worden ontslagen als ze vanwege hun geweten niet meewerkten aan een abortus. Als zij inderdaad werden ontslagen dan verschilde Nederland volgens de Stichting principieel niet van de Sovjetunie. Daar was immers ook geen gewetensvrijheid.[25]

    De CSHG bestond uit vijf werkgroepen. De werkgroep van Juristen bood aan vervolgde christenen en joden juridische bijstand. De Landelijke Wallenberg-groep zette zich in voor de mensenredder Raoul Wallenberg, die in de Tweede Wereldoorlog tienduizenden joden het leven redde maar door de Sovjetunie was gearresteerd op verdenking van spionage en daarna was verdwenen. De Landelijke Jongeren Werkgroep zette zich in voor de jongeren onder de vervolgden. De Werkgroep ‘Laat mijn volk gaan’ zette zich in voor de vervolgde joden in de Sovjetunie. Dorkas-Hulp zorgde ten slotte voor materiële hulp aan joden en christenen, vooral in Oost-Europa. Deze werkgroep groeide uit tot een zelfstandige organisatie, Dorkas Hulp Nederland. In 1997 werd de CSHG omgedoopt in Jubilee Campaign Nederland, een christelijke mensenrechtenorganisatie die wél wilde samenwerken met Amnesty.[26] De aanvankelijk gezochte antithese bleek in de praktijk dus toch niet zo goed te werken.

    Behalve van bovenstaande organisaties had CLIC materiaal van (onder andere) de Stichting Informatie en Voorlichting (STIVO), de Stichting Vredes Politiek (SVP), het Hervormd Beraad Vredesvraagstukken, Stichting Bijbel en Vredesvraagstukken, de Stichting Comité “Stop de SS-20-raket”, de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging (NZAV), de Stichting tot Herstel van Kulturele Betrekkingen Nederland-Zuid-Afrika (Zuid-Afrika), Help Afghanistan en het Komitee Afghanistan Vrij, de Stichting Hulp Papoea’s in Nood, het Verenigd Aktie Komitee Vietnamese Vluchtelingen in Nederland, de Stichting Comité Vladimir Boekovski (die een Tweede Wereldwinkel met informatie over de Sovjetunie had aan de Ceintuurbaan 211 in Amsterdam), de Nederlandse Nietrokersvereniging CAN, het Reformatorisch Interkerkelijk Bezinningsverband (RIB), Goed Werk, de Commissie Steun Broederschap Spanje van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Bussum, ACAT-Nederland (Actie van Christenen voor Afschaffing van Marteling, de Nederlandse afdeling van Action des Chretiens pour l’Abolition de la Torture), Kruistochten/Open Doors, Rainbow/Schreeuw om Leven, Christenen voor Israël, de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee, Stichting Tear Fund Nederland, het Beraad Geestelijke Vrijheid en de Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Zondagsrust en Zondagsheiliging.

    De verschillende organisaties waren bijna allemaal christelijk en/of rechts. CLIC was echter niet in alles rechts en maakte zich net als veel linkse mensen zorgen over het milieu. Dit deed vooral Meine Jansma. Als christen moest je volgens hem goed met Gods schepping omgaan. Hoewel zijn achterliggende motivatie om voor het behoud van het milieu te zijn dus verschilde met die van linkse milieuactivisten en hij zich als gezagsgetrouw christen ook nooit zou vastketenen aan het spoor om bepaalde transporten tegen te houden, kon hij zich erg vinden in de visie van links op het milieu. Zo pleitte Jansma voor ecologie als verplicht vak op school en was verder voor schone productiemethoden, autoloze zondagen, verplichte isolatie bij nieuwbouw, bevordering kringloopsysteem, afbouw batterijsysteem voor dieren en het tegengaan van dierenleed.[27] Ook Piet de Jong en Ben Bolhuis vonden duurzaamheid belangrijk. In de schappen lagen daarom niet alleen de boeken van de groene econoom Peter Nijkamp maar CLIC verkocht ook spullen van de Vereniging tot Behoud van de Waddenzee. Toen deze vereniging er in 1980 echter achter kwam dat de CLIC-winkel ook Zuid-Afrikaanse producten verkocht wilde ze CLIC verbieden om nog langer haar Waddenzeespullen te verkopen. De linkse Waddenzeevereniging wilde niet met de Apartheid geassocieerd worden. CLIC was uiteraard boos over de beslissing omdat de Waddenzee en Zuid-Afrika niets met elkaar te maken hadden. Een jaar later werd het conflict echter opgelost en lagen de Waddenzeespullen gewoon weer in de winkel.[28]

    Een jaar eerder had er zich een conflictje voorgedaan over het boekenaanbod. Meine Jansma had er moeite mee dat CLIC ook enkele boeken verkocht die “anti-christelijk” zouden zijn, zoals 1984 van George Orwell en Sociale Actie van Piet Reckman. Henk Dijk was het daar niet mee eens en vond dat niet-christelijke lectuur gewoon verkocht mocht worden door het CLIC, mits men tijdens het toelichtende verkooppraatje zei wat er niet aan klopte. Mensen die bepaalde literatuur wilden aanschaffen waren hier in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor.[29] Henk Dijk trok aan het langste eind en CLIC bleef (uiteraard niet zonder een waarschuwing vooraf) ook linkse boeken verkopen. Ten aanzien van het krantenaanbod was men strenger. Naast het Nederlands Dagblad verkocht CLIC ook het Reformatorisch Dagblad en het NRC-Handelsblad, maar het synodaal-gereformeerde dagblad Trouw en de linkse Volkskrant werden door de winkel geweerd.[30]

     

    ‘De beuk erin’

    Toen de vrijgemaakte jongeren in 1977 bekend maakten van plan te zijn een informatiewinkel op te richten reageerde de plaatselijke kiesvereniging van het GPV hier niet zonder meer positief op. Enkele bestuursleden hadden nogal wat “principiële bezwaren” tegen CLIC, hoewel ze dit niet specificeerden.[31] De vrijgemaakt-gereformeerde predikant Douwe van Dijk, die in Groningen zeer veel gezag genoot, vond het initiatief ook maar niets en noemde CLIC en de Vereniging Evangelisatie & Recreatie (waarin veel jonge vrijgemaakten actief waren, die zich meer wilden richten op de buitenwereld) denigrerend “modeverschijnselen”.[32] CLIC richtte zich – ondanks het feit dat de Vereniging voor niet-vrijgemaakten gesloten was – op de buitenwereld en werd ervan verdacht het kerkgebonden isolement te willen doorbreken. Dat wilden traditionele vrijgemaakten persé voorkomen. Als de kerk en de vrijgemaakte organisaties maar zuiver vrijgemaakt bleven, dan was alles goed.

    Vooruitstrevende vrijgemaakten konden het initiatief van CLIC daarentegen wel waarderen. In 1979 wilden enkele personen in Rotterdam ook een CLIC oprichten. Deze winkel stond op dezelfde grondslag als CLIC-Groningen maar in het optreden naar buiten toe wilde men daar wat anders. In Groningen was men bang dat de Rotterdamse vrijgemaakte informatiewinkel in oprichting de goede naam van CLIC zou aantasten. Dat gebeurde echter niet, want de plannen voor een Rotterdamse CLIC liepen op niets uit.[33] Meer succes had men in 1981 in Dordrecht, waar vrijgemaakte jongeren de informatiewinkel ‘De Bron’ oprichtten. Deze winkel liep echter slecht en was slechts twee dagen in de week open.[34] Niet-vrijgemaakte orthodox-protestanten konden het CLIC-initiatief in de regel wel waarderen. Het Reformatorisch Dagblad en het opinieblad Koers schreven enthousiast over de CLIC-winkel.[35] Naar aanleiding van een televisie-uitzending over CLIC, die op 4 februari 1983 door EO-Tijdsein werd uitgezonden, richtten jongeren van Youth for Christ in Deventer bovendien de informatiewinkel ‘De Tip’ op, een project van baanloze jongeren die zich wilden inzetten voor de verspreiding van informatie en producten van diverse ideële organisaties.[36]

    Doordat CLIC zich zeer rechts opstelde ten aanzien van Zuid-Afrika en de Koude Oorlog provoceerde de vrijgemaakte informatiewinkel links actievoerend Groningen. Ten tijde van Outspanactie kwamen er af en toe mensen over de vloer die protesteerden tegen de steunbetuiging van CLIC aan Zuid-Afrika. De CLIC-medewerkers moesten dan uitleggen dat de verkoop van producten uit Zuid-Afrika niet betekende dat men het in alles met de Apartheid eens was, maar deze uitleg werd niet geaccepteerd. Uit de logboeken die de vrijwilligers in de CLIC-winkel elke dag bijhielden bleek dat de CLIC-medewerkers een gesprek over apartheid met linkse mensen bij voorbaat al zinloos vonden.[37]

    Hoewel CLIC met haar acties discussie probeerde uit te lokken was er in het gepolariseerde politiek-maatschappelijke klimaat eigenlijk geen echte discussie mogelijk. Het was zwart of wit. Naar CLIC-medewerkers die moeite hadden met het pro-Zuid-Afrikabeleid van de informatiewinkel werd niet geluisterd. In 1985 was Reina Wiskerke lid geworden van het bestuur van CLIC, omdat ze vrijgemaakt was en betrokken bij de Derde Wereld, maar ze vond de winkel veel te rechts. Ze hoopte dat CLIC wat genuanceerder zou worden maar dit lukte niet en ze bedankte daarom als lid. Volgens haar evalueerden CLIC-leden en het bestuur hun eigen beleid niet en werd er over fundamentele zaken niet gediscussieerd:

    De verkoop van Z.A.-wijnen geeft de indruk dat CLIC het apartheidssysteem ondersteunt. Ik hoor nu al de protesten van de lezer: ‘Nee, we ondersteunen het beleid niet, we willen alleen de ekonomie aldaar steunen om zo een vreedzame oplossing naderbij te brengen… We willen ons alleen uitspreken tegen boykotakties…’ Ik blijf er echter bij dat de verkoop van de wijnen provocerend is, omdat het publiek de boodschap erachter anders opvat. Het provocerende ervan ligt mede in het feit dat de apartheid ook met aloude christelijke bekeringstheorieën is verdedigd. Het verband is dan snel gelegd: CLIC is toch ook een christelijke organisatie? Het christendom is in het verleden al te vaak geassocieerd met kwalijke praktijken, ik wil niet meer meewerken aan de versterking van dit image. [38]

    Een belangrijke reden waarom Wiskerkes klacht niet serieus werd genomen was dat CLIC niet wilde buigen voor de linkse actievoerders. Ook zij zagen het nut van discussie met andersdenkenden niet in. Naar aanleiding van de Outspanactie werd in 1978 de etalage van de CLIC-winkel besmeurd met de tekst: “CLIC=fascisme” en werden bovendien twee hakenkruisen aangebracht.[39] In de nacht van 11 op 12 mei 1983 werd de winkelruit van CLIC met een halve baksteen ingegooid[40], op 21 januari 1984 werd de ruit opnieuw ingegooid, nu met een steen van zware basaltklei van 15 à 20 kilogram[41], op 6 september 1985 werd er een verfbom gegooid, nadat een steen tegen de ruit was afgeketst, en in de nacht van 26 op 27 januari 1986 sneuvelde de winkelruit ten slotte opnieuw. Om dit soort acties in de toekomst te voorkomen schafte men in 1986 een rolluik aan, zodat de winkelruit niet meer bloot stond aan vernielingen.[42]

    In het linkse actieblad Bluf! stond een verslag van de actie tegen de CLIC-winkel, die ook in het Zwarte-weekblad voor vage revoos van 14 september 1985 was opgenomen:

     

    In de nacht van 6-9-’85 hebben wij de voorgevel van het CLIC, Nieuwe Ebbingestraat 159 in Groningen, bewerkt met verfbommen. Het was de bedoeling de ruit in te gooien en daarna de inventaris met de verfbommen kennis te laten maken, maar de steen sprong terug van het plexiglas. Iets waar we de volgende keer rekening mee zullen houden. Het lijkt zo mooi, truitjes in de etalage met daarop: ‘wees wijs met de Waddenzee’. Wie kan daar nou iets tegen hebben? Anders wordt het wanneer je binnen een kijkje gaat nemen. Tussen de tijdschriften vind je ‘Stavast’, het blad van de neo-fascisten van het OSL en tussen de artikelen wijn uit Zuid-Afrika. Om wat te doen tegen het apartheidsregime, is het nodig niet alleen maar over onze verontwaardiging te vertellen. We moeten ook de medeverantwoordelijken voor een dergelijk regime hier in onze omgeving aanpakken. Vandaar. Laat je niet tegenhouden! Zorg dat ze last van je hebben!

    Met groeten,

    Hit en Run.[43]

     

    Naar aanleiding van deze actie bracht iemand van het Groninger actieblad De Lawine bij daglicht een normaal bezoekje aan CLIC, en schreef hier een eigenlijk best wel vriendelijk stuk over. Dit lag ook aan de CLIC-medewerkers, die zich erg vriendelijk en meegaand opstelden en hun eigen standpunten opeens lieten varen. Rolf van der Woude, tweede voorzitter van de Vereniging CLIC, zei dat de informatiewinkel beslist spullen van de racistische Centrumpartij zou weigeren (dit is aantoonbaar onjuist, want CLIC had in 1981 van alle politieke partijen dus ook van de Centrumpartij twintig exemplaren van het verkiezingsprogramma besteld).[44] Ook steunde CLIC volgens hem de apartheid niet. Men was juist tegen polarisatie. Op de vraag van De Lawine waarom men dan toch Zuid-Afrikaanse wijnen verkocht en of het niet beter was om de wijnen uit het assortiment te verwijderen antwoordde H. Dijk met een grap: “Geen gek idee. Dat zou betekenen dat we de hele voorraad zelf moeten opdrinken.” [45]

    Naar aanleiding van het aanslagje op de CLIC-winkel op 6 september en de aanslag van de Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) op 17 september op het Makro-filiaal in Amsterdam[46] stelde GPV-Kamerlid Schutte op verzoek van CLIC vragen aan de minister van Justitie over de inhoud van het blad Bluf! Frits Korthals Altes antwoordde de zorgen van het GPV te delen, ook van mening te zijn dat het blad soms strafbare uitlatingen deed, en dat het Openbaar Ministerie maatregelen had getroffen ter intensivering van de opsporing.[47]

    Nadat begin 1986 het rolluik was geplaatst werd de CLIC-winkel niet meer aangevallen. Wel stuurde iemand uit het linkse actiewezen in juni 1987 een dreigbrief omdat CLIC, ondanks de opmerking van Dijk, nog steeds Zuid-Afrikaanse wijnen verkocht:

     

    Mensen van de CLIC,

     

    In jullie fascistisch zaakje bevindt zich o.a. wijn uit het rassistische en fascistische Zuid-Afrika; daarmee steunen jullie een terreur en moordbewind; dat moet afgelopen zijn; jullie krijgen nog de kans om voor vrijdag alle wijnen uit Zuid-Afrika, gekweekt door uitbuiting van onze zwarte broeders uit jullie zaakje te verwijderen; als dat niet gebeurt dan merken jullie wel heel wat meer dan alleen wat verfspatten; dan gaat de beuk erin, dat gaat je tienduizenden kosten; gebruik dus je verstand; vrijdag om 8 uur alles weg ;;;;; of ;;;;;;;;;;; denk goed na; anders krijg je er spijt van. Er komt iemand kijken als koper. Het verwijderen geldt ook de fascistische literatuur over Zuid-Afrika. Weg met het fascisme.

     

    Amandla. [48]

     

    Het bleef echter bij dit dreigement.

     

    ‘De saamhorigheid is verdwenen’

    De Nederlandse politieke verhoudingen waren in de jaren zeventig en begin jaren tachtig flink gepolariseerd. Met de komst van het kabinet-Lubbers in 1982 en diens no-nonsense beleid, het einde van de kruisrakettendiscussie in 1985 en het vertrek van PvdA-leider Den Uyl uit Den Haag een jaar later kwam er langzaam een einde aan de polarisatie en verzakelijkte de politiek. Idealisme en ideologische gedrevenheid waren iets van vroegere tijden. Deze ontwikkelingen gingen niet aan CLIC voorbij. Vanaf medio jaren tachtig kampte de Vereniging CLIC met afnemend elan en toenemende vergrijzing. Op de ledenvergadering van 27 juni 1986 klaagde men dat het enthousiasme van het begin nu een beetje voorbij was.[49] Op de ledenvergadering van 21 november kwam de vergadering hier op terug. Volgens Henk Dijk was er maar een “klein getal der vromen”. Slechts enkele idealisten zetten zich volgens hem voor CLIC-winkel in: “We keken bij ‘links’ hoe zij het deden; meestal zaten ze in smerige winkeltjes. Men sluit in linkse kring de poorten, het gaat daar ook niet meer zo goed. In christelijke kring worden diverse goede initiatieven te weinig ondersteund.”[50] In het jaarverslag van 1986-1987 werd hardop de vraag gesteld hoe lang de winkel nog zou kunnen blijven voortbestaan.[51] Het zou echter tot 2007 duren voordat men er definitief mee stopte. CLIC leidde een kabbelend voortbestaan, de leden vergrijsden en de omzet daalde geleidelijk. In het jaarverslag van 1992-1993 stond dat scholieren en studenten nauwelijks meer belangstelling hadden voor de winkel. In 1995-1996 bracht CLIC zijn laatste echte jaarverslag uit. Daarna kwamen er alleen nog maar financiële verslagen. Mede omdat de informatiewinkel de laatste twee jaar verlies maakte besloot de Vereniging in 2007 zich op te heffen. 50% van de baten ging naar Woord en Daad, 25% naar Open Doors en 25% naar Jubilee Campaign. Dorcas Hulp kreeg de winkelvoorraden.[52]

    Naar aanleiding van naderend einde van CLIC, dat op 2 juni 2007 voor het laatst open zou zijn, interviewde het Nederlands Dagblad Henk Dijk, die de laatste jaren hét gezicht van de winkel was. Dijk betreurde het dat de ideologieën na 1989 hadden afgedaan: “In de tijd van de verzuiling stonden mensen samen ergens voor, of ze nu links waren, of rechts. Die saamhorigheid is nu helemaal verdwenen. Iedereen is in de ban van liberalisme en kapitalisme.” Als voorbeeld noemde Dijk GroenLinks. Deze partij was onder andere uit de Communistische Partij Nederland voortgekomen maar noemde zich nu liberalistisch. Volgens Dijk was het aan dit liberalistische en individualistische klimaat te danken dat het steeds lastiger was geworden om nog vrijwilligers te krijgen. In de jaren zeventig hielden studenten de winkel draaiend, maar nu was er geen jongere meer die iets wilde doen.[53]

     

    Balans

    De CLIC-winkel was reactionair en vooruitstrevend tegelijkertijd. De vrijgemaakte informatiewinkel ontstond enerzijds in reactie op het linkse politiek-maatschappelijke klimaat in Groningen en maakte reclame voor ultrarechtse organisaties als het Oud-Strijders Legioen, maar CLIC nam wel de linkse methoden van actievoeren over en wilde ook dat de mensen zich meer maatschappelijk bewust werden en zich zouden interesseren voor de Derde Wereld. De informatiewinkel stond daarom tussen twee vuren in, namelijk dat van links actievoerend Groningen dat CLIC vanwege de steun aan Zuid-Afrika fascistisch vond, en dat van de traditionele vrijgemaakten die het kerkgebonden isolement voorstonden. Vooruitstrevende vrijgemaakten en niet-vrijgemaakte orthodoxe protestanten hadden daarentegen veel waardering voor CLIC en zagen dit als een wapenopslagplaats voor de strijd tegen linkse en progressieve krachten. CLIC kan niet los worden gezien van het gepolariseerde klimaat van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. CLIC ontstond uit reactie op dit klimaat en droeg er ook aan bij door zich sterk antithetisch op te stellen. Toen het maatschappelijk-politieke klimaat in de loop van de jaren tachtig verzakelijkte was dit het begin van het einde voor CLIC, dat het immers van idealistische vrijwilligers moest hebben.

    Ter gelegenheid van het besluit van CLIC om zichzelf op te heffen bracht de vereniging een afscheids- en jubileumboek uit, waarin oude herinneringen werden opgehaald. Piet de Jong van het Nederlands Dagblad schreef dat CLIC achteraf gezien niet altijd de juiste balans kon vinden tussen een reactionaire, contrarevolutionaire opstelling en een “antirevolutionair geluid”. Hij nam een beetje afstand. Dat deed ook zijn collega Willem Bouwman, die de Moria-brochures en het reactionaire orgaan StaVast van het OSL eufemistisch “bezwaren tegen de geest der eeuw” noemde, daarmee verwijzend naar het pamflet uit 1823 van Isaäc da Costa. Bouwman verbaasde zich echter vooral over de aantrekkingskracht van CLIC op “allerlei types (…) die geschapen waren om actie te voeren of die in onmin leefden met de bestaande orde, met de mensen om hen heen en soms ook met zichzelf”, waarmee hij onder andere doelde op Van der Land. Bouwman heeft hier een punt, want het meest opvallende van CLIC, en dat geldt misschien ook wel voor andere actiecentra (links dan wel rechts), is dat het een walhalla is voor extremisten, querulanten en vrijdenkers. In de loop van de jaren tachtig zijn de politiek-maatschappelijke verhoudingen genormaliseerd. Voor de politieke besluitvorming en Neêrlands economie was dit ongetwijfeld een zegen, maar ons land werd hierdoor wel een beetje saaier.



    [1] A. Bleich, Joop den Uyl 1919-1987, dromer en doordouwer (Amsterdam 2008); J. van Merriënboer, P. Bootsma en P. van Griensven, Van Agt biografie. Tour de force (Amsterdam 2008).

    [2] W. Duyvendak, Klimaatactivist in de politiek (Amsterdam 2008).

    [3] P.H. de Jong, ‘‘Links duldde in de jaren tachtig geen tegenspraak’’, Nederlands Dagblad, 22 augustus 2008.

    [4] A. Verbeij, Tien rode jaren. Links radicalisme in Nederland 1970-1980 (Amsterdam 2005) passim.

    [5] R. Valkenburg, ‘Piet Langeler: N.E.V.’er. Nederlandse maatschappij naar de afgrond door fanatiek “omturnen”’, Koers (9 mei 1975) 29-31.

    [6] Antifascistisch kollektief, De rechterkant van Nederland. Een overzicht van extreemrechtse en fascistische verschijnselen in Nederland (Amsterdam 1983) 13. Het Antifascistisch Kollektief onderscheidde extreem-rechts in drie stromingen, namelijk de rechts-christelijke, de autoritair-rechtse en de fascistische richting.

    [7] ‘Verenigingsnieuws’, Ons Burgerschap/Jeugd & Politiek 31 (15 april 1978) 78-79.

    [8] B. de Vries, ‘Politiek en bestuur in een stroomversnelling’, in: M. Duijvendak en B. de Vries red., Stad van het Noorden. Groningen in de twintigste eeuw Groninger Historische Reeks, nr. 25 (Assen 2004) 399-448.

    [9] CLIC. Statuten. Regeling adviseurschap. Archief en Documentatiecentrum Kampen. Archief CLIC, AD, nr. 303. Doos 1.

    [10] K. Nanninga, Verslag van een jaar CLIC aktiviteiren. (1977-1978). Archief CLIC, doos 1.

    [11] Verkoop van produkten uit Zuid-Afrika (apart instructiestencil). Archief CLIC, doos 1; H. van der Velde, ‘NZAW en CLIC in ’t geweer tegen Outspan Boycotactie’, Zuid-Afrika nú (september 1977) 1. Archief CLIC, doos 11.

    [12] G.J. ten Heuw aan H. Dijk, 22 mei 2007. Archief CLIC, doos 22.

    [13] De South West Africa People’s Organisation streed tegen de bezetting van Zuid-West Afrika door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Tegenwoordig is SWAPO de regeringspartij van Namibië.

    [14] CLIC nieuwsbrief 1. Clemens Kapuoo vermoord. CLIC nieuwsbrief 2. Links-extremisme. Archief CLIC, doos 20.

    [15] http://www.moria.importantia.com/index.html

    [16] Jaarverslag 1984-1985. Archief CLIC, doos 1; zie ook: J.L. van Baaren (83) overleden’, Nederlands Dagblad, 20 maart 1998.

    [17] Wat is CLIC? November 1980. Archief CLIC, doos 3; H. van der Velde aan J.G. Reuchlin, 10 november 1978. Kopie. Archief CLIC, doos 2.

    Toen in 1977 Verbrugh de nieuwe lijsttrekker van het GPV werd wilde hij graag dat op het Nationaal Appèl, de grote verkiezingsbijeenkomst van de partij tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen, in de pauzes militaire marsmuziek werd gedraaid. Zie: Notulen CVR 18 februari 1977. Notulen CVR 19 januari 1977 – 7 december 1978. ADC Kampen. Archief GPV, nr. 5.

    [18]P.J.G.A. Ego aan CLIC, 10 november 1979; H. Dijk aan P.J.G.A. Ego, 16 november 1979. Kopie. Archief CLIC, doos 2.

    [19]Notulen vereniging CLIC, 9-12-’81; Notulen ALV vereniging CLIC, 4-3-’82. Archief CLIC, doos 1.

    [20] ‘Uitspraak in kort geding voor Groninger rechtbank: J.G. van der Land mag niet meer optreden als secretaris VOCO’, Nederlands Dagblad, 30 maart 1983.

    In 1986 werd Van der Land bovendien ontslagen als docent maatschappijleer, omdat hij een homoseksuele leerling een “vuile aids-verspreider” had genoemd. Zie: ‘De Nieuwe Partij’, Nomen Nescio, 14 oktober 1993.

    [21] Notulen ALV CLIC, 16-1-’80. Archief CLIC, doos 1.

    [22] J.G. van der Land, ‘De geest en achtergronden van Amnesty International’, Opbouw 22 (9 juni 1978) 182-183.

    [23] Actiekrant vrijheid voor de zeven van Moskou. Special van ‘Zon der gerechtigheid’, tweemaandelijks contactblad van de Christelijke Stichting voor Hulp aan Gewetensvervolgden 4e jaargang, nr. 1 (januari/februari 1983). Archief CLIC, doos 11.

    [24] Anno domini 1986. Bijlage voor Christenen voor Israël / Zon der Gerechtigheid / Schreeuw om Leven.  Archief CLIC, doos 12.

    [25] Christelijke Stichting voor Hulp aan Gewetensvervolgden aan de minister van Justitie, z.d. 1981. archief CLIC, doos 18.

    [26] Persbericht Jubilee Campaign Nederland. Gezamenlijke actie voor vrijlating van christenen in Vietnam, februari 1999. Archief CLIC, doos 22.

    [27] Meine [Jansma], Gedachten over de verhouding tussen mens en schepping, 24-5-80. Archief CLIC, doos 1.

    [28] Verslag van de CLIC-activiteiten van 1 mei 1980 t/m 30 april 1981; Jaarverslag 1981-1982. Archief CLIC, doos 1.

    [29] Notulen ALV CLIC, 21-9-’79. Archief CLIC, doos 1.

    [30] P. Vangert, ‘CLIC voor uw geestelijke weerbaarheid’, Koers, 28 september 1984.

    [31] Notulen bestuur GPV Groningen, 16 februari 1977. Archief GPV, nr. 270. Notulenboek Gereformeerde Kiesvereniging “Schrift en Belijdenis” Groningen. Maart 1975 – maart 1989.

    [32] Logboek I. 1e jaargang ’77-’78. 4 augustus 1977. Archief CLIC, doos 5.

    [33] Notulen ALV CLIC, 21-9-’79 en Bestuursmededelingen 20-8-’79 en 4-9-‘79. Archief CLIC, doos 1.

    [34] Jaarverslag 1981 Vereniging Informatiecentrum De Bron. Archief CLIC, doos 3; Notulen ALV CLIC, 16-4-’82. Archief CLIC, doos 1.

    [35] ‘Christelijk tegengewicht aan linkse propaganda. Alternatieve wereldwinkel CLIC in Groningen’, Reformatorisch Dagblad, RD-plus, 6 juli 1979; P. Vanger, ‘Clic voor uw geestelijke weerbaarheid’, Koers 28 september 1984.

    [36] Notulen CLIC, 22-4-’83. Archief CLIC, doos 1. C. Rijke aan geachte lezer, oktober 1983. Archief CLIC, doos 3.

    [37] Logboek I. 1e jaargang ’77-’78. 17 september 1977. Archief CLIC, doos 5.

    [38] R. Wiskerke aan het bestuur van CLIC, 20 augustus 1985. Archief CLIC, doos 4.

    [39] ‘Ruit CLIC-winkel in Groningen besmeurd’, Nederlands Dagblad 15 juni 1978.

    [40] Gemeentepolitie Groningen, aangifte van vernieling, 12 mei 1983. Archief CLIC, doos 1.

    [41] Gemeentepolitie Groningen, aangifte terzake van vernieling, 21 januari 1984. Archief CLIC, doos 1.

    [42] Jaarverslag CLIC 1985-1986. Archief CLIC, doos 1.

    [43] ‘Anti-apartheidsaxie’, Bluf!, 12 september 1985.

    [44] H. Dijk aan Centrumpartij, 25 april 1981. Kopie. Archief CLIC, doos 3. Zie verder: Middenweg 81:3. Niet rechts, niet links. Verkiezingsnummer II. Orgaan van de Centrumpartij. Archief CLIC, doos 20.

    [45] S. Wijsman, ‘CLIC een Wereldwinkel?’, De Lawine, 1 oktober 1985.

    [46] Zie: ‘Krakers en autonomen dreigen met nieuw geweld: “Hoe lang kunnen we hiermee nog ongestraft doorgaan?”’, Nederlands Dagblad, 27 september 1985.

    [47] E. van Middelkoop aan H. Dijk, 7 november 1985. Archief CLIC, doos 15.

    [48] Dreigbrief. Archief CLIC, doos 15. De brief is niet gedateerd maar is volgens een proces verbaal op 18 juni 1987 of eerder binnengekomen.  Amandla is een woord uit het Xhosa en Zulu en betekent “kracht/macht”. Het woord werd veel gebruikt als strijdkreet in het verzet tegen de Apartheid onder andere door het ANC.

    [49] Notulen ALV CLIC, 27-6-1986. Archief CLIC, doos 1.

    [50] Notulen ALV CLIC, 21-11-1986. Archief CLIC, doos 1.

    [51] Jaarverslag vereniging CLIC 1986-1987. Archief CLIC, doos 1.

    [52] Groningen, 24 mei 2007. Archief CLIC, doos 23.

    [53] P. Sneep, ‘‘De saamhorigheid is verdwenen’’, Nederlands Dagblad, 23 mei 2007.

    Tags: CLIC, GPV, links, rechts, RPF
    Read More