Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Erwin Nypels over De weg naar de macht

    0

    JOVD-erelid Erwin Nypels, tevens oud-Kamerlid en oud-minister voor D66, mailde mij een ‘beknopt onsystematisch commentaar’ op mijn boek over de Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie.

    https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/6/63/E._Nijpels_(D66)_-_NL-HaNA_Anefo_930-9975_WM368.jpg/266px-E._Nijpels_(D66)_-_NL-HaNA_Anefo_930-9975_WM368.jpg

     

     

    Beknopt onsystematisch commentaar op het boek “De weg naar de macht, een kroniek van de JOVD 1949 – 2015” van Ewout Klei

    Algemeen (1)

    Het boek is een aanwinst voor de JOVD. Het is plezierig leesbaar. Het bevat vele wetens-waardigheden van zeer uiteenlopende aard over de JOVD. Het gaat daarbij over de politieke stellingnames van de JOVD als geheel (waaronder enkele zeer opmerkelijke), maar ook over de persoonlijke inbreng van de vele JOVD-ers en de vele vormen van politieke spannings-velden die hierbij een rol speelden als verklaring. Het boek bevat niet alleen belangrijke en leuke wapenfeiten van de JOVD. Eveneens zijn interne strubbelingen uit het verleden beschreven. Dat is zeker niet gebruikelijk in geschiedenisboeken van verenigingen. Dat vraagt moed. Het verraadt de historicus die weet dat organisaties zonder strubbelingen niet bestaan en dat ter wille van de vereiste objectiviteit hiervan ook melding moet worden gemaakt. Het boek bevat ook veel informatie over de perioden van voorafgaande geschiedenispublicaties die nieuw is. Het is een vondst om in het boek als opening bijdragen van twee smaakmakende bekende oud-JOVD-ers (Wiegel en Kelder) op te nemen over hun belevenissen in de JOVD. Die vlot geschreven boeiende bijdragen smaken naar meer: de inhoud van het eigenlijke boek van Ewout Klei!

    Algemeen (2)

    Aangenaam verrast was ik door de uitgebreide passages in het boek die aan mij persoonlijk worden gewijd. Hierin wordt ik aangeduid als de belangrijkste progressieve JOVD-er in de jaren zestig. Mijn rol zou zelfs te vergelijken zijn met de rol die Hein Roethof in de jaren vijftig in de JOVD speelde. Dit is een wel erg lovende beoordeling waar ik stil van word. Maar alsof dat nog niet genoeg lof is wordt ik later in het boek ook nog de “Henk Korthals” van de Jonge Democraten genoemd, hetgeen ik als een lovende eretitel beschouw. Voor deze hoge rapportcijfers heb ik uiteraard grote waardering.

    Detailopmerkingen

    Wanneer de concepttekst van het boek mij zou zijn voorgelegd zou ik waarschijnlijk over de onderwerpen waarbij ik persoonlijk betrokken ben, een paar opmerkingen hebben gemaakt van de volgende strekking:

    • 21: Jammer is dat bij de lange lijst van voorbeelden van Kamerleden die voor een andere partij kozen dan de VVD mijn naam is weggevallen. Meestal worden bij deze voorbeelden de genoemde namen van Roethof en Kosto tezamen met die van mij in één adem genoemd. Dit wegvallen is overigens niet erg omdat dit later in het boek wel duidelijk wordt vermeld.
    • 50 en 51: Op deze bladzijden wordt de rol van een aantal (oud-)JOVD-ers bij de oprichting van D’66 beschreven. In het boek wordt overigens met verwondering vastgesteld dat in het proefschrift “Tussen ideaal en illusie” over D66 van Menno van de Land nauwelijks aandacht wordt besteed aan de JOVD-invloed op D’66. Dat klopt. Dat kan ik verklaren. Toen ik hoorde dat een proefschrift geschreven zou worden over D66 heb ik verschillende bronnen die ik in mijn archief had, en waarvan ik dacht dat die voor het proefschrift nuttig zouden kunnen zijn, bij elkaar gebracht. Daarbij hoorde ook een artikel dat ik voor het kaderblad LEF van de JOVD (december 1984) had geschreven met gegevens over de invloed van de (oud-)JOVD-ers op de oprichting van D’66. Ik heb toen aan het landelijk secretariaat van D66 gevraagd deze documentatiemap te sturen naar de schrijver van het proefschrift. De map is kennelijk bij het secretariaat zoekgeraakt, maar heeft in ieder geval –naar achteraf bleek – Menno van de Land nooit bereikt. Ik kwam daar pas achter nadat het proefschrift was verschenen. Hetzelfde artikel heb ik nu ook weer ter beschikking gesteld voor de samenstelling van het nieuwe geschiedenisboek van de JOVD. Het bevat overigens onder meer met betrekking tot een aantal JOVD-resoluties en de ondertekenaars van het Appêl gemakkelijk te controleren, openbare gegevens. Die zijn dit keer terecht wel in het boek “De weg naar de macht” opgenomen.
    • 116 en 117: Op deze bladzijden wordt het succes van het Des Indes-beraad bij de kabinetsformatie in 1994 beschreven. Daarbij worden terecht de namen van verschillende personen van de VVD en de PvdA vermeld die aan dit succes hebben bijgedragen. Maar ik mis hierbij de namen van een aantal belangrijke D66-ers die aan het beraad hebben deelgenomen. Wel wordt in de beschrijving vermeld dat aanvankelijk het Des Indes-beraad alleen bezocht zou zijn door backbenchers. Dit is jammer genoeg een onjuiste of onnauwkeurige weergave van de werkelijkheid. Het begrip “backbencher” is hier in ieder geval misplaatst. Wat is een backbencher? In het spraakgebruik wordt met dit begrip meestal verstaan een onbeduidende politicus van derderangs garnituur. Allereerst doet dit geen recht aan de deelnemers van VVD en PvdA in de beginjaren. Zo nam Roethof vanaf 1975 deel aan het beraad. Is Roethof een backbencher? Maar ook de D66-deelname aan het beraad kan toch niet serieus tot de backbenchers gerekend worden. Zijn Glastra van Loon en Brinkhorst, die vrijwel van het begin af aan hebben deelgenomen backbenchers, of geldt dat voor Kohnstam en (Ernst) Bakker, die later aanschoven? De deelnemers aan het beraad waren in vrijwel alle gevallen vertegenwoordigers van een stroming in hun partij. Zij waren onafhankelijke politieke denkers die de moed hadden zeer volhardend de rol van trendsetters te vervullen en daarbij tevens bereid waren de eventuele hoon of afkeer van hun partijgenoten te accepteren. Dus geen backbenchers maar voortrekkers of frontbenchers.
    • 117: Als alles overheersende, beslissende reden van de totstandkoming van het eerste paarse kabinet had hier expliciet moeten worden vermeld dat D66 een klinkende verkiezingsoverwinning had behaald (van 12 naar 24 zetels). Van Mierlo kreeg hierdoor de sleutel in handen. Hij kon hierdoor getalsmatig de totstandkoming van de door hem gewenste paarse regeringscoalitie afdwingen. Andere kabinetten waren getalsmatig niet meer goed denkbaar.

     

    Erwin Nypels, 14 februari 2016.

    Tags: D66, Erwin Nypels, JOVD
    Read More
  • Presentatie ´Van God los´ in Amsterdam

    0

    Wanneer: woensdag 24 september 2014 om 18:00

    Wie: Ewout Klei & Remco van Mulligen

    Wat: Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig.  Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig hebben ze in de Tweede Kamer nog slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep. Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat. Waar gaat het naartoe en waar moet het naartoe?

    De boekpresentatie wordt geleid door Pieter de Bruijn Kops, acquirerend redacteur bij Nieuw Amsterdam. Nadat de auteurs hun boek hebben gepresenteerd zullen twee referenten, publicist Boris van der Ham en columnist Bart-Jan Spruyt, er hun visie op geven. Deze bijdragen zullen het thema christelijke politiek belichten. Hierna volgt een paneldiscussie, waar ook de overige aanwezigen een bijdrage aan kunnen leveren.

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond. Hij werkt als freelancer voor The Post Online, schrijft mee aan schoolboeken en is scriptiebegeleider bij Studiemeesters in Amsterdam.

    Remco van Mulligen is historicus. Hij rondde in 2014 het proefschrift Radicale protestanten af, over de ontwikkeling van het Nederlandse orthodox-protestantisme in de laatste vijftig jaar. Hij werkt als freelancer o.a. voor Elsevier, Tertio en Nederlands Dagblad.

    Ewout Klei en Remco van Mulligen Van God los. Het einde van de christelijke politiek? Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €21,95

    Toegang gratis

    Uitgave: Van God los

    Waar: Boekhandel Schreurs & de Groot, Weteringschans 173, 1017 XD Amsterdam NL
    T. 020 320 8412
    E. info@schreursendegroot.nl

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, CDA, ChristenUnie, D66
    Read More
  • Aankondiging Van God los

    0

    Van God los

    Het einde van de christelijke politiek

     

    Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig. Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig zijn ze goed voor slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep.

    Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Deze en andere vragen komen in dit boek aan bod. Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat.

     

    • Paperback €21,95
    • 208 blz. 13,5 x 21 cm
    • omslag Philip Stroomberg
    • NUR 686 moderne geschiedenis; 697 politieke geschiedenis
    • ISBN 9789046815755
    • ebook ISBN 978904815984
    • november 2013

     

    Reserveren kan al via Bol.com

    Tags: CDA, ChristenUnie, D66, Het einde van de christelijke politiek, PVV
    Read More
  • Is het democratisch tekort onvermijdelijk?

    1

    Door: Ewout Klei

    Hoe democratisch is Nederland? Hebben we als kiezers überhaupt wel iets te vertellen?  In Nederland heeft de kiezer geen invloed op de kabinetsformatie en het is ook niet mogelijk om de minister-president te kiezen. Omdat geen enkele politieke partij in haar eentje de parlementaire meerderheid behalen kan, moeten er coalities worden gesmeed en in de achterkamertjes (soms pijnlijke) compromissen worden gesloten.

    Veel kiezers voelen zich door de politiek bedrogen omdat partijen tijdens de formatie vaak hun verkiezingsbeloften verloochenen. Bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen stemden veel mensen PvdA in de hoop hiermee een links kabinet mogelijk te maken, maar ze kregen een VVD-PvdA-kabinet dat strenge bezuinigingen doorvoert.  Kan de kloof tussen burger en politiek worden verkleind? Of is het democratisch tekort onvermijdelijk?

     

    Kroonjuwelen als blindgangers

    Onze politieke geschiedenisles vangt aan in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de Nederlandse politiek werd gedomineerd door de Katholieke Volkspartij. Deze partij was in elke coalitieregering vertegenwoordigd. Soms besloot de KVP linksom te gaan en ging men in zee met de PvdA, soms ging de KVP rechtsom en werkte de partij samen met de VVD. De val van een kabinet betekende niet dat er meteen verkiezingen gehouden moesten worden. Na de Tweede Kamerverkiezingen van 1963 werd het centrumrechtse kabinet-Marijnen gevormd, dat in 1965 werd opgevolgd door het centrumlinkse kabinet-Cals. Eind 1966 kwam dit kabinet ten val na de beruchte Nacht van Schmelzer, en werd opgevolgd door het centrumrechtse kabinet-Zijlstra. Pas in 1967 waren er weer Tweede Kamerverkiezingen.

    Enkele dissidente politici en intellectuelen die van mening waren dat deze krakkemikkige coalitiepolitiek niet meer kon, richtten in 1966 de partij Democraten ’66 op. D’66 (tot 1985 geschreven met een komma) wilde dat de kiezer het weer voor het zeggen zou krijgen. Om directere democratie te kunnen verwezenlijken moest Nederland een gekozen minister-president krijgen en een districtenstelsel naar Amerikaans voorbeeld. Ook was D’66 een voorstander van burgemeestersverkiezingen en van referenda. Partijleider Hans van Mierlo lanceerde tijdens de verkiezingscampagne van 1967 de zogenoemde ‘ontploffingstheorie’. Zijn partij moest zich opheffen zodra de partij haar doel had bereikt: “D’66 verdwijnt wanneer we het huidige politieke stelsel mee hebben helpen opblazen.”

    Het ideaal bleek een illusie en de kroonjuwelen van D’66 belandden al gauw in de ijskast. Toen de gewenste radicale politieke hervormingen maar niet kwamen besloten de Democraten om dan ook maar onderdeel te worden van het politieke systeem, als redelijk alternatief voor PvdA en VVD. Van Mierlo zei in 1990 dat hij nog steeds geloofde in de ontploffingstheorie, maar dan vooral “op de lange termijn”. Net als de christenen en communisten geloofde de D66-godfather dus dat de heilstaat van morgen pas morgen werkelijkheid zou worden.

    In het eerste decennium van het nieuwe millennium boekten de Democraten eindelijk succes, met de invoering van het correctief referendum en het burgemeestersreferendum. Helaas bleken deze bestuurlijke vernieuwingen in de praktijk niet te werken.

    Het referendum over de Europese Grondwet was één groot fiasco. Het initiatiefvoorstel ging uit van de progressieve pro-Europese partijen D66, PvdA en GroenLinks maar de campagne werd vervolgens door de conservatieve eurosceptici Geert Wilders, André Rouvoet en Harry van Bommel gekaapt, die een beroep deden op de onderbuik- en angstgevoelens van de burgers die bang waren hun ‘joods-christelijke’ identiteit en/of sociaal-economische zekerheid te verliezen. De weinig geloofwaardige en peperdure ja-campagne van de regering kon hier weinig aan veranderen en bevestigde het beeld van een regentesk Den Haag, waardoor de schreeuwende minderheid won.

    Het burgemeestersreferendum was misschien wel een nog een grotere ramp. In 2007 werd er zo’n referendum gehouden in Utrecht, en in 2008 in Eindhoven. Bij beide burgemeestersreferenda kon de kiezer slechts kiezen tussen twee PvdA’ers, wat deze verkiezingen tot één grote schijnvertoning maakte. Aleid Wolfsen ontpopte zich vervolgens tot de minst democratische burgemeester ooit, de vleesgeworden regent (met zitvlees) die maar niet wilde opstappen.

    Omdat de kroonjuwelen van D66 het politieke systeem niet tot ontploffing brachten maar in de ijskast werden gelegd of in de praktijk mislukten, bleken ze in werkelijkheid blindgangers. Het democratiseringsstreven van D66 is tot nu toe een deconfiture gebleken. Maar misschien lukt het wel “op de lange termijn”.

     

    Konservative Revolution

    Niet alleen D66 heeft zich beziggehouden met de kloof tussen burger en politiek. De populisten vinden dit vraagstuk ook erg belangrijk en hebben de discussie over dit thema vanaf de jaren negentig gedomineerd.  Het referentiekader van D66 was de coalitiepolitiek van de jaren zestig, het referentiekader van de populisten is het polderen van de jaren negentig.

    Belangrijk voor de populistische theorievorming is het artikel ‘Eén-partijstaat Nederland’ van historicus J.W. Oerlemans, dat op 14 februari 1990 in het NRC-Handelsblad verscheen. Waar de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama na de val van het communisme het ideologieloze tijdperk enthousiast verwelkomde,  daar was Oerlemans erg pessimistisch. Politici waren volgens hem geen gedreven idealisten meer maar opportunistische baantjesjagers. De Nederlandse democratie was verworden tot een ‘carrière-oligarchie’. Omdat ideologische verschillen erg klein waren geworden en de politieke partijen eigenlijk allemaal hetzelfde wilden, hier en daar met verschillende accenten, was Nederland in feite een eenpartijstaat geworden.

    Oerlemans kreeg veel kritiek maar er waren ook mensen die zijn opvattingen onderschreven.  In 1992 verscheen Aan het Volk van Nederland van Pim Fortuyn. In dit pamflet werd de politiek van “ons soort mensen” gehekeld die aan vriendjespolitiek deden en een zo’n verstikkend netwerk over ons land hadden gelegd, dat de democratische legitimiteit van de volksvertegenwoordiging in gevaar kwam.  Fortuyn deed in navolging van de achttiende-eeuwse democratische politicus Joan Derk van der Capellen tot den Pol, zijn “illustere voorganger en voorbeeld”,  een oproep aan het volk van Nederland. Het volk  moest in opstand komen en zijn vertrouwen leggen in dissidente critici (lees: de wekker van de Nederlandse natie prof. dr. W.S.P. Fortuyn), om zo de kloof tussen burger en politiek te dichten. Nederland moest weer worden teruggeven aan de mensen.

    De populistische theorie werd verder uitgewerkt door internetdebater ACP (A.C. Postma), die sprak over de MPP, het monsterverbond tussen Majesteit en Politieke Partijen:  “Alle ‹politieke partijen› in Nederland zijn… LINX en lopen aan het lijntje van de monarchie… ook de groep Wilders. En wel omdat zij zich allen…. hoe dan ook aan de MPP (moeten) conformeren. De enige vorm van legitieme politieke OPPOSITIE kan uitsluitend BUITENKAMERS plaatsvinden.”

    De conservatieve polemist Bart Jan Spruyt bouwde op Oerlemans, Fortuyn en Postma voort. Volgens Spruyt wordt Nederland beheerst door een politiek kartel: “het nauw verweven wereldje van gevestigde politieke partijen, ambtenarij, en delen van de journalistiek en het old boys netwerk in het bedrijfsleven”.

    Dat links en rechts in wezen niet van elkaar verschillen wordt volgens Spruyt bewezen door de vijandige reactie van de gevestigde partijen op buitenstaander Fortuyn, die in 2002 het politieke stelsel op zijn grondvesten deed schudden.  De competitieve Fortuyn was er echter niet in geslaagd het regeerkasteel in te nemen. Spruyt wilde natuurlijk wel slagen.

    In een geheime notitie uit april 2005, waar De Groene Amsterdammer de hand op had weten te leggen,  zette Spruyt de blauwdrukken voor zijn Konservative Revolution uiteen. De conservatieve denktank De Edmund Burke Stichting moest de publieke opinie blijven beïnvloeden, met studieprogramma over het conservatieve een leger bouwen (“build an army”), en ten slotte moest er van de EBS een dreigende houding uitgaan. Spruyt hoopte op een paradigmawisseling, zodat Nederland in conservatieve zin zou kunnen worden hervormd.

    Hier bleef het trouwens niet bij. In het Conservatief Manifest (2003) pleitte Spruyt voor de invoering van een districtenstelsel, zodat kiezers kunnen kiezen wie er regeert en wie de premier wordt. De saaie consensus moet plaatsmaken voor competitie.

    Of een districtenstelsel voor meer democratie zorgt, valt nog maar te bezien. In de Verenigde Staten bestaan er maar twee politieke partijen die er echt toe doen, de Republieken en de Democraten. Als iemand president wil worden moet hij/zij lid zijn van één van deze partijen, want anders maakt deze persoon geen enkele kans. De Nederlandse democratie geeft minderheden een stem, vertolkt door bijvoorbeeld GroenLinks en de Partij voor de Dieren. In de Amerikaanse democratie hebben zulke geluiden veel minder invloed.  Het winner-takes-it-all-principe is bovendien niet heel democratisch. In 2000 haalde presidentskandidaat Al Gore meer stemmen dan George W. Bush, maar vanwege het districtenstelsel won de laatste toch de presidentsverkiezingen. Omdat Bush een zeer conservatief beleid voerde en voor enorm veel polarisatie zorgde, voelde de helft van de Amerikanen zich niet door deze president vertegenwoordigd. Het Nederlandse systeem heeft ook zijn gebreken, maar is niet slechter dan het Amerikaanse.

    De parade der populisten eindigt bij Geert Wilders en Thierry Baudet. Geert Wilders, met wie Spruyt in 2004 en 2005 een tijd heeft samengewerkt, presenteert zich ook als een buitenstaander, die niet met de gevestigde partijen wil meedoen.  Niet voor niets schreef hij in 2005 een ‘onafhankelijkheidsverklaring’. Wilders keert zich tegen de ‘Haagse elite’ en werpt zich op als de beschermen van het volk van Nederland, gepersonifieerd in Henk en Ingrid. Zijn tegenover-houding zorgt er bij zijn kiezers voor, dat zij geloven dat Wilders wel doet wat hij zegt, geen compromissen sluit, wel luistert naar wat de kiezer wil. Maar Wilders’ tegenover-houding is maar schijn. Als gedoogpartner was hij wel tot verregaande compromissen bereid, onder andere over de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Het gaat Wilders vooral om de beeldvorming, dat hij een politicus lijkt die onafhankelijk is en opkomt voor de rechten van het volk. Wilders is een opportunistische machiavellist die net als de beruchte Paus Alexander VI vroom wil lijken zonder het te zijn. Hij is de vleesgeworden ‘verbeelding aan de macht’.

    Baudet, Neêrlands bekendste zelfbenoemde intellectueel, gaat ook voor de methode-Spruyt. Hij wil de publieke opinie beïnvloeden ten aanzien van Europa, stelt zich dreigend op en hoopt op een radicale paradigmawisseling, namelijk dat Nederland uit de Europese Unie stapt. Ten aanzien van het democratisch tekort heeft Baudet natuurlijk niet helemaal ongelijk. Het Europese Parlement heeft immers weinig macht en de Europese instellingen zijn niet erg transparant. Baudets revolutionaire oplossing, Nederland uit de Europese Unie, zal echter voor een heleboel nieuwe problemen zorgen. Net als een invoering van het districtenstelsel is een van de EU vrijgemaakt Nederland geen verbetering ten opzichte van de huidige situatie.

     

    Helaas pindakaas

    Is het democratisch tekort onvermijdelijk? Ja, helaas pindakaas. De kloof tussen burger en politiek kan nooit helemaal overbrugd worden. Het ene kiesstelsel is niet beter dan het andere, elk heeft zijn eigen voor- en nadelen. Het is goed dat politici luisteren naar de kiezer, maar in ons coalitiesysteem is het onvermijdelijk dat er soms niet naar de wensen van de burger geluisterd wordt, vaak omdat dit gewoon niet mogelijk is.

    Ten slotte, om toch maar even een open deur in te trappen, onze toekomstige koningin Máxima heeft gelijk: de Nederlandse identiteit bestaat niet, het volk van Nederland bestaat niet. We zijn allemaal individuen met verschillende ideeën en belangen. Natuurlijk zou het mooi zijn als de wensen van de meerderheid van de bevolking vaak kunnen worden omgezet in wetgeving, maar dit zal niet altijd mogelijk zijn. Bovendien moet er rekening gehouden worden met de wensen van minderheden. Dit is niet alleen de ander, maar dat zijn wij allemaal wel eens een keertje.

    Tags: Aan het Volk van Nederland, Bart Jan Spruyt, coalitie, D66, districtenstelsel
    Read More
  • Pest D66 christenen?

    17

    D666

     

    Pest D66 christenen? Als we politici van ChristenUnie- en SGP-huize moeten geloven, is dit inderdaad het geval. Nu de christelijke partijen niet meer in de regering zitten of nodig zijn voor gedoogsteun zou D66 de kans schoon zien om met behulp van de seculiere meerderheid een einde te maken aan de nog overgebleven christelijke tradities.

    De weigerambtenaar (in het orthodox-christelijke discours de ‘gewetensbezwaarde ambtenaar’ genoemd)  moet wijken. Ook vindt D66 dat de formule “bij de gratie Gods” niet langer onder wetten mag staan en dat het verbod op godslastering uit het Wetboek van Strafrecht moet worden geschrapt. Verder wil D66 af van de Zondagswet, namelijk dat er ‘s zondags voor 13:00 uur geen evenementen mogen worden georganiseerd in verband met kerkdiensten. Bovendien mag de kerk niet meer neuzen in de Nederlandse Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) om verhuisde kerkgangers in een nieuwe gemeente welkom te heten. Ten slotte pleit D66 sinds jaar en dag voor de afschaffing van de zogenoemde enkele-feitconstructie, namelijk dat orthodox-christelijke scholen op grond van het enkele feit dat een docent homoseksueel is deze docent mogen ontslaan.

    Voor de stelling, dat D66 christenen zou pesten, worden steevast twee verwijten genoemd. Ten eerste zou D66 alleen maar kritisch zijn over christelijke verworvenheden en rechten en niet over islamitische. De partij keert zich immers tegen de islamofobie van Geert Wilders en heeft ook geen moeite met hoofddoeken en boerka’s. Ten tweede wijst men op de antichristelijke houding die D66 zou kenmerken. Toen de euthanasiewet in 2001 werd aangenomen zei D66-minister van Volksgezondheid Els Borst “het is volbracht”, hiermee de laatste kruiswoorden van Jezus citerend, en zo’n 25 jaar eerder stelde D66-coryfee Hans Gruijters dat christelijke politiek voor “2000 jaar onbetrouwbaarheid” stond. Ergo: D66 zou een antichristelijke agenda hebben en zou er alles aan willen doen, om de christelijke erfenis van Nederland ongedaan te maken.

    In zijn reactie op de kritische column van Hans Goslinga schrijft D66-Kamerlid Gerard Schouw dat zijn partij geen christenen pest maar vindt dat iedereen in Nederland gelijk behandeld moet worden. D66 wil het verbod op godslastering schrappen omdat deze wet de rechten van religieuzen een voorkeursbehandeling geeft boven die van niet-religieuzen. D66 is helemaal niet tegen de invloed van geloof op de samenleving. Hulp aan minderbedeelden wordt niet zelden vanuit een religieuze overtuiging gedaan. Het gaat Schouw om de staat. Die moet neutraal zijn en alle levensovertuigingen gelijk behandelen.

    Gerard Schouw gaat in zijn opinieartikel niet in op het verwijt, dat D66 moslims zou bevoordelen ten opzichte van christenen. Toch is dit verwijt makkelijk te weerleggen. Bij hoefddoeken, boerka’s, aparte zwemkleding (de zogenoemde boerkini) etc. gaat het telkens om de persoonlijke keuze van mensen, om hun geloof vorm te geven. Dit raakt de staat niet. Christenen mogen van D66 ook met kruisjes en WWJD(What Would Jesus Do)-armbandjes of lange rokken op straat lopen. Als onze grondwet net als de Egyptische een preambule krijgt, waarin staat dat de sharia de belangrijkste bron is voor wetgeving, zal D66 zich hiertegen uiteraard verzetten. Het feit is alleen, dat er in de Nederlandse wetgeving geen islamitische elementen zitten, maar wel nog steeds tal van christelijke.

    D66 kenmerkt zich niet door een antichristelijke houding. Tal van christenen zijn actief voor D66, vooral uit de vrijzinnige hoek (ik bezoek zelf tegenwoordig de Remonstranten in Zwolle). De negatieve houding van D66’ers als Borst en Gruijters kan historisch verklaard worden: tot medio jaren zestig was Nederland een christelijk land, gedomineerd door de conservatieve geest van de verzuiling. Veel mensen die zich hier – vaak met pijn en moeite – van hebben vrijgemaakt, zetten zich af tegen het christelijke verleden dat ze als bekrompen en benauwend hebben ervaren.

    De polarisatie in de politiek, waar ChristenUnie en vooral SGP vaak de Calimero-kaart trekken, draagt ten slotte niet bij aan een beter wederzijds begrip. Het GPV (één van de voorlopers van de ChristenUnie) was in 1993 ook voor de ontkoppeling van kerk en GBA. Maar nu D66 het wil heet het volgens SGP-Kamerlid Roelof Bisschop ‘kleinzielig christenpesten’.

     

    Ewout Klei is oprichter van de thema-afdeling Levensbeschouwing van D66. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

     

    Update 4 januari

    Het artikel staat nu ook in het dagblad Trouw, onder de titel ‘D66 vijlt slechts christelijke restanten uit de Grondwet’.

     

    Update 5 januari

    En het artikel staat ook in Het Goede Leven, de bijlage van het Friesch Dagblad.

    Tags: D66, Gerard Schouw
    Read More
  • Interview in Volzin

    0

    Als oprichter van de D66 Thema-afdeling Levensbeschouwing ben ik geinterviewd door het blad Volzin.

     

    Hieronder kunt u het interview lezen:

     

     

    Tags: D66, Levensbeschouwing
    Read More
  • Humanisme en secularisme: twee geloven op een kussen? – Bijeenkomst D66 en Humanistisch Verbond Deventer, 6 december 2012

    0

    God en geloof staan in de vaderlandse politiek vaak centraal. Denk aan de discussies over de boerka en de besnijdenis, maar ook aan de invloed van het CDA en de vermeende invloed van de SGP, en last but not least aan het gepolariseerde debat over de islam.

    Op 6 december bekijken de Thema-afdeling Levensbeschouwing en Religie van D66 en het Humanistisch Verbond Deventer deze problematiek vanuit een ander perspectief, vanuit de mens.

    Wat is de politieke relevantie van humanisme? Leidt een humanistische levensbeschouwing automatisch tot een secularistische visie op de politiek? Is secularisme antireligieus? En in hoeverre is D66 eigenlijk een humanistische partij?

    Aan de hand van stellingen gaan vier panelleden met elkaar een vrijmoedig gesprek aan.

    Sprekers:
    • Yolande Jansen, hoogleraar Humanisme in relatie tussen religie en seculariteit
    • Hans de Vries, voorzitter van de Atheïstisch Seculiere Partij
    • Anton van Hooff, voorzitter van vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte
    • Vera Bergkamp, Tweede Kamerlid D66 en oud-voorzitter van het COC

    Meer informatie over de inhoud volgt nog.

    Contactpersoon: Ewout Klei
    Mail: ehklei@gmail.com
    Tel: 06-44045678

    Wanneer?
    Van 20:00 uur tot 22:00/23:00 uur.

    Waar?
    Logegebouw Deventer, Rjkmanstraat 10, 7411 GB Deventer.

    Tags: 6 december, Atheïsme, D66, De Vrije Gedachte, Deventer
    Read More
  • Een volkspartij zal D66 nooit worden – gelukkig maar

    1

    Onderstaande artikel stond op zaterdag 13 oktober in het dagblad Trouw.


    Een kiezersonderzoek zou moeten uitwijzen of potentiële D66-stemmers vanwege de te rechtse koers op 12 september overliepen naar de PvdA.

    Ewout Klei

    Politiek historicus en D66-lid

    D66 vierde op 12 september 2012 uitbundig feest. Maar was dit terecht? De verkiezingsuitslag is een pyrrusoverwinning voor Alexander Pechtold.

    Hoewel D66 de enige middenpartij was die een bescheiden winst boekte – de partij ging van 10 naar 12 zetels terwijl het CDA zakte van 21 naar 13 zetels en GroenLinks van 10 naar 4 – had de partij op meer gehoopt. NRC-Handelsblad voorspelde op de dag van de verkiezingen zelfs dat D66 een cruciale rol zou spelen in de kabinetsformatie. Uiteindelijk bleken echter veel potentiële Pechtold-kiezers toch te kiezen voor Rutte of Samsom. VVD en PvdA werden zelfs zo groot, dat ze D66 niet nodig om tot een meerderheidscoalitie in het parlement te komen.

    Moet D66 zich in navolging van GroenLinks ook gaan bezinnen op de te varen koers? Want net als het linkse zusje hebben de Democraten niet hun doel – bruggenbouwer in een brede Paarse coalitie – bereikt.

    De partij werd in 1966 opgericht om het door de christelijke partijen gedomineerde partijensysteem doen te laten ontploffen en de burger meer invloed te geven op de politiek, onder andere via referenda, de gekozen burgemeester en de gekozen minister-president (de zogenoemde kroonjuwelen). Omdat het partijensysteem maar niet wilde ontploffen, werd D66 onder Jan Terlouw een gewone politieke partij , het ‘redelijk alternatief’ voor VVD en PvdA. De kroonjuwelen gingen de kast in (om ze er soms even uit te halen). D66 koos voor een sociaal-liberale middenkoers en behaalde met de Paarse kabinetten vooral op immaterieel gebied grote successen, zoals de legalisatie van het homohuwelijk en de euthanasie.

    Op materieel gebied boekt D66 minder succes. De partij profileert zich op thema’s die hoogopgeleide, internationaal denkende mensen lekker in het gehoor liggen – over Europa, hervormen en onderwijs – maar heeft in tegenstelling tot het CDA vroeger geen uitgewerkt sociaal-economisch alternatief voor het socialisme en het (neo-)liberalisme. Logisch, omdat de partij niet ideologisch maar pragmatisch wil zijn.

    Helaas heeft D66 zich de laatste jaren steeds meer tot een VVD-light ontwikkeld, als een redelijk alternatief voor VVD’ers die de conservatief-populistische koers van hun partij niet zo zien zitten. Electoraal gezien liggen hier zeker kansen, maar D66 dreigt zo sociaal-liberale PvdA-kiezers van zich te vervreemden. Dat sommige potentiële D66-kiezers op 12 september kozen voor de PvdA, komt wellicht mede door de te rechtse koers van de partij. Een kiezersonderzoek zou moeten uitwijzen, of deze hypothese klopt.

    Het was een foute keus van D66 om meteen na verkiezingen voor de oppositie te kiezen. Natuurlijk, rekenkundig is D66 overbodig, maar de partij zou vanwege haar sociaal-liberale en progressieve identiteit de lijm kunnen zijn die VVD en PvdA bij elkaar houdt. En de D66-campagneslogan ‘Hervormen Nu!’ is een loze kreet, als de partij meteen besluit voor de oppositiebankjes om vervolgens zuur te gaan doen. Hier kweekt de partij geen goodwill mee. Dat D66 niet in elke coalitie wil stappen is historisch te snappen: de D66-deelname aan het centrum-rechtse kabinet-Balkenende II werd een drama en zorgde ervoor dat de partij in 2006 nog maar drie zetels overhield. Regeren kent een prijs. Oppositievoeren kent dat echter ook.

    Kan D66 als middenpartij ook het redelijk alternatief vormen voor afvallige CDA’ers? Ja, heel goed zelfs. Katholieken vinden bij D66 de gezelligheid en de kunst van het relativeren terug, progressieve protestanten de inzet voor mensenrechten en het milieu. D66 is echter geen volkspartij zoals PvdA, VVD en CDA, en zou dat ook niet moeten willen worden. De kracht van D66 is juist dat de partij vernieuwende ideeën heeft, met de tijd meegaat (en vaker nog op de ontwikkelingen vooruit loopt) en zich steeds weer opnieuw weet uit te vinden. Juist die creativiteit kan Nederland uit de crisis helpen.

    Tags: Alexander Pechtold, CDA, D66, formatie, PvdA
    Read More