Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Bart Verbrugh, de Martin Bosma van het GPV?

    0

    Tweede Kamer debat, Verbrugh (GPV) interpelleert over defensienota - NL-HaNA 2.24.01.05 0 927-2634 WM239.jpg

    Door: Ewout Klei

     

    Opnieuw gerommel in de PVV. Geert Wilders heeft geprobeerd de publicatie van Martin Bosma’s boek Handlangers van de ANC-apartheid tegen te houden, een boek dat uiteindelijk niet werd gepubliceerd bij Prometheus omdat de uitgeverij er geen heil in zag. Wilders is dolblij, omdat hij niet met het blanke apartheidsregime geassocieerd wil worden.

    Het manuscript van Bosma’s ongepubliceerde boek is handen van de redactie van het NRC-Handelsblad. Bosma betoogt in zijn boek dat Nederland een nieuw Zuid-Afrika dreigt te worden, waar blanken fungeren als ‘proefkonijnen in een multicultureel laboratorium’. Bosma noemt de politiek van het African National Congress (ANC) ‘politiek-correct racisme’ en omschrijft deze partij verder als communistisch, gewelddadig en corrupt. Nederland wacht volgens Bosma hetzelfde lot als Zuid-Afrika, waar de blanken tegenwoordig tweederangs burgers zouden zijn:

    ‘Want de essentie van de progressieve ideologie is (…) dat die ons wil doen verzoenen met onze ondergang (…). Wat links heeft willen betekenen voor Zuid-Afrika wil het ook dolgraag Nederland aandoen. (…) De Afrikaners, dat zijn wij. De Afrikaners van vandaag zijn de Nederlanders van over vijftig of honderd jaar.’

    Martin Bosma is uiteraard niet de enige in Nederland die zich zeer verbonden voelt met de blanke Afrikaners en het blanke apartheidsbewind van weleer. Extreem-rechtse actiegroepen als Voorpost en de Identitair Verzet doen dat ook. Toen ANC-leider Nelson Mandela op 5 december 2013 overleed herdoopten actievoerders van Identitair Verzet de Mandelabrug in Utrecht tot ‘Moordenaarsbrug’.

    Van 1948 tot 1994 kende Zuid-Afrika de apartheid. De zwarten waren tweederangs burgers. Ze mochten niet stemmen en mochten in bepaalde gebieden niet komen. Ook werden ze uit hun huizen gezet en weggestopt in de zogenoemde ‘thuislanden’, de armste gebieden van Zuid-Afrika. In de jaren vijftig bestond er in Nederland veel begrip voor de apartheidspolitiek. De blanke Afrikaners waren immers afstammelingen van de Nederlanders die Zuid-Afrika vanaf de zeventiende eeuw koloniseerden. In de jaren zestig veranderde de stemming in Nederland. Het apartheidsregime werd veroordeeld als racistisch.

    Ook in gereformeerde kringen, waar van oudsher de meeste sympathie voor de Afrikaners bestond, werd men kritisch. Felle criticasters van de apartheid waren Siewert Bruins Slot van het dagblad Trouw en Jan Nico Scholten, Tweede Kamerlid van de Antirevolutionaire Partij (en later het CDA). Alleen de gereformeerden die in de jaren zestig en zeventig trouw bleven aan het erfdeel der vaderen – de rechtervleugel van de ARP en de kleine christelijke partijen – bleven de apartheid door dik en dun steunen.

    De meest overtuigde apartheidsapologeet in de jaren zestig en zeventig was misschien wel Bart Verbrugh, ideoloog van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Verbrugh was van 1939 tot 1945 in Indië geweest en vond het zeer vanzelfsprekend dat niet-blanken een ondergeschikte positie in de samenleving hadden. Toen hij terugkeerde naar Nederland trok hij fel van leer tegen de dekolonisatie en wilde hij dat de laatste restjes koloniaal bezit – Nieuw Guinea en Suriname – voor het Koninkrijk der Nederlanden bleven behouden. In de jaren vijftig was Zuid-Afrika nog niet bij Verbrugh in beeld. Hij kreeg pas belangstelling voor het land toen Zuid-Afrika in de jaren zestig internationaal zwaar onder vuur kwam te liggen. De blanke Afrikaners waren naast stamverwanten ook ideologische verwanten: ze wilden net als de vrijgemaakt-gereformeerden van het GPV hun eigenheid beschermen tegen de boze buitenwereld. Waar het GPV zich bedreigd voelde door de ontkerkelijking en de verdere Europese integratie (in 1963 ging het GPV de verkiezingen in onder de leus ‘Den vaderland getrouwe’), daar verzetten de blanke Afrikaners zich tegen het oprukkende zwarte nationalisme en communisme. Daar kwam nog bij dat het blanke Zuid-Afrika een christelijk land was met een christelijke grondwet. Verbrugh wilde in Nederland ook een christelijke grondwet, ten einde de christelijke identiteit van het Nederlandse volk te beschermen tegen het gevaar van secularisatie (de ChristenUnie, waarin het GPV in 2000 is opgegaan, streeft trouwens ook nog steeds naar een christelijke grondwet).

    In 1976 leidde Verbrughs pro-apartheidsstandpunt tot een pijnlijke confrontatie met Ed van Thijn, fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid. Aanleiding van deze confrontatie in de Tweede Kamer was het besluit van het kabinet-Den Uyl om aan Zuid-Afrika geen kernreactoronderdelen te leveren. Volgens Verbrugh was dit besluit genomen met een anti-apartheidsmotief. De Nederlandse regering zou voorstander zijn van een ‘sterk gemengde cultuurstaat’ in Zuid-Afrika, iets waar Verbrugh op tegen was. Vervolgens probeerde hij duidelijk te maken dat het in Zuid-Afrika niet zou gaan om een ‘rassenprobleem’ maar om een ‘cultuurprobleem’. Apartheid draaide volgens Verbrugh om gebiedsscheiding als gevolg van cultuurscheiding en had in principe niets te maken met de verschillen tussen rassen. Dat het pleidooi van Verbrugh puur theoretisch was bleek uit het betoog van de GPV-theoreticus zelf, want hij maakte enkele kritische opmerkingen over zwarte nationalisten. Niettemin vond Verbrugh dat een ieder die zich aan de heersende cultuur wilde aanpassen de kans moest krijgen om daarin te worden opgenomen. Een zwarte zou volgens Verbrugh in theorie deel kunnen worden van de blanke gemeenschap. Verbrugh probeerde zo alle schijn van racisme te vermijden.

    Verbrughs uiteenzetting werd door Van Thijn wel als racistisch betiteld, omdat Verbrugh ondanks zijn vertoog het Zuid-Afrikaanse regeringsbeleid bleef verdedigen: ‘Ik heb nog nooit zo’n racistisch betoog in deze Kamer gehoord. (…) Ik heb mij tijdens het betoog van Verbrugh tot het uiterste moeten beheersen om niet hetzij naar de interruptiemicrofoon te snellen, hetzij de Kamer te verlaten.’ Hierop snelde de fractievoorzitter van het GPV, Pieter Jongeling, zijn fractiegenoot te hulp en zei dat de PvdA-fractievoorzitter niet hard kon maken dat Verbrughs betoog racistisch was. Van Thijn, inmiddels weer wat afgekoeld, antwoordde dat het verhaal van Verbrugh niet geloofwaardig was. In Zuid-Afrika vielen cultuur en ras immers samen. CPN-leider Marcus Bakker wees vervolgens op de racistische huwelijkswetgeving in Zuid-Afrika, waar het blanken en zwarten verboden was om met elkaar te trouwen. Verbrugh antwoordde dat hij hierover niet had gesproken, laat staan dat hij dit goedkeurde.

    De pijnlijke confrontatie tussen Verbrugh en Van Thijn werd een paar weken later becommentarieerd door de Volkskrant. Verbrugh behoorde volgens deze krant tot de ‘goedwillende, doch misleide christenen’. ‘Zij kunnen niet zien wat er ginds werkelijk gebeurt, omdat zij, emotioneel gebonden aan Zuid-Afrika, tot elke prijs met de stam- en geloofsverwante blanken willen blijven praten’.

    Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 werd Verbrugh de nieuwe lijsttrekker van het GPV. Jongeling ging met pensioen. Het verkiezingsprogramma van het GPV heette ‘Toekomst van Nederland’. In zijn verkiezingsprogramma keerde het GPV zich niet alleen tegen abortus en pornografie, maar ook tegen de multiculturele samenleving. Gastarbeiders moesten remigreren naar het land van herkomst. In het orgaan Vrede en Vrijheid van de Stichting voor Nationaal Christelijke Politiek, een beweging voor GPV-sympathisanten, trok Verbrugh bovendien expliciet de vergelijking tussen Nederland en Zuid-Afrika:

    ‘We hebben kritiek op onze mede-Nederlanders, die het zo hoog in de bol hebben, dat ze hun neus ophalen voor het zware en vuile werk, dat in ons land moet worden gedaan (ploegenarbeid, schoonmaakdiensten), en ermee akkoord gaan dat dit door Turken, Marokkanen, Spanjaarden en Italianen wordt verricht. We zouden een Nederlands beleid toejuichen, dat erop gericht is deze arbeid weer in de handen van ons eigen volk te brengen, om zo het ontstaan van een heterogene cultuur in ons land te voorkomen (b.v. een moslim-cultuur naast de verzwakte christelijke cultuur). Op dezelfde manier zouden we een Zuidafrikaans beleid toejuichen, dat erop gericht is arbeidskrachten van de “Bantoes” te vervangen door die van de Afrikaanders.’

    In de jaren tachtig was Verbrugh betrokken bij de Oranjewerkers. Deze groep van blanke Zuid-Afrikaners onder leiding van Hendrik Verwoerd junior, de zoon van wijlen president Hendrik Verwoerd, begrepen dat het apartheidsregime op instorten stond. Om de dreigende Apocalyps voor te zijn deden ze een vlucht naar voren: ze wilden een thuisland voor blanke Afrikaners vormen waar zij zelf het werk deden. De Oranjewerkers brachten kortom het monoculturele ideaal van Verbrugh in de praktijk. Hun plan voor een blank thuisland mislukte echter begin jaren negentig: Zuid-Afrika werd een multiculturele staat.

    Eén van de drijvende krachten achter de Oranjewerkers was de conservatieve calvinistische theoloog Carel Boshoff, de schoonzoon van Hendrik Verwoerd senior. Boshoff was in 1990 ook de oprichter van de blanke enclave Orania, een stadje van nog geen 1000 inwoners dat de culturele erfenis van het ‘Afrikanerdom’ wilde beschermen en waar alleen blanken het werk mogen doen. Met dit Orania heeft de PVV dankzij Martin Bosma tegenwoordig politieke contacten. Tussen Verbrugh en Bosma bestaat dus via de Oranjewerkers een link.

    Was Verbrugh een Martin Bosma avant la lettre?  Ja en nee. Verbrugh is overleden in 2003, negen jaar na de afschaffing van de apartheid, en hij heeft in deze jaren nooit afstand genomen van zijn pro-apartheidsstandpunt. Toch erkende Verbrugh in zijn autobiografie Jong zijn en oud worden (Amsterdam, Buijten en Schipperheijn 2002) dat hij zich had verkeken op Mandela: de man die hij decennialang voor een terrorist had gehouden bleek heel goed in staat blank en zwart met elkaar te verzoenen. Verbrugh was dus milder dan Bosma.

    Ten slotte speelt de tijd een belangrijke rol: een reden waarom Verbrugh, maar ook veel andere conservatieve christenen (en ook sommige heidenen) in de jaren zestig en zeventig de apartheid bleven verdedigen was de polarisatie in politiek en maatschappij. De linkse partijen en actiegroepen waren zeer verontwaardigd over Zuid-Afrika, maar zij zwegen vaak over de misdaden die door de communisten werden gepleegd achter het IJzeren Gordijn. Het was veel critici van apartheid niet alleen om rechtvaardigheid en gelijkheid te doen, maar ook om hun grote gelijk ten koste van rechts. Dat sommige rechtse mensen om die reden lang bleven vasthouden aan zaken die je misschien/wellicht niet zou moeten willen verdedigen is begrijpelijk. In het heetst van de discussie, als je ergens middenin zit, kun je vaak niet objectief zijn. Voor Bosma en clubjes als Identitair Verzet gaat deze redenering echter niet op. Zij zitten er niet middenin maar construeren achteraf een verhaal dat een stuk eenzijdiger is dan het verhaal wat in wetenschappelijke geschiedenisboeken wordt verteld.

     

    Toch hoop ik dat Bosma’s boek ergens uitgegeven gaat worden: het boek mag misschien abjecte onzin zijn, maar voor historici kan abjecte onzin soms heel interessant zijn.

     

     

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond, 1948-2003.

    Tags: Apartheid, Bart Verbrugh, Ed van Thijn, GPV, Identitair Verzet
    Read More
  • Is Israel een apartheidsstaat?

    0

    http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/3/32/Israeli_Apartheid_Week_2009_poster.jpg

    Door: Ewout Klei

     

    Is Israël een apartheidsstaat? Deze vraag stond centraal op de Nakba-bijeenkomst die het Palestinakomitee op zaterdagmiddag 3 mei in de Balie in Amsterdam organiseerde.

    De Nakba-bijeenkomst wordt elk jaar gehouden om de verdrijving van de Palestijnen uit Palestina in 1948 te herdenken. De bijeenkomst werd door zo’n honderd mensen bezocht. In de zaal zaten onder andere voormalig GroenLinks-Kamerlid Mohammed Rabbae, de antizionistische rabbi Josef Antebi en de 90-jarige Auschwitzoverlevende Hajo Meyer, die vindt dat Israël de Holocaust misbruikt voor politieke doeleinden.

    De gewezen anti-apartheidsactiviste Adri Nieuwhof vertelde over de misdaad van apartheid in Zuid-Afrika. Van 1948 tot 1990 was Zuid-Afrika een apartheidsstaat. De zwarte bevolking werd institutioneel gediscrimineerd. Nieuwhof noemt in haar verhaal een aantal voorbeelden. Huwelijken en seksuele relaties tussen blanken en zwarten waren verboden, zwarten kregen slechter onderwijs, zwarten werden uit hun huizen gezet en verbannen naar ‘thuislanden’ en veel delen van Zuid-Afrika waren voor hen verboden terrein. De Verenigde Naties veroordeelden de apartheid als een misdaad. In 1976 kwam er een definitie van apartheid, waardoor ook andere staten die een soortgelijk discriminerend beleid voerden konden worden veroordeeld.

    Ben White, journalist bij The Guardian en Al Jazeera, sprak over de apartheid en Israël. Volgens hem is Israël inderdaad een apartheidsstaat. De discriminatie van Palestijnen is ook institutioneel. Er is sprake van een feitelijke segregatie: er zijn joodse en Palestijnse gebieden. Bovendien is Israël gedefinieerd als ‘joodse staat’.  De Palestijnen (en hun nakomelingen) die in 1948 huis en haard hebben moeten verlaten hebben geen recht op terugkeer, want ze zijn niet-joods. De enige reden dat Israël een joodse meerderheid heeft komt door etnische zuiveringen. Daarom is Israël volgens White geen democratie maar een ‘etnocratie’. Oud-premier Ehud Olmert had, toen hij nog burgemeester van Jeruzalem was, gezegd dat hij minder Palestijnen wilde. Waar zulke racistische retoriek in Nederland is voorbehouden aan de oppositiepartij van Geert Wilders, daar wordt ze volgens White in Israël gebezigd door de machthebbers.

    Ten slotte hield de Palestijns-Amerikaanse wetenschapster Hanine Hassan een gepassioneerd verhaal over het droevige lot van de Palestijnse vluchtelingen. De Palestijnen die in 1948 hun land hebben moeten ontvluchten en hun nakomelingen leven nog steeds in vluchtelingenkampen. De Palestijnen in de Syrische vluchtelingenkampen hebben het nu extra moeilijk vanwege de burgeroorlog in dat land. De vluchtelingenkampen worden beschoten door de troepen van Assad en Jordanië en Egypte laten geen Palestijnse vluchtelingen toe. Veel Palestijnen die op de vlucht zijn geslagen voor deze ‘tweede Nakba’ durven om deze reden ook niet te zeggen dat ze Palestijns zijn. Vorig jaar moest Hassan naar Sicilië, om 53 Palestijnse vluchtelingen te identificeren die waren verdronken toen hun boot was omgeslagen. Ze houdt Israël verantwoordelijk voor elke Palestijnse dode. Als Israël in 1948 de Palestijnen niet massaal had verdreven dan hadden al deze mensen nog geleefd. Maar er is hoop: ‘We zullen ooit terugkeren, snel’.

    Vanuit de zaal werd de vraag gesteld hoe Hanine Hassan over de Holocaust denkt. Een Nakba-bijeenkomst in Utrecht, die op 4 mei was gepland, werd op last van de burgemeester afgelast, omdat  deze bijeenkomst samen zou vallen met de dodenherdenking. Het herdenken van de Palestijnen op precies hetzelfde moment als de joodse slachtoffers van de Holocaust wordt door het Centrum Informatie en Communicatie Israël (CIDI) als een provocatie beschouwd. Volgens Hassan zouden de joodse slachtoffers van de Holocaust, die stierven in de gaskamers, zich nu echter schamen voor de misdaden die Israël tegen de Palestijnen pleegt. Ze ergert zich aan degenen die uit de tragedie van de Holocaust politieke munt willen slaan, om het racisme van Israël te rechtvaardigen. Een exclusieve focus op de joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog ontneemt volgens haar ook het zicht op de andere oorlogsslachtoffers, zoals de zigeuners: ‘De joden die  tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord waren niet het slachtoffer van antisemitisme, maar van racisme.’

    De Nakba-middag was boeiend en de sprekers wisten, elk vanuit hun eigen specialisme, een overtuigend verhaal neer te zetten. Toch was de bijeenkomst in de eerste plaats een gezellig samenzijn van gelijkstemden. Rabbae en Antebi mengden zich niet in de discussie maar waren vooral aanwezig om hun solidariteit met de goede zaak te betuigen.  Meyer zorgde voor enige deining toen hij stelde dat de ‘joodse identiteit’ niet bestond, maar White antwoordde dat hij deze ingewikkelde kwestie liever onaangeroerd liet. Hij wilde als journalist vooral kijken naar de gevolgen van het Israëlische beleid. Iedereen in de zaal vond dat de Palestijnen het recht hadden op terugkeer en dat er actie moest ondernomen, onder andere door het boycotten van Israël. De titel van de Nakba-bijeenkomst was ‘Is Israël een apartheidsstaat?’ Voor alle aanwezigen was dit geen vraag maar een feit. ‘Israël is een apartheidsstaat!’ was wellicht een betere titel geweest.

     

     

    Tags: Adri Nieuwhof, Apartheid, Ben White, Hajo Meyer, Hanine Hassan
    Read More
  • Repost: Mandela: held, geen heilige

    0

    Onderstaande artikel stond op zaterdag 19 juli 2008 in het Nederlands Dagblad.

     File:Soviet Union stamp 1988 CPA 5971.jpg

    Door: Ewout Klei

    Op 18 juli j.l. vierde Nelson Mandela zijn negentigste verjaardag. In Europa en Noord-Amerika wordt hij gezien als een levende legende, een heilige die in ons midden is. Na een gevangenschap van 27 jaar was hij het die op vreedzame wijze een einde maakte aan het racistische apartheidsregime in Zuid-Afrika, waar een blanke minderheid de zwarte meerderheid onderdrukte. Dat deze machtsoverdracht zo vreedzaam verliep werd door weinigen verwacht. Het lag meer voor de hand dat de rollen zouden worden omgedraaid en in plaats van de zwarte meerderheid nu de blanke minderheid zou worden achtergesteld, maar dat wilde de ex-gevangene niet. De nieuwe president preekte geen wraak maar vergeving en kreeg daardoor bedoeld/onbedoeld(?) heel veel moreel gezag, maar toch eigenlijk vooral bij de blanken die niet in Zuid-Afrika wonen.

    Dat Mandela eigenlijk een blanke heilige is bleek vooral uit het op de publieke omroep uitgezonden popconcert op Hyde Park in Londen op 27 juni, toen hij door een boel beroemde zangers en zangeressen – waaronder uiteraard ‘Saint’ Bono van U2 – werd gefêteerd. De goede man zelf hoefde bijna niets te zeggen. Hij kwam het podium opschuifelen, glimlachte en maakte op kalme toon reclame voor zijn stichting 46664 die aids bestrijdt. Nadat Bono en ‘The Edge’ (de gitarist van U2) Happy Birthday zongen was het feest voorbij en kon iedereen naar huis.

    Het popconcert riep gemengde gevoelens bij mij op. Enerzijds is Mandela in mijn ogen een held, iemand die net samen met Winston Churchill, Franklin Delano Roosenvelt, Mahatma Gandhi, Peter Benenson en Václav Havel in het rijtje ‘de grootste wereldburgers van de 20ste eeuw’ thuishoort. Anderzijds gruw ik ook van helden- en heiligenvereringen omdat er mijns inziens geen heiligen bestaan en door zo focussen op de goedheid van een persoon de werkelijkheid geweld wordt aangedaan.

    Die werkelijkheid heet in het geval van Mandela Zimbabwe, waar de vierentachtigjarige president/dictator Robert Mugabe – toen hij in de jaren zeventig verzetsstrijder was net als Mandela een held in de ogen van links en een terrorist in de ogen van rechts – met grof geweld de oppositie onderdrukt om maar aan de macht te blijven. Hoewel Zuid-Afrika en de Afrikaanse Unie nou niet bepaald blij zijn met Mugabe willen ze onder geen beding westerse (=koloniale) bemoeienis met zijn land en houden ze hem de hand boven het hoofd. Vooral de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki steekt zijn hoofd in het zand, zoals hij dit in 2000 ook deed ten aanzien van aids dat volgens Mbeki allereerst het gevolg is van armoede en van onveilige seks. Maar waar Mandela in het geval van aids zijn opvolger op de vingers tikte (hoewel Mandela tijdens zijn eigen presidentschap over aids zweeg), laat hij het nu na om Zimbabwe te veroordelen. Tijdens zijn toespraakje op het popconcert sprak hij alleen over het ‘falend leiderschap’ in Zimbabwe. Niks over het grof geweld tegen Zimbabwaanse burgers, niks over de intimidaties, moorden en verkrachtingen en het gesjoemel bij verkiezingen. Het falend leiderschap slaat daarom – helaas – ook op Mandela zelf. Hij is namelijk de enige in Afrika met moreel gezag om zich tegen de Zimbabwaanse misstanden en de terreur van Mugabe uit te spreken. Dat hij dit nalaat is laakbaar.

    In het NRC-Handelsblad van vrijdag 18 juni schreef Bram Vermeulen naar aanleiding van Mandela’s Happy Birthday een kritische beschouwing. De kracht en de zwakte van Mandela ligt in zijn trouw aan het African National Congres (ANC). Alles moest voor het ideaal van het ANC wijken. Door dit ideaal gaf hij niet op en werd hij het symbool voor de strijd tegen het onrecht en dat het goede overwint. Maar door het belang van het ANC zo sterk voorop te stellen is hij niet kritisch genoeg over de misstanden waar Zuid-Afrika en het ANC nu mee kampen, zoals de groeiende criminaliteit en de opkomst van de zeer omstreden Jacob Zuma. Dit is heel goed te begrijpen, je valt niet zomaar je eigen mensen af, maar juist is het niet.

    De wereld kent helden maar geen heiligen. Mandela is een held verdient respect, veel respect, maar ook hij is niet volmaakt. Het is niet bepaald zonder risico mensen op een voetstuk te zetten, want daardoor raak je het zicht op de – helaas – vaak zo weerbarstige werkelijkheid kwijt. Net zoals de mythe van de grote trek van 1838, door blanke boeren gekoesterd en gebruikt om de apartheid te legitimeren, moet men tegenwoordig uitkijken de mythe Mandela niet buitenproportioneel op te blazen. De waarheid is namelijk niet zwart-wit.

    Tags: ANC, Apartheid, Bono, Jacob Zuma, Nelson Mandela
    Read More