Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Meindert Leerling: KANTTEKENINGEN BIJ BOEK VAN GOD LOS

    0

    KANTTEKENINGEN BIJ BOEK ‘VAN GOD LOS’

    http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/9/9e/Fractievoorzitter_Leerling_%28RPF%29_-_NL-HaNA_Anefo_932-3201_WM465.jpg/640px-Fractievoorzitter_Leerling_%28RPF%29_-_NL-HaNA_Anefo_932-3201_WM465.jpg

    Beste Ewout en Remco,

     

    Met veel belangstelling, genoegen en vaak ook instemming heb ik jullie boek ‘Van God Los’ gelezen. Met name de weergave van historische feiten zijn voor zover ik daar een oordeel over mag hebben over het algemeen correct. Mijn complimenten. Het boek leest ook vlot en is een goede weergave van ontwikkelingen in de laatste 50 jaar. Nuttig dat dit op schrift staat. Belangrijk vind ik ook dat jullie de genoemde personen en hun organisatie in hun waarde laten. Dat laat onverlet dat ik hier en daar wat opmerkingen heb en wil jullie die vanuit ‘een positieve grondhouding’  toesturen.

     

    Hopelijk stellen jullie een en ander op prijs.

    Hartelijke groet

    Meindert

     

     

    Pag. 32:

    –          Het is onjuist te stellen dat de radicale afwijzing van homoseksualiteit in de ChristenUnie tot het verleden behoort. Die afwijzing heeft namelijk nooit bestaan. Zij die zich als LID hebben aangemeld worden nimmer bevraagd over kerkelijke herkomst of seksuele voorkeuren. Arie Slob was overigens met zijn antwoorden op het randje of er net over heen. De partij heeft in 2008 besloten en dat besluit is nooit herroepen, dat zij die de partij in besturen of politiek gremia VERTEGENWOORDIGEN zich wat de relatievorm betreft moeten houden aan wat in het verkiezingsprogramma staat. Daarin is bepaald dat alleen een wettig huwelijk tussen een man en een vrouw als enige legitieme relatievorm wordt erkend. Met andere woorden: zij die er een andere relatie op nahouden (bij voorbeeld ongehuwd samenwonen) kunnen de partij niet vertegenwoordigen. De partij heeft geen moreel oordeel uitgesproken over het praktiseren van een homoseksuele relatie, maar de bepaling uit 2008 is helder.

    –          Ook voorgangers van Van der Staaij zoals Van der Vlies en Van Rossum heb ik nooit op ‘preken’ kunnen betrappen.

    Pag. 34:

    –          Het is wel erg sterk uitgedrukt dat de ChristenUnie ‘steeds meer verscheurd wordt door de tegenstelling orthodox-christelijke identiteit en behoefte in de hedendaagse politiek een inbreng te hebben’. Ik geef toe dat er een spanningsveld kan zijn, maar de ChristenUnie en de voorgangers GPV en RPF zijn al sinds jaar en dag actief in het besturen van gemeenteraden, dan wel provinciale staten.

    Pag. 35:

    –          Onderaan de pagina wordt gesproken over drie christelijke partijen. Dat is onjuist. Het CDA is geen christelijke partij in de klassieke zin van het woord en menigeen erkent dat al sinds de oprichting van de partij. Het CDA houdt echter de schijn op om zodoende orthodoxe christenen die niet verder kijken dan hun politieke neus lang is aan zich te blijven binden.

    –          Terecht wordt vastgesteld dat christenen in seculiere partijen ‘geen poot aan de grond krijgen’. Zelfs in het CDA krijgen ze geen kans om bv in de Tweede Kamer Bijbelse principes als norm uit te dragen.

    Pag. 41:

    –          Den Uyl had destijds een punt. Voor de kleine christelijke partijen is de helft plus 1 niet de absolute norm om te beoordelen  of iets goed of fout is. Zijn verwijt dat SGP, GPV en RPF daarmee ondemocratisch waren was echter  volstrekt onjuist. Dat hebben we hem proberen duidelijk te maken en ook in zijn eigen partij schaamden diverse Kamerleden zich voor zijn uitlatingen.

    Pag.45:

    –          Als ik alleen voor de RPF mag spreken: ons streven was een Nieuw Nederland naar Bijbelse normen. Te bereiken via democratische weg. Wie de meerderheid heeft, kan ook beleid bepalen. Dan doen socialisten en liberalen ook. Dat behoeft beslist niet te betekenen dat andersdenkenden in hun rechten worden beperkt. Het is maar wat je onder rechten verstaat. Ieder mens heeft zich te houden aan de wet. Ook de wet die jou in principe niet zint. Dat is overigens heel wat anders dan gewetensdwang. Dat is beslist not done.

    Pag. 46:

    –          Het staat nog maar te bezien dat de ChristenUnie na 2000 (na de fusie?) van het ideaal van Nederland als protestantse natie is afgestapt. Het GPV had zo’n ideaal. De RPF was ruimer door te stellen een Nieuw Nederland naar Bijbels normen. Volgens de Bijbel is elk mens geroepen die normen na te leven (Prediker 12:13). De ChristenUnie belijdt nog altijd dat de overheid dienares van God is en daarmee wordt de God van de Bijbel bedoeld. Overheid en samenleving moeten derhalve doen wat die God van elk mens vraagt.

    Pag. 56:

    –          De passage over mijn TV-optreden vind ik een dissonant. Kritiek mag natuurlijk, maar het moet terecht zijn. Ik kan me in wat is geschreven beslist niet herkennen en weet niet of de schrijver op grond van eigen waarneming een en ander heeft opgetekend of dat hij dit van derden heeft. Nooit heeft mij van welke kant dan ook het verwijt bereikt dat ik als een ‘drammerige preker overkwam’.  Ik zou daar graag een voorbeeld van hebben. Wel is het goed te beseffen dat zowel in de begintijd van de EO en later ook van de RPF de TV werd gebruikt om de eigen achterban te bereiken en duidelijk te maken waarvoor je stond en wat je aan opvattingen had. Dat ik ‘geen harten wist te veroveren’ staat maar zeer te bezien. De RPF bleef ondanks interne problemen toch in de Kamer en zowel het ledental als het stemmental namen na de in 1985 afgesloten crisis weer toe. In 1989 scheelde het maar een haar of we hadden weer op twee zetels gestaan.

    Pag. 96:

    –          Het is opvallend dat de naam van Henk van Rossum in het hoofdstuk over de emancipatie bij de SGP niet wordt genoemd. Hij was de eerste niet-predikant die fractievoorzitter werd van de SGP en hij doorbrak in 1982 het TV-taboe enigszins. Hij kwam niet voor de camera, maar gaf wel een commentaar op de Troonrede en liet daar een foto van hem bij plaatsen.

    –          Het citaat over ‘het schatje met een hoog knuffelgehalte’ is ten onrechte aan Ria Beckers-de Bruijn toegeschreven. Het was staatssecretaris Elske ter Veld die deze woorden in de mond nam.

    Pag. 99:

    –          De uitspraken van de SGP over de verhouding tot Israël zijn mede ingegeven door wat de RPF van stonde aan in het Verkiezingsprogramma had staan. Ik denk met name aan de positie van Jeruzalem. De RPF betitelde de stad vanaf het eerste begin als ‘de ondeelbare hoofdstad van de staat Israël’. De SGP volgde daarin later. Het GPV liet zich in deze niet uit.

    –          Een klein jaar geleden heb ik in het RD meer samenwerking tussen ChristenUnie en SGP bepleit. Waarom wel samen in Europa en in diverse raden en staten en niet in Den Haag?

    Pag. 106:

    –          De waarneming van het verschil in stijl tussen Schutte en Leerling is juist. Ik ben blij dat ook de schrijvers, zoals ik ook al vaker hoorde van collega-Kamerleden, hebben vastgesteld dat ik overheid en volk opriep terug te keren naar de christelijke moraal. De RPF had immers als leuze: een Nieuw Nederland naar Bijbelse normen. Er zal hier en daar wel hoon hebben opgeklonken, maar daar heb ik zelf weinig van bespeurd. Sterker, ik zou namen kunnen noemen van collega’s uit de fractie van bij voorbeeld VVD en D66 die mij aanspoorden daarmee door te gaan. Ze lieten weten blij te zijn dat het geluid van de RPF in de Tweede Kamer klonk, omdat ze er in principieel opzicht geheel mee eens waren, maar dit in hun eigen fracties niet meer konden zeggen…..

    Pag. 107:

    –          De naam ChristenUnie zaaide inderdaad verwarring. Was en ben er niet gelukkig mee. Het verwees niet naar een ideologie, maar naar een bepaalde groep mensen. Dat gevaar dreigt nu ook in de discussie over de grondslagformule.

    Pag. 108:

    –          Gang van zaken rond Unieverklaring en Uniefundering zijn correct weergegeven en gelukkig heeft men in 2000 gekozen voor de huidige aanpak al staat die in onze dagen weer ter discussie. Denk aan rede Veling die naar mijn mening overigens weinig weerklank vindt in de ChristenUnie.

    Pag. 109:

    –          Of het juist is te stellen dat de fusie bedoeld was om meer macht te krijgen, betwijfel ik zeer. Daarnaast was Eimert van Middelkoop zeker niet de enige die in deze bedenkingen had. Christenen moeten niet streven naar macht, maar moeten Bijbels genormeerde politiek  bedrijven. Als men wordt gevraagd mee te doen in colleges of regering kan men onder duidelijk te stellen voorwaarden aanschuiven.

    –          De constatering dat Veling niet geschikt was voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer was inderdaad van tevoren bekend en het is dramatisch voor hem dat het op een mislukking is uitgelopen. Dat lag niet in de eerste plaats aan hem, maar aan de partij die alles deed (met name van GPV-zijde) om het lijsttrekkerschap van Leen van Dijke te voorkomen.

    Pag. 112:

    –          Om Eimert van Middelkoop te betitelen als een slechte minister gaat me beslist te ver. Heb heel andere geluiden gehoord. Dat hij fouten heeft gemaakt mag waar zijn, maar tegen de brute krachten van Verhagen zijn maar weinigen opgewassen. Niettemin had met name Rouvoet in die tijd wel wat feller van zich mogen afbijten om zijn minister in bescherming te nemen.

    Pag. 113:

    –          De kritiek op Tineke Huizinga is ook ongenuanceerd. Ze werd inderdaad op een ongelukkige post neergezet. Maar om haar kwalijk te nemen, dat ze in De Wereld Draait Door  niet meteen kon zeggen welke affiniteit ze met V&W had, vind ik wat onheus. Helaas wordt in deze regels niet vermeld dat ze als minister van Milieu juist heel goed heeft gefunctioneerd.

    –          Onderaan deze pagina wordt mijn naam nog een keer opgevoerd. Het gaat om de periode dat de zogeheten Staphorster Variant in zwang was. De RPF heeft toen nooit gehengeld naar regeringsdeelname, maar meerdere malen werd mij gevraagd of we als RPF daartoe bereid waren. Daar heb ik bevestigend op geantwoord, maar zoals ik hierboven al stelde moesten daar wel voorwaarden aan worden gesteld. En dat heeft Rouvoet bij de regeringsdeelname van de ChristenUnie eveneens gedaan. Ook op het punt van de ethische kwesties.

     

    Pag. 114:

    –          De conclusie onderaan deze pagina over de regeringsdeelname van de ChristenUnie is juist. Ik had aanvankelijk grote reserves. Een kleine fractie die tussen de grootheden CDA en PvdA zou worden vermalen en alleen wat zeteltal  in de Kamer interessant was. Rouvoet heeft me persoonlijk in kennis gesteld van de inhoud van het regeerakkoord en dat klonk beslist slecht. Ik heb toen laten weten niet verder op de rem te gaan staan, maar wel gezegd dat papier geduldig is. Met name wat de regeling rond de wachtdagen bij abortus en het vermelden van alternatieve mogelijkheden had er veel kordater moeten worden opgetreden. Men had in 3 maanden een rapport moeten eisen, wetend dat de regeerperiode soms korter is dan je denkt en hoopt. De Gezinsnota van Rouvoet heb ik als een grote teleurstelling ervaren. Dit was geen RPF-stuk. Ook de Emancipatienota van Plasterk was beneden de RPF-maat. De twee ChristenUnie-bewindslieden hadden in het kabinet meer op hun strepen moeten staan. Ze waren inderdaad nodig om het kabinet in stand te houden. Dat is een prijs waard.

    Pag. 116:

    –          Dat de jongere orthodoxe protestanten meer in de lijn van Veling (geen grondslag meer) denken kwam zaterdag 22 november tijdens de discussie over het hertalen van de grondslag beslist niet tot uitdrukking. In tegendeel.

    –          De term ‘steeds meer katholieken’ moet echt met een korreltje zout worden genomen. Zelf ben en blijf ik tegenstander van het in de ChristenUnie toelaten van katholieke christenen omdat zij een andere mens- en maatschappij hebben en zich ook willen laten leiden door Pauselijke uitspraken.

    Pag. 117:

    –          Bij de vergaderingen  van de RPF Federatieraad werden zeker niet allen psalmen gezongen. Ook Gezangen. Opwekkingsliederen waren in die periode minder bekend, c.q. in zwang.

    Pag. 118:

    –          Dat behoudende leden van de ChristenUnie zich langzamerhand meer en meer aangetrokken voelen tot de SGP is een feit. Bestuur en politieke leiders lijken dat nog onvoldoende te onderkennen.

    –          De term ‘getuigenispolitiek’ vind ik erg ongelukkig. Wekt altijd  een verkeerde indruk. De RPF wilde getuigende politiek bedrijven en dat is ook de roeping van de ChristenUnie in deze tijd. Niet in de eerste plaats streven naar de macht, maar getuige van Christus zijn die Koning der koningen is en dus ook in de publieke samenleving moet worden gediend. Getuigende politiek is politiek die vanuit de Bijbelse normen en w aarden op alle politieke terreinen de stem laat horen. Dat heb ik in mij RPF-tijd proberen te doen en dat dienen de vertegenwoordigers van de ChristenUnie blijvend te doen.

    –          Wie de nieuwe ‘ideologische zwaargewichten’ – let vooral op dat laatste woord – is me niet duidelijk. Ik ken ze niet.

    Pag. 119:

    –          De ChristenUnie moet niet ongelijke willen, maar getrouw zijn aan haar opdracht. Zie boven.

    Pag. 134:

    –          Dat katholieken overwegend pro-Europees denken heeft mede te maken met het stille verlangen van herstel van het Romeinse rijk met Rome als hoofdstad. Berlesconi heeft dat een aantal jaren geleden nog eens ruiterlijk toegegeven.

    Pag. 127:

    –          Ben blij dat onderaan deze pagina nu eens zwart-op-wet staat dat de Bijbel in het CDA geen absoluut gezag heeft, maar ‘slechts één van de inspiratiebronnen’.  Dat zouden veel orthodoxe christenen nu eens ingepeperd moeten krijgen. Het CDA is geen christelijke partij. Wordt ook op pag. 128 vastgesteld.

    Pag. 129:

    –          Succes CDA heeft voor een overgroot deel alles te maken met de lijsttrekker, c.q. politieke leider. Lubbers was erg populair. Zijn opvolgers beslist veel minder.

    Pag. 140:

    –          Niet alle Geref. Vrijgemaakten stemden vroeger  ‘vanzelfsprekend’ GPV. Heel wat Vrijgemaakten bleven de ARP en later het CDA trouw. Anderen sloten zich in de jaren 70 aan bij de RPF.

    Pag. 150:

    –          De houding van christenen tegenover homo’s  heeft in het verleden zeker te wensen overgelaten. Ik heb  dat  bij de behandeling van de Algemene Wet Gelijke Behandeling ook ruiterlijk toegegeven. Kreeg er zelfs een compliment voor van het COC bij monde van Henk Krol. Het wordt terecht onderaan pag. 153 geconstateerd.  In 1973 was ik Eindredacteur Informatieve Programma’s TV bij de EO en ik heb toen felle kritiek laten horen op de toen buiten mijn verantwoordelijkheid om uitgezonden programma’s over de problematiek van de homofilie. De homofiele geaardheid. Met name bij de omroep (NOS) heb ik met diverse homo’s prima samengewerkt. Punt is alleen dat christenen op grond van de Bijbel de vrijheid moeten hebben en ook mogen en moeten zeggen dat een homoseksuele relatie met iemand  van hetzelfde geslacht in strijd is met de Bijbel. Dat heeft de ChristenUnie zoals al eerder opgemerkt  in 2008 ook vastgelegd. Helaas hebben Rouvoet (pag. 156) en later Slob (pag. 159) dat in TV-uitzendingen niet helder gecommuniceerd. We leven echter in de tijd die vergelijkbaar is met bijna 2 eeuwen geleden toen Groen van Prinsterer verzuchtte: “Vrij zijt ge, maar wee u wanneer ge uw vrijheid niet gebruikt naar mijn wenken en voorschriften.” Het ging na de revolutionaire jaren om de liberale geest die toen woei.

    Pag. 173:

    –          Over het fenomeen ‘Mensenrechten’ zou ik nog wel eens een fundamentele discussie in de ChristenUnie willen voeren. Wat mij betreft dienen die Mensenrechten de Bijbelse toets van de kritiek doorstaan. Niet de mensrechten, maar de Bijbelse normen zijn voor christenen alles bepalend.  De vrijheid is dus niet absoluut (pag. 186) zoals tegenwoordig vaak wordt beweerd. De mensenrechten krijgen dan de allure van een religie.

    Pag. 180:

    –          De suggestie die onderaan pagina 180 wordt gewekt alsof o.a. de RPF in het verleden voorstander was van discriminatie werp ik verre van me. De fractie van de RPF heeft bij de behandeling van de Grondwetswijziging van 1983 in tweede lezing (de eerste lezing werd gehouden voordat de RPF in de Kamer vertegenwoordigd was) wel de nodige kanttekeningen gemaakt bij artikel 1, maar dat ging over de in eerste termijn aangenomen wijziging “op welke grond dan ook”.  Dat vonden wij veel te vrijblijvend en hebben toen o.a. op de positie van de homoseksuele leraren in het christelijk onderwijs gewezen. Uitsluiten op grond van principes is geen discriminatie, want zij die een homoseksuele relatie hebben kunnen op tal van scholen wel terecht. Zie nogmaals uitspraak Groen.

    Pag. 184:

    –          Op pagina 184 en ook 185 worden terecht goede woorden gesproken over Europarlementariër Peter van Dalen.

    Pag. 187:

    –          Ik was het destijds volledig eens met Kees van der Staaij. In beginjaren 70 maakte ik voor de EO enkele documentaire over de problematiek van de abortus-provocatus. Toen konden wetenschappers al aantonen dat verkrachtingen niet altijd tot een zwangerschap leidden. Sterker: het gebeurde doorgaans niet. En dat blijkt ook uit de cijfers van het ministerie van Volksgezondheid. Slechts 7% leidt tot zwangerschap. Dat is toch percentagegewijs gerekend bijna verwaarloosbaar. Zaak waar het om ging is, dat vrouwen die riepen verkracht te zijn bijna automatisch recht hadden op abortus. Of dat een smoes was, werd (en wordt naar ik vrees) niet onderzocht. Daar moet terecht wat aan worden gedaan en het is onbegrijpelijk dat er zo fel op deze zaak is gereageerd. Goed dat in deze de cijfers nog eens op tafel kwamen.

    Pag. 190:

    –          Het was destijds de VVD-voorzitter Haya van Someren-Downer die tegenstemde en dat niet om partijpolitieke motieven deed, maar  omdat ze persoonlijk legalisering van abortus-provocatus afwees.

    Pag. 191:

    –          De RPF wordt genoemd bij partijen die bezwaar maakten tegen het abortus-voorstel van CDA en VVD. Op zich juist, maar de RPF was toen nog niet in de Kamer vertegenwoordigd en past dus niet in het genoemde rijtje.

    Pag. 192:

    –          De uitspraak van Ineke Haas-Berg was natuurlijk wel erg opmerkelijk. GPV en SGP hebben in dat abortusdebat gewoon hun visie gegeven, maar dat was al tegen het zere been. Over democratie en tolerantie gesproken! (Zie nogmaals uitspraak van Groen).

    –          De uitspraak van Deetman was kenmerkend voor het CDA. De helft plus 1 beslist. Geen hogere normen waaraan je je opvatting moet toetsen.

    Pag. 193:

    –          In die periode kende de vaste Kamercommissie Volksgezondheid een jaarlijkse toetsing van de Wet afbreking zwangerschap. Die kans grepen de kleine christelijke partijen aan om nogmaals hun standpunt weer te geven en ook voorbeelden van ontsporingen te geven. Mede op dringend verzoek van het CDA is die periodieke toetsing afgeschaft. Men wilde niet steeds met het verleden worden geconfronteerd.

    Pag. 194:

    –          De opmerking van Kohnstamm sloeg nergens op. Je mocht over deze kwestie gewoon niet meer discussiëren. Gepasseerd station. Zie nogmaals de opmerking van Groen.

     

    Pag. 196:

    –          De laatste alinea vind ik neerbuigend richting o.a. Van der Staaij en toont hoe weinig begrip er bestaat voor het wezen van Bijbelgetrouwe politiek. Het gaat daarbij namelijk in de eerste plaats om te getuigen van de waarheid en van de Bijbels normen die voor alle mensen gelden. Of men het gelooft of niet. Of men luistert of niet. Seculiere meerderheid is niet bepalend voor de boodschap van de Bijbelgetrouwe partijen.

    Pag. 205:

    –          Het was uiterst teleurstellend dat koningin Beatrix de Wet Afbreking Zwangerschap ‘bij de gratie Gods’ heeft ondertekend. Ze had het voorbeeld van koning Boudewijn in België moeten volgen als een helder getuigenis.

    Pag. 206:

    –          Erkennen dat Nederland een seculier land is, behoeft niet te betekenen dat je je als christen in de politiek daarbij neerlegt. Het blijft een kwestie van getuigen omdat we mogen weten dat de Bijbelse normen voor mens en samenleving veruit het beste zijn voor iedereen.

    Pag. 208:

    –          Slotalinea spreekt mij in het geheel niet aan.

     

     

    Hartelijke groet

    Meindert Leerling

    December 2014

    Tags: CDA, ChristenUnie, Meindert Leerling, Remco van Mulligen, RPF
    Read More
  • Uit de Oude Doos: Rechtsom met de tijdgeest mee

    0

    http://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase/large/FC/8/9/1/4/1001004002814198.jpg

    Deze boekbespreking stond in Het Katern, de boekenbijlage van het Nederlands Dagblad, op vrijdag 17 november 2006.

    door: Ewout Klei

    Op 3 februari 2001 schreef Joshua Livestro in NRC Handelsblad dat het conservatieve moment was aangebroken. Op zaterdag 26 augustus 2006 schreven Livestro en Bart-Jan Spruyt in dezelfde krant dat dit moment voorbij was.

    De poging om een brede rechts-conservatieve stroming in de Nederlandse politiek te vormen, was volgens deze conservatieven naïef geweest. Door persoonlijke vetes en egomanie was de rechterkant van het politieke spectrum versplinterd. Spruyt verliet de Partij voor de Vrijheid en trok zich terug in de politieke woestijn, nadat hij tevergeefs had geprobeerd Wilders met de zelfbenoemde ‘zonen van Pim’ (Marco Pastors en Joost Eerdmans) te verenigen. Ook de VVD leek afstand te hebben genomen van een rechtsere koers: Ayaan Hirsi Ali (Magan) moest Nederland overhaast verlaten en ‘iron lady’ Rita Verdonk verloor de lijsttrekkersverkiezingen van het guitige knaapje Mark Rutte.

    De (mislukte) pogingen die de afgelopen vijf jaar zijn ondernomen om te komen tot de vorming van een krachtige rechts-conservatieve stroming en partij, en de kansen die er nu misschien zijn om dit alsnog te proberen, staan centraal in de bundel Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage Landen, onder redactie van Huib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben. Het boek snijdt een hoogst actueel thema aan, dat op gedegen wetenschappelijke wijze wordt behandeld. Jammer is wel dat er vooral aandacht is voor de ideologische kant van de zaak. De culturele kant van de Fortuynrevolte en de gevolgen hiervan voor de Nederlandse politiek, zoals de veranderende kijk op leiderschap en de grotere rol van de media, krijgen te weinig aandacht, terwijl juist de herwaardering van het theater de politiek weer interessant heeft gemaakt.
    Vervreemden
    De bundel begint met een artikel van Pellikaan. Hij vindt dat het aloude links-rechtsschema ontoereikend is om de ruimte op rechts, die ontstond doordat de VVD onder Hans Dijkstal een meer sociaalliberale koers uitstippelde, te verklaren. Als het ging om immigratie en de islam stond Fortuyn toentertijd duidelijk rechts van de VVD, maar in zijn roep om politieke vernieuwing en kritiek op de verwaarlozing van de collectieve sector stond hij juist aan de linkerkant.

    De VVD probeerde na mei 2002 het gapende gat op rechts te dekken, maar kon niet zomaar de rechts-conservatieve richting van Geert Wilders inslaan. Dit zou immers de traditionele achterban van de partij vervreemden. Volgens Sander Dekker en Luuk van Middelaar heeft de VVD – in navolging van Pim Fortuyn en diens ,,illustere voorganger en voorbeeld” Joan Derk van der Capellen – een tijdlang voor een republikeinse weg gekozen, met de nadruk op een actief burgerschap, het zogenaamde citoyen-liberalisme. Waar bourgeois-liberalen als Hans Wiegel en Mark Rutte zich op het spel van de markt richtten, stelden de republikeinse citoyen-liberalen Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk de participatie van burgers centraal en de staat als oorsprong en waarborg van onze constitutionele vrijheden. Religie, of het nu het calvinisme van Kuyper is of de islam, zou deze vrijheden in de weg staan. Vandaar dat Hirsi Ali en Verdonk het bijzonder onderwijs zo fel bestrijden, waar Wiegel er geen moeite mee heeft.
    Beschermen
    Dat actief burgerschap niet perse een sterke staat impliceert, is de overtuiging van Spruyt, die een herziening van het kiesstelsel bepleit om Nederland verder te democratiseren. Spruyt keert zich in zijn artikel over de Amerikaanse filosoof Leo Strauss tegen moreel relativisme, dat leidt tot nihilisme en geweld. Spruyt staat een conservatisme van prudentie (inzicht, verstandig oordeel) voor, dat – in tegenstelling tot het door contrarevolutionaire of fascistisch beïnvloede conservatisme van de paniek – niet leugen en bedrog, irrationeel sektarisme, zelfaanbidding en omverwerping van de rechtsstaat tot gevolg heeft.

    Spruyt wil de rechtsstaat beschermen. De westerse beschaving en de liberale democratie moeten worden verdedigd tegen bedreigingen van binnenuit zoals multiculturele zelfhaat enerzijds, en bedreigingen van buiten zoals de radicale islam anderzijds. ,,De politiek kan en mag geen uitspraken doen over de waarheid van religies, maar kan wel erkennen dat bepaalde religies een fundamentele bijdrage aan het bestaan van de westerse beschaving hebben geleverd, en dat andere – met name de islam – zich problematisch tot het Westen verhouden. Grote waakzaamheid op dat punt is dus geboden, omdat moet worden voorkomen dat grondwettelijke rechten en vrijheden worden misbruikt om deze op den duur af te schaffen.”

    Dit is dus geen aanval op de vrijheid van godsdienst, maar de verdediging van het algemeen belang. Waar Wilders zich ontpopt tot paniekconservatief die de islam als religie wil aanpakken en op deze manier de vrijheid om zeep helpt die hij meent te verdedigen, lijkt Spruyt voorzichtiger te zijn geworden en predikt hij de prudentie.
    Bezieling
    Interessant zijn de artikelen van Hans Vollaard over de avances van de in 2000 door Spruyt, Livestro en rechtsfilosoof Andreas Kinneging opgerichte Edmund Burke Stichting (EBS) naar de SGP, de ChristenUnie en het CDA. De in de marge gedrongen christelijke partijen waren volgens de EBS de natuurlijke bondgenoten tegen Paars. Volgens Kinneging waren niet alle conservatieven christen, maar een christen was van nature conservatief.

    De SGP en de ChristenUnie hadden echter hun bedenkingen. Ze wilden geen conservatieve maar een christelijke bezieling van de samenleving. Bij de conservatieven stond de Bijbel niet centraal. Het CDA daarentegen vond de EBS te principieel. De christendemocraten waren in de praktijk vaak conservatief, maar men wilde zich ideologisch niet al te zeer vastleggen omdat dit de kiezers uit het midden wellicht zou afschrikken en de partij er vooral op uit was om te (blijven) regeren. De C van het CDA stond allereerst voor catch-all.

    Ondanks het feit dat Hans Hillen, Dries van Agt en Eimert van Middelkoop sympathieën voor het conservatisme hadden, lukte het de EBS niet, via de confessionele partijen, een rechtse doorbraak te bewerkstelligen. Spruyts toenadering tot de seculiere, fel anti-islamitische Wilders zorgde voor de definitieve breuk.
    Periodes
    Is er nog hoop voor Spruyt en de zijnen? Jos de Beus gelooft dat het conservatisme de komende jaren de toekomst heeft. Volgens hem wordt de politieke geschiedenis van Nederland in de ene periode door conservatisme en in de andere periode door progressiviteit gedomineerd. Van 1813 tot 1853 was Nederland conservatief, van 1853 tot 1920 progressief, van 1920 tot 1949 opnieuw conservatief, en van 1949 tot 2002 wederom progressief. Als de conservatieve en progressieve periodes zich op deze manier blijven afwisselen, dan hebben we veertig à vijftig jaar conservatisme voor de boeg.

    Het conservatisme in Nederland is niet heel erg uitgesproken, omdat de elite het vermogen heeft zich aan te passen aan de veranderende tijdgeest en signalen uit de samenleving weet op te pikken. Werd het politieke discours van links en rechts na de oorlog beheerst door wat historicus James Kennedy noemt de ‘retoriek van vernieuwing’, nu wordt de politiek door een conservatiever discours beheerst. Volgens De Beus is er daarom niet echt ruimte voor een (neo)conservatieve partij in de geest van Bart-Jan, omdat de bestaande partijen vanwege hun relatieve openheid het nieuwe rechtse gedachtegoed incorporeren in hun eigen programma’s. Niet alleen rechtse maar ook de linkse partijen zijn ‘rechtser’ geworden. Zo heeft de PvdA afstand genomen van het knuffelmulticulturalisme en werd Femke Halsema door haar voorstel om de krachteloze verzorgingsstaat aan te pakken door de VVD-jongeren uitgeroepen tot ‘liberaal van het jaar’.

    Ten slotte was de rechtse intellectueel voor Fortuyn een contradictio in terminis. Vandaag zijn ze niet weg te slaan uit het publieke debat. De grachtengordelgoeroes hebben hun hegemonie verloren. Het conservatieve EBS-moment mag dan misschien nu voorbij zijn, rechts heeft de komende tijd de ruimte.

    Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage LandenHuib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben (red.). Uitg. Het Spectrum, Utrecht 2006. 347 blz. € 19,90

    Tags: Bart Jan Spruyt, CDA, Conservatisme, Edmund Burke Stichting, Jos de Beus
    Read More
  • Presentatie ´Van God los´ in Amsterdam

    0

    Wanneer: woensdag 24 september 2014 om 18:00

    Wie: Ewout Klei & Remco van Mulligen

    Wat: Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig.  Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig hebben ze in de Tweede Kamer nog slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep. Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat. Waar gaat het naartoe en waar moet het naartoe?

    De boekpresentatie wordt geleid door Pieter de Bruijn Kops, acquirerend redacteur bij Nieuw Amsterdam. Nadat de auteurs hun boek hebben gepresenteerd zullen twee referenten, publicist Boris van der Ham en columnist Bart-Jan Spruyt, er hun visie op geven. Deze bijdragen zullen het thema christelijke politiek belichten. Hierna volgt een paneldiscussie, waar ook de overige aanwezigen een bijdrage aan kunnen leveren.

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond. Hij werkt als freelancer voor The Post Online, schrijft mee aan schoolboeken en is scriptiebegeleider bij Studiemeesters in Amsterdam.

    Remco van Mulligen is historicus. Hij rondde in 2014 het proefschrift Radicale protestanten af, over de ontwikkeling van het Nederlandse orthodox-protestantisme in de laatste vijftig jaar. Hij werkt als freelancer o.a. voor Elsevier, Tertio en Nederlands Dagblad.

    Ewout Klei en Remco van Mulligen Van God los. Het einde van de christelijke politiek? Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €21,95

    Toegang gratis

    Uitgave: Van God los

    Waar: Boekhandel Schreurs & de Groot, Weteringschans 173, 1017 XD Amsterdam NL
    T. 020 320 8412
    E. info@schreursendegroot.nl

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, CDA, ChristenUnie, D66
    Read More
  • Aankondiging Van God los

    0

    Van God los

    Het einde van de christelijke politiek

     

    Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig. Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig zijn ze goed voor slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep.

    Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Deze en andere vragen komen in dit boek aan bod. Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat.

     

    • Paperback €21,95
    • 208 blz. 13,5 x 21 cm
    • omslag Philip Stroomberg
    • NUR 686 moderne geschiedenis; 697 politieke geschiedenis
    • ISBN 9789046815755
    • ebook ISBN 978904815984
    • november 2013

     

    Reserveren kan al via Bol.com

    Tags: CDA, ChristenUnie, D66, Het einde van de christelijke politiek, PVV
    Read More
  • De kruisweg van het CDA

    0
    Dit artikel is gepubliceerd op de website De Leunstoel.
    Door: Ewout Klei
    Is de christendemocratie in Nederland ten dode opgeschreven? Als we kijken naar de dramatische resultaten die de partij haalde bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 en 2012, kunnen we deze vraag bevestigend beantwoorden. Het CDA halveerde in 2010 van 41 zetels naar 21, en daar bleven in 2012 nog 13 zetels van over.
     
    Politiek journalist Frits Wester van RTL4, voormalig spindoctor van het CDA, verklaarde de partij dood. ‘Het is o-ver’. Als we een voorspelling willen doen over de toekomst van het CDA, moeten we de mogelijkheid van het wonder niet uitsluiten. In de jaren zeventig leek de christendemocratie op sterven na dood, maar in de jaren tachtig was het CDA een tijdlang de machtigste partij van het land. Tijdens de paarse jaren negentig leek het einde van het CDA nabij, maar in 2002 wist de partij weer een tijdlang de politiek te domineren.
    In dit essay gaan we in op de positie die het CDA heeft ingenomen in het Nederlandse politieke bestel en wat het meest realistische toekomstperspectief voor de partij is. Leidt de kruisweg van het CDA uiteindelijk tot de dood? Of bestaat er toch nog ruimte voor een wederopstanding?
    Drie koningen
    Het CDA is officieel opgericht in 1980, als fusie van de Katholieke Volkspartij, de Antirevolutionaire Partij en de Christelijk-Historische Unie. De KVP was een grote middenpartij die altijd op het pluche zat. De pragmatische partij had een voorkeur voor regeren met de VVD, maar kon in uiterste noodzaak ook met de PvdA in zee. De ARP daarentegen was veel principiëler. De partij ging als het moest de oppositie in, en ontwikkelde vanaf de jaren zestig een duidelijke voorkeur voor linkse coalities. In tegenstelling tot KVP’ers bedienden ARP-politici zich van een heel religieus vocabulaire. De CHU zat hier tussenin. De partij zat na 1945 vaker in de oppositie dan de ARP, maar de CHU was gouvernementeel ingesteld en vond het in de eerste plaats belangrijk dat Nederland goed werd geregeerd. Een oppositionele houding paste de partij niet. CHU-politici profileerden zich niet zo zeer als partijmannen, maar als onpartijdige bestuurders. De partij vond het gezag heel belangrijk en was de conservatiefste partij van de drie.
    Van 1918 tot 1967 hadden de christendemocratische partijen een nipte meerderheid in het parlement. Voor de verkiezingen van 1967 had de KVP 50 zetels, en hadden ARP en CHU er allebei dertien. Na de Tweede Kamerverkiezingen van 1967 ging het echter bergafwaarts met de christendemocratie. De KVP zakte van 50 naar 27 zetels en de CHU van dertien naar acht. De ARP handhaafde zich en had in 1972 veertien zetels.
    De belangrijkste oorzaak van het christendemocratische verlies was de ontzuiling in combinatie met de secularisatie. Stemmen op christelijke partijen werd steeds minder vanzelfsprekend, en bovendien waren steeds minder mensen christelijk. Om toch hun invloed te behouden, besloten de drie christendemocratische partijen fusiebesprekingen aan te gaan.
    Medio jaren zeventig, toen het linkse kabinet-Den Uyl Nederland regeerde, waren velen er heilig van overtuigd, dat het laatste uur voor de confessionele politiek had geslagen. PvdA’er Joop van den Berg voorspelde dat het alleen nog maar bergafwaarts kon gaan: KVP, ARP en CHU waren fusiebesprekingen aangegaan, om te sterven in elkaars armen.
    Opland, cartoonist van de Volkskrant maakte er een mooie tekening over: op 16 december 1974 tekende hij de leiders van KVP, ARP en CHU als de ‘drie koningen’ uit het kerstverhaal, die op een tandem bij een kruispunt staan. Ze kunnen linksaf, rechtdoor of rechtsaf, maar elke weg loopt dood. De weg heeft ‘toevallig’ de vorm van een kruis, symbool van het christendom maar ook van de dood. Het einde leek nabij.
    Op en neer
    God/Het lot besliste anders. Onder het leiderschap van eerst Dries van Agt en vervolgens van Ruud Lubbers wisten de christendemocraten goede electorale resultaten te boeken, en kwam het CDA weer in het centrum van de macht. Van Agt wist de electorale neergang tegen te houden door zich op te werpen als de non-politicus, die in alles het tegenovergestelde was van de gedreven drammer Joop den Uyl. De grachtengordel gruwde van Van Agt, maar bij het gewone volk in de provincie was de conservatieve CDA-leider mateloos populair.
    Dankzij Ruud Lubbers groeide het CDA in 1986 naar 54 zetels. De partij bezat, net als de KVP toentertijd, een sleutelpositie in het politieke midden. Het CDA kon de VVD of de PvdA als partner kiezen. In zijn eerste en tweede kabinet regeerde Lubbers samen met de VVD, in zijn derde en tevens laatste kabinet met de PvdA.
    Omdat het laatste kabinet-Lubbers onpopulair was, Lubbers’ troonopvolger Elco Brinkman er (mede dankzij zijn spindoctor Frits Wester) niets van bakte en de secularisatie ook in de jaren tachtig bleef voortschrijden, verloor het CDA in 1994 maar liefst twintig zetels en zakte van 54 naar 34. De partij kwam bovendien in de oppositiebankjes terecht.
    Van 1994 tot 2002 regeerden PvdA, VVD en D66 als paars. Het CDA kwijnde weg in de oppositie. In 1998 verloor de partij opnieuw. Veel politieke analisten meenden dat het doek voor CDA nu snel zou vallen. Maar wederom vond er een wonder plaats.
    Het CDA, dat eind 2001 in de peilingen op 25 zetels stond, werd door de media totaal niet serieus genomen. Illustratief is een aflevering van het VARA-programma Kopspijkers, waarin Jack Spijkerman de nieuwe onervaren lijsttrekker Jan-Peter Balkenende (gespeeld door Owen Schumacher) en voormalig CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer (gespeeld door Paul Groot) aan de tand voelt:
    Jack Spijkerman: (grinnikt) Nou, mooi. Al leuke reacties gehad meneer Balkenende?
    Jan-Peter Balkenende: Ja, heel erg leuke reacties gehad. Vooral van mijn vrouw, die moest erg lachen.
    Jack Spijkerman: Waarom moest ze lachen?
    Jan-Peter Balkenende: Nou, toen ik vertelde dat ze binnen het CDA op zoek waren naar iemand met nog meer charisma dan Jaap de Hoop Scheffer en bij mij waren uitgekomen, toen lag ze echt onder de tafel van het lachen. En dat gebeurt echt niet vaak, zeker niet als ìk iets vertel.
    Jaap de Hoop Scheffer: Nou doe je jezelf tekort Jan Peter Balkenende. Wij gaan er binnen het CDA vanuit dat Jan Peter Balkenende de partij binnen zeven maanden aan een glorieuze verkiezingsoverwinning zal gaan helpen.
    Ook de zaal lag onder de tafel van het lachen. Niemand geloofde dat het CDA er weer bovenop zou komen. Maar weer vond er een wonder plaats. Het CDA sloot een niet-aanvalspact met Pim Fortuyn en werd na de moord op Fortuyn het niet-populistische alternatief voor de kiezers die niet langer nog ‘de puinhopen van paars’ wilden.
    Balkenende werd bij veel kiezers populair. Dat de gereformeerde JP de MP over ‘normen en waarden’ begon vonden progressieven verschrikkelijk, maar de man in de straat was blij dat er eindelijk iemand was die wat tegen de verloedering wilde doen.
    Na verloop van tijd werd Balkenende echter net zo gelikt als de andere politici van het land. Hij kreeg een kekke bril en leek daardoor niet meer op de nerdy kinderboekenheld Harry Potter, waarmee hij in het begin vaak werd vergeleken. Men raakte op Balkenende uitgekeken en tolereerde zijn onhandigheid (het T-Shirt ‘Fuck drugs’ en ‘U kijkt zo lief’ tegen een kritische RTL-journaliste) niet meer. Op 9 juni 2010 halveerde het CDA, van 41 zetels naar 21. Balkenende stapte toen de verkiezingsuitslag bekend werd meteen op en liet een verwond en verweesd CDA achter.
    Het CDA verloor de verkiezingen maar won de formatie. Niet alleen kwam de partij in de regering terecht en regeerde weer met haar favoriete coalitiepartner, de VVD, maar ook leverden de christendemocraten evenveel ministers als de liberalen. Er was echter één nadeel aan dit kabinet. Het was een minderheidskabinet dat leunde op de gedoogsteun van de PVV (en later ook de SGP). Met name in de oude ARP-kringen lag deze samenwerking moeilijk.
    Toen het kabinet in 2011 dreigde de jonge asielzoeker Mauro Manuel terug naar Angola te sturen, daalde de populariteit van het CDA naar een nieuw dieptepunt. Het CDA liet Mauro stikken, maar staatssecretaris Henk Bleker bood voor het oog van de natie wel tickets aan voor een voetbalwedstrijd. Dat het CDA hypocriet bezig was ontging zelfs de blonde TV-ster Britt Dekker niet, merkte Volkskrant-columnist Marcel van Dam op. ‘Nog even volhouden en de partij heeft geen enkele zetel meer.’
    In de peilingen stond het CDA op elf zetels. Onder leiding van Sybrand van Haersma Buma wist de partij op 12 september 2012 echter toch nog dertien zetels te behalen.
    Linksaf, rechtdoor of rechtsaf?
    Volgens Opland kon het CDA linksaf, rechtdoor of rechtsaf. Deze drie richtingen vallen eigenlijk nagenoeg samen met de drie voorlopers van het CDA: ARP, KVP en CHU.
    De weg linksaf is de weg van de ARP. Deze weg loopt dood. Zo stemt ARP-coryfee Willem Aantjes tegenwoordig ChristenUnie en heeft voormalig partij-ideoloog Henk Woldering zijn lidmaatschap opgezegd en sympathiseert hij met GroenLinks. CDA’ers die een neiging vertonen links naast de pot te plassen, worden zo goed gedrild dat ze dit snel hebben afgeleerd. Tijdens het rechtse kabinet-Rutte liepen ‘dissidenten’ Ad Koppejan en Kathleen Ferrier in tegenstelling tot de zogenoemde loyalisten – linkse CDA-Kamerleden die liever een tweede kabinet-Den Uyl hadden gehad en het kabinet-Van Agt daarom zeer kritisch bejegenden – loyaal aan de fractieleiband. Blaffen deden ze zelden, bijten al helemaal niet. Van groot belang is bovendien dat de stemmen die het CDA in 2010 en 2012 verloren heeft vooral naar rechtse partijen gingen, naar VVD en PVV. Als het CDA deze stemmen terug wil winnen, kan de partij beter niet voor een linkse koers kiezen.
    De weg rechtdoor is de weg van de KVP, de grote middenpartij die soms voor de PvdA koos om samen mee te regeren, en soms voor de VVD. Het CDA is nu echter zo erg gekrompen dat de partij in tegenstelling tot vroeger niet meer een sleutelrol in kabinetsformaties spelen kan. Het CDA is een kleine speler op het politieke speelveld geworden en dient zich daarom bescheidener op te stellen. De KVP was decennialang vrij kleurloos omdat de partij zich dit kon permitteren. Mensen stemden toch wel KVP, omdat ze katholiek waren en het zo hoorde. Deze vanzelfsprekendheid is voorgoed voorbij. Kiezers kiezen voor een partij die zich duidelijk weet te profileren. Het radicale midden – de koers die is voorgesteld door partijvoorzitster Ruth Peetoom – is misschien een optie. Het CDA is er echter nog niet in geslaagd een goed politiek profiel overtuigend neer te zetten, wat de interne strubbelingen en ook het electorale echec van 2012 bewijzen.
    De derde weg is de weg rechtsaf, de weg van de CHU. Deze partij was een conservatieve partij, christelijk maar niet al te zeer belijnd, die gezag en orde belangrijk vond. De CHU stond voor stabiliteit en bracht veel bekwame bestuurders voort. Hoewel de kleine CHU na de Tweede Wereldoorlog nooit meer een premier zou leveren, zat de partij vaak in de regering en was vooral lokaal en provinciaal zeer aanwezig. Het gedecimeerde CDA kan in de toekomst de oude rol van de CHU vervullen. De partij moet kiezers werven met een traditioneel program, stabiliteit en rust uitstralen en zich constructief opstellen tegenover andere partijen, als regeringspartij maar ook als men in de oppositie zit. Dat het CDA de politiek niet meer domineert betekent niet dat de politieke rol van de partij is uitgespeeld. Als stabiele politieke beweging rechts van het midden kan het CDA dan bepaalde coalities aan een meerderheid helpen en op deze manier invloed blijven uitoefenen. Als het CDA net als de CHU toentertijd een constructieve oppositie voeren gaat zal dit de partij in de toekomst veel parlementair gezag opleveren, gezag dat zich uitbetalen zal. Door voor een rechtse, conservatieve koers te kiezen kan het CDA wellicht ook een deel van de VVD- en PVV-kiezers terugwinnen, kiezers die het CDA nu te links, te slap en te onduidelijk vinden. Misschien pikt het CDA zelfs nog een zeteltje van de SGP, nu nog de enige echte conservatief-christelijke partij in ons land. Ten slotte moet het CDA niet kiezen voor een expliciet-christelijke koers, zoals ChristenUnie en SGP. Het valt op dat het CDA aan ChristenUnie en SGP eigenlijk bijna geen kiezers verliest. Voor CDA-kiezers is een expliciet-christelijke partij een te hoge drempel. Als het CDA stemmen wil winnen, zijn dat in de eerste plaats stemmen van kiezers die nu bij VVD en PVV zitten.
    Wederopstanding?
    Is er toekomst voor het CDA, ook na het (bijna) vergaan van hun wereld na 2012? Ja. Het CDA kan nog steeds een rol van betekenis spelen in de Nederlandse politiek, hoewel die rol minder dominant is dan voorheen. Als het CDA er in slaagt zich politiek goed te profileren als een stabiele partij rechts van het midden, bereid om te regeren en ook bereid om constructief oppositie te voeren, dan kan de partij een deel van het electoraat weer terugwinnen. Is hiermee het sterven van het CDA voorgoed afgewend? Nee. De secularisatie gaat door, een gematigd-christelijke partij als het CDA is ook met een rechtse koers vatbaarder voor het secularisatievirus, dan de orthodoxe partijen ChristenUnie en SGP.
    Het CDA kan als kleinere partij wellicht nog jarenlang mee, maar is niet onbeperkt houdbaar. Ook na de wederopstanding wacht uiteindelijk de dood.
    Tags: ARP, CDA, CHU, KVP
    Read More
  • Een volkspartij zal D66 nooit worden – gelukkig maar

    1

    Onderstaande artikel stond op zaterdag 13 oktober in het dagblad Trouw.


    Een kiezersonderzoek zou moeten uitwijzen of potentiële D66-stemmers vanwege de te rechtse koers op 12 september overliepen naar de PvdA.

    Ewout Klei

    Politiek historicus en D66-lid

    D66 vierde op 12 september 2012 uitbundig feest. Maar was dit terecht? De verkiezingsuitslag is een pyrrusoverwinning voor Alexander Pechtold.

    Hoewel D66 de enige middenpartij was die een bescheiden winst boekte – de partij ging van 10 naar 12 zetels terwijl het CDA zakte van 21 naar 13 zetels en GroenLinks van 10 naar 4 – had de partij op meer gehoopt. NRC-Handelsblad voorspelde op de dag van de verkiezingen zelfs dat D66 een cruciale rol zou spelen in de kabinetsformatie. Uiteindelijk bleken echter veel potentiële Pechtold-kiezers toch te kiezen voor Rutte of Samsom. VVD en PvdA werden zelfs zo groot, dat ze D66 niet nodig om tot een meerderheidscoalitie in het parlement te komen.

    Moet D66 zich in navolging van GroenLinks ook gaan bezinnen op de te varen koers? Want net als het linkse zusje hebben de Democraten niet hun doel – bruggenbouwer in een brede Paarse coalitie – bereikt.

    De partij werd in 1966 opgericht om het door de christelijke partijen gedomineerde partijensysteem doen te laten ontploffen en de burger meer invloed te geven op de politiek, onder andere via referenda, de gekozen burgemeester en de gekozen minister-president (de zogenoemde kroonjuwelen). Omdat het partijensysteem maar niet wilde ontploffen, werd D66 onder Jan Terlouw een gewone politieke partij , het ‘redelijk alternatief’ voor VVD en PvdA. De kroonjuwelen gingen de kast in (om ze er soms even uit te halen). D66 koos voor een sociaal-liberale middenkoers en behaalde met de Paarse kabinetten vooral op immaterieel gebied grote successen, zoals de legalisatie van het homohuwelijk en de euthanasie.

    Op materieel gebied boekt D66 minder succes. De partij profileert zich op thema’s die hoogopgeleide, internationaal denkende mensen lekker in het gehoor liggen – over Europa, hervormen en onderwijs – maar heeft in tegenstelling tot het CDA vroeger geen uitgewerkt sociaal-economisch alternatief voor het socialisme en het (neo-)liberalisme. Logisch, omdat de partij niet ideologisch maar pragmatisch wil zijn.

    Helaas heeft D66 zich de laatste jaren steeds meer tot een VVD-light ontwikkeld, als een redelijk alternatief voor VVD’ers die de conservatief-populistische koers van hun partij niet zo zien zitten. Electoraal gezien liggen hier zeker kansen, maar D66 dreigt zo sociaal-liberale PvdA-kiezers van zich te vervreemden. Dat sommige potentiële D66-kiezers op 12 september kozen voor de PvdA, komt wellicht mede door de te rechtse koers van de partij. Een kiezersonderzoek zou moeten uitwijzen, of deze hypothese klopt.

    Het was een foute keus van D66 om meteen na verkiezingen voor de oppositie te kiezen. Natuurlijk, rekenkundig is D66 overbodig, maar de partij zou vanwege haar sociaal-liberale en progressieve identiteit de lijm kunnen zijn die VVD en PvdA bij elkaar houdt. En de D66-campagneslogan ‘Hervormen Nu!’ is een loze kreet, als de partij meteen besluit voor de oppositiebankjes om vervolgens zuur te gaan doen. Hier kweekt de partij geen goodwill mee. Dat D66 niet in elke coalitie wil stappen is historisch te snappen: de D66-deelname aan het centrum-rechtse kabinet-Balkenende II werd een drama en zorgde ervoor dat de partij in 2006 nog maar drie zetels overhield. Regeren kent een prijs. Oppositievoeren kent dat echter ook.

    Kan D66 als middenpartij ook het redelijk alternatief vormen voor afvallige CDA’ers? Ja, heel goed zelfs. Katholieken vinden bij D66 de gezelligheid en de kunst van het relativeren terug, progressieve protestanten de inzet voor mensenrechten en het milieu. D66 is echter geen volkspartij zoals PvdA, VVD en CDA, en zou dat ook niet moeten willen worden. De kracht van D66 is juist dat de partij vernieuwende ideeën heeft, met de tijd meegaat (en vaker nog op de ontwikkelingen vooruit loopt) en zich steeds weer opnieuw weet uit te vinden. Juist die creativiteit kan Nederland uit de crisis helpen.

    Tags: Alexander Pechtold, CDA, D66, formatie, PvdA
    Read More
  • God is dood en staat weer op

    0

    In Die fröhlige Wissenschaft schrijft de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche over de dood van God. Een verwarde man, Der tolle Mensch, steekt midden op de markt een lantaarn aan en roept heel hard, zodat iedereen het kan horen: “Ik zoek God!” De omstanders vinden hem maar raar en lachen hem uit. Dan opeens springt de man tussen de menigte in, doorboort de mensen met zijn blik en zegt:  “Waar God is heen is? Dat zal ik jullie vertellen! Wij hebben hem gedood, – jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars!” De man gaat hiermee nog een tijdje door en gooit ten slotte zijn lantaarn stuk op de keien. Later op de dag dringt hij verschillende kerken binnen alwaar hij een dodenmars voor God begint te zingen, een provocatie in de stijl van de Punk prayer van Pussy Riot. Naar buiten gebracht en ter ver­antwoording geroepen antwoordt hij: “Wat zijn deze kerken eigenlijk nog, als ze niet de graven en grafmo­numenten van God zijn?”

     

    File:Caesar Boetius van Everdingen 001.jpg

    God is dood. In West-Europa en ook in Nederland zijn veel mensen hun geloof in God kwijtgeraakt. De Verlichting en de Franse Revolutie, de moderne Bijbelwetenschap en de evolutietheorie, de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, de ontzuiling en de seksuele revolutie en ten slotte De Da Vinci Code en het seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk hebben er voor gezorgd, dat mensen zijn gestopt met geloven. God is niet te verenigen met vrijheid en gelijkheid, God is niet te verenigen met de moderne wetenschap, als God bestaat dan had de Holocaust nooit plaatsgevonden, God staat voor een bekrompen en benepen moraal die zelfontplooiing belemmert en ten slotte is de kerk van God een corrupt instituut dat mensen onderdrukt. Wij hebben hem gedood, jullie en ik.

    Christelijke politiek, de politiek die door het CDA, de ChristenUnie en de SGP gepraktiseerd wordt, is niet meer van deze tijd. Op enkele uitzonderingen na  – zoals de ARP in de jaren zestig en zeventig en de EVP in de jaren tachtig – is christelijke politiek conservatieve politiek. Het is een politiek die alleen maar uit is op het behoud van verworvenheden van vroeger, het bijzonder onderwijs, het randschrift “God zij met ons” op de Euro, de uitdrukking “bij de gratie Gods” die onder elke wet staat, het ambtsgebed, de bede in de troonrede, het blasfemieverbod en last but not least de ambtenaren met ´gewetensbezwaren´ tegen het homohuwelijk. Christelijke politiek staat voor hobby’s, die we het liefst gisteren al hadden afgeschaft. Christelijke politiek is dood. Wat zijn christelijke partijen nog, als ze niet de graven en grafmonumenten van God zijn?

    Tot 1967 beschikten de christelijke partijen over een meerderheid in het parlement. Nu hebben ze 21 van de 150 zetels, slechts veertien procent. Het CDA kan in de toekomst misschien weer wat groter worden. Maar meer dan 30 zetels zal de partij toch niet meer krijgen. (Behalve natuurlijk als God het wil, grapje.) Nederland is geseculariseerd, veel CDA-kiezers zijn definitief naar de VVD en andere partijen overgestapt. Bovendien wordt bijna niemand nog warm van expliciet-christelijke standpunten.

    Voor ChristenUnie en de SGP is het een iets ander verhaal. Voor hen leeft God nog. In een wereld zonder God lopen zij met een kruisje om hun nek rond. Ze roepen tegen iedereen die het wil horen (en natuurlijk ook tegen iedereen die dat niet wil horen) dat God bestaat, dat Jezus Christus bestaat, dat het christelijk geloof de enige weg is die tot heil en verlossing leidt en dat daarom abortus, euthanasie en het homohuwelijk moeten worden teruggedraaid. ChristenUnie en SGP zijn marginaal. Beide partijen zullen mogelijk nog lang blijven voortbestaan, maar doen in de politiek alleen voor spek en bonen mee. Ze worden alleen serieus genomen in discussies die niet over het geloof gaan.

    Dat christelijke partijen lange tijd de Nederlandse politiek domineerden en dat ChristenUnie en SGP ondanks hun marginale positie wellicht nog wel een tijdje zullen blijven bestaan, heeft alles te maken met de verzuiling. Mensen stemden op een christelijke politieke partij, omdat dat moest van hun geloof.  Ze werden hiertoe gedwongen door hun sociale omgeving, door andere christenen dus. Het was niet alleen hun geloof in God dat mensen ertoe bracht om KVP, ARP of GPV te stemmen, maar het waren ook de pastoors en de dominees, de hoofdredacteur van je verzuilde krant, andere mensen bij je in de kerk die er wat van zouden zeggen als je tijdens de verkiezingen opeens een PvdA-poster voor je raam had hangen. Geloven doen mensen niet in hun eentje, de religieuze gemeenschap zorgt daar wel voor.

    Is het positief dat de christelijke politiek in Nederland sterft, dat we steeds seculierder worden? Ik denk het wel. De verzuiling dwong en dwingt (in het geval van de ChristenUnie- en SGP-zuil) mensen in een keurslijf, legt hun gedrag en hun denken vormen op, waardoor ze zichzelf vaak niet mogen en kunnen zijn. De Verlichting, de Franse Revolutie, de vrije wetenschap en de seksuele revolutie, ze hebben allemaal bijgedragen aan emancipatie, de bevrijding van de mens. Natuurlijk leven we nu niet in een seculier Walhalla. Conformisme bijvoorbeeld is vermoedelijk een algemeen menselijk trekje waar de meerderheid der mensheid wellicht nooit van zal worden verlost, en ook niet van wil worden verlost. Daar hebben we God niet voor nodig. Het idee God versterkt conformistisch denken en conformistisch gedrag echter wel. God wil op één bepaalde manier worden gediend en niet anders, eist dat we hem gehoorzamen en is vertoornd als we aan ‘eigenwillige godsdienst’ doen. Paul Cliteur schreef hier eens een boek over met de veelzeggende titel God houdt niet van vrijzinnigheid.

    God is dood. Preciezer geformuleerd: de God van de verzuiling is dood. De geëmancipeerde Nederlanders hebben hem gedood. Alleen bij de ChristenUnie en de SGP gelooft men nog in deze God. Maar misschien betekent dit niet zijn definitieve einde. Er is leven na de dood. Domineeszoon Freek de Jonge het al. In een God van de vrijheid – die ook Allah, Harry Mulisch, het Vliegend Spaghettimonster, vrijheid, gelijkheid, broederschap, democratie, mensenrechten of liefde mag heten – geloven we allemaal. Het nihilisme van Nietzsche is geen goed alternatief. Veel te fatalistisch. Veel te pessimistisch. Veel te zwartgallig. Mensen hebben een blijvende behoefte aan abstracte concepten waarmee ze hun morele en politieke keuzes kunnen verantwoorden en een beetje hoop kunnen hebben, het ‘Yes we can’-gevoel. We hebben God gedood maar ook weer opnieuw tot leven gewekt. Christelijke politiek sterft, maar behoefte aan zingeving blijft er altijd.  De tijd van de volgzame EO-visjes, die in een school samen zwemmen tegen de stroom van tijdgeest in, is voorbij.  Lang leve de Waterman die zelf naar de zin zoekt.

    Tags: CDA, ChristenUnie, Friedrich Nietzsche, God is dood, Pussy Riot
    Read More