Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • De Partij van de Animositeit houdt van de mensheid, niet van mensen

    0

    Door: Ewout Klei

     

    De Partij van de Arbeid is een bijzondere partij. De partij kampt al jaren met een crisis. De PvdA moest dikwijls zware electorale klappen incasseren maar kwam telkens weer terug. Hoe komt het dat de PvdA constant in een crisis lijkt te verkeren? En waarom werd en wordt er in PvdA zo veel geruzied? Thijs Niemantsverdriet, parlementair verslaggever bij NRC Handelsblad, schreef over de recente PvdA-geschiedenis een boek waarin hij op deze vragen ingaat.

    De vechtpartij is natuurlijk niet het eerste boek dat over de PvdA is verschenen. Over de PvdA zijn boekenkasten vol geschreven. In mijn eigen boekenkast staan Een partij in de tijd. Veertig jaar Partij van de Arbeid 1946-1986 van Anet Bleich, haar biografie over Joop den Uyl en Arie van der Zwans pamflet Van Drees tot Bos. Zestig jaar succes en mislukking. Geschiedenis van de PvdA.  Niemantsverdriet laat zijn verhaal in 1986 beginnen, het jaar dat Joop den Uyl het leiderschap van de partij overdraagt op Wim Kok. De vechtpartij sluit wat chronologie betreft dus perfect aan op beide boeken van Bleich. Er is enige overlap met het verhaal van Van der Zwan, die behandelt daarin een veel langere periode en eindigt in 2008, maar Van Drees tot Bos is een zeer subjectief getoonzet verhaal van een ontevreden partijlid dat de PvdA van koers wil doen laten veranderen. Niemantsverdriet is wat dat betreft een stuk objectiever. Je bespeurt bij hem wel enige sympathie voor de PvdA, maar dat neemt niet weg dat hij van een afstandje de boel rustig kan analyseren en patronen ontwaart die belangrijk zijn om grip te krijgen op een kleine dertig jaar PvdA-geschiedenis.

    Het grote nadeel van De vechtpartij is dat dit boek voornamelijk gebaseerd is op materiaal dat we al kennen: boeken over de PvdA en PvdA-bewindslieden, PvdA-rapporten, de PvdA-jaaroverzichten op de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen en vooral heel veel artikelen en interviews uit kranten en opiniebladen. Voor zijn onderzoek heeft Niemantsverdriet maar één archief geraadpleegd, het persoonlijk archief van Arend Hilhorst die tijdens het eerste paarse kabinet de persoonlijk assistent van Kok was. Omdat Niemantsverdriet een journalistiek boek heeft geschreven en geen monografie is het natuurlijk logisch dat hij de bestuursnotulen, partijprogramma’s en dergelijke niet heeft doorgenomen.  Zo’n onderzoek vergt heel veel tijd en Niemantsverdriet wilde gewoon een leuk toegankelijk boek schrijven. Dat is hem trouwens gelukt: het is een mooi verhaal geworden dat leest als een trein. En af en toe staan er ook dingen in die je nog niet weet. Maar spectaculaire onthullingen tref je niet in het boek aan. En omdat het boek vanwege de journalistieke opzet aan de oppervlakte blijft mis je als lezer soms ook wat duiding: dat het PvdA-electoraat tegenwoordig veel minder trouw is dan vroeger heeft toch ook alles te maken met de ontzuiling en de voortgaande individualisering? Is het niet zo dat VVD en D66 wat dat betreft veel beter bij deze tijd passen? En hoe zit het eigenlijk met erfenis van Nieuw Links? Is de PvdA geen vechtpartij vanwege de oververtegenwoordiging van hoogopgeleide Babyboomers die in de roerige jaren zestig en zeventig lid werden van de partij? Hoe groot is hun stempel op de partijcultuur? En hoe zit het precies met het PvdA-electoraat? Is de achterban de afgelopen 25 jaar qua leeftijdsopbouw, opleidingsniveau en inkomen (erg) veranderd? Het zijn interessante vragen die in een wetenschappelijk opgezette studie aan de orde zouden moeten komen.

    De Vechtpartij houdt het verhaal over de PvdA simpel. Centraal in het boek staan de PvdA-leiders na Den Uyl: Wim Kok, Ad Melkert, Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom. Van deze vijf zou je alleen Wim Kok een geslaagde politicus kunnen noemen: hij wist de partij door de roerige WAO-crisis te loodsen en onder zijn leiding werd de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998 de grootste. Natuurlijk was Kok niet volmaakt maar zijn rustige, nogal vaderlijke manier van leiderschap wekte gezag en vertrouwen. Degenen die na Kok kwamen raakten hun gezag binnen een korte of iets langere periode kwijt.

    Ad Melkert was echte technocraat. Hij was zeer bedreven in politieke spelletjes maar kon zijn boodschap maar niet overbrengen bij de kiezer. Melkert was niet warm maar zuur. Toen hij op televisie werd blootgesteld aan de populistische professor Pim Fortuyn was de deconfiture compleet. De afgang van Melkert was natuurlijk ook te danken aan bijzondere omstandigheden – de grote angst voor de fundamentalistische islam en de stormachtige opkomt van Pim Fortuyn – maar zijn regenteske houding maakte alles alleen maar erger.

    De PvdA halveerde in 2002 maar vond zich daarna opnieuw uit. Wouter Bos, die de indruk wekte wel te willen luisteren naar de wil van het volk, zorgde voor de spectaculairste opwekking uit de dood sinds Lazarus en maakte de nederlaag van 2002 in 2003 weer ongedaan. Tussen 2003 en begin 2006 was Bos de populairste politicus van het land en iedereen dacht hij na de volgende verkiezingen premier zou worden. Bos liet de overwinning echter door zijn vingers glippen. De verkiezingen van 2006 waren een groot fiasco voor de PvdA. Bos wilde morrelen aan de AOW, een deel van de PvdA-achterban vond dat niet fijn en dit was voor het CDA een uitgelezen kans om een keiharde campagne te voeren. ‘Met Bos met je de klos’ was het (overigens op de klank af niet helemaal perfecte) rijmpje dat de christendemocraten hadden bedacht om de PvdA-leider als onbetrouwbaar weg te zetten.  De PvdA had 42 zetels in de Tweede Kamer en stond begin 2006 in de peilingen op 60 zetels. Dankzij de harde CDA-campagne en de zigzagkoers van Bos werden het er op 22 november 2006 slechts 33. Deze nederlaag was volgens Niemantsverdriet erger dan die van 2002. Niet alleen had de PvdA deze keer de nederlaag helemaal aan zichzelf te danken maar ook was de SP met 25 zetels definitief doorgebroken. De PvdA liep het risico straks niet meer de grootste partij te zijn op links.

    De PvdA stapte met het CDA en de ChristenUnie in een kabinet. Dit kabinet was niet bepaald een succes. In 2008 was Bos even helemaal in zijn element toen de economische crisis uitbrak en hij de banken moest redden, maar verder was hij doodongelukkig en verliep de samenwerking met de christendemocraten uiterst moeizaam. Toen het kabinet-Balkenende IV begin 2010 viel kondigde Bos dan ook aan uit de politiek te stappen. Hij was helemaal opgebrand.

    Bos werd opgevolgd door Job Cohen, de bedeesde burgervader van Amsterdam. Hij zou de PvdA straks een klinkende verkiezingsoverwinning gaan bezorgen, zo was de overtuiging van de partijtop. Het liep toch een beetje anders. Cohen, en dat laat Niemantsverdriet heel goed zien, was totaal niet geschikt voor de hijgerige Haagse politiek. Hij kende zijn dossiers niet goed, kon niet debatteren en gaf geen leiding aan de partij. De virtuele winst van de partij in de peilingen verdampte en op 9 juni 2010 haalde de PvdA 30 zetels, drie minder nog dan in 2006. De VVD was de grootste geworden. Cohen verloor daarna ook de formatie zodat de gedoodverfde premier noodgedwongen een rol moest spelen die hij niet wilde: die van oppositieleider. Job Cohen bleef stuntelen maar niemand durfde tegen hem te zeggen dat hij de Messias niet was. Ze bleven, tegen beter weten in, in JC geloven of veinsden dat. Pas na anderhalf jaar, na enkele vervelende confrontaties in de Tweede Kamer en met zijn eigen fractiegenoten, besloot Cohen het bijltje erbij neer te leggen.

    De laatste PvdA-leider die Niemantsverdriet bespreekt is Diederik Samsom. De hyperintelligente en hyperactieve Samsom, die voor zijn arbeid voor de partij campagneleider was bij Greenpeace, wist de PvdA weer elan te geven. Dit leidde in 2012 tot een grote verkiezingszege. De PvdA kwam op 38 zetels uit. Dat waren er acht meer dan in 2010, maar misschien wel twintig meer dan de PvdA begin 2012 in de peilingen had. De PvdA won omdat Samsom zijn dossiers wel goed kende, hij met ‘het eerlijke verhaal’ kwam en een betere debater was dan VVD-leider Mark Rutte en SP-leider Emile Roemer. De SP, die volgens de peilingen van begin 2012 de grootste partij van Nederland leek te worden, won helemaal niks en bleef haar 15 zetels houden. De PvdA was weer de onbetwiste leider op links.

    De deconfiture kwam echter snel. Hoewel Samsom vriend en vijand verraste met een snelle formatie lukte het hem niet om het beleid van het VVD-PvdA-kabinet uit te leggen. In plaats van compromissen te sluiten hadden VVD en PvdA dingen uitgeruild. De PvdA-achterban was hoogst verontwaardigd dat het kabinet besloten had om illegaliteit strafbaar te stellen, een stokpaardje van de VVD. De Iraanse Nederlander Sander Terphuis werd de stem van de boze PvdA-achterban. Zijn petitie kreeg de handtekeningen van veel PvdA-prominenten, waaronder Cohen, Jan Pronk en Jeltje van Nieuwenhoven. Samsom wilde het kabinetsbesluit aan de achterban uitleggen, maar door het er steeds maar over te hebben maakte hij het erger en erger. Als leider zorgde Samsom bovendien voor veel irritaties bij zijn collega-Kamerleden. Toen Samsom nog gewoon Kamerlid was stelde hij zich vaak eigenzinnig en onafhankelijk op, maar zo’n opstelling accepteerde hij niet van zijn collegae toen hij zelf fractievoorzitter was geworden. De neuzen moesten dezelfde kant op. Dit was voor het jonge veelbelovende Kamerlid Myrthe Hilkens begin 2013 een reden om op te stappen. Hoewel Hilkens tegen de PvdA-traditie in niet (in een interview in Vrij Nederland of in een stuk in de Volkskrant) met modder begon te gooien naar haar baas, wist iedereen toen dat het leiderschap van Samsom een flinke deuk had opgelopen. De glans was er bij Samsom definitief af.

    Vanwege al het geruzie en gekonkel noemt Niemantsverdriet de PvdA de vechtpartij. Natuurlijk wordt er ook in andere partijen geruzied, maar bij de PvdA lijken deze ruzies extra hard. En wat belangrijker is: ze zijn (bijna) altijd openbaar. Geen enkele partij heeft zoveel kritische rapporten over zichzelf geschreven als de PvdA. En boze PvdA’ers vallen elkaar (bijna) altijd af via de media. Het zelfkritische vermogen van de PvdA heeft als voordeel dat de partij ambitieuze idealisten aantrekt die geen blad voor hun mond nemen en soms ook heel inspirerend kunnen zijn: denk aan Felix Rottenberg, Ahmed Marcouch en Myrthe Hilkens,  en aan Wouter Bos, Diederik Samsom en Frans Timmermans in hun jongere jaren. Het nadeel is dat deze mannen en vrouwen met ambitie elkaar vaak in de weg lopen en via machiavellistische spelletjes politiek uit de weg willen ruimen. De Partij van Animositeit houdt van de mensheid, niet van mensen.

     

    N.a.v. Thijs Niemantsverdriet, De vechtpartij. Euforie en chagrijn binnen een van de grootste politieke partijen van Nederland (Amsterdam, Atlas Contact 2014). ISBN 9789020412109. 288 pagina’s. €19,99.

    Tags: Ad Melkert, Anet Bleich, Diederik Samsom, Job Cohen, Myrthe Hilkens
    Read More
  • De smalle marge van democratische politiek

    0

    File:Uyl, Joop den - SFA008007393.jpg

    In Vrij Nederland van 8 december 2012 schreef Anet Bleich, biografe van Joop den Uyl, een kritisch artikel over Diederik Samsom. Volgens haar was Diederik geen Joop. Hiervoor is het tweede kabinet-Rutte in haar ogen namelijk niet links genoeg. Hoewel Bleich hiermee een open deur intrapt legt ze de vinger bij een belangrijk politiek probleem, namelijk dat het in de democratie erg moeilijk is om helemaal je zin te krijgen. Een regering die helemaal links of helemaal rechts is, is in Nederland vrijwel onmogelijk.

    De Pacifistisch Socialistische Partij, in 1991 opgegaan in GroenLinks, wenste een regering die helemaal links was. De partij formuleerde enkele voorwaarden, waaronder de PSP bereid was tot regeringsdeelname en een regeerakkoord.

    Als eerste voorwaarde moet er een reële basis aanwezig zijn tot de vorming van een linkse parlementaire meerderheid en moeten partijen die streven naar behoud van het kapitalistisch stelsel voor een dergelijk akkoord worden uitgesloten.

    Verder moet een linkse regering niet alleen steunen op een parlementaire meerderheid, maar tevens berusten op een wisselwerking met buitenparlementaire machtsvorming van een strijdende basis in buurten en bedrijven.

    Tenslotte moet een dergelijk akkoord getoetst worden aan de bijdrage die het funktioneren van een regeerakkoord levert aan de socialistische machtsvorming en bewustwording aan de basis om mede daardoor resultaten te kunnen behalen in de strijd voor antikapitalistische struktuurhervormingen.

     

    De PSP ging dus heel erg ver en wilde dus alleen in de regering stappen als die regering een radicaal antikapitalistisch beleid zou gaan uitvoeren. Alleen als de PSP helemaal haar zin zou krijgen, zou de partij in de regering stappen. De PSP was bovendien kritisch over het parlement en zocht ook hierbuiten naar legitimiteit. Het kabinet-Den Uyl, dat de geschiedenis is ingegaan als het meest linkse kabinet van Nederland ooit, kon in de ogen van PSP-Kamerlid Fred van der Spek niets goeds doen.

    Den Uyl was natuurlijk minder radicaal dan de PSP. Over het probleem dat je in de democratie moeilijk je zin krijgt schreef hij in 1970 in Socialisme en Democratie het beroemde artikel ‘De smalle marge van democratische politiek’. De PvdA-voorman, toen nog leider van de grootste oppositiepartij, keerde zich in dit stuk met name tegen de radicaal-linkse opvatting dat via buitenparlementaire acties politieke veranderingen moesten worden afgedwongen. Den Uyl vond dat de PvdA moest streven naar een progressieve meerderheidsregering, die op basis van een van te voren afgesproken regeerakkoord voor veranderingen moest zorgen. Alleen via deze weg konden maatschappelijke hervormingsplannen uitgevoerd worden.

    Het programma Keerpunt ’72, waaraan PvdA, D66 en PPR zich committeerden, was de uitwerking van Den Uyls theorie. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1972 behaalden de Keerpuntpartijen echter geen parlementaire meerderheid, met als gevolg dat ze in 1973 alsnog moesten samenwerken met de christelijke partijen KVP en ARP. De marge van democratische politiek bleek in de praktijk dus nog smaller dan dat Den Uyl had gevreesd.
    Dat de marge zo smal is komt omdat ons land een coalitieland is. Geen enkele politieke partij is er ooit in geslaagd over een parlementaire meerderheid te beschikken. De rechtse partijen beschikken decennialang samen over net iets meer zetels dan de linkse partijen, een gegeven dat een linkse coalitie tot nog toe onmogelijk maakt. Over rechts is het wel mogelijk maar dat werkt niet. Het in 2010 aangetreden kabinet-Rutte I was wankel, omdat men afhankelijk was van de gedoogsteun van de onbetrouwbare PVV. Halverwege de rit moest de SGP voor extra gedoogsteun zorgen. In 2012 viel dit kabinet, omdat Geert Wilders het advies van Jolande Sap had opgevolgd en de stekker eruit had getrokken.

    De politieke partijen die het meest in aanmerking komen om te regeren zijn grote partijen die niet al te extreme standpunten verkondigen: PvdA en VVD, en tot voor kort ook het nu flink gemarginaliseerde CDA. Andere partijen zijn vaak te klein en daarom niet nodig om een parlementaire meerderheid te vormen, of hebben standpunten die te ver afstaan van het politieke midden. D66, de ChristenUnie en in de jaren zeventig DS’70 en de PPR hebben als kleine partij in het regeringsbootje gezeten, maar ze konden daar maar weinig invloed uitoefenen. De SP is nooit in de regering terecht gekomen, en de PVV gaf alleen maar gedoogsteun. Kleine principiële partijen zoals vroeger de PSP en tegenwoordig de SGP en de Partij voor de Dieren maken ten slotte alleen als de politieke omstandigheden zeer extreem zijn een kansje om in de coalitie te komen, maar alleen als gedoogpartner. Zelfs dan is de invloed klein: Nederland is niet opeens veranderd in een theocratie en de heilige huisjes van de SGP – de weigerambtenaar en het vloekverbod – staan nu op het punt om afgeschaft te worden.

    De les van Nederland coalitieland is dat je nooit helemaal je zin kunt krijgen en compromissen moet sluiten die soms pijnlijk zijn. Natuurlijk moeten partijen niet hun ziel en zaligheid verkopen voor een schotel linzenmoes, maar een beetje compromisbereidheid is noodzakelijk om te kunnen regeren. Diederik Samsom is geen Joop den Uyl, daarvoor is de marge van democratische politiek te smal. Zelfs Joop den Uyl was niet de Joop den Uyl die hij wilde zijn. De werkelijkheid is immers meestal niet zo fijn als het idealiter zou moeten zijn.

    Tags: Anet Bleich, Diederik Samsom, Fred van der Spek, Joop den Uyl, PSP
    Read More