Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Waarom was de Gay Pride zo saai?

    1

    Dit artikel verscheen vorig jaar op Joop.

    De parade is vooral een feestje van seculiere zelfbevrediging geworden

    Afgelopen weekend bezocht ik dus voor het eerst de Gay Pride. Ik had een paar jaar geleden, bij toeval, de Gay Pride van Londen aanschouwd: een gezellige barbecue voor leernichten en travestieten. In vergelijking daarmee was de Amsterdamse Gay Pride een enorm spektakel. De Prinsengracht vol met bootjes die confetti spoten en de halve stad in het roze.

    Toch viel het festijn in 020 mij enigszins tegen. Had het kleine feestje in Londen nog iets spontaans, in Amsterdam was alles verschrikkelijk commercieel en conformistisch. Akzo Nobel, Vodafone, Google, de Nederlandsche Bank en Thalys hadden allemaal hun eigen boot. Die van Thalys was het leukst, met een roze Eiffeltoren in de vorm van een fallus. Ook D66, GroenLinks PvdA en VVD waren van de partij.  Heel fijn natuurlijk dat ze voor homorechten zijn en dat je naar Kamerleden kon zwaaien, maar spectaculair waren deze bootjes niet. Alleen GroenLinksers hadden een beetje hun best gedaan, door zich allemaal als bijtjes te verkleden. Hun motto was dan ook ‘Bee free’. Ik telde maar één heuse leernichtenboot waarop opzwepende muziek werd gedraaid (ik bedoel dus niet het softcorenummer S&M van Rihanna).

    Over de Gay Pride maakte bijna niemand zich meer boos. Alleen de conservatieve opiniemaker Fop Schipper, die onder andere schrijft voor de Volkskrant en De Dagelijkse Standaard, ergerde zich aan de ‘liberale eenheidsworst’ (no pun intended) die aan Nederland zou worden opgedrongen. Hij stelde op Twitter de retorische vraag: “Is het in Nederland eigenlijk al strafbaar om niet mee te doen met die viespeukerij in de Amsterdamse grachten?” Fop kent de Gay Pride blijkbaar alleen maar van televisiebeelden van tien jaar geleden, toen er op sommige homobootjes nog provocerend gecopuleerd werd. De roze Koninginnedag van afgelopen zaterdag was geen reet aan.

    Waarom was de Gay Pride zo saai? Mijn vermoeden is dat de homo-emancipatie in Nederland is voltooid. Vorig jaar werd er nog gedemonstreerd tegen de weigerambtenaar, het laatste obstakel dat de volledige acceptatie van homoseksualiteit in onze maatschappij in de weg stond. Natuurlijk, in bepaalde christelijke, islamitische en asociale kringen heeft men het nog steeds niet op met homo’s, maar deze intolerante groepen vormen zelf ook minderheden in onze samenleving. De overgrote meerderheid in Nederland accepteert homoseksualiteit als iets volstrekt normaals. De meeste orthodoxe christenen durven het, behalve binnenskamers, niet meer hardop te veroordelen. Vandaar ook dat het politieke engagement van de Gay Pride zich dit jaar vooral op het buitenland richtte: het dictatoriale Rusland van Poetin en een land als Oeganda waar homo’s worden bedreigd met geweld en lange gevangenisstraffen. Het is een beetje vergelijkbaar met de aandacht voor Chili en Cuba tijdens de 1 mei-optochten in de jaren zeventig en tachtig, internationale solidariteit bij gebrek aan grote klassentegenstellingen in Nederland.

    Het is natuurlijk ontzettend mooi dat homoseksualiteit in Nederland zo breed geaccepteerd wordt. De politieke en maatschappelijke noodzaak voor een Gay Pride valt daardoor echter weg. De Gay Pride is nu vooral een feestje van seculiere zelfbevrediging geworden, waar grote bedrijven en seculiere politieke partijen laten zien hoe goed ze wel niet voor homo’s zijn. De Gay Pride is een instituut.

    Er valt in Nederland nog een boel te emanciperen en te detaboeïseren, ook op seksueel gebied. Mensen met een fetisj voor voeten zijn raar en soms ook vies (terwijl een obsessie voor borsten en billen ‘normaal’ is), om maar te zwijgen over liefhebbers van BDSM, luiers, oorwarmers etcetera.

    Het is hoog tijd voor een Fetish Pride.

    Tags: Amsterdam, Eenheidsworst, Fop Schipper, Gay Pride, Londen
    Read More
  • Gastcolumn Fop Schipper: Conservatisme is gezond verstand

    0

     

    Door: Fop Schipper

    “Conservatieven, terug naar jullie reservaat!”, dat was de titel van de column van Klei die hij op 29 november op zijn website plaatste, evenals op Joop.nl de opiniesite van de Vara. Ik ben door Klei “ingehuurd” om het met hem oneens te zijn. Dat was in dit geval niet moeilijk. In de eerste plaats neigt zijn verhandeling naar het weren en censureren van conservatieve meningen die hem niet aanstaan. Ten tweede slaat hij met zijn beschrijving van het conservatisme de plank behoorlijk mis. Ik zal op beide punten ingaan.

     

    Allereerst de censuur. Het marginaliseren van afwijkende (lees conservatieve) meningen door de groep die zichzelf als “verlicht” en “vooruitstrevend” beschouwt is niet nieuw. In 1874 beet het liberale Kamerlid Jan Kappeyne van de Coppello de protestanten in een onderwijsdebat al toe dat “die minderheid maar moest worden onderdrukt”. Een vlieg die de ganse zalf bederft had naar zijn mening geen recht van bestaan. In 1874 was het Abraham Kuyper die Kappeyne stevig van repliek diende.

     

    Wie denkt dat onze vrijheden in goede handen zijn bij vrijdenkers als Klei, die vergist zich. De houding van liberalen als Klei is ongeveer als volgt: “We leven in een vrij land, maar als je het niet met ons eens bent dan krijg je geen geld”. Vroeger wilden de liberalen bijvoorbeeld alleen de openbare (liberale) scholen geld geven, en niet de bijzondere (christelijke) scholen. Deze visie wint opnieuw aan populariteit. Waarbij men voor het gemak maar even vergeet dat ook christelijke ouders belasting betalen.

     

    De bijna pathologische neiging van progressieven en liberalen om de publieke ruimte te willen definiëren is evenmin een typisch Nederlands verschijnsel. Op 9 november jl. zou de conservatieve Amerikaanse publiciste Ann Coulter een lezing geven aan de ‘Fordham University’. Maar dat feest ging niet door. Waar de universiteit geen enkel probleem had met een lezing van de omstreden filosoof Peter Singer, die onder andere infanticide en bestialiteit promoot, werd de lezing van Ann Coulter op het laatste moment verboden.

     

    Nu Klei’s beschrijving van het conservatisme. Eigenlijk gaat het direct in het begin al mis. Volgens Klei betekent conservatisme “bewaren”. Conservatieven willen volgens hem tradities bewaren. Hoewel dit niet geheel onjuist is, betreft dit geenszins de kern van het conservatisme als (politieke) ideologie. Klei noemt vervolgens Joseph de Maistre, die hij als de echte grondlegger van het conservatisme beschouwt. Een “reactionair” die volgens hem terug wil naar een mythisch verleden. En “reactionair” heeft hier uiteraard een negatieve connotatie.

     

    Klei zet een klassieke stroman neer die hij vervolgens vakkundig afbrand. Het bekende spreekwoord met daarin de klok en de klepel vigeert voor zijn betoog. Maar als het conservatisme niet draait om het bewaren van tradities of het terug willen naar een mythisch verleden, waar draait het dan wel om? Nu moet ik voorzichtig zijn omdat ik een vrij recente bekeerling ben, maar ik zal proberen aan te geven wat volgens mij metterdaad kernpunten van het conservatisme zijn. In de eerste plaats is daar het uitgangspunt dat de mens van nature slecht is en geneigd om foute en egoïstische keuzes te maken.

     

    In direct verband hiermee staat het conservatieve paradigma dat de waarheid bestaat (en niet relatief is), evenals goed en kwaad. Niet geheel toevallig tekent zich hier een sterke overeenkomst met het christelijk geloof. Het uitgangspunt dat de mens van nature slecht is heeft een aantal belangrijke gevolgen. De meest voor de hand liggende is de constatering dat het bijbrengen van normen en waarden aan jongeren en vorming (Bildung) enorm belangrijk is. Een ander gevolg wordt het best duidelijk als ze wordt afgezet tegen de antagonist van genoemde uitgangspunt.

     

    Als je namelijk uitgaat van de assumptie dat de mens van nature goed of neutraal is dan zul je niet gemakkelijk concluderen dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen gedrag. Het ligt dan bijna per definitie aan de maatschappij (of aan “het systeem”) als mensen hinderlijk, destructief of crimineel gedrag vertonen. De misdadiger is dan ook maar een slachtoffer van de maatschappij die hem of haar “slecht gemaakt heeft”. Feitelijk zijn we nog steeds bezig ons te herstellen van de verdwazing van de jaren zestig en zeventig, toen deze gedachte in progressieve kringen populair was.

     

    Een andere kerngedachte van het conservatisme is dat je niet geboren wordt in een vacuüm. Vele generaties voor jou hebben tot in de kleinste details de omgeving waarin je geplaatst bent gemaakt en beïnvloed. Daar zijn vaak offers voor gebracht. Elk mens is de tussenschakel tussen de vorige generatie en de volgende. En dat schept verplichtingen. De eerste opdracht is dan om überhaupt een volgende generatie op de wereld te zetten. Maar op dat punt presteren we al niet. In de meeste Europese landen ligt het geboortecijfer rond de 1,5 kind per vrouw. Dat betekent dat de autochtone bevolking per twee generaties halveert.

     

    Een conservatief is zich ook bewust van het feit dat we ons als Europeanen letterlijk eeuwenlang hebben doodgevochten om de Islam er buiten te houden. Karel Martel zou zich omdraaien in zijn graf als hij zou horen van de bijna kritiekloos toegejuichte massa-immigratie van moslims naar Europa, vooral in de jaren negentig. In het licht van deze Europese geschiedenis is het eveneens een schandaal dat de Europese elites er naar blijven streven om Turkije volledig te laten opgaan in de Europese Unie.

     

    Het besef dat je in een lange traditie staat leidt ook tot het besef dat de Nederlandse democratie het resultaat is van een eeuwenlange strijd. Een strijd tussen vorst en volksvertegenwoordigers om macht en wetgevende invloed. Een conservatief staat daarom niet te springen om de rol van de Koningin bij de formatie ineens te schrappen. Onder meer omdat de rol die Koningin Beatrix tot voor kort vervulde de Nederlandse geschiedenis op dit punt perfect reflecteert. In Groot-Brittannië is de traditie en symboliek op dit punt overigens nog veel mooier.

     

    Tradities en rituelen vormen een brug naar het verleden, maar het draait niet om die tradities an sich. Als je het conservatisme wil begrijpen moet je kijken naar de uitgangspunten die eraan ten grondslag liggen. Daarvan heb ik er twee genoemd. Maar de beste samenvatting is misschien wel de volgende: conservatisme is gezond verstand! En dat maakt het extra zorgelijk dat Klei en zijn geestverwanten bij D66 en GroenLinks het waarschijnlijk op alle punten met mij oneens zijn. Het verklaart wel waarom progressieven de gewoonte hebben om op werkelijk alle punten precies de verkeerde keuzes te maken.

    Tags: Ann Coulter, Conservatisme, Fop Schipper, Gastcolumn, Jan Kappeyne van de Coppello
    Read More