Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Uit de Oude Doos: Rechtsom met de tijdgeest mee

    0

    http://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase/large/FC/8/9/1/4/1001004002814198.jpg

    Deze boekbespreking stond in Het Katern, de boekenbijlage van het Nederlands Dagblad, op vrijdag 17 november 2006.

    door: Ewout Klei

    Op 3 februari 2001 schreef Joshua Livestro in NRC Handelsblad dat het conservatieve moment was aangebroken. Op zaterdag 26 augustus 2006 schreven Livestro en Bart-Jan Spruyt in dezelfde krant dat dit moment voorbij was.

    De poging om een brede rechts-conservatieve stroming in de Nederlandse politiek te vormen, was volgens deze conservatieven naïef geweest. Door persoonlijke vetes en egomanie was de rechterkant van het politieke spectrum versplinterd. Spruyt verliet de Partij voor de Vrijheid en trok zich terug in de politieke woestijn, nadat hij tevergeefs had geprobeerd Wilders met de zelfbenoemde ‘zonen van Pim’ (Marco Pastors en Joost Eerdmans) te verenigen. Ook de VVD leek afstand te hebben genomen van een rechtsere koers: Ayaan Hirsi Ali (Magan) moest Nederland overhaast verlaten en ‘iron lady’ Rita Verdonk verloor de lijsttrekkersverkiezingen van het guitige knaapje Mark Rutte.

    De (mislukte) pogingen die de afgelopen vijf jaar zijn ondernomen om te komen tot de vorming van een krachtige rechts-conservatieve stroming en partij, en de kansen die er nu misschien zijn om dit alsnog te proberen, staan centraal in de bundel Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage Landen, onder redactie van Huib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben. Het boek snijdt een hoogst actueel thema aan, dat op gedegen wetenschappelijke wijze wordt behandeld. Jammer is wel dat er vooral aandacht is voor de ideologische kant van de zaak. De culturele kant van de Fortuynrevolte en de gevolgen hiervan voor de Nederlandse politiek, zoals de veranderende kijk op leiderschap en de grotere rol van de media, krijgen te weinig aandacht, terwijl juist de herwaardering van het theater de politiek weer interessant heeft gemaakt.
    Vervreemden
    De bundel begint met een artikel van Pellikaan. Hij vindt dat het aloude links-rechtsschema ontoereikend is om de ruimte op rechts, die ontstond doordat de VVD onder Hans Dijkstal een meer sociaalliberale koers uitstippelde, te verklaren. Als het ging om immigratie en de islam stond Fortuyn toentertijd duidelijk rechts van de VVD, maar in zijn roep om politieke vernieuwing en kritiek op de verwaarlozing van de collectieve sector stond hij juist aan de linkerkant.

    De VVD probeerde na mei 2002 het gapende gat op rechts te dekken, maar kon niet zomaar de rechts-conservatieve richting van Geert Wilders inslaan. Dit zou immers de traditionele achterban van de partij vervreemden. Volgens Sander Dekker en Luuk van Middelaar heeft de VVD – in navolging van Pim Fortuyn en diens ,,illustere voorganger en voorbeeld” Joan Derk van der Capellen – een tijdlang voor een republikeinse weg gekozen, met de nadruk op een actief burgerschap, het zogenaamde citoyen-liberalisme. Waar bourgeois-liberalen als Hans Wiegel en Mark Rutte zich op het spel van de markt richtten, stelden de republikeinse citoyen-liberalen Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk de participatie van burgers centraal en de staat als oorsprong en waarborg van onze constitutionele vrijheden. Religie, of het nu het calvinisme van Kuyper is of de islam, zou deze vrijheden in de weg staan. Vandaar dat Hirsi Ali en Verdonk het bijzonder onderwijs zo fel bestrijden, waar Wiegel er geen moeite mee heeft.
    Beschermen
    Dat actief burgerschap niet perse een sterke staat impliceert, is de overtuiging van Spruyt, die een herziening van het kiesstelsel bepleit om Nederland verder te democratiseren. Spruyt keert zich in zijn artikel over de Amerikaanse filosoof Leo Strauss tegen moreel relativisme, dat leidt tot nihilisme en geweld. Spruyt staat een conservatisme van prudentie (inzicht, verstandig oordeel) voor, dat – in tegenstelling tot het door contrarevolutionaire of fascistisch beïnvloede conservatisme van de paniek – niet leugen en bedrog, irrationeel sektarisme, zelfaanbidding en omverwerping van de rechtsstaat tot gevolg heeft.

    Spruyt wil de rechtsstaat beschermen. De westerse beschaving en de liberale democratie moeten worden verdedigd tegen bedreigingen van binnenuit zoals multiculturele zelfhaat enerzijds, en bedreigingen van buiten zoals de radicale islam anderzijds. ,,De politiek kan en mag geen uitspraken doen over de waarheid van religies, maar kan wel erkennen dat bepaalde religies een fundamentele bijdrage aan het bestaan van de westerse beschaving hebben geleverd, en dat andere – met name de islam – zich problematisch tot het Westen verhouden. Grote waakzaamheid op dat punt is dus geboden, omdat moet worden voorkomen dat grondwettelijke rechten en vrijheden worden misbruikt om deze op den duur af te schaffen.”

    Dit is dus geen aanval op de vrijheid van godsdienst, maar de verdediging van het algemeen belang. Waar Wilders zich ontpopt tot paniekconservatief die de islam als religie wil aanpakken en op deze manier de vrijheid om zeep helpt die hij meent te verdedigen, lijkt Spruyt voorzichtiger te zijn geworden en predikt hij de prudentie.
    Bezieling
    Interessant zijn de artikelen van Hans Vollaard over de avances van de in 2000 door Spruyt, Livestro en rechtsfilosoof Andreas Kinneging opgerichte Edmund Burke Stichting (EBS) naar de SGP, de ChristenUnie en het CDA. De in de marge gedrongen christelijke partijen waren volgens de EBS de natuurlijke bondgenoten tegen Paars. Volgens Kinneging waren niet alle conservatieven christen, maar een christen was van nature conservatief.

    De SGP en de ChristenUnie hadden echter hun bedenkingen. Ze wilden geen conservatieve maar een christelijke bezieling van de samenleving. Bij de conservatieven stond de Bijbel niet centraal. Het CDA daarentegen vond de EBS te principieel. De christendemocraten waren in de praktijk vaak conservatief, maar men wilde zich ideologisch niet al te zeer vastleggen omdat dit de kiezers uit het midden wellicht zou afschrikken en de partij er vooral op uit was om te (blijven) regeren. De C van het CDA stond allereerst voor catch-all.

    Ondanks het feit dat Hans Hillen, Dries van Agt en Eimert van Middelkoop sympathieën voor het conservatisme hadden, lukte het de EBS niet, via de confessionele partijen, een rechtse doorbraak te bewerkstelligen. Spruyts toenadering tot de seculiere, fel anti-islamitische Wilders zorgde voor de definitieve breuk.
    Periodes
    Is er nog hoop voor Spruyt en de zijnen? Jos de Beus gelooft dat het conservatisme de komende jaren de toekomst heeft. Volgens hem wordt de politieke geschiedenis van Nederland in de ene periode door conservatisme en in de andere periode door progressiviteit gedomineerd. Van 1813 tot 1853 was Nederland conservatief, van 1853 tot 1920 progressief, van 1920 tot 1949 opnieuw conservatief, en van 1949 tot 2002 wederom progressief. Als de conservatieve en progressieve periodes zich op deze manier blijven afwisselen, dan hebben we veertig à vijftig jaar conservatisme voor de boeg.

    Het conservatisme in Nederland is niet heel erg uitgesproken, omdat de elite het vermogen heeft zich aan te passen aan de veranderende tijdgeest en signalen uit de samenleving weet op te pikken. Werd het politieke discours van links en rechts na de oorlog beheerst door wat historicus James Kennedy noemt de ‘retoriek van vernieuwing’, nu wordt de politiek door een conservatiever discours beheerst. Volgens De Beus is er daarom niet echt ruimte voor een (neo)conservatieve partij in de geest van Bart-Jan, omdat de bestaande partijen vanwege hun relatieve openheid het nieuwe rechtse gedachtegoed incorporeren in hun eigen programma’s. Niet alleen rechtse maar ook de linkse partijen zijn ‘rechtser’ geworden. Zo heeft de PvdA afstand genomen van het knuffelmulticulturalisme en werd Femke Halsema door haar voorstel om de krachteloze verzorgingsstaat aan te pakken door de VVD-jongeren uitgeroepen tot ‘liberaal van het jaar’.

    Ten slotte was de rechtse intellectueel voor Fortuyn een contradictio in terminis. Vandaag zijn ze niet weg te slaan uit het publieke debat. De grachtengordelgoeroes hebben hun hegemonie verloren. Het conservatieve EBS-moment mag dan misschien nu voorbij zijn, rechts heeft de komende tijd de ruimte.

    Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage LandenHuib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben (red.). Uitg. Het Spectrum, Utrecht 2006. 347 blz. € 19,90

    Tags: Bart Jan Spruyt, CDA, Conservatisme, Edmund Burke Stichting, Jos de Beus
    Read More
  • Gastcolumn Fop Schipper: Conservatisme is gezond verstand

    0

     

    Door: Fop Schipper

    “Conservatieven, terug naar jullie reservaat!”, dat was de titel van de column van Klei die hij op 29 november op zijn website plaatste, evenals op Joop.nl de opiniesite van de Vara. Ik ben door Klei “ingehuurd” om het met hem oneens te zijn. Dat was in dit geval niet moeilijk. In de eerste plaats neigt zijn verhandeling naar het weren en censureren van conservatieve meningen die hem niet aanstaan. Ten tweede slaat hij met zijn beschrijving van het conservatisme de plank behoorlijk mis. Ik zal op beide punten ingaan.

     

    Allereerst de censuur. Het marginaliseren van afwijkende (lees conservatieve) meningen door de groep die zichzelf als “verlicht” en “vooruitstrevend” beschouwt is niet nieuw. In 1874 beet het liberale Kamerlid Jan Kappeyne van de Coppello de protestanten in een onderwijsdebat al toe dat “die minderheid maar moest worden onderdrukt”. Een vlieg die de ganse zalf bederft had naar zijn mening geen recht van bestaan. In 1874 was het Abraham Kuyper die Kappeyne stevig van repliek diende.

     

    Wie denkt dat onze vrijheden in goede handen zijn bij vrijdenkers als Klei, die vergist zich. De houding van liberalen als Klei is ongeveer als volgt: “We leven in een vrij land, maar als je het niet met ons eens bent dan krijg je geen geld”. Vroeger wilden de liberalen bijvoorbeeld alleen de openbare (liberale) scholen geld geven, en niet de bijzondere (christelijke) scholen. Deze visie wint opnieuw aan populariteit. Waarbij men voor het gemak maar even vergeet dat ook christelijke ouders belasting betalen.

     

    De bijna pathologische neiging van progressieven en liberalen om de publieke ruimte te willen definiëren is evenmin een typisch Nederlands verschijnsel. Op 9 november jl. zou de conservatieve Amerikaanse publiciste Ann Coulter een lezing geven aan de ‘Fordham University’. Maar dat feest ging niet door. Waar de universiteit geen enkel probleem had met een lezing van de omstreden filosoof Peter Singer, die onder andere infanticide en bestialiteit promoot, werd de lezing van Ann Coulter op het laatste moment verboden.

     

    Nu Klei’s beschrijving van het conservatisme. Eigenlijk gaat het direct in het begin al mis. Volgens Klei betekent conservatisme “bewaren”. Conservatieven willen volgens hem tradities bewaren. Hoewel dit niet geheel onjuist is, betreft dit geenszins de kern van het conservatisme als (politieke) ideologie. Klei noemt vervolgens Joseph de Maistre, die hij als de echte grondlegger van het conservatisme beschouwt. Een “reactionair” die volgens hem terug wil naar een mythisch verleden. En “reactionair” heeft hier uiteraard een negatieve connotatie.

     

    Klei zet een klassieke stroman neer die hij vervolgens vakkundig afbrand. Het bekende spreekwoord met daarin de klok en de klepel vigeert voor zijn betoog. Maar als het conservatisme niet draait om het bewaren van tradities of het terug willen naar een mythisch verleden, waar draait het dan wel om? Nu moet ik voorzichtig zijn omdat ik een vrij recente bekeerling ben, maar ik zal proberen aan te geven wat volgens mij metterdaad kernpunten van het conservatisme zijn. In de eerste plaats is daar het uitgangspunt dat de mens van nature slecht is en geneigd om foute en egoïstische keuzes te maken.

     

    In direct verband hiermee staat het conservatieve paradigma dat de waarheid bestaat (en niet relatief is), evenals goed en kwaad. Niet geheel toevallig tekent zich hier een sterke overeenkomst met het christelijk geloof. Het uitgangspunt dat de mens van nature slecht is heeft een aantal belangrijke gevolgen. De meest voor de hand liggende is de constatering dat het bijbrengen van normen en waarden aan jongeren en vorming (Bildung) enorm belangrijk is. Een ander gevolg wordt het best duidelijk als ze wordt afgezet tegen de antagonist van genoemde uitgangspunt.

     

    Als je namelijk uitgaat van de assumptie dat de mens van nature goed of neutraal is dan zul je niet gemakkelijk concluderen dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen gedrag. Het ligt dan bijna per definitie aan de maatschappij (of aan “het systeem”) als mensen hinderlijk, destructief of crimineel gedrag vertonen. De misdadiger is dan ook maar een slachtoffer van de maatschappij die hem of haar “slecht gemaakt heeft”. Feitelijk zijn we nog steeds bezig ons te herstellen van de verdwazing van de jaren zestig en zeventig, toen deze gedachte in progressieve kringen populair was.

     

    Een andere kerngedachte van het conservatisme is dat je niet geboren wordt in een vacuüm. Vele generaties voor jou hebben tot in de kleinste details de omgeving waarin je geplaatst bent gemaakt en beïnvloed. Daar zijn vaak offers voor gebracht. Elk mens is de tussenschakel tussen de vorige generatie en de volgende. En dat schept verplichtingen. De eerste opdracht is dan om überhaupt een volgende generatie op de wereld te zetten. Maar op dat punt presteren we al niet. In de meeste Europese landen ligt het geboortecijfer rond de 1,5 kind per vrouw. Dat betekent dat de autochtone bevolking per twee generaties halveert.

     

    Een conservatief is zich ook bewust van het feit dat we ons als Europeanen letterlijk eeuwenlang hebben doodgevochten om de Islam er buiten te houden. Karel Martel zou zich omdraaien in zijn graf als hij zou horen van de bijna kritiekloos toegejuichte massa-immigratie van moslims naar Europa, vooral in de jaren negentig. In het licht van deze Europese geschiedenis is het eveneens een schandaal dat de Europese elites er naar blijven streven om Turkije volledig te laten opgaan in de Europese Unie.

     

    Het besef dat je in een lange traditie staat leidt ook tot het besef dat de Nederlandse democratie het resultaat is van een eeuwenlange strijd. Een strijd tussen vorst en volksvertegenwoordigers om macht en wetgevende invloed. Een conservatief staat daarom niet te springen om de rol van de Koningin bij de formatie ineens te schrappen. Onder meer omdat de rol die Koningin Beatrix tot voor kort vervulde de Nederlandse geschiedenis op dit punt perfect reflecteert. In Groot-Brittannië is de traditie en symboliek op dit punt overigens nog veel mooier.

     

    Tradities en rituelen vormen een brug naar het verleden, maar het draait niet om die tradities an sich. Als je het conservatisme wil begrijpen moet je kijken naar de uitgangspunten die eraan ten grondslag liggen. Daarvan heb ik er twee genoemd. Maar de beste samenvatting is misschien wel de volgende: conservatisme is gezond verstand! En dat maakt het extra zorgelijk dat Klei en zijn geestverwanten bij D66 en GroenLinks het waarschijnlijk op alle punten met mij oneens zijn. Het verklaart wel waarom progressieven de gewoonte hebben om op werkelijk alle punten precies de verkeerde keuzes te maken.

    Tags: Ann Coulter, Conservatisme, Fop Schipper, Gastcolumn, Jan Kappeyne van de Coppello
    Read More
  • Conservatieven, terug naar jullie reservaat!

    1

    Door: Ewout Klei

     

    File:Jmaistre.jpg

     

    Op 3 februari 2001 schreef Joshua Livestro in het NRC Handelsblad dat het conservatieve moment was aangebroken. Op zaterdag 26 augustus 2006 schreven Livestro en Bart-Jan Spruyt in dezelfde krant dat dit moment voorbij was. Het was tussen 2002 en 2006 niet gelukt een brede, conservatieve partij op te richten, die grote groepen kiezers aansprak.

    Anno nu is het de conservatieven in Nederland nog steeds niet gelukt, een eigen conservatieve partij te vormen. De PVV is te radicaal, daar wil Spruyt niet mee geassocieerd worden. De christelijke partijen willen zich niet opheffen en de VVD is officieel nog steeds een liberale partij. Het ziet er bovendien op dit moment niet naar uit, dat er op korte termijn een conservatieve partij gevormd gaat worden. In die zin is het conservatieve moment inderdaad voorbij.

    Het conservatisme is in Nederland echter niet dood, maar springlevend. Conservatieven hebben dan wel niet hun eigen partij, maar ze lijken na decennialang het onderspit te hebben gedolven, de overhand te hebben in de zogenaamde culture war. Conservatieve opiniemakers als Thierry Baudet, Joost Niemoller en Mariska de Haas hoor je overal. Ze hebben een uitgesproken mening en krijgen van bijna iedereen een platform. Baudet mag generaliseren over moslims in het NRC, Niemoller mocht zijn boek Het Immigratietaboe (gaap) gaan presenteren in het debatcentrum De Balie en De Haas zegt in nota bene de Maarten! dat de media antichristelijk zijn en journalisten allemaal D66-stemmers (voor mening orthodox christen is antichristelijk en D66 hetzelfde).

    Maar wat is conservatisme eigenlijk? De term komt van het Latijnse conservare, wat bewaren betekent. Conservatieven willen tradities bewaren. Als de term zo neutraal geformuleerd wordt, is iedereen (tot op zekere) een beetje conservatief. Ook progressieve, kosmopolitische D66- en GroenLinks-stemmers, die immers de erfenis van de Verlichting (vrijheid, gelijkheid en broederschap) willen bewaren en zich daarom keren tegen discriminatie en opkomen voor mensenrechten.

    Interessant is dat de officiële godfather van het conservatisme, de uit Ierland afkomstige Britse politicus en schrijver Edmund Burke, een hele redelijke en gematigde politicus was. Hij was zelfs in sommige opzichten progressief. Zo was hij bijvoorbeeld voor de gelijkberechtiging van katholieken, die door het Anglicaanse Groot-Brittannië werden gediscrimineerd. Ook verdedigde Burke in het parlement de Amerikaanse opstandelingen in hun strijd tegen het Britse gezag. Burke was lid van de Whig-party die voor een sterk parlement was, niet van de koningsgezinde Tories.

    Dat Burke als godfather van de conservatieven wordt gezien komt eigenlijk maar door één boek, het pamflet Reflections on the Revolution in France uit 1790, waarin de Brit zich keert tegen de Franse Revolutie. Burke hekelt het blinde vooruitgangsgeloof en het redeneren vanuit abstracte begrippen, zonder rekening te houden met de werkelijkheid. De inhoud van Burke’s boodschap was heel redelijk. Maar vanwege de ongemeen felle toon van het boek wordt Reflections als het geboorteboekje van het conservatisme beschouwd.

    De echte godfather van het conservatisme is niet Burke, maar Joseph de Maistre. Hij wordt in de literatuur ook wel een reactionair genoemd. Het gaat reactionairen niet zo zeer om het bewaren van tradities, maar om een terugkeer naar een (mythische) situatie van vroeger. De Maistre zelf verlangde terug naar de tijd van het ancien régime, toen de inquisitie nog ketters vervolgde. Een bekende uitspraak van hem is: “Alle grote mensen zijn intolerant geweest, en dat is maar goed ook.”

    Nederlandse conservatieven willen niet het heden bewaren. Ze willen terug naar iets wat (misschien) ooit is geweest. Livestro schreef het (eigenlijk best wel leuke) boekje De Adem van grootheid, een heimwee naar de jaren vijftig toen Nederland nog netjes en fatsoenlijk zou zijn en iedereen bang was voor het communisme. Spruyt schreef een soortgelijk boek over dominee J.T. Doornenbal (1909-1975), een beminnelijke en bevindelijke predikant die de modernisering van de maatschappij met lede ogen aanzag en zich hiertegen in zijn eentje passief bleef verzetten.

    Het blijft echter niet bij heimwee. Bij reactionair past passief verzet niet. Ze zijn activistisch. Ze voeren polemieken. Ze willen macht. Spruyt lijkt na zijn breuk met Geert Wilders in 2006 voor een passief conservatisme te kiezen, een conservatisme van ‘redden wat er te redden valt’. Veelzeggend is dat Spruyt tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 mensen opriep om CDA te stemmen. De weg van Spruyt is niet de weg die de meeste conservatieven in Nederland gaan. Zij kiezen de weg van de confrontatie, de weg van offensiviteit en militantie.

    Thierry Baudet, Joost Niemoller en Mariska de Haas zijn ware volgelingen van De Maistre. Ze willen terug naar die goede oude tijd, toen Nederland een onafhankelijke soevereine natie was, het christendom dominant was en orde en gezag werden gerespecteerd. Dat Nederland zijn onafhankelijkheid dankt aan een opstand tegen het wettige Spaanse gezag, dat het christendom voor hopeloos veel nationale verdeeldheid zorgde (de Reformatie, de Afscheiding, de Vrijmaking, enzovoort) en dat de Europese eenwording is begonnen in nota bene de jaren vijftig, dat vergeet men gemakshalve. Dát is ook een kenmerk van de ware conservatieven, de reactionairen, namelijk dat ze heel selectief in de geschiedenis kunnen shoppen. Tradities zijn in bijna alle gevallen invented traditions. Ook voor reactionairen geldt het progressieve motto van de door hun zo gehate soixante-huitards: l’imagination au pouvoir.

    Dat conservatieven (ik bedoel dus reactionairen) het in de media goed doen is een slechte zaak. Natuurlijk betwist ik niet hun vrijheid van meningsuiting. Iedereen mag haar of zijn mening hebben, hoe politiek incorrect dan ook. Maar niet alle meningen voegen wat aan het politiek-maatschappelijke debat toe. Opiniemakers die serieus beweren dat het ene geloof wel gelijke rechten mag hebben en het andere geloof niet of die beweren zich te baseren op wetenschappelijke publicaties en vervolgens niet verder komen dan ‘Freud’, zulke opiniemakers verdient Nederland niet. Dat er een speciale opiniewebsite voor deze mensen is ontwikkeld, De Dagelijkse Standaard (van Joshua Livestro bij de weg), is helemaal prima. Maar dat kwaliteitsmedia zulke opinies een platform willen bieden, is iets waar we ons als samenleving over zouden moeten schamen.

     

    Het is nu wel mooi geweest. Om met Wilders te spreken: “Genoeg is genoeg.” Conservatieven, terug naar jullie reservaat!

    Tags: Conservatisme
    Read More