Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • Uit de Oude Doos: Rechtsom met de tijdgeest mee

    0

    http://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase/large/FC/8/9/1/4/1001004002814198.jpg

    Deze boekbespreking stond in Het Katern, de boekenbijlage van het Nederlands Dagblad, op vrijdag 17 november 2006.

    door: Ewout Klei

    Op 3 februari 2001 schreef Joshua Livestro in NRC Handelsblad dat het conservatieve moment was aangebroken. Op zaterdag 26 augustus 2006 schreven Livestro en Bart-Jan Spruyt in dezelfde krant dat dit moment voorbij was.

    De poging om een brede rechts-conservatieve stroming in de Nederlandse politiek te vormen, was volgens deze conservatieven naïef geweest. Door persoonlijke vetes en egomanie was de rechterkant van het politieke spectrum versplinterd. Spruyt verliet de Partij voor de Vrijheid en trok zich terug in de politieke woestijn, nadat hij tevergeefs had geprobeerd Wilders met de zelfbenoemde ‘zonen van Pim’ (Marco Pastors en Joost Eerdmans) te verenigen. Ook de VVD leek afstand te hebben genomen van een rechtsere koers: Ayaan Hirsi Ali (Magan) moest Nederland overhaast verlaten en ‘iron lady’ Rita Verdonk verloor de lijsttrekkersverkiezingen van het guitige knaapje Mark Rutte.

    De (mislukte) pogingen die de afgelopen vijf jaar zijn ondernomen om te komen tot de vorming van een krachtige rechts-conservatieve stroming en partij, en de kansen die er nu misschien zijn om dit alsnog te proberen, staan centraal in de bundel Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage Landen, onder redactie van Huib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben. Het boek snijdt een hoogst actueel thema aan, dat op gedegen wetenschappelijke wijze wordt behandeld. Jammer is wel dat er vooral aandacht is voor de ideologische kant van de zaak. De culturele kant van de Fortuynrevolte en de gevolgen hiervan voor de Nederlandse politiek, zoals de veranderende kijk op leiderschap en de grotere rol van de media, krijgen te weinig aandacht, terwijl juist de herwaardering van het theater de politiek weer interessant heeft gemaakt.
    Vervreemden
    De bundel begint met een artikel van Pellikaan. Hij vindt dat het aloude links-rechtsschema ontoereikend is om de ruimte op rechts, die ontstond doordat de VVD onder Hans Dijkstal een meer sociaalliberale koers uitstippelde, te verklaren. Als het ging om immigratie en de islam stond Fortuyn toentertijd duidelijk rechts van de VVD, maar in zijn roep om politieke vernieuwing en kritiek op de verwaarlozing van de collectieve sector stond hij juist aan de linkerkant.

    De VVD probeerde na mei 2002 het gapende gat op rechts te dekken, maar kon niet zomaar de rechts-conservatieve richting van Geert Wilders inslaan. Dit zou immers de traditionele achterban van de partij vervreemden. Volgens Sander Dekker en Luuk van Middelaar heeft de VVD – in navolging van Pim Fortuyn en diens ,,illustere voorganger en voorbeeld” Joan Derk van der Capellen – een tijdlang voor een republikeinse weg gekozen, met de nadruk op een actief burgerschap, het zogenaamde citoyen-liberalisme. Waar bourgeois-liberalen als Hans Wiegel en Mark Rutte zich op het spel van de markt richtten, stelden de republikeinse citoyen-liberalen Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk de participatie van burgers centraal en de staat als oorsprong en waarborg van onze constitutionele vrijheden. Religie, of het nu het calvinisme van Kuyper is of de islam, zou deze vrijheden in de weg staan. Vandaar dat Hirsi Ali en Verdonk het bijzonder onderwijs zo fel bestrijden, waar Wiegel er geen moeite mee heeft.
    Beschermen
    Dat actief burgerschap niet perse een sterke staat impliceert, is de overtuiging van Spruyt, die een herziening van het kiesstelsel bepleit om Nederland verder te democratiseren. Spruyt keert zich in zijn artikel over de Amerikaanse filosoof Leo Strauss tegen moreel relativisme, dat leidt tot nihilisme en geweld. Spruyt staat een conservatisme van prudentie (inzicht, verstandig oordeel) voor, dat – in tegenstelling tot het door contrarevolutionaire of fascistisch beïnvloede conservatisme van de paniek – niet leugen en bedrog, irrationeel sektarisme, zelfaanbidding en omverwerping van de rechtsstaat tot gevolg heeft.

    Spruyt wil de rechtsstaat beschermen. De westerse beschaving en de liberale democratie moeten worden verdedigd tegen bedreigingen van binnenuit zoals multiculturele zelfhaat enerzijds, en bedreigingen van buiten zoals de radicale islam anderzijds. ,,De politiek kan en mag geen uitspraken doen over de waarheid van religies, maar kan wel erkennen dat bepaalde religies een fundamentele bijdrage aan het bestaan van de westerse beschaving hebben geleverd, en dat andere – met name de islam – zich problematisch tot het Westen verhouden. Grote waakzaamheid op dat punt is dus geboden, omdat moet worden voorkomen dat grondwettelijke rechten en vrijheden worden misbruikt om deze op den duur af te schaffen.”

    Dit is dus geen aanval op de vrijheid van godsdienst, maar de verdediging van het algemeen belang. Waar Wilders zich ontpopt tot paniekconservatief die de islam als religie wil aanpakken en op deze manier de vrijheid om zeep helpt die hij meent te verdedigen, lijkt Spruyt voorzichtiger te zijn geworden en predikt hij de prudentie.
    Bezieling
    Interessant zijn de artikelen van Hans Vollaard over de avances van de in 2000 door Spruyt, Livestro en rechtsfilosoof Andreas Kinneging opgerichte Edmund Burke Stichting (EBS) naar de SGP, de ChristenUnie en het CDA. De in de marge gedrongen christelijke partijen waren volgens de EBS de natuurlijke bondgenoten tegen Paars. Volgens Kinneging waren niet alle conservatieven christen, maar een christen was van nature conservatief.

    De SGP en de ChristenUnie hadden echter hun bedenkingen. Ze wilden geen conservatieve maar een christelijke bezieling van de samenleving. Bij de conservatieven stond de Bijbel niet centraal. Het CDA daarentegen vond de EBS te principieel. De christendemocraten waren in de praktijk vaak conservatief, maar men wilde zich ideologisch niet al te zeer vastleggen omdat dit de kiezers uit het midden wellicht zou afschrikken en de partij er vooral op uit was om te (blijven) regeren. De C van het CDA stond allereerst voor catch-all.

    Ondanks het feit dat Hans Hillen, Dries van Agt en Eimert van Middelkoop sympathieën voor het conservatisme hadden, lukte het de EBS niet, via de confessionele partijen, een rechtse doorbraak te bewerkstelligen. Spruyts toenadering tot de seculiere, fel anti-islamitische Wilders zorgde voor de definitieve breuk.
    Periodes
    Is er nog hoop voor Spruyt en de zijnen? Jos de Beus gelooft dat het conservatisme de komende jaren de toekomst heeft. Volgens hem wordt de politieke geschiedenis van Nederland in de ene periode door conservatisme en in de andere periode door progressiviteit gedomineerd. Van 1813 tot 1853 was Nederland conservatief, van 1853 tot 1920 progressief, van 1920 tot 1949 opnieuw conservatief, en van 1949 tot 2002 wederom progressief. Als de conservatieve en progressieve periodes zich op deze manier blijven afwisselen, dan hebben we veertig à vijftig jaar conservatisme voor de boeg.

    Het conservatisme in Nederland is niet heel erg uitgesproken, omdat de elite het vermogen heeft zich aan te passen aan de veranderende tijdgeest en signalen uit de samenleving weet op te pikken. Werd het politieke discours van links en rechts na de oorlog beheerst door wat historicus James Kennedy noemt de ‘retoriek van vernieuwing’, nu wordt de politiek door een conservatiever discours beheerst. Volgens De Beus is er daarom niet echt ruimte voor een (neo)conservatieve partij in de geest van Bart-Jan, omdat de bestaande partijen vanwege hun relatieve openheid het nieuwe rechtse gedachtegoed incorporeren in hun eigen programma’s. Niet alleen rechtse maar ook de linkse partijen zijn ‘rechtser’ geworden. Zo heeft de PvdA afstand genomen van het knuffelmulticulturalisme en werd Femke Halsema door haar voorstel om de krachteloze verzorgingsstaat aan te pakken door de VVD-jongeren uitgeroepen tot ‘liberaal van het jaar’.

    Ten slotte was de rechtse intellectueel voor Fortuyn een contradictio in terminis. Vandaag zijn ze niet weg te slaan uit het publieke debat. De grachtengordelgoeroes hebben hun hegemonie verloren. Het conservatieve EBS-moment mag dan misschien nu voorbij zijn, rechts heeft de komende tijd de ruimte.

    Ruimte op rechts? Conservatieve onderstroom in de Lage LandenHuib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben (red.). Uitg. Het Spectrum, Utrecht 2006. 347 blz. € 19,90

    Tags: Bart Jan Spruyt, CDA, Conservatisme, Edmund Burke Stichting, Jos de Beus
    Read More
  • Een beetje vertrouwen kan geen kwaad

    0

    De laatste dagen is er veel aandacht geweest in de media voor de moord op Theo van Gogh, alweer tien jaar geleden. Veelgestelde vragen hierbij waren: hoe gaat het nu in Nederland met het islamdebat? Wat hebben al die debatten opgeleverd? En: wordt het niet tijd voor een ander islamdebat in Nederland? Een interessante stem in dit debat is die van Enis Odaci, voorzitter van de islamitische denktank Humanislam. Hij publiceert in diverse media over religie, cultuur en samenleving. “Het is zaak om van de multiculturele maatschappij een samenleving te maken,” vindt Odaci.

     

    Door: Ewout Klei

    Wat betekent de islam voor jou?
    “‘De’ islam zegt mij niet zoveel, want een godsdienst kent geen vierkante kaders. Persoonlijk is het één van mijn vele bronnen van inspiratie, zingeving en reflectie. Een aangename reisgenoot.”

    Je bent voorzitter van een islamitische denktank, Humanislam. Kun je islam en humanisme wel met elkaar verbinden?
    “Humanisme draait uiteindelijk om het welzijn van de mens. Dat wat we denken en doen moet het individu, en uiteindelijk de samenleving als geheel, ten goede komen. Het seculier humanisme is in Nederland de laatste jaren de dominante stroming binnen het humanisme geworden, ten koste van andere humanistische stromingen. Onterecht.”

    Waarom onterecht?
    “Jaap van Praag, een belangrijke grondlegger van het Nederlands humanisme, stak het humanisme veel breder in. Hij stelde dat seculieren niet kunnen bewijzen dat God niet bestaat. En gelovigen kunnen niet bewijzen dat God wel bestaat, dus moeten zij elkaar vooral vinden in hun handelen ten gunste van het algemene welzijn. Door de mens centraal te stellen in de godsdienst, plaats ik als vanzelf de ratio en ethiek ook centraal. Godsdienst, ratio en ethiek zijn voor mij ten diepste met elkaar vervlochten. Je bent dan in mijn beleving een religieus humanist. Omdat mijn wieg toevallig in een islamitisch gezin heeft gestaan heb ik daar specifieke woorden en beelden bij gekregen, maar dat maakt mij niet minder humanist.”

    Is een humanistische islam hetzelfde als een vrijzinnige islam?
    “Woorden als ‘vrijzinnig’ suggereren een van de enge orthodoxie ‘bevrijde’ manier van geloofsbeleving. Dat is te kort door de bocht. Vrijzinnigheid is een kwestie van definitie. Ergens in de tijd spreken mensen een definitie af, via een commissie, een synode, een concilie of desnoods een Tweede Kamermotie. Dan val je opeens wel of niet onder een definitie. Het is dus een kwestie van perspectief, ook in de islam. Voor salafisten en ISIS-aanhangers ben ik juist vanwege mijn losse omgang met dogma’s en rituelen een extremist. Voor seculiere Hollanders ben ik weer een vrijzinnige moslim. Of nog mooier: ‘gematigd’.”

    Twijfel je (wel eens) aan de historische betrouwbaarheid van de Koran? Dat Mohammed een openbaring heeft gekregen? Dat God bestaat?
    “Jazeker, maar die fase heb ik al achter mij. Het zijn relevante vragen, want het antwoord op deze vragen onderbouwt je meningen en in dit geval je religieuze basis.”

    Wat was het antwoord?
    “De vraag of de hele islam een hersenschim is, of een historisch feit, blijkt uiteindelijk niet relevant voor welke discussie dan ook. Immers, als de Koran niet rechtstreeks uit de hemel is komen vallen en als Mohammed nooit bestaan heeft, wat is dan de conclusie? Is er dan geen bron van inspiratie meer? Het wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van Mozes, Jezus en Mohammed, God uiteindelijk, ligt niet voor het oprapen. Ondanks deze wetenschappelijk verantwoorde twijfel is het aantal Joden, christenen en moslims geenszins afgenomen. Dat vind ik humor van de Geest, die zich echt niet laat vangen in definities en stellingen.”

    Je bent samen met de protestantse predikant Koetsveld bezig met een dialoog tussen moslims en christenen. Is zo’n dialoog niet ontzettend lastig, omdat islam en christendom allebei een exclusieve claim op de waarheid hebben?
    “De dominee en ik zijn erg blij met onze waarheidsclaims omdat ze uiteindelijk een deel van onze religieuze traditie vormen.”

    En dat leidt niet tot debat?
    “Zeker wel. Wij doen echter een belangrijke aanvulling: als God bestaat, dan moeten Zijn woorden meer omvatten dan wat in de Torah, Evangelie en Koran bij elkaar opgeschreven staat. God is dus ook te vinden in andere geloofstradities, culturen en andere mensen. En dat maakt nieuwsgierig. Het zou van een universele arrogantie getuigen als Gods liefde, barmhartigheid en vrede alleen voor joden of moslims of christenen gereserveerd zou zijn. Dit kunnen we overigens prima onderbouwen op basis van theologische bronnen.”

    Wat is dan het doel van zo’n christelijke-islamitische dialoog?
    “Zo’n dialoog is geen dialoog tussen ‘islam en christendom’. Het is een dialoog tussen mensen, dat is het vertrekpunt. Niet tussen moskee en kerk, niet tussen bestuurders van stichtingen en verenigingen. Nee, een dialoog van hart tot hart. We brengen het menselijke element terug in onze gesprekken. Een kansrijke dialoog begint zelden met de vraag wat of waarom je in iets gelooft.”

    Worden de waarheidsclaims in de Koran en Bijbel dan niet erg gemakkelijk opzij geschoven?
    “We zijn echt niet naïef. Vele waarheidsclaims zijn uiteindelijk gebaseerd op boeken en vervolgens op menselijke interpretatie. Noem het gewoon dogma’s. Dogma’s zijn historisch te herleiden en te verklaren in de context van die tijd. De ontwikkeling van de christelijke drie-eenheid, de twee-naturenleer van Jezus, allemaal te herleiden tot keuzes van mensen. De vele vormen van sharia, de ontwikkeling van jihad, allemaal te herleiden tot keuzes van mensen. Als je dat dus weet, en uitlegt, dan praat je in ieder geval al op basis van feiten en niet op basis van beelden.”

    Hoe reageren mensen op deze boodschap?
    “Afkeurend, nieuwsgierig, instemmend, het hele spectrum eigenlijk. Wij willen en zullen niemand overtuigen van ons gelijk. We gunnen iedereen zijn of haar wereldbeeld. Ik hoop alleen wel dat hij of zij de deur opendoet als een islamitische of joodse buurman toevallig om hulp verlegen zit. Daar gaat het om. Waarheidsclaims zijn overigens geen exclusieve religieuze aangelegenheid. Seculieren gedragen zich steeds meer als de nieuwe fundamentalisten door het geloof achter de voordeur te willen duwen en religieuzen te beknotten in hun religieuze uitingen. Dat lijkt verdacht veel op zendelingen die hun godsdienst aan anderen willen opdringen. De seculieren zeggen feitelijk: ons wereldbeeld is beter dan het religieuze wereldbeeld. Hoe kan dat?”

    Omdat religie leidt tot geweld?
    “Er is empirisch vast te stellen, gewoon hoofden tellen, dat het aantal vredelievende gelovigen het aantal gewelddadige gelovigen in elke godsdienst veruit overstijgt. We zeggen gek genoeg niet dat iedereen dus maar gelovig moet worden. Geweld kent vele oorzaken: economische en geopolitieke belangen, opvoeding, discriminatie, onverschilligheid, armoede, etc. Het is irrationeel om het religieuze aspect uit te lichten en dat te abstraheren tot moeder aller kwaad. Bankdirecteuren en beurshandelaren zadelen de hele samenleving op met een onzeker pensioen en toegenomen schulden. Om de rommel van geldzuchtige instituties op te ruimen wordt er bezuinigd op sociale voorzieningen voor ouderen en zwakkeren. Dat is nog eens een omvangrijke daad van geweld.”

    In Nederland is het islamdebat een tijdlang gegijzeld, zo lijkt het, door Geert Wilders. Hoe heeft u het islamdebat in Nederland de afgelopen jaren, zeg maar vanaf Pim Fortuyn, ervaren?
    “Het debat is niet gegijzeld, alleen gekanaliseerd. Eerst moeten we dus weten wat het islamdebat is. Na 9/11 was er ook een hevig debat. Na de moord op Van Gogh opnieuw. Dat was toen echt heftiger dan het ISIS-debat van nu, maar de mechanieken zijn dezelfde. Wat zijn we in die 10-15 jaar opgeschoten dankzij ‘het islamdebat’? Een debat moet ergens toe leiden, het moet een nut bewijzen. Vul eens in: wat is de centrale stelling in het islamdebat waarover gedebatteerd wordt?

    Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het debat wel een goede richting opgaat?
    “Begin met het afschaffen van abstracte en onwerkbare woorden. ‘Islamdebat’ bekt lekker, maar waar het toe moet leiden weten we niet. Een ander voorbeeld: ‘de multiculturele samenleving is mislukt,’ riep Balkenende tijdens zijn ambtstermijn. Angela Merkel zei het ook. Maar waarom is het dan mislukt? Wil men een monocultuur? Als dat zo is, moet iedereen katholiek worden? Niet fijn voor de protestanten. Of moet iedereen Fries leren spreken? Niet fijn voor de Randstedelingen. Of moet iedereen atheïst worden? Niet fijn voor de religieuzen onder ons. De multicultuur en de diverse subculturen daaronder zijn al een objectief constateerbaar feit. Het is zaak om van de multiculturele maatschappij een samenleving te maken.

    Een debat moet toch ook gevoerd worden over grotere thema’s?
    “Natuurlijk, maar elk debat gaat uiteindelijk over mensen. Zeker een debat over ‘de multiculturele samenleving’ of ‘de islam’. Wil je minder islam? Dan wil je minder moslims. Wil je een monocultuur? Dan heb je dus een aversie tegen alle religieuze gemeenschappen en culturen, inclusief onze Spaanse koning en onze Argentijnse koningin. Als je andermans identiteit wil veranderen, ben je gewoon racistisch bezig. Voor het bouwen van een prettige samenleving is iemands ras, seksuele geaardheid en levensovertuiging irrelevant. Vind je dat niet, dan hebben we gelukkig Artikel 1 om ons tegen jou te beschermen. De wet is een prachtig fundament voor het rationeel ondervangen van alle angsten en fobieën. Die gaat namelijk uit van wat mensen doen, niet van wat mensen denken.”

    Het afgelopen half jaar concentreerde het islamdebat in Nederland zich eigenlijk op twee, drie thema’s: Israël, daar aan gekoppeld het antisemitisme, en natuurlijk ISIS. Waarom is Israël zo’n gevoelig thema voor moslims?
    “Bedoel je de politieke staat Israël? Het Bijbelse land? Of het joodse volk? Israël is in de maatschappelijke discussie een containerbegrip geworden. En wie bedoel je met ‘moslims’? De sjiieten, de soennieten? De eerste generatie gastarbeiders, of letterlijk: alle moslims? Deze zomer waren er wereldwijd protesten tegen de bombardementen op Gaza, dat ging niet over etniciteit, maar over excessief geweld. Kritiek op de handelingen van de politieke staat Israël wordt verward met etnische kritiek op het Bijbelse volk van Israël. De media overspoelen ons vervolgens met angstbeelden over toenemend antisemitisme.”

    Niet alleen de media toch? Je hebt rapper Appa toch gehoord met zijn opmerking ‘Fuck de Talmoed’? Dat is gewoon pure Jodenhaat, geen kritiek op Israël. En die radicaal-islamitische demonstranten in Den Haag wonden er ook geen doekjes om. Het ging ze niet om de ‘zionisten’ zeiden ze, het ging ze om de Joden. Dit is geen opkloppen van angstbeelden. Het antisemitisme neemt toe. Of denk je hier toch anders over?
    “Wat Appa rapt is voor zijn rekening en wat een groepje ISIS-aanhangers roept is voor hun rekening. Vanwaar de extrapolatie naar de hele islam? Let wel, Jodenhaat is zeker aanwezig, dat mag niemand bagatelliseren. Integendeel, het moet uitvergroot worden zodat er in de volle breedte van de samenleving een bewustwording ontstaat. Net zoals islamhaat uitvergroot moet worden in het belang van de bewustwording. Wilders, die bijvoorbeeld midden in het huis van de vaderlandse democratie, de Koran gif noemt, is van dezelfde categorie. Het heet dan niet islamhaat, maar vrijheid van meningsuiting. Waar het mij om gaat is de razendsnelle vervlechting van kritiek op het ongedefinieerde Israël met het antisemitisme. Daarmee doe je uiteindelijk vooral de Joodse gemeenschap geen recht want antisemitisme wordt dan een inflatoir begrip.”

    Soms hoor je opiniemakers en politici beweren dat de islam, net als het christendom, vanaf het begin af aan al antisemitisch was. Als voorbeeld wordt dan steevast de slag en de slachting bij Khaybar in 629 na Christus genoemd, toen alle mannelijke Joodse strijders na de slag door de troepen van Mohammed werden afgeslacht. Opiniemakers en politici die de tolerantie van de islam tegenover de Joden benadrukken wijzen op het kalifaat van Córdoba in Spanje, waar de Joodse minderheid het zeer goed had, veel beter dan in de christelijke landen. Hoe sta jij in deze discussie?
    “Antisemitisme koppelen aan de begintijd van ‘de islam’ vind ik creatief. Hier worden wel vaker twee thema’s met elkaar verward. De kritiek op ‘Joden’ in de Koran is ingekaderd door religiekritiek op de geestelijke elite van die tijd, ingegeven door felle polemische debatten. Dat deed Jezus ook, hij gaf commentaar op en daagde de politieke en geestelijke elite van zijn tijd uit. Daar waar nieuwe culturen opkomen, uitwaaieren, en samen met oude culturen moeten leven, gebeuren er ongelukken. Mooie dingen kunnen ook gebeuren. Córdoba en Khaybar laten beide kanten zien. Het antisemitisme van nu staat daar los van.”

    Hoe bedoel je?
    “Het relatief moderne antisemitisme is vooral gekoppeld aan WOII en de christelijke traditie. Niet voor niets ontstond er een Theologie na Auschwitz, waarin de Kerk eindelijk het jodendom een eigen weg naar God gunde. Joden waren niet meer alleen maar moordenaars van Jezus, Gods Zoon. De Koran was ruim 1400 jaar geleden al zover. Mensen die als gevolg van conflicten elders in de wereld nare dingen roepen tegen Joden moeten vooral goed onderwijs krijgen en de politiek van Israël leren scheiden van joodse gelovigen. Daar zijn vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap zelf ook druk mee bezig, zoals de orthodoxe rabbijn Lody van de Kamp in Amsterdam met zijn Salaam-Shalom initiatief, en Jaap Hamburger met zijn platform Een Ander Joods Geluid. Ik zoek naar de bruggenbouwers, die verbinden nog eens werelden met elkaar.”

    De laatste kalief was de Ottomaanse sultan Abdülmecit II, die in 1924 gedwongen werd om af te treden. Negentig jaar was er geen kalief meer, totdat Abu Bakr al-Baghdadi zichzelf in 2014 tot kalief heeft gekroond. Hoe kijkt u tegen deze machtsaanspraak aan?
    “Ik heb helemaal niets met het islamitische kalifaat, de zendingsbeweging van het christendom of het Bijbelse visioen van een Groot Israël. Het is in weerspraak met mijn analyse van de heilige boeken, met mijn ratio, met mijn perceptie van wat deze tijd aan oplossingen vraagt.”

    Als je de ontwikkelingen in de islamitische wereld volgt krijg je heel erg de indruk dat de fundamentalistische islam duidelijk aan de winnende hand is. De Groene Revolutie in Iran en de Arabische Revolutie zijn mislukt. In Turkije wordt de seculiere staat door Erdogan stukje bij beetje de nek omgedraaid, een organisatie als ISIS heeft een enorme aantrekkingskracht op jongeren. Als buitenstaander vraag ik mij af: komt het nog wel goed?
    “Ligt eraan of je uit de geschiedenis kunt herleiden dat paradigmawisselingen wel vaker plaatsvonden binnen één of twee zomers. Ik denk dat het een generatiewisseling, misschien wel twee, vraagt voordat de revolutionaire winden echte verfrissing en verlichting brengen. Maar ik geloof dat de democratische geest wel degelijk uit de fles is.”

    Is er hoop voor een humanistische islam?
    “Die bestaat al, in alle geledingen van de islamitische gemeenschap, van rekkelijken tot preciezen. Er zal altijd een radicale loot van de islam blijven bestaan, en die kan keurig aangepakt worden zodra de wet wordt overtreden. Als ons wereldbeeld echter alleen gebaseerd is op nieuws dat binnenkomt via onze smartphone en televisie, dan kan ik me het gevoel van wanhoop goed voorstellen. De realiteit op straat is een andere.”

    Maak jij je persoonlijk zorgen over de spanningen in de samenleving?
    “Natuurlijk. Het lezen van wetenschappelijke onderzoeksrapporten is echter penicilline voor pijnlijke onderbuiken. De parlementaire onderzoekscommissie Blok heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar het fenomeen integratie. Deze kwam in 2004 met het rapport Bruggen Bouwen, waaruit bleek dat de multiculturele samenleving wel degelijk gelukt was, en als rapportcijfer een ruime zeven kreeg. Drie jaar later kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in haar rapport Identificatie met Nederland tot dezelfde conclusie. Men constateerde dat de meeste allochtonen zich zowel met het land van herkomst als met Nederland identificeren. Daar is niets mis mee, want je houdt van zowel je vader als van je moeder. Problemen zijn er. Alles gaat met vallen en opstaan, maar een beetje vertrouwen kan geen kwaad.”

    Wat moet er gedaan worden om wantrouwen weg te nemen?
    “ISIS, Arabische revoluties, Iran en Erdogan ga je echt niet vanuit Nederland oplossen. Een beetje afstand inbouwen tot de wereldproblemen kan verhelderend werken, zodat de focus weer bij jezelf komt te liggen. Blijf in gesprek met je buurman, collega, vriend – leer elkaar kennen. Heb het eens over vakanties, hobby’s, toekomstplannen, en pas tien gesprekken later over de islam. Neem vooral de media met een hele grote korrel zout – vervang de mediamoslim dus met echte contacten. Ben je islamoloog of theoloog, neem dan het voortouw om onderdelen van de islam te hervormen – wat gelukkig al gedaan wordt, maar deze mensen mogen best werken aan hun zichtbaarheid. Accepteer dat de pluriforme samenleving een feit is. Het is hoog tijd om de gelijke in de ander te zien.”

    Meer info?
    Ewout Klei is historicus en freelance journalist.
    Dit artikel is verschenen op de website Nieuwwij.nl

    Read More
  • Impressie boekpresentatie Van God los

    0

    Een foto-impressie van de boekpresentatie van Van God los. Het einde van de christelijke politiek op 24/09/2014 bij boekhandel Schreurs en Groot in Amsterdam.

    Het boek is geschreven door Remco van Mulligen en Ewout Klei. Als referenten traden op oud-politicus Boris van der Ham van D66 en de conservatieve publicist Bart Jan Spruyt.

    De foto’s zijn gemaakt door Kirsten Feenstra en Kinge Siljee.

     

     

     

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, Ewout Klei, Remco van Mulligen, Van God los
    Read More
  • Presentatie ´Van God los´ in Amsterdam

    0

    Wanneer: woensdag 24 september 2014 om 18:00

    Wie: Ewout Klei & Remco van Mulligen

    Wat: Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig.  Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig hebben ze in de Tweede Kamer nog slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep. Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat. Waar gaat het naartoe en waar moet het naartoe?

    De boekpresentatie wordt geleid door Pieter de Bruijn Kops, acquirerend redacteur bij Nieuw Amsterdam. Nadat de auteurs hun boek hebben gepresenteerd zullen twee referenten, publicist Boris van der Ham en columnist Bart-Jan Spruyt, er hun visie op geven. Deze bijdragen zullen het thema christelijke politiek belichten. Hierna volgt een paneldiscussie, waar ook de overige aanwezigen een bijdrage aan kunnen leveren.

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond. Hij werkt als freelancer voor The Post Online, schrijft mee aan schoolboeken en is scriptiebegeleider bij Studiemeesters in Amsterdam.

    Remco van Mulligen is historicus. Hij rondde in 2014 het proefschrift Radicale protestanten af, over de ontwikkeling van het Nederlandse orthodox-protestantisme in de laatste vijftig jaar. Hij werkt als freelancer o.a. voor Elsevier, Tertio en Nederlands Dagblad.

    Ewout Klei en Remco van Mulligen Van God los. Het einde van de christelijke politiek? Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €21,95

    Toegang gratis

    Uitgave: Van God los

    Waar: Boekhandel Schreurs & de Groot, Weteringschans 173, 1017 XD Amsterdam NL
    T. 020 320 8412
    E. info@schreursendegroot.nl

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, CDA, ChristenUnie, D66
    Read More
  • Schampschot

    1

    http://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase/large/FC/2/6/6/4/9200000027954662.jpg

    Toen honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef Nederland neutraal. Het Limburgse dorpje Eijsden, in het zuidwestelijke puntje van de provincie en grenzend aan België, lag op een steenworp afstand van het krijgsgewoel. Historicus en journalist Paul van der Steen, die onder andere schrijft voor het NRC Handelsblad, Trouw en het Historisch Nieuwsblad, heeft over Eijsden in de Eerste Wereldoorlog een heel aardig boek geschreven waarin hij de kleine geschiedenis van dit dorp verbindt aan het grote verhaal van de Eerste Wereldoorlog. In hoeverre kreeg Eijsden met de ‘Groote Oorlog’ te maken?

    Eijsden ligt in Nederland maar was toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak helemaal niet zo Nederlands. De enige fabriek in de stad had Waalse eigenaren, veel inwoners hadden Belgische wortels en huwelijken tussen Nederlanders en Belgen kwamen veel voor. Tussen 1830, het jaar van de Belgische Revolutie, en 1839 hoorde Eijsden zelfs bij België. Alleen Maastricht was in deze jaren in de handen van Nederland. Dankzij het Duitse koninkrijk Pruisen werd de provincie Limburg tussen Nederland en België verdeeld, waarbij de Maas als grens gold. Pruisen had geen behoefte aan een lange grens met een Fransgezind België.

    Neutraliteitspolitiek

    75 jaar later bleek dit een fatale misrekening. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak en het Duitse Rijk via België Frankrijk aanviel, was de ruimte voor het Duitse leger om te manoeuvreren heel klein. De Duitse troepen mochten niet door het Nederlandse Limburg trekken en waren daarom binnen schootbereik van de forten van Luik. Pas na veel doden en de inzet van de Dikke Bertha’s, de machtige houwitsers met een kaliber van 420 mm, wisten de Duitsers de verdediging van Luik te doorbreken. Kostbare tijd was echter verloren gegaan, waardoor de geallieerden het Duitse leger bij de Marne konden stuiten en de oorlog uitliep op een uitzichtloze stellingenstrijd.

    In Eijsden zagen de dorpelingen het Duitse leger optrekken, men hoorde de kanonnen bulderen en niet veel later werd het dorp overspoeld door Belgische vluchtelingen. Nederland voerde een strikte neutraliteitspolitiek, wat betekende dat ons land geen van de strijdende partijen kon bevoordelen. In de praktijk ging Nederland een beetje pragmatisch met de neutraliteit om. Toen de Duitsers optrokken via een weg die deels op Belgisch, deels op Nederlands grondgebied lag wees Nederland het Duitse Rijk er vriendelijk op een andere route te nemen. Nederland had ook op het Duitse leger kunnen schieten vanwege schending van de neutraliteit, maar dan was ons land wellicht in een oorlog met het Duitse Rijk verzeild geraakt en vermoedelijk in korte tijd onder de voet gelopen.

    Hoogspanning

    In 1915 besloten de Duitsers de grens tussen Nederland en bezet België af te schermen met een draad met een dodelijke 2000 volt spanning. Op deze manier probeerden de Duitsers de smokkel en Belgen die wilden vluchten tegen te houden. De draad weerhield smokkelaars overigens niet om met hun werk door te gaan en Belgen om proberen te ontsnappen. De meest spectaculaire ontsnapping naar Nederland vond plaats via een boot, de Atlas V, die op 3 januari 1917 ’s nacht via de Maas naar Eijsden voer. De ontsnappingsboot was in het geheim bepantserd, waardoor de Duitsers met hun kogels weinig konden uitrichten. Toen de boot eindelijk in Eijsden aankwam bleven de kroegen de hele nacht open en vierden Nederlanders en Belgen samen het succes van dit spannende avontuur.

    Eijsden was in 1918 ook de plek waar de Duitse keizer Nederland binnenkwam met zijn gevolg, toen hij asiel in ons land aanvroeg. Nederlandse politieagenten moesten de keizer en zijn gevolg beschermen, want de vele Belgische vluchtelingen in het dorp hadden hem anders gelyncht. Vanuit Eijsden reisde de keizer door naar Doorn, waar hij tot zijn overlijden in 1941 de bosrijke omgeving van vele bomen kon ontdoen.

    Limburg bij Belgie

    Na de Eerste Wereldoorlog wilde België Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg annexeren. België had beter verdedigbare grenzen nodig. Nederland zou gecompenseerd kunnen worden met Oost-Friesland. Nederland voelde echter weinig voor deze grenscorrecties en zette de hakken in het zand. Uiteindelijk moesten de Belgen bakzeil halen en kregen ze alleen Eupen-Malmedy. Niettemin bleven de Belgen boos en werden er regelmatig pamfletten in Limburg verspreid waarin de bevolking werd opgeroepen voor België te kiezen. De meeste Limburgers voelden hier echter weinig voor. De Eerste Wereldoorlog had ondanks het feit dat ons land neutraal bleef de nationale gevoelens versterkt.

    Schampschot is een boeiend boek, gebaseerd op een grondig onderzoek en vlot geschreven. Het blijkt dat neutraal niet gelijkstaat aan afzijdigheid. De Eerste Wereldoorlog ging Eijsden weliswaar voorbij, maar wist het dorp toch zijdelings te raken.

    N.a.v.: Paul van der Steen, Schampschot. Een klein dorp aan de rand van de Groote Oorlog (Amsterdam, uitgeverij Balans 2014). ISBN 9789460038549. 287 pagina’s. 19,95 euro.

    Tags: Dikke Bertha, Eijsden, Luik
    Read More
  • Waarom was de Gay Pride zo saai?

    1

    Dit artikel verscheen vorig jaar op Joop.

    De parade is vooral een feestje van seculiere zelfbevrediging geworden

    Afgelopen weekend bezocht ik dus voor het eerst de Gay Pride. Ik had een paar jaar geleden, bij toeval, de Gay Pride van Londen aanschouwd: een gezellige barbecue voor leernichten en travestieten. In vergelijking daarmee was de Amsterdamse Gay Pride een enorm spektakel. De Prinsengracht vol met bootjes die confetti spoten en de halve stad in het roze.

    Toch viel het festijn in 020 mij enigszins tegen. Had het kleine feestje in Londen nog iets spontaans, in Amsterdam was alles verschrikkelijk commercieel en conformistisch. Akzo Nobel, Vodafone, Google, de Nederlandsche Bank en Thalys hadden allemaal hun eigen boot. Die van Thalys was het leukst, met een roze Eiffeltoren in de vorm van een fallus. Ook D66, GroenLinks PvdA en VVD waren van de partij.  Heel fijn natuurlijk dat ze voor homorechten zijn en dat je naar Kamerleden kon zwaaien, maar spectaculair waren deze bootjes niet. Alleen GroenLinksers hadden een beetje hun best gedaan, door zich allemaal als bijtjes te verkleden. Hun motto was dan ook ‘Bee free’. Ik telde maar één heuse leernichtenboot waarop opzwepende muziek werd gedraaid (ik bedoel dus niet het softcorenummer S&M van Rihanna).

    Over de Gay Pride maakte bijna niemand zich meer boos. Alleen de conservatieve opiniemaker Fop Schipper, die onder andere schrijft voor de Volkskrant en De Dagelijkse Standaard, ergerde zich aan de ‘liberale eenheidsworst’ (no pun intended) die aan Nederland zou worden opgedrongen. Hij stelde op Twitter de retorische vraag: “Is het in Nederland eigenlijk al strafbaar om niet mee te doen met die viespeukerij in de Amsterdamse grachten?” Fop kent de Gay Pride blijkbaar alleen maar van televisiebeelden van tien jaar geleden, toen er op sommige homobootjes nog provocerend gecopuleerd werd. De roze Koninginnedag van afgelopen zaterdag was geen reet aan.

    Waarom was de Gay Pride zo saai? Mijn vermoeden is dat de homo-emancipatie in Nederland is voltooid. Vorig jaar werd er nog gedemonstreerd tegen de weigerambtenaar, het laatste obstakel dat de volledige acceptatie van homoseksualiteit in onze maatschappij in de weg stond. Natuurlijk, in bepaalde christelijke, islamitische en asociale kringen heeft men het nog steeds niet op met homo’s, maar deze intolerante groepen vormen zelf ook minderheden in onze samenleving. De overgrote meerderheid in Nederland accepteert homoseksualiteit als iets volstrekt normaals. De meeste orthodoxe christenen durven het, behalve binnenskamers, niet meer hardop te veroordelen. Vandaar ook dat het politieke engagement van de Gay Pride zich dit jaar vooral op het buitenland richtte: het dictatoriale Rusland van Poetin en een land als Oeganda waar homo’s worden bedreigd met geweld en lange gevangenisstraffen. Het is een beetje vergelijkbaar met de aandacht voor Chili en Cuba tijdens de 1 mei-optochten in de jaren zeventig en tachtig, internationale solidariteit bij gebrek aan grote klassentegenstellingen in Nederland.

    Het is natuurlijk ontzettend mooi dat homoseksualiteit in Nederland zo breed geaccepteerd wordt. De politieke en maatschappelijke noodzaak voor een Gay Pride valt daardoor echter weg. De Gay Pride is nu vooral een feestje van seculiere zelfbevrediging geworden, waar grote bedrijven en seculiere politieke partijen laten zien hoe goed ze wel niet voor homo’s zijn. De Gay Pride is een instituut.

    Er valt in Nederland nog een boel te emanciperen en te detaboeïseren, ook op seksueel gebied. Mensen met een fetisj voor voeten zijn raar en soms ook vies (terwijl een obsessie voor borsten en billen ‘normaal’ is), om maar te zwijgen over liefhebbers van BDSM, luiers, oorwarmers etcetera.

    Het is hoog tijd voor een Fetish Pride.

    Tags: Amsterdam, Eenheidsworst, Fop Schipper, Gay Pride, Londen
    Read More
  • Spreken over fout. Hoe kinderen van collaborateurs het zwijgen verbraken, 1975-2000

    0

    Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is opgericht vlak na de Tweede Wereldoorlog onder de naam Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD). Opvallend is dat in een aantal recente publicaties van het NIOD niet meer de Tweede Wereldoorlog het onderwerp van onderzoek is, maar de verwerking van deze oorlog in de decennia daarna. Vorig jaar verschenen Van landverraders tot goede vaderlanders van historica Helen Grevers, over de opsluiting van collaborateurs in Nederland en België in de periode 1945-1950, en Doorn in het vlees van historica Ismee Tames, over de problematiek rond foute Nederlanders tussen 1950 en 1970. Op 24 april dit jaar verscheen de langverwachte biografie over Lou de Jong, de eerste directeur van het instituut,  geschreven door historicus Boudewijn Smits. Een kleine maand later kwam het boek Spreken over fout uit van psycholoog Bram Enning, over de psychische hulpverlening aan kinderen van ‘foute’ ouders. De Tweede Wereldoorlog heeft immers niet alleen een diepe impact op degenen die deze oorlog bewust meemaakten, maar ook op hun kinderen (en kleinkinderen).

    Vanaf medio jaren zeventig kwam er aandacht voor de kinderen van collaborateurs.  Zij werden ook gezien als slachtoffers van de oorlog. Na de oorlog werden deze kinderen namelijk decennialang buitengesloten en gestigmatiseerd en soms zelfs mishandeld, terwijl ze onschuldig waren. Dat hun ouders ‘fout’ waren was immers niet hun schuld.

    In 1981 werd de Werkgroep Herkenning opgericht. Deze werkgroep, die nog steeds bestaat, geeft hulp aan en staat kinderen, kleinkinderen en familieleden bij van personen die in de jaren 1940-1945 aan de zijde van de bezetter stonden, dan wel de bezetter waren (kinderen van Duitse militairen). De Werkgroep Herkenning krijgt veel aandacht in het boek van Enning. Was er veel behoefte om te praten over psychische problemen die het gevolg waren van maatschappelijke uitsluiting en discriminatie? Hoeveel (actieve) leden telde de werkgroep?  Enning concludeert dat er een kleine club van enkele tientallen mensen actief was voor de Werkgroep Herkenning. Een veel grotere groep was passief betrokken bij de werkgroep, vaak ook voor een korte periode. De behoefte om over psychische problemen te praten verschilde dus echt per persoon. Sommige kinderen van foute ouders hadden in hun jeugd gelukkig nauwelijks te maken gehad met maatschappelijke uitsluiting, terwijl er ook kinderen waren die er de voorkeur aan gaven te blijven zwijgen.

    Naast behoefte aan herkenning speelde bij sommige kinderen van ‘foute’ ouders ook een sterke behoefte aan erkenning. Het denken in termen van ‘goed’ en ‘fout’, waar Lou de Jong de belangrijkste vertolker van was, werd ter discussie gesteld. Historicus Chris van der Heijden, zoon van een ‘foute’ vader, betoogde in zijn (in sommige kringen controversiële boek) Grijs verleden uit 2000 dat de grote massa van de Nederlanders ‘grijs’ was in de oorlog. Een kleine minderheid was ‘goed’ en zat in het verzet, een andere kleine minderheid was ‘fout’ en zat bij de NSB of de SS, de grote meerderheid probeerde gewoon de eindjes aan elkaar te knopen en maakte soms goede en soms foute keuzes. Volgens Van der Heijden waren toevallige omstandigheden veel belangrijker dan politieke en ideologische overtuigingen. Hij beweerde in een interview in het NRC Handelsblad van 3 maart 2001 zelfs: ‘We hadden allemaal bij de gaskamers kunnen staan, zowel aan de ene als aan de andere kant van de deur.’ Volgens Van der Heijden past een moreel oordeel achteraf niet. Het systeem van de nazi’s was dan misschien moreel verwerpelijk, de mensen die daar aan meededen waren ook gewoon maar mensen, die door de omstandigheden verkeerde keuzes konden maken.

    Een stap verder dan Van der Heijden ging Henk Eefting, die in 2008 de Stichting Werkgroep Erkenning Onrecht Bijzondere Rechtspleging oprichtte. Deze stichting wilde ‘foute’ ouders die buitensporig waren gestraft rehabiliteren via de juridische weg en de geschiedenis herschrijven. Zo wilde de stichting een monument op de Goudsberg in Lunteren, waar Anton Mussert in juni 1940 een Hagespraak der Bevrijding hield, een lofrede op de Duitse inval.

    Ook Gerrit Bothof wilde zijn ‘foute’ familie rehabiliteren. Hij startte in 2006 een actie om in het Estse Narwa een gedenksteen te plaatsen voor de Nederlandse SS’ers die daar in 1944 in hun strijd tegen de Russen waren gesneuveld, onder wie Gerrits oom Henk Bothof. Via het Informatiebulletin van de Werkgroep Herkenning organiseerde Bothof een inzamelingsactie. Op de steen kwam de tekst te staan: ‘Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde, vermiste en in gevangenschap omgekomen Nederlandse frontsoldaten, verpleegsters en helpers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa 1941-1945 trouw hun plicht vervulden.’ Bram Enning heeft grote moeite met deze tekst. Duitse Wehrmachtsoldaten waren verplicht om dienst te nemen, de Nederlandse SS’ers waren vrijwilligers. Ze hadden ook een andere keuze kunnen maken. Enning heeft hier een punt. Bothof gaat in zijn strijd voor erkenning erg ver en begeeft zich wellicht in ‘fout’ vaarwater. Zijn initiatief is op het forum van de neonazistische website Stormfront met instemming begroet.

    Ten slotte besteedt Enning in zijn boek ook nog even aandacht aan de controverse rond de 4 mei-herdenking van 2012. Een jongen zou een gedicht voordragen over zijn ‘foute’ opa die bij de SS had gediend. Onder druk van joodse belangenorganisaties, die dreigden hun medewerking aan de dodenherdenking te zullen staken, besloot het Nationaal Comité 4 en 5 mei echter zijn voornemen om deze jongen een podium te geven in te trekken. De strijd voor herkenning en erkenning van (klein)kinderen van ‘foute’ (groot)ouders heeft volgens Enning nu een (voorlopige) grens bereikt.

     

    Spreken over fout is een boeiende studie over een boeiend onderwerp. De Tweede Wereldoorlog is, zo blijkt duidelijk, nog lang niet voorbij.

     

    N.a.v.: Bram Enning, Spreken over fout. Hoe kinderen van collaborateurs het zwijgen verbraken, 1975-2000 (Amsterdam, uitgeverij Balans 2014). ISBN 9789460037016. €19,95.

     

    Tags: 'fout', Bram Enning, Chris van der Heijden, Gerrit Bothof, Henk eefting
    Read More
  • H.J. van Mook: de laatste landvoogd van Nederlands-Indie

    1

     

    Door: Ewout Klei

     

    De laatste tijd wordt er weer volop gediscussieerd over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog van 1945-1949. Tijdens deze oorlog kwamen zo’n 5000 Nederlandse soldaten en meer dan 100.000 Indonesiërs om. Centraal in de discussie staan de excessen, zoals het bloedbad van Rawagede en het optreden van kapitein Raymond Westerling, bijgenaamd ‘de Turk’, op Zuid-Celebes, waar tientallen al dan niet vermeende verzetsstrijders zonder proces werden terechtgesteld. Wat in deze discussies helaas vaak ontbreekt is de context. Waarom accepteerde Nederland de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring in 1945 niet gewoon?

    Een boek dat op deze vraag ingaat is de door Tom van den Berge geschreven biografie over H.J. van Mook, die is verschenen bij uitgeverij Thoth. Van Mook was de laatste landvoogd van de kolonie Nederlands-Indië. Over enkele andere hoofdrolspelers tijdens het dekolonisatieproces – de eerste Indonesische president Soekarno, generaal Simon Spoor, Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Nederlands Oost-Indië Louis Beel – is er onlangs een biografie verschenen. De biografie over Van Mook maakt deze lijst compleet.

    Van Mook was geen reactionaire koloniaal. De laatste landvoogd van Nederlands-Indië was een aanhanger van de zogenoemde ‘ethische politiek’, een koloniale politiek die gericht was op het verbeteren van de levensomstandigheden van de ‘inlanders’, met als doel ze ‘op te voeden’ tot zelfstandigheid. Deze politiek was rond 1900 geïntroduceerd door het christelijke kabinet-Kuyper en werd ook gesteund door ‘verlichte’ beleidsmakers in de kolonie.

    Na de Eerste Wereldoorlog raakte de ethische politiek echter uit de mode en werd een conservatief koloniaal beleid gevoerd. De ideoloog van dit beleid was de conservatieve historicus F.C. Gerretson, die dankzij het geld van het Nederlandse bedrijfsleven aan de Universiteit Utrecht een eigen Indologische Faculteit stichtte, die moest concurreren met de progressievere Indologische Faculteit van Leiden. Waar in Leiden de ethische politiek en de ‘verheffing’ van Indonesië centraal stond, daar hamerde Utrecht op de handhaving van het ‘wettige’ gezag. Als lid van de Volksraad (een raadgevend parlement met weinig bevoegdheden) kwam Van Mook regelmatig in aanvaring met woordvoerders van de Vaderlandse Club, de politieke partij van de conservatieve Nederlanders in Indië.

    Van Mook maakte carrière. Als hoofd van het departement Economische Zaken onderhandelde hij in 1941 met Japan over het leveren van olie aan het keizerrijk. De Japanners, die wisten dat het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger niet veel voorstelde, wilden Indonesië graag inlijven bij hun groeiende imperium. Mede dankzij het resolute optreden van Van Mook liepen de onderhandelingen in augustus spaak, tot grote opluchting van het Amerikaanse weekblad Time dat hem vervolgens op de cover zette.

    De geschiedenis daarna is bekend: vanwege het dreigende olietekort besluit Japan tot oorlog. Omdat de grootste militaire dreiging uitgaat van de Verenigde Staten moet eerst de Amerikaanse vloot bij Pearl Harbor vernietigd worden. Pas daarna kunnen de Britse, Amerikaanse en Nederlandse koloniën in Oost-Azië veroverd worden.  Op 10 december 1941, drie dagen na Pearl Harbor, worden de Britse slagschepen Prince of Wales en Repulse tot zinken gebracht door de Japanse luchtmacht. Maleisië en de Filippijnen worden onder de voet gelopen, de Amerikaans-Brits-Nederlands-Autralische vloot gaat in februari 1942 in de Javazee kopje onder en een maand later geeft Nederlands-Indië zich over.

    Van Mook probeert in 1941 en begin 1942 de Amerikanen ertoe te bewegen vliegtuigen naar Nederlands-Indië te sturen om de Japanners het hoofd te kunnen bieden. De Amerikanen doen vage beloften en helpen niet. Als de Japanners in maart 1942 Java veroveren vertrekt Van Mook met het laatste vliegtuig naar Australië, zijn vrouw en kinderen achterlatende. Hij gaat naar Londen en wordt minister in het Nederlandse kabinet in ballingschap.

    In Londen ontmoet Van Mook een nieuwe liefde, een joodse typiste die als een blok voor de charmante politicus valt. Net als voor prins Bernhard is de Tweede Wereldoorlog voor Van Mook dus een spannend avontuur. Van Mook probeert in 1944 de Amerikanen ertoe te bewegen Nederlands-Indië te bevrijden, maar de Amerikanen hebben andere militaire prioriteiten. Als Japan zich in 1945 overgeeft is Nederlands-Indië nog in Japanse handen.

    Op 17 augustus 1945 roepen Soekarno en Mohammed Hatta de Republiek Indonesië uit, gebruikmakend van het gezagsvacuüm. Het Britse leger, dat na de Tweede Wereldoorlog de orde in Nederlands-Indië moet herstellen, heeft geen behoefte aan een confrontatie met de Indonesische nationalisten en stelt zich passief op. Deze passiviteit heeft de Bersiap-periode mede tot gevolg, een revolutionaire explosie van geweld die zich richt tegen Nederlanders en Indische Nederlanders.

    Van Mook, in 1944 benoemd tot Luitenant-gouverneur-generaal, sluit met de Republiek Indonesië op 15 november 1946 het Akkoord van Linggadjati. Nederland erkent het gezag van de Republiek Indonesië over Java en enkele andere eilanden, de Republiek gaat akkoord met de vorming van de Verenigde Staten van Indonesië, een federale staat waarvan de Republiek Indonesië één van de deelstaten moet worden. Het compromis van Linggadjati stuit in Nederland op veel verzet. Veel Nederlanders vinden dat Nederland niet had mogen onderhandelen met Soekarno, die vanwege zijn samenwerking met de Japanners als een landverrader wordt beschouwd. De Tweede Kamer neemt de motie Romme-Van der Goes van Naters aan met een interpretatie van het akkoord die Indonesië niet wilde accepteren. Dit leidt uiteindelijk tot de eerste politionele actie, Operatie Product, die op 20 juli 1947 van start gaat. Van Mook steunt deze politionele actie. Hij beschouwt Soekarno en Hatta als gevaarlijke revolutionairen en wil alleen onderhandelen met Indonesiërs die hij betrouwbaar vindt. Van Mook betreurt het dan ook zeer dat generaal Spoor de eerste politionele actie vroegtijdig moet afbreken en Jogjakarta, de zetel van de regering van de Republiek Indonesië, niet heeft kunnen veroveren.

    De Nederlandse politiek wil van Van Mook af. De rechtse partijen vinden dat Van Mook vanwege het Akkoord van Linggadjati te veel de Indonesische belangen verdedigt, de linkervleugel van de PvdA vindt Van Mook fout vanwege zijn steun aan de eerste politionele actie. Als in 1948 het eerste kabinet-Drees gevormd wordt moet Van Mook plaatsmaken voor oud-premier Beel, die geen landvoogd maar Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon wordt. Beel is verantwoordelijk voor de tweede politionele actie, Operatie Kraai, die in december 1948 van start gaat. Deze actie is militair gezien een groot succes: de hoofdstad Jogjakarta wordt nu wel veroverd en Soekarno en Hatta worden gevangen genomen. Politiek gezien is de actie echter een grote mislukking: de internationale gemeenschap is woedend, de Verenigde Staten dreigen Nederland geen Marshallhulp meer te geven, Nederland besluit daarom om de soevereiniteit aan Indonesië over te dragen.

    Hoewel Indonesië bij de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 nog een federatie is, zoals Van Mook wenste, wordt de staat al snel omgevormd tot een eenheidsstaat. Het ideaal van Van Mook was een soort van gemenebest waar de voormalige koloniën een warme band met hun oude moederland bleven onderhouden. Indonesië voelt daar weinig voor, zeker Soekarno niet, en kiest een eigen weg. Slachtoffers van dit nationalistische beleid zijn de Indische Nederlanders oftewel de Indo’s, mensen met Nederlands-Indisch bloed en Nederlanders die in Nederlands-Indië geboren zijn en opgegroeid met de Nederlands-Indische cultuur. De Indische Nederlander Van Mook is een displaced person. Hij wil graag burger worden van een Indonesië dat er ook is voor de Indische Nederlanders, maar het onafhankelijke Indonesië is er alleen voor de Indonesiërs. In het verzuilde Nederland voelt Van Mook zich niet thuis. Hij emigreert daarom naar de Verenigde Staten. Van 1949 tot 1951 is hoogleraar politieke wetenschappen aan de University of California te Berkeley, vervolgens is hij tot 1960 een topambtenaar bij de Verenigde Naties in New York en houdt hij zich bezig met ontwikkelingshulp. Van 1960 tot zijn overlijden in 1965 woont hij in het dorpje L’Isle-sur-la-Sorgue in Zuid-Frankrijk.

    Hoe moeten we Van Mook nu beoordelen? Van Mook was voor de onafhankelijkheid van Indonesië maar dan wel op zijn voorwaarden. Deze idealistische politiek werkte niet. De werkelijkheid was te weerbarstig. Voor de verzuilde Nederlander gold Van Mook als te progressief en te verlicht, voor mening Indonesiër was hij te paternalistisch en daarom ook een typische vertegenwoordiger van het vermaledijde kolonialisme dat maar niet van opgeven wilde weten. Het pad dat Van Mook wilde bewandelen was een doodlopende weg en daarom raakte hij verdwaald. Zijn levensgeschiedenis heeft dan ook iets tragisch.

    De 416 pagina’s tellende biografie over Van Mook is mooi geschreven en vooral zeer mooi vormgegeven. Het boek is een historische sensatie. Dankzij de gedetailleerde beschrijvingen en vele foto’s en illustraties waan je jezelf af en toe ook in het Nederlands-Indië van weleer. Die tijd keert nooit meer terug, en dat is wellicht maar goed ook, maar het voelt tevens goed die sfeer eens diep in te ademen.

     

    N.a.v.: Tom van den Berge, H.J. van Mook, 1894-1965. Een vrij en gelukkig Indonesië (Uitgeverij Thoth, Bussum). ISBN 9789068686265. 416 pagina’s. €29,90.

     

     

     

    Tags: Akkoord van Linggadjati, F.C. Gerretson, H.J. van Mook, Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, Louis Beel
    Read More
  • Bart Verbrugh, de Martin Bosma van het GPV?

    0

    Tweede Kamer debat, Verbrugh (GPV) interpelleert over defensienota - NL-HaNA 2.24.01.05 0 927-2634 WM239.jpg

    Door: Ewout Klei

     

    Opnieuw gerommel in de PVV. Geert Wilders heeft geprobeerd de publicatie van Martin Bosma’s boek Handlangers van de ANC-apartheid tegen te houden, een boek dat uiteindelijk niet werd gepubliceerd bij Prometheus omdat de uitgeverij er geen heil in zag. Wilders is dolblij, omdat hij niet met het blanke apartheidsregime geassocieerd wil worden.

    Het manuscript van Bosma’s ongepubliceerde boek is handen van de redactie van het NRC-Handelsblad. Bosma betoogt in zijn boek dat Nederland een nieuw Zuid-Afrika dreigt te worden, waar blanken fungeren als ‘proefkonijnen in een multicultureel laboratorium’. Bosma noemt de politiek van het African National Congress (ANC) ‘politiek-correct racisme’ en omschrijft deze partij verder als communistisch, gewelddadig en corrupt. Nederland wacht volgens Bosma hetzelfde lot als Zuid-Afrika, waar de blanken tegenwoordig tweederangs burgers zouden zijn:

    ‘Want de essentie van de progressieve ideologie is (…) dat die ons wil doen verzoenen met onze ondergang (…). Wat links heeft willen betekenen voor Zuid-Afrika wil het ook dolgraag Nederland aandoen. (…) De Afrikaners, dat zijn wij. De Afrikaners van vandaag zijn de Nederlanders van over vijftig of honderd jaar.’

    Martin Bosma is uiteraard niet de enige in Nederland die zich zeer verbonden voelt met de blanke Afrikaners en het blanke apartheidsbewind van weleer. Extreem-rechtse actiegroepen als Voorpost en de Identitair Verzet doen dat ook. Toen ANC-leider Nelson Mandela op 5 december 2013 overleed herdoopten actievoerders van Identitair Verzet de Mandelabrug in Utrecht tot ‘Moordenaarsbrug’.

    Van 1948 tot 1994 kende Zuid-Afrika de apartheid. De zwarten waren tweederangs burgers. Ze mochten niet stemmen en mochten in bepaalde gebieden niet komen. Ook werden ze uit hun huizen gezet en weggestopt in de zogenoemde ‘thuislanden’, de armste gebieden van Zuid-Afrika. In de jaren vijftig bestond er in Nederland veel begrip voor de apartheidspolitiek. De blanke Afrikaners waren immers afstammelingen van de Nederlanders die Zuid-Afrika vanaf de zeventiende eeuw koloniseerden. In de jaren zestig veranderde de stemming in Nederland. Het apartheidsregime werd veroordeeld als racistisch.

    Ook in gereformeerde kringen, waar van oudsher de meeste sympathie voor de Afrikaners bestond, werd men kritisch. Felle criticasters van de apartheid waren Siewert Bruins Slot van het dagblad Trouw en Jan Nico Scholten, Tweede Kamerlid van de Antirevolutionaire Partij (en later het CDA). Alleen de gereformeerden die in de jaren zestig en zeventig trouw bleven aan het erfdeel der vaderen – de rechtervleugel van de ARP en de kleine christelijke partijen – bleven de apartheid door dik en dun steunen.

    De meest overtuigde apartheidsapologeet in de jaren zestig en zeventig was misschien wel Bart Verbrugh, ideoloog van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Verbrugh was van 1939 tot 1945 in Indië geweest en vond het zeer vanzelfsprekend dat niet-blanken een ondergeschikte positie in de samenleving hadden. Toen hij terugkeerde naar Nederland trok hij fel van leer tegen de dekolonisatie en wilde hij dat de laatste restjes koloniaal bezit – Nieuw Guinea en Suriname – voor het Koninkrijk der Nederlanden bleven behouden. In de jaren vijftig was Zuid-Afrika nog niet bij Verbrugh in beeld. Hij kreeg pas belangstelling voor het land toen Zuid-Afrika in de jaren zestig internationaal zwaar onder vuur kwam te liggen. De blanke Afrikaners waren naast stamverwanten ook ideologische verwanten: ze wilden net als de vrijgemaakt-gereformeerden van het GPV hun eigenheid beschermen tegen de boze buitenwereld. Waar het GPV zich bedreigd voelde door de ontkerkelijking en de verdere Europese integratie (in 1963 ging het GPV de verkiezingen in onder de leus ‘Den vaderland getrouwe’), daar verzetten de blanke Afrikaners zich tegen het oprukkende zwarte nationalisme en communisme. Daar kwam nog bij dat het blanke Zuid-Afrika een christelijk land was met een christelijke grondwet. Verbrugh wilde in Nederland ook een christelijke grondwet, ten einde de christelijke identiteit van het Nederlandse volk te beschermen tegen het gevaar van secularisatie (de ChristenUnie, waarin het GPV in 2000 is opgegaan, streeft trouwens ook nog steeds naar een christelijke grondwet).

    In 1976 leidde Verbrughs pro-apartheidsstandpunt tot een pijnlijke confrontatie met Ed van Thijn, fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid. Aanleiding van deze confrontatie in de Tweede Kamer was het besluit van het kabinet-Den Uyl om aan Zuid-Afrika geen kernreactoronderdelen te leveren. Volgens Verbrugh was dit besluit genomen met een anti-apartheidsmotief. De Nederlandse regering zou voorstander zijn van een ‘sterk gemengde cultuurstaat’ in Zuid-Afrika, iets waar Verbrugh op tegen was. Vervolgens probeerde hij duidelijk te maken dat het in Zuid-Afrika niet zou gaan om een ‘rassenprobleem’ maar om een ‘cultuurprobleem’. Apartheid draaide volgens Verbrugh om gebiedsscheiding als gevolg van cultuurscheiding en had in principe niets te maken met de verschillen tussen rassen. Dat het pleidooi van Verbrugh puur theoretisch was bleek uit het betoog van de GPV-theoreticus zelf, want hij maakte enkele kritische opmerkingen over zwarte nationalisten. Niettemin vond Verbrugh dat een ieder die zich aan de heersende cultuur wilde aanpassen de kans moest krijgen om daarin te worden opgenomen. Een zwarte zou volgens Verbrugh in theorie deel kunnen worden van de blanke gemeenschap. Verbrugh probeerde zo alle schijn van racisme te vermijden.

    Verbrughs uiteenzetting werd door Van Thijn wel als racistisch betiteld, omdat Verbrugh ondanks zijn vertoog het Zuid-Afrikaanse regeringsbeleid bleef verdedigen: ‘Ik heb nog nooit zo’n racistisch betoog in deze Kamer gehoord. (…) Ik heb mij tijdens het betoog van Verbrugh tot het uiterste moeten beheersen om niet hetzij naar de interruptiemicrofoon te snellen, hetzij de Kamer te verlaten.’ Hierop snelde de fractievoorzitter van het GPV, Pieter Jongeling, zijn fractiegenoot te hulp en zei dat de PvdA-fractievoorzitter niet hard kon maken dat Verbrughs betoog racistisch was. Van Thijn, inmiddels weer wat afgekoeld, antwoordde dat het verhaal van Verbrugh niet geloofwaardig was. In Zuid-Afrika vielen cultuur en ras immers samen. CPN-leider Marcus Bakker wees vervolgens op de racistische huwelijkswetgeving in Zuid-Afrika, waar het blanken en zwarten verboden was om met elkaar te trouwen. Verbrugh antwoordde dat hij hierover niet had gesproken, laat staan dat hij dit goedkeurde.

    De pijnlijke confrontatie tussen Verbrugh en Van Thijn werd een paar weken later becommentarieerd door de Volkskrant. Verbrugh behoorde volgens deze krant tot de ‘goedwillende, doch misleide christenen’. ‘Zij kunnen niet zien wat er ginds werkelijk gebeurt, omdat zij, emotioneel gebonden aan Zuid-Afrika, tot elke prijs met de stam- en geloofsverwante blanken willen blijven praten’.

    Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 werd Verbrugh de nieuwe lijsttrekker van het GPV. Jongeling ging met pensioen. Het verkiezingsprogramma van het GPV heette ‘Toekomst van Nederland’. In zijn verkiezingsprogramma keerde het GPV zich niet alleen tegen abortus en pornografie, maar ook tegen de multiculturele samenleving. Gastarbeiders moesten remigreren naar het land van herkomst. In het orgaan Vrede en Vrijheid van de Stichting voor Nationaal Christelijke Politiek, een beweging voor GPV-sympathisanten, trok Verbrugh bovendien expliciet de vergelijking tussen Nederland en Zuid-Afrika:

    ‘We hebben kritiek op onze mede-Nederlanders, die het zo hoog in de bol hebben, dat ze hun neus ophalen voor het zware en vuile werk, dat in ons land moet worden gedaan (ploegenarbeid, schoonmaakdiensten), en ermee akkoord gaan dat dit door Turken, Marokkanen, Spanjaarden en Italianen wordt verricht. We zouden een Nederlands beleid toejuichen, dat erop gericht is deze arbeid weer in de handen van ons eigen volk te brengen, om zo het ontstaan van een heterogene cultuur in ons land te voorkomen (b.v. een moslim-cultuur naast de verzwakte christelijke cultuur). Op dezelfde manier zouden we een Zuidafrikaans beleid toejuichen, dat erop gericht is arbeidskrachten van de “Bantoes” te vervangen door die van de Afrikaanders.’

    In de jaren tachtig was Verbrugh betrokken bij de Oranjewerkers. Deze groep van blanke Zuid-Afrikaners onder leiding van Hendrik Verwoerd junior, de zoon van wijlen president Hendrik Verwoerd, begrepen dat het apartheidsregime op instorten stond. Om de dreigende Apocalyps voor te zijn deden ze een vlucht naar voren: ze wilden een thuisland voor blanke Afrikaners vormen waar zij zelf het werk deden. De Oranjewerkers brachten kortom het monoculturele ideaal van Verbrugh in de praktijk. Hun plan voor een blank thuisland mislukte echter begin jaren negentig: Zuid-Afrika werd een multiculturele staat.

    Eén van de drijvende krachten achter de Oranjewerkers was de conservatieve calvinistische theoloog Carel Boshoff, de schoonzoon van Hendrik Verwoerd senior. Boshoff was in 1990 ook de oprichter van de blanke enclave Orania, een stadje van nog geen 1000 inwoners dat de culturele erfenis van het ‘Afrikanerdom’ wilde beschermen en waar alleen blanken het werk mogen doen. Met dit Orania heeft de PVV dankzij Martin Bosma tegenwoordig politieke contacten. Tussen Verbrugh en Bosma bestaat dus via de Oranjewerkers een link.

    Was Verbrugh een Martin Bosma avant la lettre?  Ja en nee. Verbrugh is overleden in 2003, negen jaar na de afschaffing van de apartheid, en hij heeft in deze jaren nooit afstand genomen van zijn pro-apartheidsstandpunt. Toch erkende Verbrugh in zijn autobiografie Jong zijn en oud worden (Amsterdam, Buijten en Schipperheijn 2002) dat hij zich had verkeken op Mandela: de man die hij decennialang voor een terrorist had gehouden bleek heel goed in staat blank en zwart met elkaar te verzoenen. Verbrugh was dus milder dan Bosma.

    Ten slotte speelt de tijd een belangrijke rol: een reden waarom Verbrugh, maar ook veel andere conservatieve christenen (en ook sommige heidenen) in de jaren zestig en zeventig de apartheid bleven verdedigen was de polarisatie in politiek en maatschappij. De linkse partijen en actiegroepen waren zeer verontwaardigd over Zuid-Afrika, maar zij zwegen vaak over de misdaden die door de communisten werden gepleegd achter het IJzeren Gordijn. Het was veel critici van apartheid niet alleen om rechtvaardigheid en gelijkheid te doen, maar ook om hun grote gelijk ten koste van rechts. Dat sommige rechtse mensen om die reden lang bleven vasthouden aan zaken die je misschien/wellicht niet zou moeten willen verdedigen is begrijpelijk. In het heetst van de discussie, als je ergens middenin zit, kun je vaak niet objectief zijn. Voor Bosma en clubjes als Identitair Verzet gaat deze redenering echter niet op. Zij zitten er niet middenin maar construeren achteraf een verhaal dat een stuk eenzijdiger is dan het verhaal wat in wetenschappelijke geschiedenisboeken wordt verteld.

     

    Toch hoop ik dat Bosma’s boek ergens uitgegeven gaat worden: het boek mag misschien abjecte onzin zijn, maar voor historici kan abjecte onzin soms heel interessant zijn.

     

     

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond, 1948-2003.

    Tags: Apartheid, Bart Verbrugh, Ed van Thijn, GPV, Identitair Verzet
    Read More
  • Jezus Leeft in Europa

    0

    Door: Ewout Klei

     

    Volgens sommige recht(s)zinnige christenen is de ChristenUnie/SGP nog niet anti-Europa genoeg. Om die reden doet een nieuwe politieke partij een dappere poging om op 22 mei deo volente in het Europees Parlement verkozen te worden: Jezus Leeft. 

    Jezus Leeft is eind 2013 opgericht door Joop van Ooijen. Hij is een evangelist uit het dorpje Giessenburg en werd landelijk bekend vanwege de tekst ‘Jezus Leeft’ die op het dak van zijn boerderij stond. Van Ooijen ziet politiek als een getuigenis voor het feit (in de zin dat hij dat gelooft) dat Jezus leeft.

    Op 19 maart deed Jezus Leeft in acht plaatsen aan de gemeenteraadsverkiezingen mee. Er werden welgeteld nul zetels behaald en in totaal (dus alle gemeenten bij elkaar opgeteld) kreeg Jezus Leeft 1.107 stemmen. Ter vergelijking: de SGP haalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in totaal 131.270 stemmen, de ChristenUnie 271.368 stemmen, het CDA 965.748 en de gezamenlijke ChristenUnie/SGP-lijsten 83.420 stemmen.  Op de website van Jezus Leeft zie trouwens niets meer over de gemeenteraadsverkiezingen. Blijkbaar wil de partij niet aan haar eigen falen worden herinnerd. Alle lokale partijprogramma’s zijn vakkundig verwijderd en als je niet beter wist zou je denken dat de Europese verkiezingen de eerste verkiezingen zijn waaraan de partij meedoet.

    Het verkiezingsprogramma van Jezus Leeft heet ‘Nu uit de EU’. De partij is in ieder geval origineler dan de PVV, die haar programma ‘Verkiezingsprogramma Europees Parlement 2014’ heeft genoemd. Jezus Leeft wil net als de PVV uit de EU en heeft als lijst 16 zestien speerpunten:

    WIJ WILLEN  1. Stoppen met geld gooien in de (Zuid) Europese bodemloze put. 2. Stoppen met het onder water laten lopen van onze polders. 3. Stoppen met het pesten van de Russen. 4. Stoppen met het grootheidswaanzinnige idee van een Europees leger. 5. Terug naar een eigen gulden. 6. Terug naar zorg voor zwakkeren en ouderen. 7. Terug naar liefhebben van onze naaste. 8. Ons werk terug. 9. Ondernemers als bestuurders en geen ambtenaren. 10. Drugs uitbannen. 11. geen vrije abortus en euthenasie (sic!). 12. Minder regels en dus ambtenaren. 13. Onze eigen grens bewaken. 14. Geen kernenergie maar groene energie. 15. Er zijn voor socialisten en liberalen, want wij zijn sociaal en vrij. 16. Er zijn voor democraten die nog in JEZUS geloven en Christenen die uit de EU willen.

    Net als de PVV en andere EU-haters is Jezus Leeft dus blijkbaar ook pro-Rusland in het conflict om Oekraïne. Dat is opmerkelijk. Zondigt Rusland niet tegen achtste gebod (‘Gij zult niet stelen’) door De Krim te annexeren? Of hebben de pro-Russische gevoelens te maken met het opsluiten van de dames van Pussy Riot, en wil Jezus Leeft laten zien dat er met de kerk niet te spotten valt?

    De gezamenlijke lijst van ChristenUnie/SGP is tegen verdere Europese samenwerking, maar wil niet uit de EU stappen. Dat laatste is voor Jezus Leeft een reden om zich fel tegen deze lijst af te zetten: ‘ze gaan dus voor een nog groter Europa. Christenen van Nederland trap er niet in, God wilde geen Babel, en laten we niet meedoen aan het bouwen van Babylon. Stem tegen Europa.’ Brussel = Babel. Dat was misschien ook een mooie verkiezingsleus geweest. Misschien is dat iets voor de verkiezingen van 2019.

    Lijsttrekker voor Jezus Leeft de Europese verkiezingen is Joop van Ooijen, op nummer twee staat zijn zoon Andreas (ergens hoopte ik dat Joop zijn zoon Jesús had genoemd, een veel voorkomende voornaam in Latijns Amerika) en op nummer drie John van Hoek. BN de Stem interviewde Van Hoek. Bij de gemeenteraadsverkiezingen haalde hij in Etten-Leur 168 stemmen, te weinig voor een zetel. Van Hoek zat hier in het geheel niet mee en duidde de nederlaag geestelijk: ‘De Here Jezus is iets groters van plan met ons. Hij wil liever heel zijn naam in Europa bekendmaken.’

    Jezus Leeft in Europa? Dat de partij in het Europees Parlement belandt is zeer onwaarschijnlijk. Maar wellicht kunnen Joop van Ooijen en de zijnen hun kracht zoeken bij Paulus. In 1 Korintiërs 1:27-28 schrijft de apostel namelijk:

    Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen.

     

    Tags: Jezus Leeft
    Read More