Blog

Lorem ipsum dolor set atsonic

  • De weg naar de macht. Nu te koop

    0

    Omslag

    Elco Brinkman, Ineke van Gent, Frank de Grave, Jort Kelder, Aad Kosto, prinses Mabel, Ed Nijpels, Hein Roethof, Mark Rutte, Haya van Someren, Hans Wiegel – wie zat er níét in de JOVD?

    Zij, en duizenden anderen, begonnen hun carrière bij de Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. In De weg naar de macht beschrijft Ewout Klei de geschiedenis van deze liberale politieke jongerenorganisatie, die zich altijd graag profileerde als de horzel in de pels van de VVD. Al ruim 65 jaar lang maken jongeren kennis met het liberalisme via deze onafhankelijke club. Klei laat zien hoe de JOVD zich de afgelopen 65 jaar heeft ontwikkeld tegen de achtergrond van een veranderend Nederland. Welke standpunten nam zij in? Wat voor cultuur heerste er? En hoe reageerden de jonge liberalen op de oprichting van D’66, het paarse kabinet, de politieke correctheid van de jaren negentig en op Fortuyn, Verdonk en Wilders? Deze helder geschreven kroniek biedt een frisse en verrassende kijk op de invloedrijkste politieke jongerenorganisatie van Nederland. Het unieke verhaal van een broedplaats voor politiek talent, met kostelijke anekdotes, sprekend fotomateriaal en speciale bijdragen van Hans Wiegel en Jort Kelder.

     

    Website Nieuw Amsterdam.

    Interview met Ewout Klei door Chris Aalberts.

    Boekpresentatie op 10 december in Den Haag.

     

    Artikel in Algemeen Dagblad.

    AD 28 november 2015

    Tags: Hans Wiegel, Jort Kelder, JOVD, Mark Rutte, VVD
    Read More
  • Teaser De weg naar de macht. Een kroniek van de JOVD 1949 – 2015.

    0

    Even een kleine update over het JOVD-boek. De vermoedelijke titel zal luiden ‘De weg naar de macht. Een kroniek van de JOVD 1949 – 2015.’ Het manuscript ligt nu bij de uitgever, dat is wederom mijn huisuitgever Uitgeverij Nieuw Amsterdam in Amsterdam. Naast 1000 exemplaren voor de JOVD zullen er een x-aantal exemplaren voor de boekhandels worden gedrukt. U kunt het boek dus ook gewoon in de winkel kopen. Het boek krijgt foto’s en twee voorwoorden van twee prominente oud-JOVD’ers, maar die twee maak ik pas bekend als de omslag klaar is. Vermoedelijk wordt het boek eind dit jaar gepresenteerd, in november of begin december. Dat hangt een beetje van het rad van fortuin af. U mag hier aan draai aan geven, maar ik weet niet of dat helpt. Ten slotte voeg ik nog een paar leuke plaatjes aan deze post toe, om u alvast een beetje te teasen.

     

    1954LustrumcongresCabaretAmsterdam

    HaagseJOVD1984

    Fris en fruitig

    20150530_174023

    Tags: JOVD
    Read More
  • Persbericht lezing Joan Derk van der Capellen en de Nederlandse democratie

    0

    http://www.mijngelderland.nl/beeld/Canons/Lochem/19_A_Aan_het_volk_van_Nederland.jpg

    De Overijsselse baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) was een omstreden politicus. Hij keerde zich tegen de politiek van stadhouder Willem V; bracht geheime politieke stukken in de openbaarheid; sympathiseerde als eerste met de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd tegen Engeland; mobiliseerde boze boeren en burgers en was ten slotte de anonieme auteur van het roemruchte pamflet Aan het Volk van Nederland, dat in de nacht van 25 op 26 september 1781 over heel Nederland werd verspreid en het startschot was van de patriottenbeweging. Het wekt dan ook geen verbazing dat Pim Fortuyn deze tegendraadse baron zijn “illustere voorganger en voorbeeld” noemde.

    Wie was Van der Capellen en waarom was hij voor de patriottenbeweging zo belangrijk? Wat was zijn politieke filosofie? Hoe verhield deze filosofie zich tot de Amerikaanse Grondwet van 1789 en de Bataafse Grondwet van 1798? En in hoeverre kunnen we Van der Capellen beschouwen als een wegbereider van de Nederlandse democratie?

    Bovenstaande vragen staan centraal in de lezing die politiek historicus dr. Ewout Klei (1981) op dinsdag 17 februari zal houden in Hattem. Deze avond wordt georganiseerd door de Commissie Daendels in samenwerking met de vereniging Heemkunde Hattem, de Kunstkring Hattem en de Vereniging van Vrienden van het Voerman Museum Hattem met medewerking van de leden van het Sint Annagilde Hattem.

     

    Locatie: Grote- of Andreaskerk, Hattem

    Prijsinformatie:  gratis

    Start datum/tijd: dinsdag 17 februari 2015 20:15 uur

     

     

    Tags: Aan het Volk van Nederland, Joan Derk van der Capellen tot den Pol, patriotten, Pim Fortuyn
    Read More
  • De Nelson Mandela van Tsjecho-Slowakije

    0

    http://i.lidovky.cz/11/124/lnorg/APE402d80_charta77_79_03_5_46645.jpg

    (Václav Havel (links) en Charta 77)

     

    Door: Ewout Klei

     

    Hij was toneelschrijver, kroegtijger, vrouwenjager, dissident, mensenrechtenactivist, gevangene, dissidentenleider, revolutionair, president maar bovenal intellectueel. Václav Havel (1936-2011) was een van de grote leiders van de twintigste eeuw, te vergelijken met Nelson Mandela, Mahatma Gandhi, Winston Churchill, Konrad Adenauer en Lech Wałęsa. Over Havel is eind vorig jaar een prachtige biografie verschenen door Michael Zantovsky, die in het Nederlands is verschenen bij de Bezige Bij Antwerpen.

    Havel kwam uit een rijke Tsjechische familie en werd om die reden gediscrimineerd door het communistische regime, dat een hekel aan bourgeoiskinderen had. Havel ontwikkelde zich echter tot een begenadigd toneelschrijver en essayist die zich in dissidente kringen begaf. Zijn absurdistische verhalen, die duidelijk geïnspireerd waren door Franz Kafka, namen indirect het communistische systeem op de hak.

    Tijdens de Praagse Lente van 1968 bleef Havel op de achtergrond, maar toen daarna de ‘normalisering’  inzette ontpopte hij zich tot één van de belangrijkste woordvoerders van de intellectuele oppositie tegen het communistische regime. Samen met enkele geestverwanten richtte Havel in 1977 de mensenrechtenorganisatie Charta 77 op, die zich voor de rechten van dissidenten inzette.

    Aanleiding van Charta 77 was de arrestatie en veroordeling van de psychedelische rockband de Plastic People of the Universe. De communisten vonden deze langharige drugsgebruikers met hun harde muziek en provocerende teksten maar niets.  Havel kon de muziek ook niet zo waarderen, maar kwam voor hun rechten op. Dat werd niet gewaardeerd door de communisten. Als een van de leiders van Charta 77 belandde Havel in 1977 voor een korte periode in de gevangenis. In 1979 werd hij voor een langere periode opgesloten. Havel kwam pas in 1983 vrij.

    Het ging Havel om ‘een leven in waarheid’. Hij bedoelde daarmee dat je als mens authentiek moest blijven, trouw moest blijven aan jezelf, niet moest buigen voor de corrumperende invloed van een regime dat intimideert, liegt en ook probeert intellectuelen te verleiden met beloningen, mits ze maar loyaal zijn aan de staat. Havel hoefde voor zijn ideaal niet te sterven. Hij was geen martelaar. Maar een paar jaar in de gevangenis, hoe zwaar dat natuurlijk ook was, had hij er wel voor over.

    Vanwege zijn toneelstukken en zijn activiteiten als dissident was Havel onder westerse intellectuelen een beroemdheid geworden. De communisten, bang voor slechte publiciteit, durfden hem dan ook niet al te hard aan te pakken. Maar ook Havel werd beperkt in zijn doen en laten. In 1986 besloot de Stichting Praemium Erasmianum aan Havel de Erasmusprijs toe te kennen, die elk jaar werd uitgereikt in Rotterdam en waar een prijzengeld van 200.000 gulden aan verbonden was. Het bracht Havel in een lastig parket. Hij wilde het geld graag geven aan Charta 77 om vervolgde medechartisten te helpen, maar dat zou het communistische regime natuurlijk nooit accepteren. Uiteindelijk lukte het Havel om het prijzengeld via via aan de Charta Foundation in Stockholm door te sluizen. Een ander probleem was dat het communistische regime Havel waarschijnlijk niet zou toestaan om naar Nederland te reizen. In plaats van Havel reisden twee van zijn vrienden naar Rotterdam. De een nam de prijs in ontvangst, de ander las een toespraak van Havel voor. De Nederlandse regering, die de goede diplomatieke betrekkingen met Tsjecho-Slowakije belangrijker vond dan de vrijheid van meningsuiting, besloot echter om een passage uit de toespraak te censureren. Havel had geschreven ‘de eer die via mij wordt toegekend aan Charta 77, zij het indirect’. Dit werd vervangen door ‘de eer mij wordt betoond’. Bij de aanvaarding van een onderscheiding voor zijn strijd voor de mensenrechten werd Havel door de Nederlandse overheid in zijn recht op vrije meningsuiting geschonden.

    In 1989 viel de Berlijnse Muur. Ook in Tsjecho-Slowakije werden de communisten van het politieke toneel verwijderd. Het regime had niet de kracht meer om tegen de wil van het volk in te gaan, die droomde over vrijheid en winkels waar je alles kon kopen. Havel, die in de jaren zeventig en tachtig een enorm moreel gezag had opgebouwd, werd president. Net als Michail Gorbatsjov werd Havel als een held begroet in Amerika,  hij had immers ook een steentje bijgedragen aan de val van het IJzeren Gordijn. Ook in andere westerse landen was men groot fan van Havel. Binnenslands kreeg Havel het echter moeilijker. Slowakije scheidde zich in 1993 af en Tsjechië kampte met economische problemen die niet door Havel konden worden opgelost.  Toen Havel in 2003 aftrad als president waren veel Tsjechen opgelucht. De politieke houdbaarheid van Havel was allang verstreken.

    Negen maanden voor zijn overlijden op 18 december 2011 bracht Havel een film uit. Havel had altijd al een film willen maken, maar had die kans nooit gehad. Nu stond iedereen voor hem klaar. Het vertrek gaat over een president die de greep op alles dreigt te verliezen. Het verhaal was gebaseerd op Shakespeares King Lear en natuurlijk op Havels presidentschap zelf. Het was maar zeer de vraag of Havel de première op 22 maart 2011 kon bijwonen, want pas op 20 maart werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. De film werd door de Tsjechische pers zeer kritisch ontvangen. Een recensent noemde de film ‘één grote rotzooi’, die typisch was voor ‘het hol van de waarheid en liefde, dat ons land overspoelt met zijn hypocriete pseudohumanisme en kleingeestige Tsjechische humor’. Het was niet slechts kritiek op de film, maar ook een persoonlijke aanval op Havel, wiens intellectualisme steeds minder werd begrepen in een land dat steeds ‘normaler’ begon te worden.

    Misschien is dat ook wel de tragiek van Havel. Dromers zijn een baken van hoop in een dictatuur, maar in een kapitalistische democratie gaat het gewoon om centjes verdienen en de verkiezingen winnen. Havel had na de val van het communisme gewoon weer fulltime toneelschrijver moeten worden. Dan had hij kunnen blijven leven in waarheid.

     

    N.a.v.: Michael Zantovsky, Václav Havel. Een leven (De Bezige Bij Antwerpen). 608 pagina’s. ISBN 9789085424420. € 39,99.

    Tags: Charta 77, Plastic People of the Universe, Václav Havel
    Read More
  • Impressie boekpresentatie Van God los

    0

    Een foto-impressie van de boekpresentatie van Van God los. Het einde van de christelijke politiek op 24/09/2014 bij boekhandel Schreurs en Groot in Amsterdam.

    Het boek is geschreven door Remco van Mulligen en Ewout Klei. Als referenten traden op oud-politicus Boris van der Ham van D66 en de conservatieve publicist Bart Jan Spruyt.

    De foto’s zijn gemaakt door Kirsten Feenstra en Kinge Siljee.

     

     

     

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, Ewout Klei, Remco van Mulligen, Van God los
    Read More
  • Presentatie ´Van God los´ in Amsterdam

    0

    Wanneer: woensdag 24 september 2014 om 18:00

    Wie: Ewout Klei & Remco van Mulligen

    Wat: Eeuwenlang was in Nederland het christelijk geloof alomtegenwoordig.  Tot de verkiezingen van 1967 beschikten de christelijke partijen over een parlementaire meerderheid. Tegenwoordig hebben ze in de Tweede Kamer nog slechts 21 zetels. In Van God los. Het einde van de christelijke politiek? nemen twee jonge historici, Ewout Klei en Remco van Mulligen, het veranderende politieke landschap onder de loep. Heeft Nederland een seculiere meerderheidscultuur? Hoe proberen CDA, ChristenUnie en SGP in deze tijd te overleven? Waarom zijn de debatten over weigerambtenaren en abortus zo gepolariseerd? Hoe reageren christenen op de PVV? Maakt D66 zich schuldig aan christenpesten? En bovenal: wat kan de rol zijn van christelijke beginselen in de politiek? Met hun verhelderende essays bieden de auteurs een frisse en genuanceerde kijk op het Nederlandse religiedebat. Waar gaat het naartoe en waar moet het naartoe?

    De boekpresentatie wordt geleid door Pieter de Bruijn Kops, acquirerend redacteur bij Nieuw Amsterdam. Nadat de auteurs hun boek hebben gepresenteerd zullen twee referenten, publicist Boris van der Ham en columnist Bart-Jan Spruyt, er hun visie op geven. Deze bijdragen zullen het thema christelijke politiek belichten. Hierna volgt een paneldiscussie, waar ook de overige aanwezigen een bijdrage aan kunnen leveren.

    Ewout Klei is politiek historicus. Hij promoveerde in 2011 op Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond. Hij werkt als freelancer voor The Post Online, schrijft mee aan schoolboeken en is scriptiebegeleider bij Studiemeesters in Amsterdam.

    Remco van Mulligen is historicus. Hij rondde in 2014 het proefschrift Radicale protestanten af, over de ontwikkeling van het Nederlandse orthodox-protestantisme in de laatste vijftig jaar. Hij werkt als freelancer o.a. voor Elsevier, Tertio en Nederlands Dagblad.

    Ewout Klei en Remco van Mulligen Van God los. Het einde van de christelijke politiek? Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €21,95

    Toegang gratis

    Uitgave: Van God los

    Waar: Boekhandel Schreurs & de Groot, Weteringschans 173, 1017 XD Amsterdam NL
    T. 020 320 8412
    E. info@schreursendegroot.nl

    Tags: Bart Jan Spruyt, Boris van der Ham, CDA, ChristenUnie, D66
    Read More
  • Schampschot

    1

    http://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase/large/FC/2/6/6/4/9200000027954662.jpg

    Toen honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef Nederland neutraal. Het Limburgse dorpje Eijsden, in het zuidwestelijke puntje van de provincie en grenzend aan België, lag op een steenworp afstand van het krijgsgewoel. Historicus en journalist Paul van der Steen, die onder andere schrijft voor het NRC Handelsblad, Trouw en het Historisch Nieuwsblad, heeft over Eijsden in de Eerste Wereldoorlog een heel aardig boek geschreven waarin hij de kleine geschiedenis van dit dorp verbindt aan het grote verhaal van de Eerste Wereldoorlog. In hoeverre kreeg Eijsden met de ‘Groote Oorlog’ te maken?

    Eijsden ligt in Nederland maar was toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak helemaal niet zo Nederlands. De enige fabriek in de stad had Waalse eigenaren, veel inwoners hadden Belgische wortels en huwelijken tussen Nederlanders en Belgen kwamen veel voor. Tussen 1830, het jaar van de Belgische Revolutie, en 1839 hoorde Eijsden zelfs bij België. Alleen Maastricht was in deze jaren in de handen van Nederland. Dankzij het Duitse koninkrijk Pruisen werd de provincie Limburg tussen Nederland en België verdeeld, waarbij de Maas als grens gold. Pruisen had geen behoefte aan een lange grens met een Fransgezind België.

    Neutraliteitspolitiek

    75 jaar later bleek dit een fatale misrekening. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak en het Duitse Rijk via België Frankrijk aanviel, was de ruimte voor het Duitse leger om te manoeuvreren heel klein. De Duitse troepen mochten niet door het Nederlandse Limburg trekken en waren daarom binnen schootbereik van de forten van Luik. Pas na veel doden en de inzet van de Dikke Bertha’s, de machtige houwitsers met een kaliber van 420 mm, wisten de Duitsers de verdediging van Luik te doorbreken. Kostbare tijd was echter verloren gegaan, waardoor de geallieerden het Duitse leger bij de Marne konden stuiten en de oorlog uitliep op een uitzichtloze stellingenstrijd.

    In Eijsden zagen de dorpelingen het Duitse leger optrekken, men hoorde de kanonnen bulderen en niet veel later werd het dorp overspoeld door Belgische vluchtelingen. Nederland voerde een strikte neutraliteitspolitiek, wat betekende dat ons land geen van de strijdende partijen kon bevoordelen. In de praktijk ging Nederland een beetje pragmatisch met de neutraliteit om. Toen de Duitsers optrokken via een weg die deels op Belgisch, deels op Nederlands grondgebied lag wees Nederland het Duitse Rijk er vriendelijk op een andere route te nemen. Nederland had ook op het Duitse leger kunnen schieten vanwege schending van de neutraliteit, maar dan was ons land wellicht in een oorlog met het Duitse Rijk verzeild geraakt en vermoedelijk in korte tijd onder de voet gelopen.

    Hoogspanning

    In 1915 besloten de Duitsers de grens tussen Nederland en bezet België af te schermen met een draad met een dodelijke 2000 volt spanning. Op deze manier probeerden de Duitsers de smokkel en Belgen die wilden vluchten tegen te houden. De draad weerhield smokkelaars overigens niet om met hun werk door te gaan en Belgen om proberen te ontsnappen. De meest spectaculaire ontsnapping naar Nederland vond plaats via een boot, de Atlas V, die op 3 januari 1917 ’s nacht via de Maas naar Eijsden voer. De ontsnappingsboot was in het geheim bepantserd, waardoor de Duitsers met hun kogels weinig konden uitrichten. Toen de boot eindelijk in Eijsden aankwam bleven de kroegen de hele nacht open en vierden Nederlanders en Belgen samen het succes van dit spannende avontuur.

    Eijsden was in 1918 ook de plek waar de Duitse keizer Nederland binnenkwam met zijn gevolg, toen hij asiel in ons land aanvroeg. Nederlandse politieagenten moesten de keizer en zijn gevolg beschermen, want de vele Belgische vluchtelingen in het dorp hadden hem anders gelyncht. Vanuit Eijsden reisde de keizer door naar Doorn, waar hij tot zijn overlijden in 1941 de bosrijke omgeving van vele bomen kon ontdoen.

    Limburg bij Belgie

    Na de Eerste Wereldoorlog wilde België Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg annexeren. België had beter verdedigbare grenzen nodig. Nederland zou gecompenseerd kunnen worden met Oost-Friesland. Nederland voelde echter weinig voor deze grenscorrecties en zette de hakken in het zand. Uiteindelijk moesten de Belgen bakzeil halen en kregen ze alleen Eupen-Malmedy. Niettemin bleven de Belgen boos en werden er regelmatig pamfletten in Limburg verspreid waarin de bevolking werd opgeroepen voor België te kiezen. De meeste Limburgers voelden hier echter weinig voor. De Eerste Wereldoorlog had ondanks het feit dat ons land neutraal bleef de nationale gevoelens versterkt.

    Schampschot is een boeiend boek, gebaseerd op een grondig onderzoek en vlot geschreven. Het blijkt dat neutraal niet gelijkstaat aan afzijdigheid. De Eerste Wereldoorlog ging Eijsden weliswaar voorbij, maar wist het dorp toch zijdelings te raken.

    N.a.v.: Paul van der Steen, Schampschot. Een klein dorp aan de rand van de Groote Oorlog (Amsterdam, uitgeverij Balans 2014). ISBN 9789460038549. 287 pagina’s. 19,95 euro.

    Tags: Dikke Bertha, Eijsden, Luik
    Read More
  • Van het westelijk front geen nieuws

    0

     

    Honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. In 2013 en 2014 zijn er vele boeken over de ‘Grote Oorlog’ geschreven. De Engelse boekenwinkel Waterstone’s, die ook een filiaal heeft aan de Kalverstraat in Amsterdam, heeft de boeken over deze oorlog prominent uitgestald. Behalve boeken over het verloop van de oorlog en de veldslagen worden ook de zogenoemde ‘war poets’ in het zonnetje gezet, dichters die over de verschrikkingen in de loopgraven hebben geschreven. De bekendste war poet, Wilfred Owen, sneuvelde op 4 november 1918, exact een week voor de wapenstilstand.

    Vanwege de overvloed aan literatuur dacht ik dat er vast ook een herdruk zou komen van ‘Van het westelijke front geen nieuws (Im Westen nichts Neues)’ van Erich Maria Remarque, de in 1928 geschreven beroemdste roman over de Eerste Wereldoorlog. Dit bleek te kloppen. Uitgeverij Oorsprong heeft zich in november 2013 aan een heruitgave gewaagd. Dit is trouwens een grote letteruitgave, waardoor het boek 348 pagina’s telt. In december 2013 is er een uitgave van 208 pagina’s verschenen bij uitgeverij Bijleveld, de 1914-2014 herdenkingseditie. Deze editie bevat ook een filmalbum. Bij Bijleveld verscheen op 18 april 1929, en dat is natuurlijk heel aardig om te weten, ook de eerste buitenlandse vertaling van Remarques beroemde anti-oorlogsroman. In 1929 alleen al werden er 54.000 exemplaren van deze Nederlandse vertaling verkocht. De uitgave van 2013 is de 29e druk.

    Van het westelijk front geen nieuws is zo’n verhaal dat je in één dag uitleest. Het gaat over de waanzin van de oorlog, over het leven van leuke mensen dat door de oorlog abrupt wordt afgebroken. Het is geen nationalistisch boek dat de heldendaden van dappere soldaten die vechten voor hun vaderland bezingt, maar het verhaal gaat over gewone jongens die zich meestal stierlijk lopen te vervelen, die hun oude drilsergeant pesten als deze ook naar het front wordt gestuurd, die van het toiletbezoek een retegezellige activiteit maken en die achter Franse mademoiselles aanzitten om op deze manier aan de oorlog te ontsnappen. De dood ligt echter altijd op de loer en neemt al deze jongens mee, iets wat gezien de anti-oorlogsboodschap van het boek eigenlijk geen spoiler is. Indruk maken ook alle cynische bespiegelingen over de oorlog en hoe de soldaten hierover filosoferen. Volgens Paul Baumer, de hoofdpersoon uit het boek, verschillen Duitsers en Fransen eigenlijk helemaal niet zo van elkaar. Het zijn de leiders en de kapitalisten die oorlog willen omdat ze daar beter van zouden worden. Hiermee verwoordt Baumer de visie van Karl Liebknecht, de radicale Duitse socialist die vanwege zijn pacifisme tijdens de oorlog in het gevang werd gezet en begin 1919, na het mislukken van de Spartakistenopstand, samen met Rosa Luxemburg werd vermoord.

    Hoewel de anti-oorlogsbespiegelingen in 1928 in een roman zijn verwerkt door Remarque, komen ze zeer overeen met de bespiegelingen die sommige oorlogsdichters in de loopgraven optekenden.  De zinloosheid van de oorlog en de wil om te leven worden bijvoorbeeld zeer krachtig verwoord door de Duits-joodse soldaat en dichter Alfred Lichtenstein, die al in september 1914 zou sneuvelen. Twee week voor zijn dood dichtte Lichtenstein (in het Nederlands vertaald door Dirk Verhofstadt):
    ‘God behoede me voor ongeluk, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dat geen krachtige explosieven mij treffen; dat onze vijanden, die klootzakken, mij nooit gevangen nemen, mij nooit neerschieten, dat ik nooit in de vuiligheid mag sneuvelen, voor ons dierbare vaderland. Kijk, ik zou veel langer willen blijven leven, de koeien melken, mijn vriendinnen neuken en die waardeloze Jozef in elkaar slaan; bij nog veel meer gelegenheden dronken worden, tot een zalige dood mij overvalt.’

    Het pacifisme dat in de Eerste Wereldoorlog ontstond had dus niks met boomknuffelen en blote vrouwen in een weiland van doen, maar was een cynische reactie op het zinloze moorden. Remarque droeg zijn verhaal op aan de gewone jongens die sneuvelden in de oorlog. Hij zei hierover in het korte voorwoord van zijn boek:
    ‘Dit boek wil noch een aanklacht noch een bekentenis zijn, het wil alleen een poging wagen, verslag uit te brengen over een generatie die door de oorlog werd vernield, ook wanneer het haar was gelukt aan de granaten te ontkomen.’

    De anti-oorlogsroman van Remarque sloeg in als een bom. Hoewel er in Duitsland tienduizenden exemplaren van het boek werden verkocht gingen er stemmen op om het boek te verbieden. De nazi’s, die vanaf 1929 steeds meer invloed kregen op de Duitse politiek, zagen het boek als een aanval op de natiestaat. In 1930, dus nog tijdens de democratische Weimarrepubliek, werd de Amerikaanse verfilming van Remarques roman, All Quiet on the Western Front, verboden. In mei 1933, na de machtsovername van Hitler, werd Im Westen nichts Neues als ‘volksfeindlich’ werk verboden en in het openbaar verbrand. Remarque werd als landverrader bestempeld en was in 1929 al naar het buitenland geëmigreerd. In 1937 ontnamen de nazi’s hem bovendien zijn Duitse staatsburgerschap toen zijn roman ‘Drei Kameraden’ bij de Amsterdamse uitgeverij Querido verscheen. Maar ook deze strafmaatregel was voor de nazi’s niet genoeg. Elfriede Remarque, Erichs jongste zus, belandde in 1943 na een schijnproces onder de guillotine, niet alleen omdat zij een tegenstander van het naziregime was, maar ook omdat ze de zus was van Erich Remarque. Nazi-rechter Roland Freisler zei: ‘Uw broer is buiten ons handbereik, maar u zult aan ons niet ontsnappen.’ De nazi’s waren bovendien zo sadistisch om Erich een rekening van 90 mark te sturen, dit waren de kosten voor het beulswerk.

    Erich Maria Remarque overleed in 1970. Hoewel hij nog een aantal goed ontvangen romans zou publiceren werd geen één boek zo beroemd als zijn debuutroman Im Westen nichts Neues. Het is, samen met 1984, Faust, De naam van de roos, Lolita (de lijst gaat uiteraard nog veel verder) één van die klassiekers die u eigenlijk nog een keer moet gaan lezen, als u dat nog niet gedaan heeft. Hup naar de boekenwinkel dus.

    N.a.v.: Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark), Van het westelijk front geen nieuws (vertaling van Im Westen nichts Neues). (Herdenkingseditie + filmalbum). (Utrecht, Bijleveld 2013). 29e druk. 208 pagina’s.  ISBN 9789061319986. €19,95.

    Sommige Nederlandse uitgaven van het boek bevatten prachtige illustraties van de Nederlandse kunstenaar Arie Zonneveld (1905-1941). Deze illustraties zijn ook online te bewonderen.

    Tags: Erich Maria Remarque, Im Westen nichts Neues, Wilfred Owen
    Read More
  • Spreken over fout. Hoe kinderen van collaborateurs het zwijgen verbraken, 1975-2000

    0

    Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is opgericht vlak na de Tweede Wereldoorlog onder de naam Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD). Opvallend is dat in een aantal recente publicaties van het NIOD niet meer de Tweede Wereldoorlog het onderwerp van onderzoek is, maar de verwerking van deze oorlog in de decennia daarna. Vorig jaar verschenen Van landverraders tot goede vaderlanders van historica Helen Grevers, over de opsluiting van collaborateurs in Nederland en België in de periode 1945-1950, en Doorn in het vlees van historica Ismee Tames, over de problematiek rond foute Nederlanders tussen 1950 en 1970. Op 24 april dit jaar verscheen de langverwachte biografie over Lou de Jong, de eerste directeur van het instituut,  geschreven door historicus Boudewijn Smits. Een kleine maand later kwam het boek Spreken over fout uit van psycholoog Bram Enning, over de psychische hulpverlening aan kinderen van ‘foute’ ouders. De Tweede Wereldoorlog heeft immers niet alleen een diepe impact op degenen die deze oorlog bewust meemaakten, maar ook op hun kinderen (en kleinkinderen).

    Vanaf medio jaren zeventig kwam er aandacht voor de kinderen van collaborateurs.  Zij werden ook gezien als slachtoffers van de oorlog. Na de oorlog werden deze kinderen namelijk decennialang buitengesloten en gestigmatiseerd en soms zelfs mishandeld, terwijl ze onschuldig waren. Dat hun ouders ‘fout’ waren was immers niet hun schuld.

    In 1981 werd de Werkgroep Herkenning opgericht. Deze werkgroep, die nog steeds bestaat, geeft hulp aan en staat kinderen, kleinkinderen en familieleden bij van personen die in de jaren 1940-1945 aan de zijde van de bezetter stonden, dan wel de bezetter waren (kinderen van Duitse militairen). De Werkgroep Herkenning krijgt veel aandacht in het boek van Enning. Was er veel behoefte om te praten over psychische problemen die het gevolg waren van maatschappelijke uitsluiting en discriminatie? Hoeveel (actieve) leden telde de werkgroep?  Enning concludeert dat er een kleine club van enkele tientallen mensen actief was voor de Werkgroep Herkenning. Een veel grotere groep was passief betrokken bij de werkgroep, vaak ook voor een korte periode. De behoefte om over psychische problemen te praten verschilde dus echt per persoon. Sommige kinderen van foute ouders hadden in hun jeugd gelukkig nauwelijks te maken gehad met maatschappelijke uitsluiting, terwijl er ook kinderen waren die er de voorkeur aan gaven te blijven zwijgen.

    Naast behoefte aan herkenning speelde bij sommige kinderen van ‘foute’ ouders ook een sterke behoefte aan erkenning. Het denken in termen van ‘goed’ en ‘fout’, waar Lou de Jong de belangrijkste vertolker van was, werd ter discussie gesteld. Historicus Chris van der Heijden, zoon van een ‘foute’ vader, betoogde in zijn (in sommige kringen controversiële boek) Grijs verleden uit 2000 dat de grote massa van de Nederlanders ‘grijs’ was in de oorlog. Een kleine minderheid was ‘goed’ en zat in het verzet, een andere kleine minderheid was ‘fout’ en zat bij de NSB of de SS, de grote meerderheid probeerde gewoon de eindjes aan elkaar te knopen en maakte soms goede en soms foute keuzes. Volgens Van der Heijden waren toevallige omstandigheden veel belangrijker dan politieke en ideologische overtuigingen. Hij beweerde in een interview in het NRC Handelsblad van 3 maart 2001 zelfs: ‘We hadden allemaal bij de gaskamers kunnen staan, zowel aan de ene als aan de andere kant van de deur.’ Volgens Van der Heijden past een moreel oordeel achteraf niet. Het systeem van de nazi’s was dan misschien moreel verwerpelijk, de mensen die daar aan meededen waren ook gewoon maar mensen, die door de omstandigheden verkeerde keuzes konden maken.

    Een stap verder dan Van der Heijden ging Henk Eefting, die in 2008 de Stichting Werkgroep Erkenning Onrecht Bijzondere Rechtspleging oprichtte. Deze stichting wilde ‘foute’ ouders die buitensporig waren gestraft rehabiliteren via de juridische weg en de geschiedenis herschrijven. Zo wilde de stichting een monument op de Goudsberg in Lunteren, waar Anton Mussert in juni 1940 een Hagespraak der Bevrijding hield, een lofrede op de Duitse inval.

    Ook Gerrit Bothof wilde zijn ‘foute’ familie rehabiliteren. Hij startte in 2006 een actie om in het Estse Narwa een gedenksteen te plaatsen voor de Nederlandse SS’ers die daar in 1944 in hun strijd tegen de Russen waren gesneuveld, onder wie Gerrits oom Henk Bothof. Via het Informatiebulletin van de Werkgroep Herkenning organiseerde Bothof een inzamelingsactie. Op de steen kwam de tekst te staan: ‘Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde, vermiste en in gevangenschap omgekomen Nederlandse frontsoldaten, verpleegsters en helpers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa 1941-1945 trouw hun plicht vervulden.’ Bram Enning heeft grote moeite met deze tekst. Duitse Wehrmachtsoldaten waren verplicht om dienst te nemen, de Nederlandse SS’ers waren vrijwilligers. Ze hadden ook een andere keuze kunnen maken. Enning heeft hier een punt. Bothof gaat in zijn strijd voor erkenning erg ver en begeeft zich wellicht in ‘fout’ vaarwater. Zijn initiatief is op het forum van de neonazistische website Stormfront met instemming begroet.

    Ten slotte besteedt Enning in zijn boek ook nog even aandacht aan de controverse rond de 4 mei-herdenking van 2012. Een jongen zou een gedicht voordragen over zijn ‘foute’ opa die bij de SS had gediend. Onder druk van joodse belangenorganisaties, die dreigden hun medewerking aan de dodenherdenking te zullen staken, besloot het Nationaal Comité 4 en 5 mei echter zijn voornemen om deze jongen een podium te geven in te trekken. De strijd voor herkenning en erkenning van (klein)kinderen van ‘foute’ (groot)ouders heeft volgens Enning nu een (voorlopige) grens bereikt.

     

    Spreken over fout is een boeiende studie over een boeiend onderwerp. De Tweede Wereldoorlog is, zo blijkt duidelijk, nog lang niet voorbij.

     

    N.a.v.: Bram Enning, Spreken over fout. Hoe kinderen van collaborateurs het zwijgen verbraken, 1975-2000 (Amsterdam, uitgeverij Balans 2014). ISBN 9789460037016. €19,95.

     

    Tags: 'fout', Bram Enning, Chris van der Heijden, Gerrit Bothof, Henk eefting
    Read More
  • H.J. van Mook: de laatste landvoogd van Nederlands-Indie

    1

     

    Door: Ewout Klei

     

    De laatste tijd wordt er weer volop gediscussieerd over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog van 1945-1949. Tijdens deze oorlog kwamen zo’n 5000 Nederlandse soldaten en meer dan 100.000 Indonesiërs om. Centraal in de discussie staan de excessen, zoals het bloedbad van Rawagede en het optreden van kapitein Raymond Westerling, bijgenaamd ‘de Turk’, op Zuid-Celebes, waar tientallen al dan niet vermeende verzetsstrijders zonder proces werden terechtgesteld. Wat in deze discussies helaas vaak ontbreekt is de context. Waarom accepteerde Nederland de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring in 1945 niet gewoon?

    Een boek dat op deze vraag ingaat is de door Tom van den Berge geschreven biografie over H.J. van Mook, die is verschenen bij uitgeverij Thoth. Van Mook was de laatste landvoogd van de kolonie Nederlands-Indië. Over enkele andere hoofdrolspelers tijdens het dekolonisatieproces – de eerste Indonesische president Soekarno, generaal Simon Spoor, Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Nederlands Oost-Indië Louis Beel – is er onlangs een biografie verschenen. De biografie over Van Mook maakt deze lijst compleet.

    Van Mook was geen reactionaire koloniaal. De laatste landvoogd van Nederlands-Indië was een aanhanger van de zogenoemde ‘ethische politiek’, een koloniale politiek die gericht was op het verbeteren van de levensomstandigheden van de ‘inlanders’, met als doel ze ‘op te voeden’ tot zelfstandigheid. Deze politiek was rond 1900 geïntroduceerd door het christelijke kabinet-Kuyper en werd ook gesteund door ‘verlichte’ beleidsmakers in de kolonie.

    Na de Eerste Wereldoorlog raakte de ethische politiek echter uit de mode en werd een conservatief koloniaal beleid gevoerd. De ideoloog van dit beleid was de conservatieve historicus F.C. Gerretson, die dankzij het geld van het Nederlandse bedrijfsleven aan de Universiteit Utrecht een eigen Indologische Faculteit stichtte, die moest concurreren met de progressievere Indologische Faculteit van Leiden. Waar in Leiden de ethische politiek en de ‘verheffing’ van Indonesië centraal stond, daar hamerde Utrecht op de handhaving van het ‘wettige’ gezag. Als lid van de Volksraad (een raadgevend parlement met weinig bevoegdheden) kwam Van Mook regelmatig in aanvaring met woordvoerders van de Vaderlandse Club, de politieke partij van de conservatieve Nederlanders in Indië.

    Van Mook maakte carrière. Als hoofd van het departement Economische Zaken onderhandelde hij in 1941 met Japan over het leveren van olie aan het keizerrijk. De Japanners, die wisten dat het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger niet veel voorstelde, wilden Indonesië graag inlijven bij hun groeiende imperium. Mede dankzij het resolute optreden van Van Mook liepen de onderhandelingen in augustus spaak, tot grote opluchting van het Amerikaanse weekblad Time dat hem vervolgens op de cover zette.

    De geschiedenis daarna is bekend: vanwege het dreigende olietekort besluit Japan tot oorlog. Omdat de grootste militaire dreiging uitgaat van de Verenigde Staten moet eerst de Amerikaanse vloot bij Pearl Harbor vernietigd worden. Pas daarna kunnen de Britse, Amerikaanse en Nederlandse koloniën in Oost-Azië veroverd worden.  Op 10 december 1941, drie dagen na Pearl Harbor, worden de Britse slagschepen Prince of Wales en Repulse tot zinken gebracht door de Japanse luchtmacht. Maleisië en de Filippijnen worden onder de voet gelopen, de Amerikaans-Brits-Nederlands-Autralische vloot gaat in februari 1942 in de Javazee kopje onder en een maand later geeft Nederlands-Indië zich over.

    Van Mook probeert in 1941 en begin 1942 de Amerikanen ertoe te bewegen vliegtuigen naar Nederlands-Indië te sturen om de Japanners het hoofd te kunnen bieden. De Amerikanen doen vage beloften en helpen niet. Als de Japanners in maart 1942 Java veroveren vertrekt Van Mook met het laatste vliegtuig naar Australië, zijn vrouw en kinderen achterlatende. Hij gaat naar Londen en wordt minister in het Nederlandse kabinet in ballingschap.

    In Londen ontmoet Van Mook een nieuwe liefde, een joodse typiste die als een blok voor de charmante politicus valt. Net als voor prins Bernhard is de Tweede Wereldoorlog voor Van Mook dus een spannend avontuur. Van Mook probeert in 1944 de Amerikanen ertoe te bewegen Nederlands-Indië te bevrijden, maar de Amerikanen hebben andere militaire prioriteiten. Als Japan zich in 1945 overgeeft is Nederlands-Indië nog in Japanse handen.

    Op 17 augustus 1945 roepen Soekarno en Mohammed Hatta de Republiek Indonesië uit, gebruikmakend van het gezagsvacuüm. Het Britse leger, dat na de Tweede Wereldoorlog de orde in Nederlands-Indië moet herstellen, heeft geen behoefte aan een confrontatie met de Indonesische nationalisten en stelt zich passief op. Deze passiviteit heeft de Bersiap-periode mede tot gevolg, een revolutionaire explosie van geweld die zich richt tegen Nederlanders en Indische Nederlanders.

    Van Mook, in 1944 benoemd tot Luitenant-gouverneur-generaal, sluit met de Republiek Indonesië op 15 november 1946 het Akkoord van Linggadjati. Nederland erkent het gezag van de Republiek Indonesië over Java en enkele andere eilanden, de Republiek gaat akkoord met de vorming van de Verenigde Staten van Indonesië, een federale staat waarvan de Republiek Indonesië één van de deelstaten moet worden. Het compromis van Linggadjati stuit in Nederland op veel verzet. Veel Nederlanders vinden dat Nederland niet had mogen onderhandelen met Soekarno, die vanwege zijn samenwerking met de Japanners als een landverrader wordt beschouwd. De Tweede Kamer neemt de motie Romme-Van der Goes van Naters aan met een interpretatie van het akkoord die Indonesië niet wilde accepteren. Dit leidt uiteindelijk tot de eerste politionele actie, Operatie Product, die op 20 juli 1947 van start gaat. Van Mook steunt deze politionele actie. Hij beschouwt Soekarno en Hatta als gevaarlijke revolutionairen en wil alleen onderhandelen met Indonesiërs die hij betrouwbaar vindt. Van Mook betreurt het dan ook zeer dat generaal Spoor de eerste politionele actie vroegtijdig moet afbreken en Jogjakarta, de zetel van de regering van de Republiek Indonesië, niet heeft kunnen veroveren.

    De Nederlandse politiek wil van Van Mook af. De rechtse partijen vinden dat Van Mook vanwege het Akkoord van Linggadjati te veel de Indonesische belangen verdedigt, de linkervleugel van de PvdA vindt Van Mook fout vanwege zijn steun aan de eerste politionele actie. Als in 1948 het eerste kabinet-Drees gevormd wordt moet Van Mook plaatsmaken voor oud-premier Beel, die geen landvoogd maar Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon wordt. Beel is verantwoordelijk voor de tweede politionele actie, Operatie Kraai, die in december 1948 van start gaat. Deze actie is militair gezien een groot succes: de hoofdstad Jogjakarta wordt nu wel veroverd en Soekarno en Hatta worden gevangen genomen. Politiek gezien is de actie echter een grote mislukking: de internationale gemeenschap is woedend, de Verenigde Staten dreigen Nederland geen Marshallhulp meer te geven, Nederland besluit daarom om de soevereiniteit aan Indonesië over te dragen.

    Hoewel Indonesië bij de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 nog een federatie is, zoals Van Mook wenste, wordt de staat al snel omgevormd tot een eenheidsstaat. Het ideaal van Van Mook was een soort van gemenebest waar de voormalige koloniën een warme band met hun oude moederland bleven onderhouden. Indonesië voelt daar weinig voor, zeker Soekarno niet, en kiest een eigen weg. Slachtoffers van dit nationalistische beleid zijn de Indische Nederlanders oftewel de Indo’s, mensen met Nederlands-Indisch bloed en Nederlanders die in Nederlands-Indië geboren zijn en opgegroeid met de Nederlands-Indische cultuur. De Indische Nederlander Van Mook is een displaced person. Hij wil graag burger worden van een Indonesië dat er ook is voor de Indische Nederlanders, maar het onafhankelijke Indonesië is er alleen voor de Indonesiërs. In het verzuilde Nederland voelt Van Mook zich niet thuis. Hij emigreert daarom naar de Verenigde Staten. Van 1949 tot 1951 is hoogleraar politieke wetenschappen aan de University of California te Berkeley, vervolgens is hij tot 1960 een topambtenaar bij de Verenigde Naties in New York en houdt hij zich bezig met ontwikkelingshulp. Van 1960 tot zijn overlijden in 1965 woont hij in het dorpje L’Isle-sur-la-Sorgue in Zuid-Frankrijk.

    Hoe moeten we Van Mook nu beoordelen? Van Mook was voor de onafhankelijkheid van Indonesië maar dan wel op zijn voorwaarden. Deze idealistische politiek werkte niet. De werkelijkheid was te weerbarstig. Voor de verzuilde Nederlander gold Van Mook als te progressief en te verlicht, voor mening Indonesiër was hij te paternalistisch en daarom ook een typische vertegenwoordiger van het vermaledijde kolonialisme dat maar niet van opgeven wilde weten. Het pad dat Van Mook wilde bewandelen was een doodlopende weg en daarom raakte hij verdwaald. Zijn levensgeschiedenis heeft dan ook iets tragisch.

    De 416 pagina’s tellende biografie over Van Mook is mooi geschreven en vooral zeer mooi vormgegeven. Het boek is een historische sensatie. Dankzij de gedetailleerde beschrijvingen en vele foto’s en illustraties waan je jezelf af en toe ook in het Nederlands-Indië van weleer. Die tijd keert nooit meer terug, en dat is wellicht maar goed ook, maar het voelt tevens goed die sfeer eens diep in te ademen.

     

    N.a.v.: Tom van den Berge, H.J. van Mook, 1894-1965. Een vrij en gelukkig Indonesië (Uitgeverij Thoth, Bussum). ISBN 9789068686265. 416 pagina’s. €29,90.

     

     

     

    Tags: Akkoord van Linggadjati, F.C. Gerretson, H.J. van Mook, Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, Louis Beel
    Read More