Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Meindert Leerling: KANTTEKENINGEN BIJ BOEK VAN GOD LOS

    0

    KANTTEKENINGEN BIJ BOEK ‘VAN GOD LOS’

    http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/9/9e/Fractievoorzitter_Leerling_%28RPF%29_-_NL-HaNA_Anefo_932-3201_WM465.jpg/640px-Fractievoorzitter_Leerling_%28RPF%29_-_NL-HaNA_Anefo_932-3201_WM465.jpg

    Beste Ewout en Remco,

     

    Met veel belangstelling, genoegen en vaak ook instemming heb ik jullie boek ‘Van God Los’ gelezen. Met name de weergave van historische feiten zijn voor zover ik daar een oordeel over mag hebben over het algemeen correct. Mijn complimenten. Het boek leest ook vlot en is een goede weergave van ontwikkelingen in de laatste 50 jaar. Nuttig dat dit op schrift staat. Belangrijk vind ik ook dat jullie de genoemde personen en hun organisatie in hun waarde laten. Dat laat onverlet dat ik hier en daar wat opmerkingen heb en wil jullie die vanuit ‘een positieve grondhouding’  toesturen.

     

    Hopelijk stellen jullie een en ander op prijs.

    Hartelijke groet

    Meindert

     

     

    Pag. 32:

    –          Het is onjuist te stellen dat de radicale afwijzing van homoseksualiteit in de ChristenUnie tot het verleden behoort. Die afwijzing heeft namelijk nooit bestaan. Zij die zich als LID hebben aangemeld worden nimmer bevraagd over kerkelijke herkomst of seksuele voorkeuren. Arie Slob was overigens met zijn antwoorden op het randje of er net over heen. De partij heeft in 2008 besloten en dat besluit is nooit herroepen, dat zij die de partij in besturen of politiek gremia VERTEGENWOORDIGEN zich wat de relatievorm betreft moeten houden aan wat in het verkiezingsprogramma staat. Daarin is bepaald dat alleen een wettig huwelijk tussen een man en een vrouw als enige legitieme relatievorm wordt erkend. Met andere woorden: zij die er een andere relatie op nahouden (bij voorbeeld ongehuwd samenwonen) kunnen de partij niet vertegenwoordigen. De partij heeft geen moreel oordeel uitgesproken over het praktiseren van een homoseksuele relatie, maar de bepaling uit 2008 is helder.

    –          Ook voorgangers van Van der Staaij zoals Van der Vlies en Van Rossum heb ik nooit op ‘preken’ kunnen betrappen.

    Pag. 34:

    –          Het is wel erg sterk uitgedrukt dat de ChristenUnie ‘steeds meer verscheurd wordt door de tegenstelling orthodox-christelijke identiteit en behoefte in de hedendaagse politiek een inbreng te hebben’. Ik geef toe dat er een spanningsveld kan zijn, maar de ChristenUnie en de voorgangers GPV en RPF zijn al sinds jaar en dag actief in het besturen van gemeenteraden, dan wel provinciale staten.

    Pag. 35:

    –          Onderaan de pagina wordt gesproken over drie christelijke partijen. Dat is onjuist. Het CDA is geen christelijke partij in de klassieke zin van het woord en menigeen erkent dat al sinds de oprichting van de partij. Het CDA houdt echter de schijn op om zodoende orthodoxe christenen die niet verder kijken dan hun politieke neus lang is aan zich te blijven binden.

    –          Terecht wordt vastgesteld dat christenen in seculiere partijen ‘geen poot aan de grond krijgen’. Zelfs in het CDA krijgen ze geen kans om bv in de Tweede Kamer Bijbelse principes als norm uit te dragen.

    Pag. 41:

    –          Den Uyl had destijds een punt. Voor de kleine christelijke partijen is de helft plus 1 niet de absolute norm om te beoordelen  of iets goed of fout is. Zijn verwijt dat SGP, GPV en RPF daarmee ondemocratisch waren was echter  volstrekt onjuist. Dat hebben we hem proberen duidelijk te maken en ook in zijn eigen partij schaamden diverse Kamerleden zich voor zijn uitlatingen.

    Pag.45:

    –          Als ik alleen voor de RPF mag spreken: ons streven was een Nieuw Nederland naar Bijbelse normen. Te bereiken via democratische weg. Wie de meerderheid heeft, kan ook beleid bepalen. Dan doen socialisten en liberalen ook. Dat behoeft beslist niet te betekenen dat andersdenkenden in hun rechten worden beperkt. Het is maar wat je onder rechten verstaat. Ieder mens heeft zich te houden aan de wet. Ook de wet die jou in principe niet zint. Dat is overigens heel wat anders dan gewetensdwang. Dat is beslist not done.

    Pag. 46:

    –          Het staat nog maar te bezien dat de ChristenUnie na 2000 (na de fusie?) van het ideaal van Nederland als protestantse natie is afgestapt. Het GPV had zo’n ideaal. De RPF was ruimer door te stellen een Nieuw Nederland naar Bijbels normen. Volgens de Bijbel is elk mens geroepen die normen na te leven (Prediker 12:13). De ChristenUnie belijdt nog altijd dat de overheid dienares van God is en daarmee wordt de God van de Bijbel bedoeld. Overheid en samenleving moeten derhalve doen wat die God van elk mens vraagt.

    Pag. 56:

    –          De passage over mijn TV-optreden vind ik een dissonant. Kritiek mag natuurlijk, maar het moet terecht zijn. Ik kan me in wat is geschreven beslist niet herkennen en weet niet of de schrijver op grond van eigen waarneming een en ander heeft opgetekend of dat hij dit van derden heeft. Nooit heeft mij van welke kant dan ook het verwijt bereikt dat ik als een ‘drammerige preker overkwam’.  Ik zou daar graag een voorbeeld van hebben. Wel is het goed te beseffen dat zowel in de begintijd van de EO en later ook van de RPF de TV werd gebruikt om de eigen achterban te bereiken en duidelijk te maken waarvoor je stond en wat je aan opvattingen had. Dat ik ‘geen harten wist te veroveren’ staat maar zeer te bezien. De RPF bleef ondanks interne problemen toch in de Kamer en zowel het ledental als het stemmental namen na de in 1985 afgesloten crisis weer toe. In 1989 scheelde het maar een haar of we hadden weer op twee zetels gestaan.

    Pag. 96:

    –          Het is opvallend dat de naam van Henk van Rossum in het hoofdstuk over de emancipatie bij de SGP niet wordt genoemd. Hij was de eerste niet-predikant die fractievoorzitter werd van de SGP en hij doorbrak in 1982 het TV-taboe enigszins. Hij kwam niet voor de camera, maar gaf wel een commentaar op de Troonrede en liet daar een foto van hem bij plaatsen.

    –          Het citaat over ‘het schatje met een hoog knuffelgehalte’ is ten onrechte aan Ria Beckers-de Bruijn toegeschreven. Het was staatssecretaris Elske ter Veld die deze woorden in de mond nam.

    Pag. 99:

    –          De uitspraken van de SGP over de verhouding tot Israël zijn mede ingegeven door wat de RPF van stonde aan in het Verkiezingsprogramma had staan. Ik denk met name aan de positie van Jeruzalem. De RPF betitelde de stad vanaf het eerste begin als ‘de ondeelbare hoofdstad van de staat Israël’. De SGP volgde daarin later. Het GPV liet zich in deze niet uit.

    –          Een klein jaar geleden heb ik in het RD meer samenwerking tussen ChristenUnie en SGP bepleit. Waarom wel samen in Europa en in diverse raden en staten en niet in Den Haag?

    Pag. 106:

    –          De waarneming van het verschil in stijl tussen Schutte en Leerling is juist. Ik ben blij dat ook de schrijvers, zoals ik ook al vaker hoorde van collega-Kamerleden, hebben vastgesteld dat ik overheid en volk opriep terug te keren naar de christelijke moraal. De RPF had immers als leuze: een Nieuw Nederland naar Bijbelse normen. Er zal hier en daar wel hoon hebben opgeklonken, maar daar heb ik zelf weinig van bespeurd. Sterker, ik zou namen kunnen noemen van collega’s uit de fractie van bij voorbeeld VVD en D66 die mij aanspoorden daarmee door te gaan. Ze lieten weten blij te zijn dat het geluid van de RPF in de Tweede Kamer klonk, omdat ze er in principieel opzicht geheel mee eens waren, maar dit in hun eigen fracties niet meer konden zeggen…..

    Pag. 107:

    –          De naam ChristenUnie zaaide inderdaad verwarring. Was en ben er niet gelukkig mee. Het verwees niet naar een ideologie, maar naar een bepaalde groep mensen. Dat gevaar dreigt nu ook in de discussie over de grondslagformule.

    Pag. 108:

    –          Gang van zaken rond Unieverklaring en Uniefundering zijn correct weergegeven en gelukkig heeft men in 2000 gekozen voor de huidige aanpak al staat die in onze dagen weer ter discussie. Denk aan rede Veling die naar mijn mening overigens weinig weerklank vindt in de ChristenUnie.

    Pag. 109:

    –          Of het juist is te stellen dat de fusie bedoeld was om meer macht te krijgen, betwijfel ik zeer. Daarnaast was Eimert van Middelkoop zeker niet de enige die in deze bedenkingen had. Christenen moeten niet streven naar macht, maar moeten Bijbels genormeerde politiek  bedrijven. Als men wordt gevraagd mee te doen in colleges of regering kan men onder duidelijk te stellen voorwaarden aanschuiven.

    –          De constatering dat Veling niet geschikt was voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer was inderdaad van tevoren bekend en het is dramatisch voor hem dat het op een mislukking is uitgelopen. Dat lag niet in de eerste plaats aan hem, maar aan de partij die alles deed (met name van GPV-zijde) om het lijsttrekkerschap van Leen van Dijke te voorkomen.

    Pag. 112:

    –          Om Eimert van Middelkoop te betitelen als een slechte minister gaat me beslist te ver. Heb heel andere geluiden gehoord. Dat hij fouten heeft gemaakt mag waar zijn, maar tegen de brute krachten van Verhagen zijn maar weinigen opgewassen. Niettemin had met name Rouvoet in die tijd wel wat feller van zich mogen afbijten om zijn minister in bescherming te nemen.

    Pag. 113:

    –          De kritiek op Tineke Huizinga is ook ongenuanceerd. Ze werd inderdaad op een ongelukkige post neergezet. Maar om haar kwalijk te nemen, dat ze in De Wereld Draait Door  niet meteen kon zeggen welke affiniteit ze met V&W had, vind ik wat onheus. Helaas wordt in deze regels niet vermeld dat ze als minister van Milieu juist heel goed heeft gefunctioneerd.

    –          Onderaan deze pagina wordt mijn naam nog een keer opgevoerd. Het gaat om de periode dat de zogeheten Staphorster Variant in zwang was. De RPF heeft toen nooit gehengeld naar regeringsdeelname, maar meerdere malen werd mij gevraagd of we als RPF daartoe bereid waren. Daar heb ik bevestigend op geantwoord, maar zoals ik hierboven al stelde moesten daar wel voorwaarden aan worden gesteld. En dat heeft Rouvoet bij de regeringsdeelname van de ChristenUnie eveneens gedaan. Ook op het punt van de ethische kwesties.

     

    Pag. 114:

    –          De conclusie onderaan deze pagina over de regeringsdeelname van de ChristenUnie is juist. Ik had aanvankelijk grote reserves. Een kleine fractie die tussen de grootheden CDA en PvdA zou worden vermalen en alleen wat zeteltal  in de Kamer interessant was. Rouvoet heeft me persoonlijk in kennis gesteld van de inhoud van het regeerakkoord en dat klonk beslist slecht. Ik heb toen laten weten niet verder op de rem te gaan staan, maar wel gezegd dat papier geduldig is. Met name wat de regeling rond de wachtdagen bij abortus en het vermelden van alternatieve mogelijkheden had er veel kordater moeten worden opgetreden. Men had in 3 maanden een rapport moeten eisen, wetend dat de regeerperiode soms korter is dan je denkt en hoopt. De Gezinsnota van Rouvoet heb ik als een grote teleurstelling ervaren. Dit was geen RPF-stuk. Ook de Emancipatienota van Plasterk was beneden de RPF-maat. De twee ChristenUnie-bewindslieden hadden in het kabinet meer op hun strepen moeten staan. Ze waren inderdaad nodig om het kabinet in stand te houden. Dat is een prijs waard.

    Pag. 116:

    –          Dat de jongere orthodoxe protestanten meer in de lijn van Veling (geen grondslag meer) denken kwam zaterdag 22 november tijdens de discussie over het hertalen van de grondslag beslist niet tot uitdrukking. In tegendeel.

    –          De term ‘steeds meer katholieken’ moet echt met een korreltje zout worden genomen. Zelf ben en blijf ik tegenstander van het in de ChristenUnie toelaten van katholieke christenen omdat zij een andere mens- en maatschappij hebben en zich ook willen laten leiden door Pauselijke uitspraken.

    Pag. 117:

    –          Bij de vergaderingen  van de RPF Federatieraad werden zeker niet allen psalmen gezongen. Ook Gezangen. Opwekkingsliederen waren in die periode minder bekend, c.q. in zwang.

    Pag. 118:

    –          Dat behoudende leden van de ChristenUnie zich langzamerhand meer en meer aangetrokken voelen tot de SGP is een feit. Bestuur en politieke leiders lijken dat nog onvoldoende te onderkennen.

    –          De term ‘getuigenispolitiek’ vind ik erg ongelukkig. Wekt altijd  een verkeerde indruk. De RPF wilde getuigende politiek bedrijven en dat is ook de roeping van de ChristenUnie in deze tijd. Niet in de eerste plaats streven naar de macht, maar getuige van Christus zijn die Koning der koningen is en dus ook in de publieke samenleving moet worden gediend. Getuigende politiek is politiek die vanuit de Bijbelse normen en w aarden op alle politieke terreinen de stem laat horen. Dat heb ik in mij RPF-tijd proberen te doen en dat dienen de vertegenwoordigers van de ChristenUnie blijvend te doen.

    –          Wie de nieuwe ‘ideologische zwaargewichten’ – let vooral op dat laatste woord – is me niet duidelijk. Ik ken ze niet.

    Pag. 119:

    –          De ChristenUnie moet niet ongelijke willen, maar getrouw zijn aan haar opdracht. Zie boven.

    Pag. 134:

    –          Dat katholieken overwegend pro-Europees denken heeft mede te maken met het stille verlangen van herstel van het Romeinse rijk met Rome als hoofdstad. Berlesconi heeft dat een aantal jaren geleden nog eens ruiterlijk toegegeven.

    Pag. 127:

    –          Ben blij dat onderaan deze pagina nu eens zwart-op-wet staat dat de Bijbel in het CDA geen absoluut gezag heeft, maar ‘slechts één van de inspiratiebronnen’.  Dat zouden veel orthodoxe christenen nu eens ingepeperd moeten krijgen. Het CDA is geen christelijke partij. Wordt ook op pag. 128 vastgesteld.

    Pag. 129:

    –          Succes CDA heeft voor een overgroot deel alles te maken met de lijsttrekker, c.q. politieke leider. Lubbers was erg populair. Zijn opvolgers beslist veel minder.

    Pag. 140:

    –          Niet alle Geref. Vrijgemaakten stemden vroeger  ‘vanzelfsprekend’ GPV. Heel wat Vrijgemaakten bleven de ARP en later het CDA trouw. Anderen sloten zich in de jaren 70 aan bij de RPF.

    Pag. 150:

    –          De houding van christenen tegenover homo’s  heeft in het verleden zeker te wensen overgelaten. Ik heb  dat  bij de behandeling van de Algemene Wet Gelijke Behandeling ook ruiterlijk toegegeven. Kreeg er zelfs een compliment voor van het COC bij monde van Henk Krol. Het wordt terecht onderaan pag. 153 geconstateerd.  In 1973 was ik Eindredacteur Informatieve Programma’s TV bij de EO en ik heb toen felle kritiek laten horen op de toen buiten mijn verantwoordelijkheid om uitgezonden programma’s over de problematiek van de homofilie. De homofiele geaardheid. Met name bij de omroep (NOS) heb ik met diverse homo’s prima samengewerkt. Punt is alleen dat christenen op grond van de Bijbel de vrijheid moeten hebben en ook mogen en moeten zeggen dat een homoseksuele relatie met iemand  van hetzelfde geslacht in strijd is met de Bijbel. Dat heeft de ChristenUnie zoals al eerder opgemerkt  in 2008 ook vastgelegd. Helaas hebben Rouvoet (pag. 156) en later Slob (pag. 159) dat in TV-uitzendingen niet helder gecommuniceerd. We leven echter in de tijd die vergelijkbaar is met bijna 2 eeuwen geleden toen Groen van Prinsterer verzuchtte: “Vrij zijt ge, maar wee u wanneer ge uw vrijheid niet gebruikt naar mijn wenken en voorschriften.” Het ging na de revolutionaire jaren om de liberale geest die toen woei.

    Pag. 173:

    –          Over het fenomeen ‘Mensenrechten’ zou ik nog wel eens een fundamentele discussie in de ChristenUnie willen voeren. Wat mij betreft dienen die Mensenrechten de Bijbelse toets van de kritiek doorstaan. Niet de mensrechten, maar de Bijbelse normen zijn voor christenen alles bepalend.  De vrijheid is dus niet absoluut (pag. 186) zoals tegenwoordig vaak wordt beweerd. De mensenrechten krijgen dan de allure van een religie.

    Pag. 180:

    –          De suggestie die onderaan pagina 180 wordt gewekt alsof o.a. de RPF in het verleden voorstander was van discriminatie werp ik verre van me. De fractie van de RPF heeft bij de behandeling van de Grondwetswijziging van 1983 in tweede lezing (de eerste lezing werd gehouden voordat de RPF in de Kamer vertegenwoordigd was) wel de nodige kanttekeningen gemaakt bij artikel 1, maar dat ging over de in eerste termijn aangenomen wijziging “op welke grond dan ook”.  Dat vonden wij veel te vrijblijvend en hebben toen o.a. op de positie van de homoseksuele leraren in het christelijk onderwijs gewezen. Uitsluiten op grond van principes is geen discriminatie, want zij die een homoseksuele relatie hebben kunnen op tal van scholen wel terecht. Zie nogmaals uitspraak Groen.

    Pag. 184:

    –          Op pagina 184 en ook 185 worden terecht goede woorden gesproken over Europarlementariër Peter van Dalen.

    Pag. 187:

    –          Ik was het destijds volledig eens met Kees van der Staaij. In beginjaren 70 maakte ik voor de EO enkele documentaire over de problematiek van de abortus-provocatus. Toen konden wetenschappers al aantonen dat verkrachtingen niet altijd tot een zwangerschap leidden. Sterker: het gebeurde doorgaans niet. En dat blijkt ook uit de cijfers van het ministerie van Volksgezondheid. Slechts 7% leidt tot zwangerschap. Dat is toch percentagegewijs gerekend bijna verwaarloosbaar. Zaak waar het om ging is, dat vrouwen die riepen verkracht te zijn bijna automatisch recht hadden op abortus. Of dat een smoes was, werd (en wordt naar ik vrees) niet onderzocht. Daar moet terecht wat aan worden gedaan en het is onbegrijpelijk dat er zo fel op deze zaak is gereageerd. Goed dat in deze de cijfers nog eens op tafel kwamen.

    Pag. 190:

    –          Het was destijds de VVD-voorzitter Haya van Someren-Downer die tegenstemde en dat niet om partijpolitieke motieven deed, maar  omdat ze persoonlijk legalisering van abortus-provocatus afwees.

    Pag. 191:

    –          De RPF wordt genoemd bij partijen die bezwaar maakten tegen het abortus-voorstel van CDA en VVD. Op zich juist, maar de RPF was toen nog niet in de Kamer vertegenwoordigd en past dus niet in het genoemde rijtje.

    Pag. 192:

    –          De uitspraak van Ineke Haas-Berg was natuurlijk wel erg opmerkelijk. GPV en SGP hebben in dat abortusdebat gewoon hun visie gegeven, maar dat was al tegen het zere been. Over democratie en tolerantie gesproken! (Zie nogmaals uitspraak van Groen).

    –          De uitspraak van Deetman was kenmerkend voor het CDA. De helft plus 1 beslist. Geen hogere normen waaraan je je opvatting moet toetsen.

    Pag. 193:

    –          In die periode kende de vaste Kamercommissie Volksgezondheid een jaarlijkse toetsing van de Wet afbreking zwangerschap. Die kans grepen de kleine christelijke partijen aan om nogmaals hun standpunt weer te geven en ook voorbeelden van ontsporingen te geven. Mede op dringend verzoek van het CDA is die periodieke toetsing afgeschaft. Men wilde niet steeds met het verleden worden geconfronteerd.

    Pag. 194:

    –          De opmerking van Kohnstamm sloeg nergens op. Je mocht over deze kwestie gewoon niet meer discussiëren. Gepasseerd station. Zie nogmaals de opmerking van Groen.

     

    Pag. 196:

    –          De laatste alinea vind ik neerbuigend richting o.a. Van der Staaij en toont hoe weinig begrip er bestaat voor het wezen van Bijbelgetrouwe politiek. Het gaat daarbij namelijk in de eerste plaats om te getuigen van de waarheid en van de Bijbels normen die voor alle mensen gelden. Of men het gelooft of niet. Of men luistert of niet. Seculiere meerderheid is niet bepalend voor de boodschap van de Bijbelgetrouwe partijen.

    Pag. 205:

    –          Het was uiterst teleurstellend dat koningin Beatrix de Wet Afbreking Zwangerschap ‘bij de gratie Gods’ heeft ondertekend. Ze had het voorbeeld van koning Boudewijn in België moeten volgen als een helder getuigenis.

    Pag. 206:

    –          Erkennen dat Nederland een seculier land is, behoeft niet te betekenen dat je je als christen in de politiek daarbij neerlegt. Het blijft een kwestie van getuigen omdat we mogen weten dat de Bijbelse normen voor mens en samenleving veruit het beste zijn voor iedereen.

    Pag. 208:

    –          Slotalinea spreekt mij in het geheel niet aan.

     

     

    Hartelijke groet

    Meindert Leerling

    December 2014

    Tags: CDA, ChristenUnie, Meindert Leerling, Remco van Mulligen, RPF
    Read More
  • Impressie boekpresentatie Van God los

    0

    Een foto-impressie van de boekpresentatie van Van God los. Het einde van de christelijke politiek op 24/09/2014 bij boekhandel Schreurs en Groot in Amsterdam.

    Het boek is geschreven door Remco van Mulligen en Ewout Klei. Als referenten traden op oud-politicus Boris van der Ham van D66 en de conservatieve publicist Bart Jan Spruyt.

    De foto’s zijn gemaakt door Kirsten Feenstra en Kinge Siljee.

     

     

     

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, Ewout Klei, Remco van Mulligen, Van God los
    Read More
  • Presentatie ´Van God los´ in Amsterdam

    0

    Wanneer: woensdag 24 september 2014 om 18:00

    Wie: Ewout Klei & Remco van Mulligen

    Wat: Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig.  Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig hebben ze in de Tweede Kamer nog slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep. Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat. Waar gaat het naartoe en waar moet het naartoe?

    De boekpresentatie wordt geleid door Pieter de Bruijn Kops, acquirerend redacteur bij Nieuw Amsterdam. Nadat de auteurs hun boek hebben gepresenteerd zullen twee referenten, publicist Boris van der Ham en columnist Bart-Jan Spruyt, er hun visie op geven. Deze bijdragen zullen het thema christelijke politiek belichten. Hierna volgt een paneldiscussie, waar ook de overige aanwezigen een bijdrage aan kunnen leveren.

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond. Hij werkt als freelancer voor The Post Online, schrijft mee aan schoolboeken en is scriptiebegeleider bij Studiemeesters in Amsterdam.

    Remco van Mulligen is historicus. Hij rondde in 2014 het proefschrift Radicale protestanten af, over de ontwikkeling van het Nederlandse orthodox-protestantisme in de laatste vijftig jaar. Hij werkt als freelancer o.a. voor Elsevier, Tertio en Nederlands Dagblad.

    Ewout Klei en Remco van Mulligen Van God los. Het einde van de christelijke politiek? Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €21,95

    Toegang gratis

    Uitgave: Van God los

    Waar: Boekhandel Schreurs & de Groot, Weteringschans 173, 1017 XD Amsterdam NL
    T. 020 320 8412
    E. info@schreursendegroot.nl

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, CDA, ChristenUnie, D66
    Read More